Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3942 |
Opvragingen: | 19 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (30 stemmen)
Titels van Jostein Gaarder
De wereld van Sofie (13) 1994 Door een spiegel, in raadselen (4) 1996 Het geheim van de kaarten (7) 1995 Het mysterie (1) 1998 Het sinaasappelmeisje (3) 2003
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2003
DE WERELD VAN SOFIE
Auteur: Jostein Gaarder
Samenvatting:
Toen Sofie Amundsen uit school kwam, vond ze een geheimzinnig briefje in de bus met daarop de vraag : “ Wie ben je?” Even later vond ze een tweede briefje met de vraag: “Waar kom je vandaan?”
Ze begon over de vragen na te denken. Was het mogelijk dat er altijd iets is geweest of ontstonden we uit het niets? Er lag ook een verjaardagskaart voor een zekere Hilde Moller Knag. Wat hadden die drie brieven nu met elkaar te maken?
De volgende dag ging ze weer in de brievenbus kijken en deze keer lag er een grotere brief in met daarop vermeld: “Filosofiecursus”. Ze begon te lezen.
Wat is filosofie? Filosofen houden zich bezig met de vraag waarom wij leven. Al eeuwen lang zoekt men naar antwoorden en o.a. de wetenschap heeft al vele antwoorden beantwoord. Maar ook door te lezen wat andere mensen gedacht hebben vroeger, kunnen we onze eigen mening over het leven vormen.
In haar volgende brief staat: Het enige wat we nodig hebben om goede filosofen te worden, is het vermogen ons te verwonderen. Bv. Kleine kinderen: alles is voor hen nog nieuw, ze verwonderen zich de hele dag, ze vinden het dan ook ‘normaal’ als hun vader bijvoorbeeld begint te vliegen. De moeder zou zich verschrikken want zij heeft geleerd dat mensen niet vliegen. Filosofen hebben dus een gemeenschappelijke eigenschap, nl. dat de wereld nooit ‘gewoon’ wordt.
Vanaf nu ging Sofie elke morgen kijken of dat er weer nieuws was i.v.m. de filosofiecursus. De volgende brief ging over mythen. Hierin werd verteld dat mythes verhalen waren over goden waarin een verklaring werd gegeven waarom het leven is zoals het is.
Zo begonnen ook de eerste Griekse filosofen natuurlijke verklaringen vinden voor de natuurprocessen (=natuurfilosofen). Zij scheurden zich los van goden & mythen
Over die natuurfilosofen werd in haar volgende brief van alles verteld. Je had ten eerste de 3 filosofen uit Milete (Tahles, Anaximender en Anaximenes) Zij waren het er over eens dat er een oerstof bestond, de ene dacht water de andere gas, ….
Empedocles speelde het klaar om de knopen die de filosofen hadden gelegd, te ontwarren. Want de filosofen begonnen elkaar tegen te spreken.
Hij zei dat iets niet uit niets kon ontstaan (Parmenides), want water blijft water, het is onveranderlijk. Maar onze zintuigen zijn wel betrouwbaar (Heraclitus) want lucht kan niet in een vlinder veranderen.
Hij zei daarbij ook dat er niet 1, maar 4 grondstoffen zijn.
Vb. Als je hout verbrandt, hoor je het knetteren (water), zie je rook (lucht), voel je warmt (vuur) en blijft er iets achter (aarde).
Anaxagoras stelde dat de natuur was opgebouwd uit vele piepkleine deeltjes, in elk deeltje zit iets van alles. Zijn beweringen waren een beetje een voorloper van onze chemie. Hij was de eerste die zei dat de maan zelf geen licht uitzond, …
Nadat Sofie de brief had gelezen, kwam ze tot de conclusie: filosofie kun je niet leren, maar wel filosofisch denken.
