
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
Zakelijke gegevens
a. Auteur: Louis Marie Anne Couperus
b. Titel: Iskander, J.M. Meulenhoff, Amsterdam, 1961-6, 350 blz. (eerste druk 1920)
c. Genre: historische roman
Eerste reactie:
a. Ik hou wel van historische romans en vanuit mijn gymnasiumachtergrond weet ik wel een beetje wie Alexander de Grote was. Het leek mij dus wel interessant om een boek over hem te lezen.
b. Ik vond het een leuk boek, hoewel het taalgebruik wel weer even wennen was. Het was een mooi boek en de ondergang van Alexandros is mooi weergegeven. Ook geeft het een fascinerende schildering van de oude oosterse wereld.
Verdieping
a. Samenvatting:
Eerste boek:
Als het verhaal begint zijn nieuwe soldaten uit Macedonië op weg naar Alexandros. Als zij onderweg zijn komt een boodschapper, de onderofficier Gorgias, hen melden dat Alexandros ziek is geworden toen hij in de rivier de Kydnos ging zwemmen en nu op sterven ligt. Het verhaal verplaatst zich naar Tarsos naar Alexandros. Zijn geneesheer geneest hem gelukkig en iedereen wordt weer vrolijk. Hier is de jonge veldheer nog echt Macedonisch. Hij ziet eruit als een knaap en bekoort iedereen. Zijn vrienden zijn zijn beste kameraden. Dan vertrekt het Perzische leger onder leiding van Koning Dareios uit Babylon. Dareios heeft al een slecht voorgevoel ondanks de pracht van zijn legers, en terecht. Alexandros trekt vrolijk en vol hoop ten strijde. In een felle slag bij Issos verslaat hij Dareios voor de eerste keer, maar die weet nog net te ontkomen. Als Alexandros in het Perzische kamp komt vindt hij daar de Perzische Koninklijke familie en neemt die gevangn. Wel laat hij ze hun weelde en eer behouden. Hij behandelt ze als gelijken en hij maakt grote indruk op hen door zijn edelmoedigheid en jeugd. Andersom wordt Alexandros bekoord door de bevalligheid en sierlijkheid van de Perzen. Langzamerhand beginnen Sisygambis, de moeder van Dareios en Alexandros elkaar steeds meer lief te hebben als moeder en zoon. Ook verblijft Alexandros verder in de tent van Dareios en neemt ook zijn oppereunuch, Bagoas, over, die hem nu eigenlijk nog haat. Het is het begin van het steeds meer Perzisch worden en zijn ondergang. Terwijl Dareios zijn legers verzamelt, trekt Alexandros verder Perzië in. Parmenion, zijn opperbevelhebber verovert Damascus. Alexandros verovert nu Sidon waar hij een relatie krijgt met Barsina, die hij bij Issos gevangen genomen had en die hem een kind zal baren, Herakles. Als Alexandros later geen aandacht meer aan haar besteedt, pleegt zij zelfmoord en laat haar zoon achter, die Alexandros door Sisygambis laat opvoeden Bagoas danst voor hem en bereidt hem de gekruide wijn, die alleen de koningen drinken en waaraan Alexandros langzamerhand verslaaft raakt. Hij besluit Perzië en zijn koningen te wreken en wil een langzame wraak, waar hij jaren van kan genieten. Dan gaat Alexandros verder naar Tyros, dat zich niet over wil geven, terwijl hij de Koninklijke familie achterlaat in Tyros. Na een maandenlang beleg verovert hij dan eindelijk Tyros. Alle inwoners laat hij kruisigen. Dit is een nieuwe wreedheid, hem anders zo vreemd. Hij was geen Helleen meer, maar door triomf na triomf verwerd hij langzaam tot een Aziatische alleenheerser vol hoogmoed. Dareios biedt hem vrede aan maar Alexandros weigert deze. Hij wil meer. Hij wil verder tot aan Indië, tot aan de oceaan. Hij wil de hele wereld! Alexandros verovert Gaza en daarna Egypte, waar hij Alexandria sticht.. Door het orakel van Ammon laat hij zich tot zoon van Zeus uitroepen. De Perzen zijn vol eerbied maar de Vrienden merken dat hij boven hen uit stijgt en niet meer de beminnelijke kameraad van vroeger is. Alexandros trekt de rivier de Tigris over. Hij heeft de Koninklijke familie meegenomen. Hij weigert ook een tweede vredesbod van Dareios. Op een gegeven moment sterft de zwangere Stateira, de zuster en vrouw van Dareios, die Alexandros heimelijk lief had. Alexandros heeft hierna veel verdriet en rouwt als de Perzen. Ook Dareios is vol rouw als hij dit hoort en biedt Alexandros voor de derde maal vrede aan, welke weer geweigerd wordt. Dareios beseft zich nu ook dat zijn familie wel tevreden is bij Alexandros en na twee jaar eigenlijk niet meer bij hem weg wil. Dan volgt de slag bij Arbela. Na een lang gevecht waarin Alexandros bijna verliest, verslaat hij uiteindelijk de Perzische koning Dareios III definitief, hoewel die opnieuw vlucht naar Ekbátana om daar zijn legers op te bouwen. Nu gaan ze naar Babylon, waarvan de weg vrij is gelaten door de Perzen.
