Boekverslag Marcel Pagnol

Marius

Geschreven door:

Serge

Datum ingestuurd:

11 juni 2003

Taal:

Nederlands

Woorden:

6497

Opvragingen:

3195 (13 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (21 stemmen)

Titel:

Marius

Auteur:

Pagnol, Marcel

Jaar van uitgave:

1930

Moeilijkheidsgraad:


bovenbouw havo/vwo

Auteur:

Pagnol, Marcel

Geslacht:

man

Nationaliteit:

Frans

Populaire titels:

1. Marius

2. Marius

3. Marius

4. Marius

Marius van Marcel Pagnol vertaald door Serge Dierick

Korte inhoud

Fanny is een heel mooi meisje en een Pannisse, een vent van 50, wil met haar trouwen en belooft haar veel geld. Fanny wil wel maar ze is ook verliefd op Marius. Marius die wil haar niet omdat hij wil gaan varen en dan zou hij haar ongelukkig maken, na veel zeveren zegt Marius toch dat het goed is, en dat vertrekt hij toch met de boot. (met andere woorden, zeer inhoudloos en saai)

Belangrijke personages

Fanny: 18 jaar, verkoopster van schelpdieren (coquillages)

Honorine: moeder van Fanny, 45 jaar, mooie marsellaise, visverkoopster.

Marius: 22 jaar, helpt zijn vaer achter de bar glazen spoelen.

Cesar: vader van Marius, 50 jaar, patron van de bar voor zeelui (bar de la marine)

Panisse: 50 jaar, baas van een zeilboot (maître-voilier) op de oude haven heeft hij ook een winkel op de kaai (quai) die ruikt naar teer (goudron) en touw.

Escartefique: 50 jaar, kapitein van de ferryboot die 24 uur per dag overvaart in de oude haven

Piquoiseque: bedelaar (mendiant)

M. Brun: douanecontroleur uit Lyon

De chauffeur van de ferryboot: 14-16 jaar

Le Goelec: uit Bretagne, baas van de havenwijk

HET COMPLETE VERHAAL VERTAALD:ALLE DETAILS

(de persoonages zijn steeds afgekort door de eerste letter van hun naam, soms is het een beetje moeilijk te volgen maar het verhaal zal je wel begrijpen als je dit allemaal hebt gelezen, en let niet op de schrijffouten)
Scene 1 (p.11)

E: wil wat bestellen en fluit maar César blijft slapen
M: denk eraan dat mijn vader opstaat om 3 uur ’s morgens en achter de toombank (comptoir) staat tot 9u ’s avonds. Zelf doe ik de namiddag en de avond, heb je zelf veel volk gehad?
E: 1 passagier om de 2 vaarten
M: hoe komt dat?
E: het is de zweefpont (overlaadbrug, pont transbordeur), voor ze deze gebouwd hadden, was mijn boot altijd vol maar nu is het moderner met de zweefpont en hebben de mensen geen last meer van zeeziekte
M: komt dat echt voor op een afstandje van 100 meter?
E: Zeker. Sinds 30 jaar heb ik dat wel al een paar keer gezien
M: 30 jaar, ben je niet jaloers op de boten die de volle zee ingaan, de ver gaan, wil je dat zelf niet?
E: wat denk je wel niet?M: ik zie dat je lijkt (souffre) als je de aperetief neemt met M. Caderousse en M. Philippeau die uit Brasilië en Madagaskar komen.
E: neen, ik ben hier gelukkig.
Piquoiseau staat op, lacht en zegt: morgen, allemaal aan boor en Esquartefique, ik maak je uitverkorene van het legioen van dapperheid (spottent) en hij gaat weg.
M: hij is arm, krijgt wel eens een glas van me, maar hij kan mooi vertellen over de tijd van de zeilschepen.
De chauffeur komt binnen: er is volk, 6 man, zullen we vertrekken?


Scene 2 (p.19)

Fanny staat op en pakt fruit de mer, ze komt naar het café en kijkt naar marius
Een liefdes dialoog:denk je aan mij…
Waarom kwam je niet dansen, a.d. cascade zoals iedere zondag…
Ze maakt hem jalours met victor, marius kan niet dansen, fanny kan het hem leren.
Marius heeft meneer Brun ontmoet, hij heeft lessen gevolgd in een school voor doane. En verdient hij veel? Niet meer dan voor zijn kleren te wassen, dat zij yara (een piloot). Cesar komt er bij, en vraagt, is je moeder ziek, ze heeft geen apperitief genomen.
F:klopt ze is naar de couturier(kleermaker).
M:C wil je koffie
C:kwil geen koffie, als we er allebei een nemen schiet er niets over voor de klanten, je drinkt heel het magazijn leeg terwijl ik lig te slapen.
M:als ik naar 23 jaar nog geen tas koffie mag serveren.
C: je gehoorzaamd je vader.
C:F in mijn tijd had je respect voor je vader. Marius is gekwetst, de mogelijk is werken.
C:dat is een noodzakelijk kwaat.
F:het is waar dat alles rond werken draait.
C:vanavond om 5u als de paul lecat aangekomen, is het terras vol. Misschien wel vijftig mensen.
C:M waar ben je dan.
M:liegt: ik ben dan weg voor grenadine.
C:M waar was je eergisteren (gaan wandelen), je verdwijnt om de paar uur op het onverwacht. M: misschien ben ik neurastenique(zenuwachtig).
C:M waarom.
M: dat komt vanzelf.
C:de waarheid is dat je lui en zwak bent, je bent het evenbeeld van je oom, alles is te vermoeiend, kijk maar naar de chaufeur v.d. ferryboot, hij is zelf nog beter dan jou, je kan zelfs geen coctail maken, mandarein,citron, curacau(hij legt de hoeveelheden uit,zeersaai).