Sofie ontving weer een brief met de vraag: is Lego het meest geniale speelgoed ter wereld? Ze dacht na: met Lego kan je alles bouwen, weer uit elkaar halen, en er gaat nooit iets kapot. Democritus: alles moest opgebouwd zijn uit kleine bouwstenen die eeuwig onveranderlijk waren. Hij noemde die ‘atomen’ (=ondeelbaar), waarvan een heel grote diversiteit in bestond zodat ze tot verschillende dingen konden samengevoegd worden.
De ziel bestaat uit ‘zielatomen’, als een mens sterft, vervliegen de zielatomen en kunnen weer een nieuwe ziel gaan vormen. Alles stroomt in de natuur, want alles verandert. Maar erachter zitten de atomen, die eeuwig en onveranderlijk zijn.
De volgende brief ging over het lot. De Grieken geloofden er sterk in: alles wat er gebeurt is voorbestemd. Het lot kon je leren kennen door een orakel (vb. het orakel van Delphi). Nadat ze de brief had gelezen, borg ze die terug op onder haar bed. Maar daar lag nog iets anders, dat niet van haar was. Het was een sjaal met de naar ‘HILDE’ op.
Sofie had de onbekende briefschrijver uitgenodigd op de koffie en hem zo te leren kennen. Helaas was het volgens hem daar nog te vroeg voor. Getekend Alberto Knox.
Op de achterkant stonden weer wat vragen en niet veel later kreeg ze een andere brief met de ‘antwoorden’ gebracht door een hond. Het ging over de filosofie van Athene. Leraren en filosofen trokken naar Athene en noemden zich sofisten (=geleerd). Zij discussieerden over wat door de natuur was bepaald en wat door de maatschappij. Een daarvan is Socrates één van de grootste filosofen ooit.. Hij deed niets anders dan met mensen praten en nadenken, hij schreef nooit iets op. Hij deed altijd alsof hij niks wist. Hij wist maar 1 ding, en dat was dat hij niets wist. Hij die weet wat goed is, zal goed doen. Als we iets verkeerds doen, komt het doordat we niet beter weten. Daarom is het belangrijk kennis te vergaren.
Sofie ontving nu een videoband, opgenomen in Athene. Daarop zag ze Alberto. Vanuit het moderne Athene gingen terug naar het oude Athene. Ze zagen er Socrates en Plato.
Plato was de leerling van Socrates en stichtte na de dood van zijn leraar een eigen filosofieschool, een academie. Plato hield zich bezig met de relatie tussen het eeuwige en onveranderlijke aan de ene kant, en dat wat 'stroomt' aan de andere kant. Volgens Plato stroomt alles in de natuur wat we aan kunnen raken en voelen, alleen de vorm is eeuwig en onveranderlijk. De natuurfilosofen hadden antwoord op de veranderingen in de natuur zonder dat er echt iets verandert. Omdat er een aantal eeuwige en constant ondeelbare deeltjes zijn, de atomen.
Allen konden ze geen antwoord geven op de vraag waarom de deeltjes op het ene moment bouwstenen voor een paard waren en honderden jaren later een compleet nieuw paard, of een olifant of krokodil, maar nooit een krokofant of een olidil. Alles heeft zijn eigen vorm, (het is gemaakt uit hetzelfde model, de perfecte vorm). Die 'vormen' noemde hij 'ideeën'. Achter de zintuiglijke wereld moest er dus ook een 'ideeënwereld' zijn waar alle verschillende dingen zitten die we in de natuur tegenkomen.
Volgens Plato is de mens een tweeledig wezen: een lichaam (in de zintuiglijke wereld) en een ziel (in het verstand). Omdat de ziel niet materieel is, kan hij in de ideeënwereld kijken. De ziel bestaat al voordat die het lichaam binnenkomt, in de ideeënwereld. Als de mens na verloop van tijd in de natuur de vormen ontdekt, vormt zich in de ziel een vage herinnering. Plato vindt dat alle verschijnselen in de natuur schaduwen zijn van de eeuwige vormen of ideeën.