Tweede boek:
Alexandros gaat nu Babylon binnen. Bagoas heeft er in het geheim voor gezorgd dat de weg ernaar open was. Hij doet dit om wraak te nemen. Hij weet wat voor invloed Babylon op Alexandros zal hebben. Voor de Babyloniërs maakt het niet uit wie er over hen heerst, zolang ze maar handel kunnen drijven. Alexandros wil nu alle plezieren van de oude oosterse koningen beleven. Er worden feesten georganiseerd, er wordt gedronken en Bagoas organiseert de ene na de andere orgie voor Alexandros. Ook het leger vermaakt zich goed in de straten van Babylon. Alexandros is nu zover dat hij besluit zich in de Perzische koningsgewaden te dossen. Ook Hefaistion doet dit, Alexandros’ beste vriend, uit liefde voor Alexandros. De andere vrienden doen dit nog niet. Zij houden liever vast aan de macedonische zeden en gewoonten. Zij vinden dat Alexandros nu eigenlijk te ver gaat. Hoewel hij ze in het begin gebood weer op te staan, duldt Alexandros nu ook dat de Perzen voor hem knielen en hem vereren. Hefaistion haalt hem over om te trouwen met Stateira, de oudste dochter van Dareios en vraagt of hij zelf mag trouwen met Drypetis, het jongere zusje. Dit zullen zij doen te Suza, waar de Perzische koningen van oudsher trouwen. Stateira en Drypetis zijn dolgelukkig en ook Sisygambis, die hoopt op verzoening met Dareios. Na een tijdeje vertrekken ze naar Suza waar ze dan eindelijk trouwen. Ochos, de zoon van Dareios, gaat naar het knapenkamp. Daarna trekt Alexandros verder naar het oosten. De vrouwen laat hij achter. Na een tijd komt hij aan bij Persepolis. Hij is eigenlijk nu pas in het ‘echte’ Perzië. Dit is de hoofdstad van Perzië en Alexandros voelt zich nu onoverwinnelijk aangezien hij nog geen enkele slag verloren heeft en is vol hoogmoed. Inmiddels is ook Bagoas Alexandros lief gaan hebben en wil geen wraak meer. Hij smeekt Alexandros de wijn niet meer te drinken, maar Alexandros gaat onophoudelijk door en slaat geen acht op zijn waarschuwingen. Ondertussen is er een feest gaande en ze horen het gedruis der orgie. Alexandros gaat er heen met Bagoas en feest. Thaïs, de vriendin van Ptolomaïos, is ooit door Alexandros afgewezen als minnares en wil zich hier nu op wreken. Zij haalt hem over om het hele paleis in brand te steken met z’n allen en de beschonken mannen en vrouwen vernietigen zo door vuur de fabelachtige paleizen van Persepolis. Later heeft hij hier grote spijt van. In het geheim gaat hij naar Sisygambis en meld haar het gebeurde, ook zij vindt het verschrikkelijk. Ondertussen verzamelt Dareios uit de noordelijke satrapieën zijn nieuwe legers. Bessos, de satraap (onderkoning) van Baktriana, wat een derde is van het Perzische rijk, wil samen met zijn vriend Nabarzanes Dareios afzetten en wil zelf koning worden. Op een nacht dringen zij Dareios tent binnen en boeien hem. Hij verzet zich niet omdat hij door heeft dat dit het einde is en laat het gebeuren. De weinige troepen die de verraden en verlaten koning nog trouw zijn proberen hem te bevrijden, maar het aantal Baktriërs is te groot en Bessos ontkomt met Dareios. Als Alexandros dit hoort zet hij de achtervolging in; hij wil hem levend terugbrengen. Onderweg sluiten steeds meer Perzen zich bij hem aan die voor de Baktriërs gevlucht zijn. Na een lange achtervolging halen zij de Baktriërs in. De barbaren vluchtten nu allen in een grote wanorde. De Macedoniërs vinden het lijk van Dareios, die snel vermoord is door Bessos voor hij vluchtte. Alexandros wil Dareios nu wreken. Uiteindelijk vindt hij hem tijdens zijn veroveringen en probeert hem zo wreed mogelijk om het leven te brengen. Inmiddels behoort zelfs Oxathres, de broer van Dareios tot de Vrienden en Alexandros heeft steeds meer Perzen om zich heen. Alexandros gaat verder met oorlog voeren. Ditmaal gaat hij zijn gezag bevestigen in vijandelijke satrapieën, steeds verder naar het oosten. Nu kleedt Alexandros zich zonder aarzeling als een Perzisch Despoot. Ook de vrienden dragen nu Perzische gewaden. Alexandros laat zelfs zijn baard en haar groeien als een Pers. De Vrienden spreken hem nu ook met meer eerbied aan, behalve Filotas, waaraan Alexandros zich ergert. Alexandros gaat