Scene 3 (p.30)

Panisse en meneer Brun komt er bij.
C:M die coctail is een uitvinding van marius.
F:B wilt u vis.
B: ja ik kwam even proeven, een klein beetje mossels en wat schelpen.
P: en ook voor mij.
C: en ook wat wijn uit de streek van parijs.
F: komt hij dan van de Eiffeltoren …(zever)…
B: ik ga vaak flaneren op de boulevard.
C: heb je dan landolfi gezien, een oude vriend, hij heeft een kleine kledingzaak op de kaai, en hij is getrouwd met een grote blonde magere, heb je ze nog niet gezien?
B: ik heb hem nog nooit gezien.
C: en jij gaat altijd gaan wandelen?, dan is hij dood.
P: vreemd, hij heeft een goede gezondheid om dit klimaat te verdragen.
B: maar parijs is groot, daar kan je niet eidereen kennen.
F: ja het is het dubbele van marseille…
Cesar gaat weg, hij gaat zich verkleden zegt M want het is maandag, maandag middag gaat mijn vader zijn vriendinnen bezoeken, een hollandse, die is 2x zoveel waard, men zegt dat ze eten klaarmaakt zoals iemand doet die verliefd is.
M:B doe alsof je niets weet want hij denkt dat niemand het weet.
B: toch normaal als je weduwe bent…
P: het is drie maanden geleden dat ik een ongeluk heb gehad, zijn vrouw(Félicité) is dood gegaan.ze heeft nog een gerecht gegeten en de zondag avond was het haar laatste avond, zo snel ging het. Als ze in haar hemd was amuseerde ik me door rond de tafel te gooien, ik gaf haar hapjes.
B: je moet je je herinneringen niet vertellen.
P: als ik er aan denk dat het niet meer terug komt, wat wil je dan dak doe.
B: tis erg maar ga er vanuit dat we allemaal sterfelijk zijn, de tijd zal ons helpen.
P: ik heb alles gezien en er goed over nagedacht, ik heb geen kinderen, ik ben wees (normaal aan mijn leeftijd) kheb alles gezien, denk erover na.
B: geen domiteiten, we zullen het wel zien.
P: ik wil opnieuw trouwen.
B: wat!
P: zo snel mogelijk, het is stom van alleen te blijven, zij is dood, en door hier te blijven zitten komt ze niet tot leven.
B: daar heb je gelijk in.
P: ik heb in 4 maanden zoveel geblet als normaal in 5jaar.
B: arme panis, je hebt zeker je nieuwe vrouw gekozen.
P: zeker, een dezer dagen krijg je ze te zien.
B: ik reken er op.
Stem: panisse in het magazijn gevraagd. Panisse gaat en zijn bood is vol, hij krijgt een hele hoop klanten. P gaat weer werken.

Scene 4 (p.42)

M:B P wil hertrouwen?,
B: ja en hij is nog maar 3maanden marius.
M: hij wil trouwen met honorine (de moeder van Fanny), ze is niet dom/lelijk dus een goede keuze. (een vrouw gaat zitten op de drempel, naakte voeten, glanzende huid, in haar handen 5 stukken fruit de l’arbre á pain, ze zegt niets, spierwitte tanden, ze noemt la malaise(de zieke).vier franc vraagt ze voor het fruit, en het komt van samoa. B: en hoe heet dat in jou land.
M: vier franc.
B: ze tilt nog aan die vier franc. Marius geeft haar vier franc maar hij wil er wel van proeven. De zieke gaat weg en lacht.
M: maroé zegt hij, het is belachelijk hoe men landen herkent aan hun geur. M loopt naar de toonbank, naar een inteligente blik naar Bruno, die kijkt naar de deur,ze doen of ze zitten te lezen en Cesar komt binnen.
C: ik ben wel weer weg, ik doe een kleine toer in het dorp.
M: dat is goed.
C: misschien ga ik wel naar mostegui (een café) om een vissoep te eten, ik ben weg.
B: (chagrijnig) heb je geen zin om uitleg te geven.
C: nee, ik moet aan mijn leeftijd geen uitleg meer te geven.
B:als we je nodig hebben vragen we je wel in dat café.
C: nee meneer ik heb niets te zeggen, en als ik een toer maak moet ik niet de toestemming krijgen van een lionaise (inwoner van lyon).
B: niemand zegt het omgekeerde.
C: als ik 26 jaar was begreep ik deze verwittiging, en die bespionering, maar ik ben op leeftijd dat ik alleen weg kan.
M: maar papa, jij doet een klein “toertje” (hoeren).
C: voila, mijn zoon zegt het, ik ga weg, het zijn degene die niets te zeggen hebben stellen zich altijd centraal en ik laat mij niet commanderen door een lyonair, tot ziens. M: ze heeft een goede keuken.
C: ja, madame mostegui, ze is weduwe.
C: als de wagen van picon voorbij rijdt neem je 12 flessen, dat is dan 240 franc.
M: ja is goed, 240 flessen voor 12 franc.
C: nee, 12 flessen, 240 franc, o mijn arm kind.
M: wat, arm kind.
C: je bent gewoon stom