Een goed voorbeeld is Plato's gelijkenis van de grot: als men altijd in een grot vastgebonden zit en alleen maar schaduwen ziet. Als er dan een kan ontsnappen en de zintuiglijke natuur zou kunnen zien, dan zouden de andere hem niet geloven en zeggen dat alleen de schaduwen bestaan.
Volgens Plato is alles onderverdeeld in drieën: Lichaam Ziel Deugd Staat
hoofd verstand wijsheid regenten
borst wil moed wachters
onderlijf begeerte matigheid neringdoenden
Sofie ontdekte in het bos een huis, Majorstua. Ze was er van overtuigd dat dit huis van Alberto was. Als ze in het huis voorbij de spiegel loopt ziet ze zichzelf in de spiegel. Het spiegelbeeld knipoogde met twee ogen. Maar hoe kon zij dit zien?
Ze vond in het huis ook een brief met vragen zoals waarom het regent, wat het verschil tussen een dier en een plant en mens was …..
Later kreeg ze, zoals verwacht, een grote brief met wat meer uitleg. Deze keer ging het over Aristoteles. Hij was de laatste grote Griekse filosoof. Aristoteles hield zich vooral bezig met de natuurprocessen (= de veranderingen in de natuur). “Alles wat in de ziel zit, is slechts een weerspiegeling van voorwerpen in de natuur.”
Voor we iets hebben waargenomen, is ons verstand helemaal 'leeg'. Een mens heeft dus geen aangeboren 'ideeën'. Volgens Aristoteles heeft alles in de natuur een doel. Het regent omdat de planten gaan groeien, planten groeien omdat de vruchten dan groeien omdat mensen ze gaan eten. Verder bestaan volgens Aristoteles afzonderlijke dingen uit een 'vorm' en 'materie'. Met de vorm 'kip' bedoelen we de eigenschappen die een kip heeft zoals kakelen. Als de kip doodgaat, en geen vorm meer heeft, blijft alleen de materie over.
Aristoteles wilde orde scheppen in de natuur. Er zijn volgens hem twee hoofdgroepen: levenloze dingen en levende dingen. En die verdeelde hij weer in gewervelden en ongewervelden enz.
Zo maakte hij een onderscheid tussen mens, dier en plant. Een mens kan rationeel denken. Aristoteles wees erop dat er een God moet bestaan die alle bewegingen in de natuur op gang heeft gebracht.
Aristoteles ging alleen de mist in met z'n 'vrouw-beeld'. Volgens hem was de vrouw een onvolledige man. Bij de voort- planting was de vrouw passief, en de man actief. Een kind erft de eigenschappen van de man.
De Griekse beschaving werd verspreid door Alexander de Grote, koning van Macedonië, met z'n vele veldtochten Egypte en het hele Oosten. Deze periode heette het hellinisme. Toen kreeg Rome de overhand. Een grote filosofische stroming ware de cynici. Die stelden dat werkelijk geluk pas bereikt kon worden door je onafhankelijk op te stellen van luxe, lijden, …... Een andere stroming waren de stoïcijnen. Ze geloofden in de ‘natuurwet’. De mens moest daarom leren leven zich met z'n lot te verzoenen. Niets gebeurt toevallig, alles heeft een doel (vandaag noemen wij iemand die zich niet met z'n gevoelens laat meeslepen stoïcijns kalm).
Sofie begreep dat de Griekse filosofie een grote invloed zou gaan hebben op de filosofie in de toekomst.
Een paar dagen later ging ze nog eens terug naar de Majorstua en daar vond ze allerlei ansichtkaarten bestemd voor haar, maar ook voor ‘hilde’. Het waren brieven van een majoor van de VN die nu in Libanon op missie was. Hij blijft de hele tijd over de verjaardag van hilde schrijven (dezelfde dag als sofie). Wie is die kerel?
Ze nam ook de spiegel mee naar huis.
Niet veel later kreeg ze weer een brief van Alberto, gebracht door Hermes.