door tot aan Hyrkanië. Deze dagen lijkt hij weer een beetje op de jeugdige Macedonische prins, in zijn eenvoudige, metalen pantserrok. Alexandros besluit overal in zijn rijk steden te stichten met de naam Alexandria. Filotas wordt door een soldaat van een samenzwering op de hoogte bracht, maar vertelt het niet aan de koning. Als de soldaat hier achter komt vertelt hij de koning zelf. Aangezien Filotas het niet heeft verteld, het minderwaardig achtende, wordt hij nu verdacht als hoofd van de samenzwering samen met Parmenion, zijn vader. Alexandros wil dit eerst niet geloven, maar raakt er langzamerhand van overtuigd. Hij laat uiteindelijk Filotas stenigen en laat Parmenion vermoorden, die met een groot gedeelte van het leger is achtergebleven in Ekbátana. Iedereen is door dit alles flink geschokt, aangezien beide erg populair waren bij iedereen. Bij zijn verdere tochten naar het oosten is de koning soms onnodig wreed. Hij laat hele steden uitroeien, zelfs als zij geen kwaad hadden gedaan. Ondertussen smachten de vrouwen in Suza naar Alexandros. Af en toe krijgen zij brieven, maar zij hebben de koning inmiddels al een paar jaar niet meer gezien. Hij is immer in het oosten, aan het vechten, bezig zijn gezag te bevestigen. Bagoas, die de koning achter had gelaten, word nu teruggeroepen, aangezien Alexandros smachtte naar de gekruide wijnen. De koning is nu in Sogdiana, in een koninklijk jachtpark. Hij ziet er echt uit als een Perzisch Despoot, met zijn lange gewaden, het lange haar en de baard. Al zijn bewegingen zijn Perzisch. Alexandros ergert zich aan de oude, kameraadschappelijke, joviale handgebaren waarmee de Macedoniërs hem nog steeds groeten. Hij zou willen dat zij voor hem knielen en hem eren, zoals de Perzen dat doen. Tijdens een van de festijnen maakt Alexandros bekent dat hij hierna Europa wil veroveren. De Vrienden zijn hierover niet zo enthousiast, wat Alexandros ergert. Zij, eigenlijk iedereen, willen terug naar Macedonië, naar huis. Ze hebben allang al genoeg van de nu al jaren durende oorlog. Kleitos, een van de vrienden en nog een echte Macedoniër, durft door zijn beschonkenheid openlijk tegen Alexandros te spreken. Alexandros heeft er nu genoeg van en in een opwelling van verschrikkelijke woede doodt hij Kleitos. Alexandros, weer nuchter, beseft wat hij gedaan heeft en stoot verschrikkelijke kreten uit. Hij wil zelf nu ook liever doodt. Maar zijn Vrienden houden hem tegen. Als Alexandros weer verder gaat komt hij bij de immer vijandige satraap Oxyartes. Hij overwint ook daar en als hij de dochter van de satraap, Ròxane, ziet, besluit hij in een opwelling tot tweede vrouw te nemen. Zijn eerzucht neemt Alexandros verder mee naar het fabelachtige Indië. Ook de Vrienden knielen inmiddels voor hem en eren hem, uit angst na de dood van drie zeer trouwe veldheren: Filotas, Parmenion en Kleitos. Zij zijn nu zijn vrienden niet meer beseft ook Alexandros. Alexandros stuurt Hefaistion naar Ekbátana, aangezien hij de blik van inwendig verwijt van die niet meer kan verduren. Alexandros is nu totaal overwonnen door de Perzische cultuur. In Indië verslaat hij vele koningen: Omfis, Abisares en na een verschrikkelijk slag zelfs de grote Poros. De Fortuin is na al die jaren nog steeds bij hem. Dan gaat hij, omdat zijn soldaten hem nu smeken terug te keren, weer terug en komt aan bij het graf van Kyros, de eerste koning van Azië. Als hij het binnengaat ziet hij dat er van al de weelde bijna niets meer over is na al die jaren en hij beseft dat uiteindelijk alle roem vergaat en alles verdwijnt in het niets. Vanaf dat moment hoeft hij niet meer zo nodig alles te veroveren. Het maakt hem niet zo veel meer uit. Hij laat het graf van Kyros herstellen en kruisigt de bewakers, die hun plicht niet goed vervult hebben. Hij smacht nu naar Hefaistion en keert weer terug naar Ekbátana. Dan wordt de beminde Hefaistion opeens ziek en sterft. De koning en ook Drypetis, Hefaistions vrouwtje, zijn dan in hevige rouw en ontroostbaar. Hefaistion wordt bij Babylon verbrandt met de allergrootste eer en weelde. Alexandros ziet na jaren de Perzische vrouwen daar weer. Ròxane, die de koning geheel vergeten