Scene 5 (p48)

M: mijn vader is niet verkeerd maar hij roept hele dagen. Vroeger ging Picoisso, tussen het lawaai in de haven, gaat hij naar binnen, doet een militaire groet en vraagt aan Bruno het gebed.
B: ik heb voor jou een speciaal gebed gemaakt. …(het gebed wordt opgezegd door picoisso.
M: vertrek maar, ik heb je boot al horen fluiten, je bent net als panisse, je bent te lui om op te staan.
B: ja this waar, dat klimaat hier maakt het werken moeilijk. (honorine verkoopt buiten het fruit, ze is 45 jaar, is dik, grote oorringen, fanny geeft ze een kus en bewondert de rok.

Scene 6

H: hoe vind je de rok.
F: die gaat je goed.
H: dit keer heb ik gewonnen met de hemachures. (ze gaan de bar binnen) F: ze hebben je taille te hoog gemaakt.
H: dat heb ik gevraagd.
F:M geef me maar een mandarijn-citron,
H:F het je veel verdient.
F:H nee, 80 franc.
H: dat komt omdat je teveel achter de bar staat.
F: ik ga naar huis om een nieuwe rok aan te doen, let je even op mijn boot.
P:M hier heb je een brief, ik ga het uitleggen.
M: hou je mond, kom binnen en doe de deur dicht en kom het me aan de deur van mijn slaapkamer vertellen.
P komt vooruit naar honorien en zegt hallo. H is geconcentreerd in haar tellen. …

Scene 7

H is aan het tellen. Panisse komt binnen.
P: is het gegaan.
H: lijk gewente, kheb 6kilo roodbaars verkocht, wat haring, ik zit aan 96 franc.(ze is dus visverkoopsters) H is nog steeds aan het tellen.
P:H kom je nog naar de cabanon?
H: dan is dat 2x in de 15 dagen.
P: als je het leuk vind dan wil je er 3x per 15 dagen komen.
H: ja ik vind het wel leuk maar wat gaan de mensen zeggen als ik 2x met je uitga,
P: de mensen praten toch altijd.
H: als het toch niet serieus is, waarom stoppen we nu niet direct.
P: wat noem je serieus.
H: mijn zus is met alle mannen naar bed gegaan, maar bij derest v.d. familie was het alleen voor een huwelijk.
P: maar ik denk toch altijd al over een huwelijk.
H: kom dan zondag, dan kunnen we alles uitpraten,fanny moet er niets van weten,we moeten in alle rust kunnen discussieren.
P: maar je mag toch altijd iemand mee brengen.
H: ik geneer me tegenover haar, ivm mannen. (als ze over trouwen babbelen, moet fanny dat allemaal niet horen).
P: en als we niet overeenkomen in het huwelijk?
H: als we ruzie hebben kunnen we dat toch altijd uit spreken, ik wil een eerlijk huwelijk, dus geen sex hier en daar.
P: maar ik denk dat er een kleine vergissing is, ik wil niet met jou trouwen maar met fanny, je denkt toch niet dat ik jou wil aan jou leeftijd.
H: (ze ontploft) wat is er dan mis met mijn leeftijd!zie ik er niet goed genoeg uit?
P: maar mijn lieverd, je weet het wel.
H: je wil nu de kleine, hoe kun je je zo iets inbeelden, je hebt nog niet eens je eerste comunie gedaan.
P: moet dat dan? En jij die over iedereen roddelt, wat doe jij dan in l’entrepot(grote zaal) daar onrmoet je die trombonspeler.
H: is dat verkeerd, mijn man is al 2jaar dood, en hij heeft nog niets verkeerd gedaan.
P: waar dat wij eigenlijk ruzie over maken.
(er komt een Klant).
K: ik wil des violets, maar ze zijn zo klein.
H: dat is altijd zo.
K: ze zijn te klein, ik moe ze nie hebben.
P: als ik fanny krijg wil ik 100000 franc geven, als bruidschat.
H: zoveel.
P: ik heb het altijd gespaard tot het zo ver zou zijn, als je de kleine geeft, geef ik je 100000franc, en een pensioen van 400 franc in de maand.
H: nee, ik wil niet leven van mijn dochter, het enige wat ik wil is bij jullie inwonen.
P: we zullen er wel uitkomen, fanny krijgt een meid en ik laat haar mijn testament na(dan heeft ze toch geen moeder meer nodig).
H: de kleine gaat niet willen.
P: en als ze wel wil.
H:dat wil ze nooit.
P:ik heb haar al ten huwelijk gevraagd, ze zij dat ik me moest wenden tot de moeder(dus ze accepteerd het).
H: wat een verraadster, heb je het ook van die 100000franc gezegd.
P: nee ze zij dat ze alleen wou trouwen als ze dat geld kreeg.
H: maar heb je er serieus over na gedacht, ze is 30 jaar jonger dan jij, weet je wat er gaat gebeuren.
P:ze gaat alles hebben, juwelen, geld..
H: ik weet dat er niets mooier is dan de liefde maar ze moet eerst 18jaar zijn voor te trouwen.
P: is ze toch.
H:maar jij bent 50.
P: maar ik heb 600 000 franc.
H: les chemise de nuit n’ont pas de poche (in bed kan je niets met geld kopen, hij is een oude vent), als ik aan je denk zonder kleren denk ik aan een duiveltje bla blla(een lelijke oude vent).
P: (wordt kwaat) ach je vergist je.
H: ik wil eerst de inkomsten van je winkel zien.
P: kom overmorgen maar langs, kijk daar komt fanny.
P: kunnen we er direct naar toe gaan.
H:M blijf je even bij mijn kraam, ik ben naar mijn dochter.
P:H heb je niet de indruk dat fanny en marius een gevoel voor elkaar hebben.
H: dat is normaal, ze zijn zaterdag avond in de cabanon samen gaan slapen (al lachend).
P: wat, nu maak je me benauwd.
H: het is maar een grapje,kom maar mee.
P: ik volg u mama (lachend)