Dit deel gaat vooral over de joden, christenen en moslims. Ze geloofden allemaal in 1 God en hebben ongeveer dezelfde geschiedenis. Het begon allemaal met God die een verbond met Abraham dat de mensen zich aan Gods geboden zouden houden. Als tegenprestatie beloofde hij Abraham en zijn volk bescherming. Later werden deze geboden vernieuwd via de stenen tafelen met de 10 geboden die Mozes ontving.
Israël had drie grote koningen: Saul, David en Salomo. Maar daarna werd het land veroverd door Assyriërs en Babyloniërs. En toen kwam er, zoals voorspeld door profeten, de ‘messias’ genaamd Jezus. Hij verkondigde verlossing en vergeving van God voor alle mensen. Na zijn dood, werd hij verrezen. Hij werd vanaf toen als 'Gods zoon' beschouwt. De christelijke kerk is op dat moment ontstaan. Paulus zou het christendom verspreiden tot in heel Europa.
Vanaf nu zou Alberto geen brieven meer schrijven, maar zouden ze elkaar ontmoeten. De eerste keer in een oude kerk en hij begon te vertellen over de Middeleeuwen.
Nadat het WRR viel, werd de Academie van Plato in Athene gesloten, en werd de eerste grote monnikenorde gesticht. De kloosters hadden vanaf nu het alleenrecht op onderwijs, beschouwing en verdieping. Met middeleeuwen wordt de tijd bedoeld tussen twee andere tijdperken, de klassieke oudheid en de renaissance. In deze tijd leefde Thomas van Aquino. Hij probeerde de filosofie van Aristoteles met het christendom te verenigen. Hij zei: door naar de natuur te kijken (Aristoteles) weten we dat God van bloemen houdt en van dieren, anders zou Hij ze niet gemaakt hebben. Gegevens over de persoon God kun je in z'n biografie lezen: de bijbel.
De volgende dag ontmoetten ze elkaar weer en deze keer ging het over de renaissance = de wedergeboorte van de kunst en cultuur uit de oudheid.In de middeleeuwen werd alles in het goddelijk licht gesteld. Nu kwam de mens weer centraal: het humanisme werd geboren. Er werden grote uitvindingen gedaan: het kompas, de boekdrukkunst en de verrekijker. Ook de wetenschap ging vooruit. Men ging zelf onderzoeken en experimenteren, de zgn. empirische methode. Eén van de grootste onderzoekers was Galileo Galilei die zei: de natuur is in een wiskundige taal geschreven. De mens ging serieus ingrijpen in de natuur en begon haar te beheersen. Copernicus beweerde in 1543 dat de zon niet om de aarde draaide maar andersom. Newton ontdekte dat de kracht waarmee twee voorwerpen elkaar aantrekken universeel is, altijd en overal. Het middeleeuwse denken, was voorbij. Niet alles was zo positief. Het christendom kreeg het zwaar te verduren en bepaalde mensen scheurden zich af zoals Luther.
Na de renaissance had je de barok. Dit was het tijdperk van de grote contrasten.
Een van de motto's van de barok was 'pluk de dag', een ander was ' gedenk te sterven'. IJdelheid en praalzucht stond tegenover de 'vergankelijkheid aller dingen'. Ook was de barok de tijd van het theater. Shakespeare schreef rond 1600 zijn grootste stukken. Thomas Hobbes dacht dat alle verschijnselen (ook mensen en dieren) uitsluitend uit stofdeeltjes bestonden, zelfs het bewustzijn (=de ziel). Heel de wereld, en ook de mens, was een machine. Laplace stelde later: alles is van tevoren bepaald, alles ligt van tevoren vast. Dit heet determinisme. De mens heeft dus geen vrije wil.
Descartes was ervan overtuigd dat we alleen door te denken slimmer kunne worden. We kunnen op niets vertrouwen behalve ons verstand. Hij was geïnteresseerd in wat we kunnen weten, dus in de zekerheid van onze kennis. Het tweede wat hem interesseerde was: wat is de relatie tussen onze ziel en ons lichaam? Volgens hem mag je pas iets als waarheid aannemen als we heel zeker weten dat iets waar is.