lijkt te zijn, is zwanger geworden en hoopt dat zij de Alexandros’ erfgenaam zal baren, maar Alexandros wil dit absoluut niet en heeft spijt van zijn huwelijk. Ook Alexandros wordt nu ernstig ziek. Hij is wel vaker ziek, maar nog niet zo lang. Af en toe lijkt hij beter. Ook ziet hij nu, terwijl hij ziek op bed ligt, Ochos weer, waarvoor hij in het begin als een vader was en die nu bijna een man is geworden. Van de Vrienden geniet nu vooral Perdikkas de genegenheid, nu Filotas, Kleitos en Hefaistion niet meer waren. Ròxane had hem voor zich gewonnen en zij maakten samen plannen tegen de koning. Ròxane wilde dat haar zoon erfgenaam zou worden. Met een list doden zij Stateira en Drypetis, de twee dochters van Dareios en kort daarna sterft ook de 33-jarige Alexandros aan zijn ziekte. Hij laat geen erfgenaam achter. Er ontstaat grote verwarring. Niemand weet meer wat te doen. De Vrienden zijn nu opeens vijanden en haten elkaar. In uiterste rouw sterft nu ook Sisygambis, die Alexandros lief had met een hartstochtelijke moederliefde. Het enige wat achterblijft is een grote chaos, die Alexandros alleen had weten te bedwingen.
b. Onderzoek van de verhaaltechniek:
De schrijfstijl: De roman is geschreven in een stijl van enigszins gekunstelde sierlijkheid.
De ruimte: Het verhaal speelt zich af in Azië, in het Perzische rijk, van Tarsos tot aan de grenzen van de Indos. Er is sprake van belangenruimte. Als Alexandros zit op de troon van de oude Perzische koningen, voelt hij zich almachtig en is hij heel hoogmoedig. Maar als hij weer aan het reizen is, is hij vaak meer de oude. Het verhaal heeft een informatieve opening en een beetje een open einde: Alexandros is dood en daardoor ontstaat er een grote chaos en er wordt gevochten. Je krijgt niet te horen hoe het daarmee afloopt. Het verhaal wordt in een chronologische volgorde vertelt. Er vinden vele versnellingen en vertragingen plaats.
De verhaalfiguren: De belangrijkste personages in dit boek waren Alexandros, Sisygambis, Dareios, Hefaistion, beide Stateira’s, Drypetis, de Vrienden (Hefaistion, Meleagros, Koinos, Krateros, Perdikkas, Kleitos, Ptolomaïos, Filotas, enzovoort), Bagoas, Ròxane, Oxathres, Parmenion, het Macedonische leger en de Perzen. Een aantal hiervan zijn flat characters.
De situaties: Je kunt het boek al een beetje indelen in drie situaties: in het begin is Alexandros nog een jonge knaap, echt macedonisch, dan verwordt hij steeds meer tot een Perzisch Despoot en op het einde is hij dat ook echt. Ook het leger wil het hele verhaal door steeds liever naar huis en ze hebben steeds meer genoeg van de oorlog. In de beginsituatie is er nog niet zo veel aan de hand. Er ontstaat een nieuwe situatie als Alexandros de Perzische koninklijke familie ontmoet. Hij ondervindt dan de eerste Perzische invloeden. Als Het orakel van Ammon Alexandros uitroept tot zoon van Zeus wordt hij nog hoogmoediger. Na de dood van Stateira is hij erg droevig. Dan verslaat hij Dareios definitief en ontstaat er een nieuwe situatie. In Babylon kleedt hij zich voor het eerst Perzisch. Dan trouwt Alexandros met Stateira en is hij geen vrijgezel meer. Hij gaat verder en laat de vrouwen achter. Door de vrouwen was er nog een soort beschaafdheid, maar nu zij weg zijn, wordt Alexandros niet meer in toom gehouden. Als hij een tijd alleen zijn gezag gaat bevestigen en Dareios gevangen genomen wordt door verraders is de oorlog met Dareios in principe over. Als die ook gedood wordt is Alexandros echt de koning van Azië. Hij gaat nu op zoek naar Bessos. Als Filotas en Parmenion gedood worden, verkoelt de verhouding tussen Alexandros en zijn Vrienden. Dit wordt nog erger als ook Kleitos gedood wordt. Dan trouwt hij met Ròxane en verandert de situatie. Bij het graf van Kyros verdwijnt de dwang om te veroveren, waardoor dus een hele nieuwe situatie ontstaat. De situatie verandert ook als Hefaistion sterft. Dan ontstaat er een samenzwering tegen Alexandros en sterft hij aan zijn ziekte. In het eerste gedeelte wordt het proces beschreven waarin Alexandros van Macedoniër tot Pers wordt en in het tweede gedeelte van Pers naar een echte barbaar. Hij is totaal overwonnen.