Scene 8

F:M waarom kijk je zo.
M: je hebt zo’n mooie schort aan.
F: van mijn ma, je wil zeker kijken wat er onder zit.
M: het zou me geen kwaad doen.
F: je zou zo bij joliet op schoot zitten, je bent veel te verlegen voor een meisje.
M: kom eens kijken of dat zo is.
F komt dichter en kijkt in zijn ogen. M word rood,
M: waar ben je toch mee bezig.
F: naar mij durf je niet te kijken, maar naar dat meisje (joliet) die naar je knipoogt.
M: ik heb er nog nooit mee gepraat.
F: ze draait hele dagen rond je, en je ziet het nog niet, ik weet zeker dat als een meisje je een kus geeft, dat je bewusteloos valt.
M: je hebt me al een kus gegeven, ik was 15 en jij was 12. F: daar weet ik niets van.
M: ben je het vergeten.
F: ja als we verstoppertje spelen is het toch altijd om de jongens te kussen.
M: en heb je nog andere jongens gekust.
F: ja, iedereen die meedeet, victor… en heb jij nog andere meisjes gekust.
M: niet dat ik me herinner.
F: waar zijn we nu mee bezig, ik ga je een geheim vertellen, maar je mag het niet verder vertellen, ik vertel het je als je me een goede raad geeft.
M: ok.
F: ik wil niet meer aan een viskraam staan, ik ben nu op mijn mooist en ik heb nu een occasie gekregen die ik niet mag laten ontsnappen, maar ik weet niet of dat het goed was om het je te vertellen.
M: ik weet het al, het is de Victor , hij zat iedere avond bij je maar voor zijn vader dood is heb je de winkel nog niet.
F: nee ik wacht niet op iemands dood, het is panisse.
M: wat de vader van Victor.
F: hij zij dat hij van me hield, en dat ik de mooiste ben van marseille, en toen wou hij haar kussen, toen heb ik hem een klap gegeven, en gezegd dat hij het eerst aan mijn moeder moet vragen.
M: maar hij wil je moeder hebben.
F: wil je me nu geen raad geven.
M: als je me zo’n onnozel verhaal verteld, wat moet ik daarop antwoorden.
F: stil daar is hij (panisse verschijnt in de deur)

Scene 9

P: ben je aant pauzeren.
F: ik rust wat uit en wacht op klanten.
P: inderdaad, de zon is de god v.d. dag maar pas op voor je gezichtje dat het niet verbrand. M: mooi uitgekozen.
P: dat is mijn specialiteid, dames mooi bekoren.
P:F ik heb met je moeder gepraat en we mogen trouwen.
F: maar ik heb een paar dagen gevraagd. (ze praat zo luid dat M het kan horen) , en hoeveel werknemers heb je, 23, ik zoek er nog 3 bij, ik heb een grote bestelling.
F:M hier heb je het geld voor de drank en hou de rest maar. P is zijn lucifers vergeten.
F: wacht.
P: mijn pijp wordt aangestoken door een prachtige meid.
F: ben blij dat het je bevalt.
P: je ketting is van goud.
F: ja mijn tante heeft het voor mijn eerste communie gegeven.
P pakt de ketting en kijkt naar de hanger.(zever over moeder) (moeder van fanny roept, P mag haar niet kussen voor ze ja heeft gezegd)
P: we praten wel een andere keer.
M: waarom praten jullie zo stil.
F: omdat we persoonlijke dingen bespreken. M is kwaad dat hij het niet mag weten.
F: ben je jalours.
M:P als je een man bent rot je op(ze krijgen ruzie en F komt tussen). F trekt P mee en er komt volk binnen,
F:M laat hem met rust, hij heeft geld, jij niet.