Een samengesteld probleem moet in zoveel mogelijk afzonderlijke delen worden opgesplitst zodat het heel simpel wordt en we tot nieuwe inzichten kunnen komen. Het enige waar hij zeker van was, was dat hij aan alles twijfelde. Hij zei:'ik denk, dus ik ben'. Net als Plato, die vond dat wat je met de rede (=verstand) kan vatten, meer werkelijkheid was dan wat we met de zintuigen waarnemen.
Descartes vond dat er een verband bestond tussen denken en bestaan. Maar volgens hem bestonden er wel twee verschillende vormen van werkelijkheid: het denken (=de ziel) en de uitgebreidheid (=de materie). De ziel neemt geen plaats in en kan dus ook niet opgedeeld worden. De materie wel, maar die is weer niet bewust. Beide zijn afkomstig van God, want alleen God bestaat onafhankelijk van iets anders. Alleen de mens heeft volgens hem een ziel.
Spinoza geloofde totaal niet dat de bijbel tot en met de kleinste letter door God was geïnspireerd. Zijn belangrijkste boek is 'Ethica, naar geometrische methode beschreven'. Ethiek= de leer hoe we moeten leven om een goed leven te leiden. Volgens Descartes bestond alles uit twee gescheiden substanties: denken en uitgebreidheid (=materie). Volgens Spinoza was er slechts één substantie. Dus alles wat er is, de natuur, het geestelijke, God: alles is één.
Volgende dag ontmoetten Sofie en Alberto elkaar weer en juist toen hij wou beginnen te vertellen, zagen ze in de lucht een vliegtuig met een spandoek achter: ‘GELUKKIGE VERJAARDAG , HILDE!’
Wie is die Hilde??? De majoor blijft Sofie en Alberto lastig vallen met allerlei verjaardagswensen voor de 15e juni, haar en blijkbaar ook Hilde’s verjaardag. Wat is dit allemaal ? Alberto vond dat ze maar verder moesten gaan met de filosofiecursus:
Vanaf de 18e eeuw gingen steeds meer filosofen er vanuit dat we geen enkel bewustzijn hebben voordat we zintuiglijke ervaringen hebben opgedaan. Dit heet empirisme (of: ervaringsfilosofen). De belangrijkste waren Locke, Berkely en Hume.
Locke vroeg zich af: kunnen we vertrouwen op wat onze zintuigen ons zeggen. Hij beweerde dat alles wat we kunnen waarnemen 2 kwaliteiten heeft nl. gewicht, vorm EN kleur, smaak. Over de primaire zijn we het allemaal eens, het zijn de werkelijke eigenschappen. Over de secundaire niet, want die nemen we waar met onze zintuigen. Locke was ook de eerste die zich uitsprak over de scheiding der machten –> uitvoerende, rechterlijke en wetgevende. Zoals we die nu nog altijd kennen.
Hume was een agnosticus, iemand die niet wist of God al dan niet bestond. Je kon alleen maar de voorstellingen van de onveranderlijke natuurwetten zien. Maar hij ging juist op zoek naar “de witte raaf”, hij probeerde erachter te komen waarom alles zo was, net zoals alle andere filosofen.
Hij beweerde ook, net zoals Boeddha, dat we een steeds veranderende persoonskern hebben. (Ik ben niet dezelfde als gisteren, er bestaat dus geen “IK”)
Een andere ervaringsfilosoof was Berkeley. Hij beweerde dat niets bestond, alles was door God bepaald. Alles wat we zien bestaat eigenlijk niet. De materiële wereld bestaat niet. Ook trekt hij in twijfel of tijd en ruimte wel hetzelfde zijn voor iedereen.
Door de stellingen van Berkeley kunnen ze misschien ook verklaren wat hier aan de hand is. De wereld van Sofie wordt bepaald door de vader van Hilde.