De vertelwijze: "Iskander" is een auctoriaal verhaal. Hij beschrijft in een groot deel van de roman de personages van buitenaf. Maar er zijn ook passages waarin de lezer de gedachten en de gevoelens van de personages verneemt.
c. Op zoek naar de thematiek
De overwinnaar wordt overwonnen. De onoverwinnelijke jonge koning die door niemand verslagen wordt in gevechten, wordt langzamerhand overwonnen door de cultuur van de Perzen, door hun manier van leven en gaat hieraan ten onder. Wat de Perzische legers niet konden winnen, werd overwonnen door hun manier van leven. Ook wordt er gestalte gegeven aan de betrekkelijkheid van aardse roem en grootheid en de ondergang in beeld gebracht van een man, die zijn krachten te boven ging. Je ziet Alexandros door het hele boek heen steeds meer Perzisch worden. Ook de naam van het boek, Iskander, duidt hierop. Het is de naam waarmee Ochos, het kleine zoontje van de koning, Alexandros aanspreekt. Het is Alexandros maar dan met Perzische klanken. Alle Perzen beginnen hem zo te noemen. Bij het graf van Kyros ontdekt hij dat alles uiteindelijk vergaat in het Niets. Het graf is een weerspiegeling daarvan. Van alle weelde is niets meer over.
d. Plaats in de literatuurgeschiedenis
a. Dit werk, Iskander, is voor het eerst gepubliceerd in 1920, in Rotterdam.
b. Nederlands romanschrijver ('s-Gravenhage 10.6.1863-De Steeg 16.7.1923). Als jongste kind uit een groot gezin groeide hij op onder de hoede van zijn moeder en zusters in ontzag voor zijn vader, bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, aan wiens verwachtingen hij niet kon voldoen. Deze situatie heeft zijn persoon en het karakter van zijn werk sterk bepaald. Zes jaar van zijn jeugd bracht hij in Nederlands-Indië door. In 1878 keerde hij naar Den Haag terug en bezocht er de hbs, die hij niet voltooide. In 1886 legde hij het middelbaar examen Nederlands af.
Zijn eerste werk bestond uit gedichten, waaraan vanwege hun gekunsteldheid bij De Nieuwe Gids een slechte ontvangst ten deel viel. Hij rehabiliteerde zich als prozaïst met de psychologisch-realistische roman Eline Vere (3 dln., 1889). Met gedichten trad hij sindsdien nog slechts bij uitzondering op. In 1891 huwde hij zijn nicht Elisabeth Baud. Vanaf 1893 reisde en woonde hij in het buitenland, vooral in Zuid-Frankrijk en Italië. Gedurende WO I vertoefde hij weer in Den Haag. Met W.G. van Nouhuys en C. Buysse maakte hij sinds 1903 deel uit van de redactie van Groot Nederland. Het werk van de vaak als een precieuze luiaard poserende Couperus, type van de dandy, kan globaal in vier groepen worden verdeeld; eigentijdse psychologische romans; symbolische sprookjes en mythologische romans; historische romans, die zich steeds in een ten ondergang gedoemde of decadent geworden cultuur afspelen; korte historische verhalen, reisimpressies en journalistieke schetsen, die hij voornamelijk sinds 1909 voor het dagblad Het Vaderland en sinds 1916 voor het weekblad De Haagsche Post schreef en in talloze bundels bijeenbracht. Vele van zijn werken werden vertaald (in het Engels door zijn vriend A. Teixeira de Mattos).
Hoofdmotief in zijn romans is het Noodlot, dat mens en maatschappij beheerst. In Eline Vere wordt het nog in hoofdzaak deterministisch opgevat, later wordt het meer en meer gezien als een in wezen onbegrepen fataliteit (bijv. De stille kracht, 1900; Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan, 1906; De ongelukkige, 1915). Zowel ieder mens afzonderlijk als gehele volken en culturen zijn aan dit Noodlot, dat ervaren wordt als een onbegrepen schuld die men boeten moet, onderworpen. Ook wordt zijn werk gekenmerkt door het motief van de tegenstelling tussen noordelijke streken en de zuidelijke landen aan de Middellandse Zee. Het noorden representeert de benepen, sombere, koude, onvrije en stoer-manlijke vorm van leven tegenover het open, warme, vrije, soms zwoele en vaak week-vrouwelijke leven in het zuiden. Couperus' voorkeur voor het laatste hangt samen met zijn psychische structuur, die hij eerst in Dionyzos (1904) geheel weet te aanvaarden. Daarna pas schrijft hij zijn reeks historische romans, spelend in het Rome van de keizertijd en andere decadente cultuurgemeenschappen.
Eline Vere is de geschiedenis van een zeer onevenwichtige jonge vrouw met zwakke gezondheid, die door het Noodlot langzaam tot zelfmoord wordt gedreven. Dit Noodlot zetelt in de eerste plaats in haar eigen gesteldheid, product van erfelijke factoren, opvoeding en het milieu waarin zij verkeert, geheel volgens de opvattingen die leefden binnen het naturalisme. Eline's angst voor de werkelijkheid doet haar zichzelf verliezen in dromen, die echter onhoudbaar blijken, zodat haar angst en melancholie verhevigd terugkeren. De ondertitel `Een Haagsche roman' bestempelt Eline Vere tevens als zedenroman. Voornamelijk de gegoede Haagse kringen van het einde der 19de eeuw zijn er achtergrond én tegenspelers. Het verhaal is namelijk opgebouwd uit vergelijkbare scènes: Eline's lotgevallen vertonen overeenkomst met die van anderen of zijn daarmee in tegenstelling.
In De boeken der kleine zielen, bestaande uit De kleine zielen (1901), Het late leven (1902), Zielenschemering (1902), Het heilige weten (1903), komt de tegenstelling naast het compositorisch gebruik ervan, voor als motief in de opzet van bijna alle figuren. Hierdoor reikt deze roman verder dan Eline Vere. Het betreft de tegenstelling
tussen kleinheid en grootheid van ziel, afgewisseld met die tussen schijn en werkelijkheid in het leven. Zo belichaamt deze roman vóór alles Couperus' visie op de noordelijke levenssfeer en draagt daarbij sterk het karakter van een afrekening.
De berg van licht (1905-1906) is Couperus' eerste historische roman. Het verhaal speelt in het Romeinse keizerrijk ten tijde van Heliogabalus (218-222), toen het rijk aan velerlei destructieve krachten blootstond en oosterse religieuze invloeden zich steeds sterker deden gelden. In zijn vorige werk had Couperus de zuidelijke levenssfeer meestal slechts aan die in het Noorden ten voorbeeld gesteld; nu kiest hij deze levenssfeer zelf tot onderwerp. De compositie van deze groots opgezette roman is vrij los. Het eerste deel, in Emessa spelend en handelend over Heliogabalus' verkiezing tot keizer, wordt in één vloeiende lijn verteld. De beide volgende delen laten weer de tegenstelling tussen scènes zien als belangrijkste kunstgreep, maar nu geheel in dienst van een dramatische ontwikkeling.
Iskander. De roman van Alexander den Groote (2 delen, 1920) draagt duidelijk het stempel van Couperus' eigen visie. Weer staan het Westen en het Oosten tegenover elkaar. De manlijke kracht der Macedonische legers overwint het week-vrouwelijke, overbeschaafde Perzische rijk. Vooral de eunuch Bagoas, die Alexander dient én haat, is de bewerker van zijn ondergang. Deze vervult dezelfde noodlotsrol als Vincent in Eline Vere en Hierocles in De berg van licht. Wierp in laatstgenoemde roman de val van het westerse Rome nog slechts zijn schaduw vooruit en werd vooral de persoonlijke nederlaag van de oosterse priester-keizer verhaald, hier is de ondergang van de westerse kracht, in de persoon van Alexander, het eigenlijke onderwerp.
Hoewel typisch een vertegenwoordiger van de literatuur van zijn tijd (determinisme en naturalisme in Eline Vere, psychologisch realisme in De boeken der kleine zielen, exotisme in de historische romans) is Couperus in hoge mate oorspronkelijk. Het noodlotsmotief bijv. vertoont een zeer persoonlijk cachet en het motief van de geografisch gesitueerde polaire krachten vindt men in Nederland zo alleen bij hem. Een denker was hij niet, wel een scherp waarnemer, die intuïtief velerlei problemen begreep. Vóór alles was hij een romancier: hij bezat het vermogen de door hem opgeroepen personen en situaties een eigen, onafhankelijk leven te verlenen, waarbij iedere figuur een andere kant van het behandelde probleem belichaamt. Meestal is de compositie goed doordacht. Als subliem verteller weet hij zijn romans en verhalen een dynamische ontwikkeling te geven, al brengt de ijdele arrangeur in hem soms statische passages of te schetsmatig gebleven gedeelten aan. Aanvankelijk beïnvloed door Ouida, Tolstoj, Flaubert, Zola en Wilde, vindt hij al in zijn eerste roman een volstrekt eigen toon. Deze wordt in hoge mate bepaald door zijn enigszins geaffecteerde, precieuze, in de loop der jaren volgens sommigen overdadig geworden stijl, vol neologismen, archaïsmen en inversies. In het algemeen ziet men deze stijl echter als een wezenlijk bestanddeel van Couperus' werk.
Werken:
Noodlot (1891), r.; Extaze. Een boek van geluk (1892), r.; Majesteit (1893), r.; Reisimpressies (1894), reisbr.; Wereldvrede (1895), r.; Metamorfoze (1897), autobiogr. r.; Psyche (1898), sprookje; Fidessa (1899), sprookje; Langs lijnen van geleidelijkheid (1900), r.; Babel (1901), myth. verh.; Aan de weg der vreugde (1906), r.; Van en over mijzelf en anderen (1910-1917), schetsen en verh.; Antiek toerisme. Roman uit Oud-Egypte (1911), hist. r.; Korte arabesken (1911), schetsen en verh.; Uit blanke steden onder blauwe lucht (1912-1913), schetsen; Herakles (1913), myth. r.; Van en over alles en iedereen (1915), reisschetsen; De komedianten (1917), hist. r.; De ode (1919), hist. nov.; Het zwevende schaakbord (1922), hist. r.; vervolg en parodie op de Middelnederl. Walewein; Proza, 3 dln. (1923), verh. en schetsen; Oostwaarts (1923), reisschetsen.
Uitgaven:
Verzameld werk, 12 dln. (1952-1957); Nagelaten werk (1975); Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever, 2 dln. (1977), ingel. en van aant. voorz. door F.L. Bastet; Aan de weg der vreugde (1982), met een naw. van F.L. Bastet.
c. Het boek is een naturalistische roman, dat is een stroming die tegen het einde van de negentiende eeuw ontstond.
d. Iskander. De roman van Alexander den Groote draagt duidelijk het stempel van Couperus' eigen visie. Weer staan het Westen en het Oosten tegenover elkaar. De manlijke kracht der Macedonische legers overwint het week-vrouwelijke, overbeschaafde Perzische rijk. Vooral de eunuch Bagoas, die Alexander dient én haat, is de bewerker van zijn ondergang. Deze vervult dezelfde noodlotsrol als Vincent in Eline Vere en Hierocles in De berg van licht. Wierp in laatstgenoemde roman de val van het westerse Rome nog slechts zijn schaduw vooruit en werd vooral de persoonlijke nederlaag van de oosterse priester-keizer verhaald, hier is de ondergang van de westerse kracht, in de persoon van Alexander, het eigenlijke onderwerp. Couperus was biseksueel. In Iskander heeft Alexandros een hele goede vriend, Hefaistion, die hij al vanaf zijn kinderjaren kent. Er zijn vermoedens dat de historische Alexander een verhouding had met Hefaistion. Dit zou best kunnen, aangezien het bij de oude Grieken heel normaal was dat mannen een verhouding hadden met een andere man, naast hun eigen vrouw en minnaressen. Het zou kunnen dat Couperus zo iets van zichzelf in het verhaal heeft verwerkt, hoewel er geen duidelijke relatie tussen Alexandros en Hefaistion naar voren komt in het verhaal.
e. Het naturalisme komt duidelijk naar voren. Alexandros is duidelijk bepaald door erfelijke eigenschappen, milieu en omstandigheden. De Perzische leefwijze beïnvloedt hem zeer. Er is een sterke psychologische diepgang. Ook is er een sterk sociaal gevoel: er is een bepaald medelijden met de beschreven ellende en er zijn pogingen om Alexandros’ psychische veranderingen te verklaren vanuit de oosterse invloeden.
Beoordeling
Het verhaal is soms best wel aangrijpend en je leeft met de personen mee. Het is soms ook wel diepzinnig als de oorzaak van de verandering van Alexandros onderzocht wordt. Er kunnen interessante redeneringen tussen zitten. Verder vind ik het natuurlijk leuk om over Alexander de Grote te lezen. Ik hou wel van verhalen die zich afspelen in een andere tijd. Je krijgt een fascinerend beeld van de oude oosterse wereld. Hoe de Perzen leefden en hun koning vereerden. Ook heb ik voor de samenvatting wat informatie opgezocht over de historische Alexander de Grote als houvast en het blijkt dat de verhaallijn aardig overeenkomt met de historische gebeurtenissen, alhoewel Couperus er natuurlijk heel vrij mee is omgegaan. De passage die mij het sterkst aanspreekt is die bij het graf van Kyros als Alexandros erachter komt dat uiteindelijk alles verdwijnt in het Niets, dat alles uiteindelijk tot stof vergaat en verdwijnt in de vergetelheid. Dit is misschien een rare gedachte, maar het klopt wel. Ook vind het interessant om te zien hoe Alexandros steeds meer tot Pers verwordt. Ik kan niet zo snel iets negatiefs bedenken, alles draagt bij aan de sfeer van het boek. Ook vind ik het moeilijk om dit boek met een ander boek te vergelijken. Couperus heeft een hele eigen stijl en ik heb nog geen boeken gelezen waar het verhaal overeenkomt met dit verhaal. Ik vind dat het boek een mooi thema heeft. Het heeft me wel een beetje aan het denken gezet. Het is raar om te zien hoe iemand die nog een slag verloren heeft en niet te overwinnen is met wapens, geestelijk totaal overwonnen wordt door de Perzische manier van leven en totaal ten gronde gaat door hun cultuur. Zo kun je zien dat iedereen wel een zwakke plek heeft. Ook de gedachte dat aardse roem heel betrekkelijk is, is op zich natuurlijk ook interessant. Wat ook wel grappig is, is dat in dit boek goed te zien is wat drank met je doet. Dit is waarschijnlijk niet zo bedoeld maar het is een leuke bijkomstigheid. De sterk gekruide Perzische koningsdrank, volgens geheim recept bereid door Bagoas, werkt voor Alexandros zeer verslavend. Hij wil de wijn steeds sterker gekruid hebben, terwijl hij niet tegen de drank bestand is. De Perzen kunnen wel tegen deze drank, maar de Macedoniërs niet. Zij worden luidruchtig en verliezen hun waardigheid. Door de drank spreekt Kleitos tegen Alexandros en in een opwelling, mogelijk gemaakt doordat hij dronken is, doodt Alexandros Kleitos. De drank richt de Macedoniërs te gronde, je ziet hoe het iedereen kapot maakt. Aan het einde is Alexandros alleen nog maar een dronkelap. Dit is ook in de moderne maatschappij nog steeds een probleem en dus iets herkenbaars waar je lering uit kunt trekken. Het taalgebruik is soms niet al te gemakkelijk door de soms wat gekunstelde sierlijkheid. In het begin moest ik heel erg wennen aan de vele bijzinnen. Het waren er soms nog meer als in een Latijnse tekst! Vaak staan er komma’s op plaatsen waar wij die niet meer gebruiken en dat kan heel verwarrend werken. Wat ik ook opmerkte is dat begrippen zoals de Fortuin, de Vrede en het Niets vaak met een hoofdletter worden geschreven. Dit zal wel komen doordat in het oude Griekenland dit ook goden waren. Zoals Nikè, de gevleugelde overwinning. Maar op een gegeven moment went dit alles. Ik vond het al met al een leuk boek. Het was een mooi verhaal en ook een interessant verhaal. Toen ik keek op internet merkte ik dat het verhaal aardig klopte met de historische gebeurtenissen, dus nu weet ik weer wat meer over Alexander de Grote. Couperus heeft zich goed in de geschiedenis verdiept voor hij het boek ging schrijven en dat blijkt ook wel. De ondergang van Alexandros is in dit boek mooi weergegeven. Couperus beschrijft heel mooi hoe Alexandros steeds meer afwijkt van de Macedonische gewoonten en zeden en dan vervolgens van Pers vervalt tot een barbaar, tot een dronkelap. De noodlotsgedachte is duidelijk aanwezig en het is interessant om te zien hoe Alexandros beïnvloedt wordt door zijn omgeving en daaraan dus zelfs ten gronde gaat. Ik zou een ander dit boek wel aanraden, hoewel je denk ik wel een beetje geduld moet hebben. Het is best moeilijk en je moet niet al te snel opgeven. Ik denk dat je het boek ook sneller leuk vindt als je een beetje geïnteresseerd bent in Alexander de Grote. Ik vind het in ieder geval een mooi boek en ik ben blij dat ik het gelezen heb. Ik heb zo een beetje een beeld gekregen van hoe de Oosterse wereld geweest moet zijn en van de veroveringstochten van Alexander de Grote.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.