Scene 10

F:M je bent niet gentille om je te bemoeien met zulke zaken.
M: dit is geen café ontmoetingspraat om met je lief af te spreken, het is zo erg voor die aude, als hij onder je truitje kijkt zal hij zo rood als een tomaat worden en een hartaanval krijgen.
F:M jij bent al niet zo rood als hem.
M: je bent net je moeder, om met een weduwnaar van 60 te trouwen.
F: hij is vijftig, en hij heeft veel geld, dat weet je, hij geeft me een meid en 100000 franc. M: maar je weet toch dat het niet bij het huwelijk in de kerk blijft.
F: inderdaad, daarna is er een maaltijd bij Basso.
M: maar erna.
F: dan zal ik het wel zien.
M: weet je toch dat je moet kussen.
F: niet zo erg.
M: maar eerst kust hij je op de mond en dan op je schouders.
F: begin nu niet over zulke dingen. M: maar je moet er toch eens over babbelen, daarna is het telaat, denk er eens over na, hij zal je in zijn armen nemen, dat is degutant(zo’n oude zak).
F: ach het is niet waar, ben je soms jalourz.
M: om jalours te zijn moet je verliefd zijn en ik ben wel verliefd maar niet op jou, had ik je gewild had ik het allang gedaan, ik wil niet met je trouwen en met niemand.
F: wil je monik worden.
M: het is niet om te lachen. (Picuoso komt binnen).
M:F let je even op de bar.
F: ik weet geen prijzen.
M: ach probeer maar wat.
F: ben je binnen 4uur terug, ik moet nog gaan eten bij P.
M: ja, dan ben ik terug.

Scene 12

Deel 1

Cesar zit a.d. kassa en telt de opbrengst v.d. dag. F ziet er zielig uit. De chauffeur v.d. ferryboot zit er ook, te roken en drinkt een biertje.
C: waar is marius naar toe.
CH: kheb hem niet gezien.
F:CH heb jij die man die marius kwam halen gezien.
CH: misschien ken ik hem.
F: legt uit hoe hij er uitziet.
CH: nee, ik ken hem niet, het spijt me eigenlijk wel.
F: waarom.
CH: voor die ene keer dat ik je zie en ik moet je teleurstellen.
F: ben je verliefd op me.
CH: eigenlijk wel maar kheb geen haast voor mijn gevoelens te tonen.
C: daar is pannisse, als je hem gaat halen krijg je een glas schuimwijn (CH gaat hem halen).

Deel 2

C:P this sind gisteren dat je hier was.
P: het is dat je me vraagt anders was ik niet gekomen, ik had gezworen geen voed meer binnen te zetten.
C: waarom
P: omdat je zoon(M) lomp (grossier) is, de volgende keer dak hem zie krijgt hij een schop onder z’n gat.
C: en dat zeg je tegen mij, zijn vader.
P: ja.
C: als je durft aan mijn zoon te komen zal ik je eens een trap verkopen die je de tanden uit je mond doen vliegen, zodat je in het hospital beland.
C en P hebben ruzie… P vraagt iets te drinken, hij krijgt het, door de ruzie valt het met een knal op de grond en komen ze weer tot bezinnen, ze praten weer normaal. Er komt een agent binnen en vraagt wat het lawaai was. C zegt dat het gewoon een kurk was die van een fles schoot, de agent gaat weer weg.
C:P moest je marius tegenkomen, geef je hem dan geen stomp.
P: dat was ik ook niet van plan, het is een kwestie van zijn liefde.
C: toch niet voor de kleine.
P: ja daar gaat het om, ik heb wat wantrouwen en daarom werd ik zo driftig en hij heeft me ook wat gepest, je moet dat begrijpen.
C: het is ook maar een kind.
P: ik werd driftig toen hij me wou wurgen.
C: zo ineens, hij is toch niet zoveel verandert.
P: misschien heeft hij opium gerookt of een bamboestokje, dat verandert je.
C: opium?
P: jij vraagt me om een idee, ik zoek naar een oplossing.
C: opium, nee, misschien heeft hij een vriendin.
P: zou hij echt niet verliefd zijn op fanny.
C: nee ze kennen elkaar te lang.
P: op het moment dat hij zo kwaat werd op me was fanny er bij, hij had misschien het idee dat ik haar het hof maakte (faire la cour).
C: hoe kan hij dat denken van jou op jou leeftijd.
P: kan dat niet.
C:ik spreek je serieus. Niet fanny, volgens mij moet marius in de stad een vrouw kennen die hem pijn doet, volgens mij de vrouw van esqartefiqeu.
P: dat kan niet, ze zou dat een vriend nooit pijn doen, hoe kan hij verliefd worden op een oudere vrouw, vraag het hem eens.
C: kgaat doen, hij is 22 maar het word toch tijd dat ik hem spreek.
P: ik denk dat het genoeg geweest is, kben weg, laat het maar rusten.
C: khou me wel bezig met me zoon, trek het je niet aan.

Deel 3

C: hallo Honnoryn, om 10u s’avonds kom je nog, wat ben je laat.
H: kben bij mijn vriendin Claudine geweest want kheb wat te vertellen.
C: is er wat.
H: ik wil met je praten.
C: gaat het over F en M.
H: nee, P wil met de kleine trouwen, hij heeft vanmorgen haar hand gevraagd.
C: dat kan niet
H: hij heeft het me vanmorgen gevraagd, en hij wil morgen antwoord.
C: en wat zegt de kleine voor zo’n oude zak.
H: ze zegt ja, behalve als ik de persoon kan krijgen die ze wil.
C: dat is zeker M.
H: inderdaad.
C: oei, nu snap ik het probleem van gisteren.
H: ja, ik hoorde haar huilen op haar kamer, ze heeft het zelf gezegd dat ze van M houd. Ze heeft het hem ook gezegd en M heeft haar een beetje gekust, maar hij heeft toch gezegd dat hij nooit met F zou trouwen.
C: dus ze is geweigderd (fanny heeft haar opgedrongen), en hebben ze gekust?
H: hij heeft haar gewoon duidelijk gemaakt dat hij haar leuk vind, maar niet om te trouwen.
C: misschien houdt hij niet van haar.
H: o nee, hij is de enige uit marseille, kzou hem toch maar proberen over te halen, want anders steek ik je café in brand.
C: dus ik moet het hem gewoon zeggen
H: nee want anders hoor ik heel mijn leven dat ik het gewild heb, maar zie je het huwelijk zitten?
C: this te zien, stel dat M niet naar ons wil luisteren, wat wil je dan aan F geven’
H:ik geef aan F de opbrengst van de schelpdieren geef, dat is ongeveer 40 franc per dag, je weet toch dat er veel mensen F wil krijgen zonder geld, we zijn niet bij de negers en ik ga geen man voor haar kopen.
C: je kan in heel marseille kerels vinden maar niet zulke mooie als mijn zoon.
H: omdat hij zo mooi is, wil ik dat F hem krijgt
C; en als ze direct kinderen krijgen, dan hebben ze meer geld nodig
H: ik heb nog een rente van de bank op mijn viswinkel, die is 400-500 franc per maand.
C: nu begint het te komen
H: wat ga jij hem geven
C: hij zal moeten blijven werken aan de bar zodat ik me kan terugtrekken, hij kan hier wonen en hij kan 1500 franc in de maand geven.
H: ook niet veel
C: wat wil je dan dat ik geef
H: 2 kilo staartvis en een kilo roodbaars
C: je moet niet zoveel drinken en zulke stomme praat uitslaan
H: we geven hem nog wat scampi’s (M komt binnen)
M: ga je een bouillabes maken, ik ben gaan wandelen en iets te laat, nu kan ik weer werken
C: kheb je gehoord tot morgen
H: ja want deze boeillabes wacht niet
C: tot ziens

deel 4

M ziet iets blinken op het koubuffet, het is een zakje met sigarretten in goud
C: dat is zeker van P, ik geef het hem morgen
M: moet jij slapen, ik ga sluiten
C: wat doe je vannavond
M: biljarten met wat vrienden
C: ik moet met je praten, er komt toch een dag dat je moet trouwen
M: ik denk er nog niet aan
C: nu is toch het moment, P heeft F gevraagd
M: ja en
C: ik weet dat je op F verliefd bent
M: wie zegt dat
C: mijn kleine vinger, kheb gehoord dat je hebt gevochten met P dus daaruit cocludeer ik dat je verliefd bent
M: gewoon een discussie
C: waarom vraag je haar hand niet
M: denk je dat ze ja zegt
C: ja, denk ik wel
M: heb je met haar moeder gesproken
C: wel nee
M: misschien maar ik durf niet, ik weet niet of ik genoeg van haar hou
C: je bent een leugenaar, ik zie het
M: ja, kweet het, maar ik heb medelijden met haar, er is een vrouw waarvan ik houw, maar als ik haar trouw gaat ze pijn hebben en misschien vermoord ze haarzelf en mij
C: is het mevr. Esquartefique
M: nee
C: en als P F krijgt
M: dat is dan jammer, ik hou van je
C: ik ook, waarom
M: omdat je je zo bezorgt maakt, slaapwel.

Deel 5

M:Piquaseu: is hij binnen gekomen
P: welnee
M: je maakt me bang, is hij misschien in marseille bij zijn vrouw
P: zou me verwonderen,op het moment dat het middernacht slaat en hij is niet aan boord komt is hij een deserteur en dan neem jij zijn plaats in, ben je klaar
M: ja, kom kijken
M neemt onder de toonbank met een zak met zeeluispullen
P: dat is mooi, laat me dat dragen
M: nee
P: om middernacht kom ik je halen
M: ok, niet te veel lawaai
F komt binnen
F: this ik
M: is er iets gebeurt
F: nee, is mijn moeder hier geweest
M: ja danet toen ik aankwam was ze bezig met een boeillabes te bestellen
F: en verder heeft ze niets gezegd, want ze babbelt teveel, misschien had ze het over de ruzie van gisteren, ze leest te veel romannetjes
M: ze maakt er een roman van
F: H heeft gezegd dat jij jalourz bent van Panisse, ik heb gezegd dat je een beetje mijn broer bent, en het is niet aan meiden om een jongen zijn hand te vragen, en als ik P weiger kan ik nog jongens genoeg krijgen, maar stel dat je pa iets zegt dan heeft H het uitgevonden en ligt het niet aan mij
M: ouders maken zich altijd zorgen om hun kinderen en bespreken dat samen, en P is goed, pak hem maar als je hem wilt hebben
C: Marius met wie ben je aan het praten
M: niemand, kben aan het opruimen
C: ga slapen
F: ik zal maar gaan
M: ga niet zo kwaat zeg
F: wacht je misschien op iemand
M: nee
F: heb je iets te zeggen
M; ja over P, ik wil praten als een broer, Fanny mijn liefste
F: waarom noem je mij zo
M: omdat ik van je hou, en als ik wil trouwen dan was het met jou
F: waarom zeg je dat je niet wil trouwen, voor een andere vriendin, je mag het best zeggen, toch niet voor een jongen, ik heb het al eens gevraagd aan een vriendin
M: wat
F: en ze heeft gezweerd dat ze gaat trouwen met een visser, nu ga ik het in de gaten houden tot ik weet wie je vriendin is, heb je haar soms een kind gegeven?
M: maar nee
F: ben je soms bang van een violain dat ze zich zal wreken
M: welnee
F: zeg dan tenminste of ze mooi is
M: maar er is niemand
F: maar ik wil gewoon weten waarom je me niet wil trouwen, zeg anders dat ik niet mooi ben, of niet rijk genoeg, dan zou ik het zeggen
M: als ik je het zou zeggen zou je het niet begrijpen
F: zeg het me
M: ik wil niet heel mijn leven hier blijven werken, ik wil op een boot gaan varen, ik wil de zee op
F: dus het is door piccaisso
M: nee, ik wil dit al van vroeger, ik zag aan 17 jaar een groot schip en toen wou ik gaan varen
F: maar zit er dan een vrouw op die boot
M: maar nee, zie dat je het niet begrijpt
F: zijn het dan de eilanden
M: nee, ik wil gewoon de wereld zien
F: en daarom wil je me verlaten
M: ik commandeer mezelf niet, ik voel gewoon dat ik hier weg moet
F: dat zal wel voorbij gaan, het is een kinderachtig idee
M: dat denk ik niet, echt waar, op een dag zal ik vertrekken, dus kan ik voor jou goed geen zorg dragen en zal ik je ongelukkig maken
F: als je me nu niet wil maak je me al ongelukkig
M: welnee, je zal me vergeten, je bent nog jong
F: word dan zeeman als je wil, voor mij geen probleem
M: maar ik ga ver, en om de vrouw van een zeeman te zijn is het geen leven
F: als je wilt, zal het mijn leven zijn,
M: hou je zoveel van me
F: veel meer
M: laten we er morgen over door praten
F: wat er ook gebeurt ik hou van je, ik heb het gevoel, als ik je nu verlaat, dat ik je nooit meer zie, beloof dat je hier morgen bent
M: ik beloof nooit, dat brengt ongeluk
F: vertrek je vannacht
M: dat kan, het is nog niet zeker, er is een persoon die niet terug is gekomen en dan kan ik zijn plaats innemen
F: en naar waar ga je
M: australie
F: en voor hoelang
M: 10 maanden
F: ga niet vannavond, het is nog zo lang
P: de boot komt binnen!
C: wat is dat daar
M: ik ben aan het opruimen, slaapwel

Acte 13

Het is negen uur s’avonds, P, E, C, en meneer Brun manillen aan tafel en het gaat alleen over het kaarten

Scene 3

F: is M al weg
C: wat wil je van hem
F: hij ging me nog helpen met een mandje oesters
(deur gaat open en marius komt binnen)
F: ga je me nog helpen
M: ja
F: ga je mee naar het station, zoals gewoonlijk iedere avond
(ze gaan samen weg)
F: tot morgen M
M: slaapwel F
(terug in café)
P:M ze is toch knap hé
M: ja kweet het
(klein gesprekje dat F moet trouwen)
E:C heeft M nog geen maitress
C: daar praten we niet over als vader en als hij s’avonds weg gaat vraag ik niet naar waar.
(ze zijn nog steeds aan het kaarten, veel gezever)

Scene 4

(ze vertellen over boot dat moet aankomen)
H komt binnen
C: wat is er
H: ken je deze centuur
C: ja die lijkt op die van M, is er iets gebeurt
H: denk niet dat er niet is gebeurt
C: ze zullen moeten trouwen, stop nu met huilen
H: ik was gisteren bij mijn zuster, ipv de trein ben ik met de auto gekomen, en thuis zie ik 2 glaasjes likeur, en die centuur
C: dat had ik nooit van hem verwacht, maar dit wil niets zeggen, en wat zijden ze
H: niets want ze hebben me niet gezien, ze lagen te slapen, ik ben zo geschrokken dat ik ben weggelopen
C: M toch, wat heb je gedaan
H: ze is 18 en ze zal eindigen als haar tante zoé
C: het is toch beter dat dat gebeurt dan dat ze haar been breekt
H: en als ze een kind krijgt, is dat dan van een onbevlekte ontvangenis
C: (lacht)
H: waarom lach je nu
C: kom we gaan eerst iets drinken
H: als ik F zie, sla ik haar in 2
C: je gaat haar toch niet doodslaan, ga zitten en kalmeer een beetje, ik weet de oplossing, we zullen ze trouwen binnen 15 dagen, als er dan iets gebeurt is het opgelost
M komt binnen
M: hallo
C: dag kleine, heb je genoeg geslapen
M: hoe laat is het
C: negen uur gepaseert
M: ik zat wat te lezen in mijn bed en kheb me overslapen
C: en je ziet er wat bleek uit, het is dat ik je niet je kamer heb zien komen anders vroeg ik me af waar je vandaan kwam
M: heb je me opgeroepen, om 7u
C: ja, we hoorden je ronken tot beneden
M: dat kan niet, ik ronk niet
C: en je deur was op slot
M: a ja, ik herinner het me, wat is dat geluid
C: een boot
M: vertrekt die maandag
C: klopt het dat je je broek bent verloren
M: ja, ik ben mager geworden
C: als je nog veel leest in bed, zal je nog veel vermageren, waarom doe je geen centuur aan
M: ik zal er een kopen
H komt binnen
M: is H er al
C: ze is met de auto om 7 u gekomen, heb je je vriendin nog gezien en heb je haar al gezegd dat je haar gaat trouwen
M: nee, nog niet
C: je zal toch eerlijk moeten zijn tegenover F, je laat haar maar wachten, heb je al beslist
M: ja
C: waarom zeg je dat dan niet
M: het is F die het niet wil, ze wil het steeds uitstellen, gisterenavond wou ik het haar vragen, we zijn gisterenavond wegegaan, eerst wou ze trouwen, maar aan het einde v.d. avond vond ze zich te jong om te trouwen
C: misschien vond ze de film slecht, en was ze in een slecht humeur, als je haar ziet, moet je er over praten, anders wordt het als tante zoé, ik zal het eens vertellen over haar, ze was heel knap, en op een dag is ze door een spanjaard gepakt, ze dacht dat hij haar ging trouwen, en hij was weg,
M: waarom zeg je dat
C: je moet je niet ammuseren met F
M: ja
C: als er tussen jullie meer is dan praten en strelen, wil ik toch dat je haar trouwt
M: (geneert) this goed, kzal het er over hebben

Scene 5

M:F ik moet een dringende boodschap doen, mijn vader slaapt, kan je even op de baar passen
P: waar gaat hij naar toe
F: kweet het niet
P: ik moet je iets vertellen over hem, weet je toch dat hij het land wil verlaten
F: ja, dat weet ik, maar het is toch niet voor nu
P: kzal er toch maar voor oppassen, vooral s’ochtends, die boot kan ieder moment vertrekken
F: ik ben er ook bang voor,
P: hij is nog niet weg dus, misschien kunnen we er nog iets aan doen, er is een plaats aan boord, ik weet niet of hij nu gaat
F: maar hij is nu toch gewoon om een boodschap, en hij heeft niets mee
P: zouden we C niet verwittigen
F: ach, er zal niets gebeuren
(komt iemand v.d. mariene binnen)
F: hallo, zoek je marius
M: ja, we vertrekken, ik wil hem vaarwel zeggen
F: hij kan zo binnenkomen
M: kheb geen tijd, doe hem de groeten, we vertrekken
P: kzou graag mee gaan
(ze zijn allemaal jalours op die boot)

Scene 6

F: volgens mij gaat hij niet weg
P: khoop dat je gelijk hebt
H komt binnen
H: ik ben thuisgekomen om 7u, ik heb je deur opengemaakt, zou je niet trouwen, iedereen is het er mee eens, anders word je als tante zoé
F: ik zal je het uitleggen
H: hoeft niet, ik hoop dat het de eerste keer is deze orgie, na zoé is dit het ergste wat kon gebeuren, zorg maar dat je rap getrouwd bent
M komt binnen, en kijkt naar de boot (la malaissie) die weg gaat)
M: ik zocht je om te zeggen dat ik niet mee ga
Bosco (marinier): ga je echt niet mee
M: ik kan het niet
B: is het om dat visverkoopstertje
M: ja, we moeten trouwen, ik kan niet voor 3 jaar weg gaan en haar verlaten
B: tot ziens dan, moest je van idee veranderen, doe het dan rap
M:F zie je, ik hou woord, ik ben hier nog, ik ga nu heel mijn leven glazen spoelen achter de bar
F: maar je bent toch vrij
M: dat ik hier sta, zegt dat toch genoeg, denk je dat ik niet van je hou als ik zo’n offer breng
F: ik geloof je maar de drang voor het water gaat toch overheersen
M: ik wil niet hebben dat je zo praat
F: pak nu je zak, misschien haal je hem nog
P: schiet op, ze geef je toelating(hij geeft hem een zak)
M: als ik ga, ga je me vergeten
F: moet ik er dan om huilen
(veel gezever)
M blijft
F: gaat je vader wel akkoord met het huwelijk
F: doe wat je wil, ik neem het geld van P en jij kan gaan varen, blijf je echt.
M: ja, maar ik ga nog even kijken
C komt naar beneden
C: natuurlijk, ik wou altijd dat je mijn dochter was, en de vrouw van M
F: dan moeten we nog een appartement huren
C: wil je hier niet wonen, moet ik als oude vent hier alleen blijven, je mag mijn slaapkamer hebben, dan neem ik die van M

( boot vertrekt)
P komt binnen met gebogen hoofd
P: M is toch vertrokken
F valt flauw

(fanny dacht dat hij bleef, alles was geregeld en dan vertrekt hij toch, voor zo’n einde zit je je door 218 pagina’s frans te zwoegen, hebben jullie even geluk dat ik dat heb vertaald, het is totaal niet de moeite om het te lezen.)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Iets met aardrijkskunde studeren?


Oriënteer je dan goed want elke opleiding heeft z'n eigen specialisme. Heb je in A'dam of Utrecht nog niet de juiste opleiding gevonden? Kijk dan ook bij Wageningen University. Daar combineer je aardrijkskunde met technologie of economie. Bijvoorbeeld: hoe kun je de zeewering versterken tegen overstromingen? Je doet dus meer met aardrijkskunde.



Charlot had hartkloppingen voor haar interview met Carry Slee. Lees het interview hier en win een gesigneerd boek!

geef je mening: Ontbijt

Het is de week van het Nationaal Schoolontbijt. Ontbijt jij nog iedere ochtend?


Tullijk!

Meestal wel.

Eigenlijk nooit.


» resultaten poll