Volgende dag is het 15 juli. Het begint met Hilde die haar verjaardag viert met haar moeder. Ze heeft ook een pakje gekregen van haar vader uit Libanon. Hij komt volgende week thuis. Het pakje was een multomap met een verhaal in. Ze begint te lezen: ‘De wereld van Sofie’. Het begint op dezelfde manier als het boek dat ik heb gelezen. Het gaat over een meisje, Sofie, die een filosofiecursus aan het volgen is en les krijgt van een zekere Alberto Knox. Ze leven in haar vader’s bewustzijn en hij schrijft over hen en hij kon dus van alles uithalen zoals Aladdin en Winnie De Poeh in het verhaal laten voorkomen, of honden laten spreken, …..
Hilde begon medelijden te krijgen met Sofie en Alberto. Maar Alberto had een plan om hun hieruit te krijgen, maar eerst moest de filosofiecursus afgemaakt worden:
Ze waren aangekomen bij de Verlichting. Dit was een periode in de 18e eeuw waar men in opstand kwam tegen de armoede, ….. van het volk. Het volk moest aan de macht komen. Belangrijke filosofen waren Voltaire en Rousseau. Zij kwamen in opstand tegen het gezag van de kerk, de koning en de adel. Dit leidde tot de revolutie (1789). Iemand die ook in die tijd leefde was Kant. Hij was een vakfilosoof. Dat is iemand die geen eigen filosofie uitwerkt, maar wel alles van de filosofie af weet. Hij was het gedeeltelijk met de rationalisten (Descartes, Spinoza) eens als met de empiristen (Locke, Hume, Berkeley). Zowel verstand als waarnemingen zijn belangrijk (vb. rode bril).
Hij maakt ook een onderscheid tussen “das Ding an sich” en “das Ding für mich”. Alles neemt de vorm aan zoals wij de kunnen waarnemen. Dus de ‘wereld op zich’ bestaat niet, maar ‘de wereld voor mij’ wel.
Hij stelde ook vast dat als je, iets waarneemt dat je dat dan kan begrijpen dankzij je ervaring (bv een bal die rolt)
Maar als je da stelt waar de wereld vandaan komt, weten we het niet. Op dit soort vragen kan men evenveel waar als onwaar op antwoorden. Daarom vond hij het nodig om ervan uit te gaan dat:
- de mens een onsterfelijke ziel had
- God bestond
- De mens een vrije wil had.
De volgende periode was de Romantiek. In deze periode waren gevoel, fantasie belangrijke dingen. Bijvoorbeeld Beethoven, hij legde heel veel gevoel in zijn muziek, dit was zijn manier om zijn gedachten te uiten.
De meest toonaangevende romantische filosoof was Schelling. Hij beweerde een ‘wereldgeest’ te zien in de natuur en de mens. Hij zag dezen als hetzelfde fenomeen. Hier werd fel op gereageerd door Hegel. Hij vond dat de wereldgeest alle menselijke uitingen samen was. Alle kennis is menselijke kennis en die verdeelde hij in 3 stadia: 1)“these”, 2)“antithese” en 3)“synthese”
Vb. 1) Rationalisme 2) Empirisme 3) Kant gaf beiden gedeeltelijk gelijk en kwam tot de synthese
De volgende in het rijtje was Kierkegaard, hij had dan weer kritiek op de filosofie van Hegel. Hij vond het belangrijker de waarheden van het individu te vinden dan de Waarheid.
Volgens hem zijn er 3 stadia in ieders leven: 1e esthetische, 2e ethische en 3e religieuze
1e:je leeft van dag tot dag, à genot
2e:categorie van beslissing, krijgt rap angst en zo bevind je je in een ‘existentiële situatie’
3e:keuze naar geloof boven genot
Een andere filosoof die veel kritiek op Hegel had, was Marx. Hij vond dat we niet alleen de wereld moesten interpreteren maar ook veranderen, en dat deed hij ook. Hij was tegen de kapitalisten en voor de proletariërs (=arbeiders). Hij kwam op voor de armen, en waarschuwde de rijken. Maar omdat de bovenklasse de macht nooit zou willen prijsgeven, moest er dus een revolutie komen. Hij schreef een boek ‘Het spook van het communisme’. = klassenloze maatschappij. Hij beweerde ook dat als de mens de natuur bewerkt, bewerkt de natuur de mens maw de kennis van de mens hangt samen met zijn werk.
Net toen Alberto wou beginnen over de volgende filosoof, werd er op de deur geklopt. Het was Noach, hij gaf een afbeelding en huppelde terug weg. Weer een van de majoor’s fantasieën. Alberto ging verder:
Darwin was een wetenschapper, een naturalist, hij zocht naar natuurlijke verklaringen voor de natuurprocessen. Hij liet zien dat de mens het resultaat was van een lange biologische ontwikkeling. Dat zette hij in zijn boek ‘het ontstaan der soorten’. Daarin stond dat alle levende wezens afstammen van vroegere primitievere vormen. Hij ontdekte heel veel nieuwe dieren. Hij dacht dat God allerlei verschillende soorten vinken, ….. had gemaakt.
In zijn andere boek ‘afstamming van de mens’ zei hij dat er een overeenkomst was tussen mensen en apen (de schedels waren hetzelfde) Alles stamt af van 1 oercel dacht Darwin, maar door mutatie is er een grote variatie aan dieren en planten. Freud was een psycholoog uit de 19e eeuw. Volgens hem bestaat er een spanning tussen de driften en behoeften van de mens en de eisen van de omgeving. Driften = sex voor mens = zuigreflex van een zuigeling. Door traumatische ervaringen uit onze jeugd (conflicten) naar het bewustzijn te brengen kan hij weer normaal en gezond worden. Hij vergelijkt ons met een ijsberg waar alleen het topje het bewustzijn is. De rest is het onderbewustzijn (dromen enz.). Hij geloofde dat onze dromen signalen waren, waarnaar je moest luisteren. Kunstenaars gingen ook steeds meer vanuit het onderbewustzijn werken creëren: het surrealisme.
In de 20e eeuw sprak men vaak van existentiefilosofen. Zij baseerden zich op Kierkegaard, Hegel en Marx.
Één daarvan was Nietzsche, volgens hem hadden het christendom en de filosofische traditie zich afgewend van ‘echte’ wereld en zich gericht op de ‘hemel’. Hij zei: “luister niet naar mensen die bovenaardse hoop verkondigen, want God is dood”
Sartre steunde hem daar volledig in. Hij beweerde ook dat de mens het enige wezen is dat bewust is van zijn bestaan. In tegenstelling tot de renaissance vond hij de vrijheid van de mens een ‘vloek’, want nu zijn gedoemd te keizen, we zijn verantwoordelijk voor ons eigen.
Hij vond ook dat het bestaan geen zin heeft, ook al wou hij dat niet. Hij vond dat je zin aan je eigen leven moest geven. Existeren betekent je eigen bestaan scheppen.
Alberto had Sofie nu de hele geschiedenis verteld. Sofie moest naar huis om het tuinfeest voor haar verjaardag voor te bereiden. Ze gingen nog even in een boekenwinkel en Alberto liet haar een boek uit de rij van filosofie kijken. Het heette “De wereld van Sofie”.
Op het tuinfeest had ze heel veel klasgenootjes uitgenodigd. Ook Alberto was daar. Ze gingen vandaag proberen te ontsnappen uit het bewustzijn van de majoor. Op het moment dat de majoor een witte mercedes liet crashen, zagen ze hun kans en konden ze via Majorstua ontsnappen. Ze kwamen terecht in de ‘echte’ wereld van Hilde, de majoor enz., maar niemand kon hun verstaan, alleen de andere figuren die hetzelfde als hun gedaan hadden nl. ontsnappen uit een boek. Zo konden ze Hilde en haar vader bespioneren zonder dat ze het merkten. Of ze nog ooit als echte mensen kunnen rondlopen? Elke filosoof zou antwoorden: “Zeg nooit nooit”.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen