ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

...... (4 havo)

Datum ingestuurd:

3 mei 2003

Taal:

Woorden:

2.400

Bekeken:

3038 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (27 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

A Praktische gegevens

1. Bibliografische gegevens

Titel en auteur: Rubber, Madelon Székely-Lulofs
Uitgever: Uitgeverij Conserve, Schoorl
De eerste druk: 1931 uitgeverij Elsevier, Amsterdam
De door mij gelezen druk:
Heruitgave uitgeverij Conserve, Schoorl
Het aantal bladzijden: Het boek heeft 405 bladzijden.
Genre: Roman
Delen en/ of hoofdstukken: 7

2. Titelverklaring

Geef een duidelijke verklaring voor de gekozen titel.
Het boek heeft de titel rubber, omdat het verhaal het leven schets op de rubberplantages op Oost-Sumatra tussen 1920 en 1929, het jaar van de internationale beurscrisis waarin ook de rubbermarkt instort.
Leg ook uit waarom het hele boek deze titel draagt.
Het boek draagt deze titel omdat het over de rubberplantages op Oost-Sumatra gaat. De mensen die daar werken verdienen al hun geld aan de rubber, het is dus voor die mensen (de hoofdrolspelers) een levensbelangrijk middel.

3. Tijd in de geschiedenis

De roman speelt zich af tussen 1920 en 1929, het jaar van de internationale beurscrisis waarin ook de rubbermarkt instort.

Bewijzen: In het begin van het boek is het nog heel ouderwets op de rubberplantages; er wordt bijvoorbeeld gereden met ossenkarren of er wordt een auto gehuurd, later wordt alles wat moderner, omdat de rubberprijzen steeds stijgen, er beginnen steeds meer mensen in auto’s te rijden, naar clubs te gaan en dure kleding te dragen. Op het einde stort de rubbermarkt in en hebben veel mensen geen geld om terug te gaan naar Nederland omdat ze dachten dat de rubberprijzen wel zo hoog zouden blijven, wat dus niet het geval was.

Ik denk dat de auteur het boek in deze tijd van de geschiedenis heeft geplaatst omdat de internationale beurscrisis een belangrijke gebeurtenis was, en een grote draai gaf aan het leven op de rubberplantages.

4. Tijdsduur

De roman duurt negen jaar namelijk van 1920 tot 1929. Door het verhaal in negen jaren te laten afspelen krijg je een beter beeld van wat de mensen op de rubberplantages allemaal meemaakten. Hoe het niet heel goed begon, steeds beter werd en toen ineens heel slecht eindigde. Je kan je zo echt in de mensen inleven omdat je echt de tijd krijgt om je in te leven in het boek.

5. Ruimte

Het verhaal speelt zich af op de rubberplantages op Oost-Sumatra. Dit is een belangenruimte omdat de nieuwe rare omgeving erg veel invloed heeft op de Europese mensen die op de rubberplantages werken en leven.

6. Hoofdpersonen

Frank Versteegh (round character)
Frank komt samen met zijn vrouw Marian naar de rubberplantages op Oost-Sumatra omdat het bedrijf waar hij werkte failliet was gegaan en het te moeilijk was om een nieuw baantje te vinden. Hij is vierentwintig als hij op de rubberplantages komt en werkt daar negen jaar totdat hij onslagen wordt, en terug gaat naar Nederland. Frank is een aardige, geduldige man. Op de rubberplantages maakt hij veel mee, doordat Marian en Frank een heel goed stel zijn slaan ze zich er wel doorheen. Frank is wel veranderd door de gebeurtenissen op de rubberplantages, als ze terugkomen in Nederland hebben ze andere gewoonten en voelen ze zich niet meer zo thuis in Nederland, in Indië hadden ze veel meer vrijheid en letten ze niet op alle kleine onbelangrijke dingen, zoals de mensen in Nederland wel doen.

Marian Versteegh (round character)
Marian is dus de vrouw van Frank, samen komen ze naar de rubberplantages om geld te sparen, wat hen aardig goed af gaat. Marian is een lieve, geduldige, emotionele vrouw, die Frank vaak helpt, zich door zijn moeilijk zware werk heen te slepen. Marian heeft het wel moeilijk in Oost-Indië omdat ze, als Frank naar zijn werk is, altijd alleen thuis zit wat erg eenzaam is en ook moeilijk te verdragen door de hitte. Marian is op dezelfde manier als Frank veranderd en op dezelfde manier van alle Hollanders die toen naar Indië gingen om te sparen en later weer terug gingen naar Nederland.

John van Lear (round character)
John is een man die net zoals Frank en Marian Versteegh naar Oost-Indië is gekomen om te sparen. Hij heeft met zijn verlof naar Nederland een vrouw ontmoet waarmee hij besluit te trouwen: Renée. John is ook geduldig, rustig en aardig, de meeste spelers zijn wel geduldig, dat is ook wel nodig als je de hele dag bijna hetzelfde werk moet uitvoeren. Later gaat hij weer scheiden van Renée omdat die verliefd wordt op een andere planter en vreemd gaat. Deze gebeurtenis verandert John wel, het doet hem veel pijn en vanaf die gebeurtenis houdt John zich wat meer op de achtergrond.

Renée van Lear (round character)
Renée is de vrouw van John. Ze is slim, enthousiast, sportief en uitbundig. Als Renée naar Oost-Indië komt vindt ze het eerst nog wel leuk, spannend natuurlijk zo’n nieuw land. Later begint ze zich te vervelen, John is de hele dag aan het werken en zij zit maar alleen thuis, om de verveling een beetje tegen te gaan geeft ze veel geld uit in de club om zich daar een beetje te vermaken (de club is dan ook het enige wat er te doen was). Renée vindt dat Oost-Indië geen goed land voor haar is, ze wil meer dingen te doen hebben, hier verveelt ze zich dood. Omdat Renée er steeds slechter uit gaat zien gaat ze een maand eerder met binnenlands-verlof dan John. Als zij op verlof is komt Ravinsky (een planter uit Rusland die ze al een tijdje leuk vind) langs, ze zijn zo blij om elkaar te zien, omdat ze in die jaren verliefd op elkaar waren geworden en elkaar heel erg misten. Renée gaat vreemd met Ravinsky op die dag, en omdat Ravinsky helemaal geen verlof had toen en zomaar ongevraagd naar de bungalow van Renée was gegaan is hij later ontslagen. Renée verandert niet door de gebeurtenissen.

Ravinsky (flat character)
Russische planter, staat bekend als een versierder omdat hij veel verhoudingen heeft gehad met vrouwen van planters. Later de man van Renée, nadat John en zij gescheiden zijn om de verhouding van Renée en Ravinsky.

Van der Meulen (flat character)
Baas van Frank, als Frank begint met werken op Toemboek-Tingih, één van de afdelingen rubberplantages. Komt op het eerste gezicht chagrijnig over maar de mensen die hem goed kennen weten dat hij een goed hart heeft. Later in het boek wordt ook hij ontslagen door de grote concurrentiestrijd op de rubberplantages.

Meesters (type)
Ook één van de bazen op een rubberplantage, niet de hoogste baas. Lieve man, maar wel dom.

Terheide en zijn vrouw (type)
Een inspecteur op de rubberplantage en zijn vrouw Anne Terheide.

Van Hemert (flat character)
Ook een inspecteur, tussen Terheide en van Hemert heerst een grote concurrentiestrijd, want als je inspecteur bent is er maar één hogere functie en dat is de hoogste baas, beiden willen deze baan heel graag hebben, als later in het boek blijkt dat van Hemert deze baan krijgt neemt Terheide op staande voet ontslag. Veel mensen hebben een hekel aan van Hemert alleen Marian niet, die kent hem goed en mag hem wel.

Joop en Annet Walendijk (flat characters)
Joop werkt ook op de rubberplantages en Annet is zijn vrouw, die in verwachting is van hun eerste kind. Annet is vaak bang als Joop laat thuis komt omdat er op de rubberplantages koelie aanvallen plaatsvinden waarbij soms in een paar jaar tijd een assistent wordt vermoord. Later wordt Annet haar angst werkelijkheid: Joop wordt doodgestoken door een koelie.

Bobbie Versteegh (type)
De eerste zoon van Marian en Frank, die later overlijdt aan dysentrie.

Treeske Versteegh (type)
Dochter van Marian en Frank

Stevenson (type)
De hoogste baas, de positie waar van Hemert en Terheide voor strijden.

B Vertelwijze


1. Perspectief


In dit verhaal is er sprake van een auctorieel perspectief. Je krijgt inzicht in de gevoelens en gedachten van allerlei verhaalfiguren. Ik denk dat dit perspectief is gekozen omdat je zo meer inzicht krijgt over het leven van mensen die werkten op de rubberplantages en zo merk je beter wat voor invloed een karakter van iemand kan hebben op zijn baan en zijn leven op Oost-Sumatra.

Citaat: Ze zwegen een moment. En beiden wisten ze van elkaar wat ze dachten: ‘een nieuwe baas... Hou zou dit zijn?... En wat zou het leven daar brengen?...’

2. Taalgebruik

-duidelijk
-slechte spelling (doordat het boek zo lang geleden is geschreven)
-soms moeilijk door te lezen door de slechte spelling van sommige woorden
-korte, duidelijke zinnen
-mooi omschreven

3. Beschrijving van personen en ruimte

De personen en de ruimte wordt erg goed beschreven, vooral de ruimte, dit is ook wel nodig omdat veel van de lezers van het boek nog nooit in Indonesië zijn geweest en zeker niet rond de tijd van de internationale beurscrisis. Personen wordt niet heel veel aandacht aan besteed alleen dat ze allemaal erg gekleurd zijn door de zon, waaruit weer blijkt hoe warm het daar was. De ruimte wordt echt heel goed beschreven: de geluiden, het klimaat, de bossen, de club, de rubberplantages etc. Alles wordt tot in detail beschreven. De auteur beschrijft dit zo goed zodat mensen zich echt kunnen inleven in het verhaal en zich kunnen voorstellen hoe het er rond die tijd op Oost-Sumatra uitzag. Ook kunnen mensen zich door de goede beschrijving beter voorstellen waarom verhaalfiguren sommige dingen voelen of doen.

C. Thematische aspecten

1. Motieven

Vijf verhaalmotieven en toelichting

Hitte: De hitte speelt een grote rol in het verhaal omdat alle verhaalfiguren zich er anders door gaan gedragen.
Verschil: Door het grote verschil tussen de koelies en de Europeanen worden er assistenten vermoord door koelies gewoon omdat het verschil groot is en ze daardoor elkaar niet goed begrijpen
Dood: Twee personen gaan dood in het verhaal (Bobbie en Joop) wat de andere mensen op de rubberplantages erg veel verdriet doet, en de mensen bang maakt.
Geld: De planters zijn afhankelijk van het geld dat zij verdienen op de rubberplantages, van dit geld moeten zij leven en ook sparen zodat ze terug kunnen naar Nederland.
Concurrentie: Door de grote concurrentie tussen de planters worden sommige planters onterecht ontslagen en maken ze eigenlijk elkaar het leven moeilijk, terwijl het leven op de rubberplantages zonder de concurrentie al erg moeilijk is.

Leidmotief: Rubber, de planters zijn volledig afhankelijk van het geld wat zij verdienen aan de rubber.
Vijf abstracte motieven en toelichting

Eenzaamheid: Het leven op de rubberplantages is, vooral voor de vrouwen, erg eenzaam, zij moeten de hele dag alleen thuis zitten en wachten tot hun man thuiskomt.
Verveling: Veel van die vrouwen gaan zich dan ook vervelen, dat krijg je als je de hele dag thuis moet zitten terwijl daar niks te doen is.
Verdriet: Doordat er twee mensen zijn doodgegaan en door de eenzaamheid worden veel verhaalfiguren verdrietig.
Roekeloosheid Als de prijzen van de rubber stijgen en de planters veel geld verdienen, gaan ze roekeloos met geld gooien en besteden het aan onnodige spullen. Later krijgen ze hier wel spijt van als de rubberprijzen weer dalen en het blijkt dat ze helemaal niet meer zoveel geld hebben en dat ook niet meer zullen krijgen.
Angst: Op de rubberplantages komen soms koelie-aanvallen voor, veel vrouwen die thuis zitten worden bang als hun man te laat thuiskomt, ze denken dan dat hij is doodgestoken door 1 van de koelies. Bij Annet wordt deze angst werkelijkheid: Haar man, Joop, wordt doodgestoken.

2. Thema


Het onderwerp
Het leven op de rubberplantages rond het jaar van de internationale beurscrisis.

Het thema:
Crisisjaren

Het hele verhaal gaat over de internationale beurscrisis en de gebeurtenissen daaromheen

Hoofdgedachte:
Ik denk dat de auteur mij probeert duidelijk te maken hoe het was in Oost-Indië rond het jaar van de internationale beurscrisis en ook hoe het in zijn geheel was in Oost-Indië voor de planters.

Ik denk dat dit de hoofdgedachte is omdat het gehele boek er over gaat. Alle motieven die er zijn hebben met deze hoofdgedachte te maken.

D Structurele aspecten

1. de volgorde van de gebeurtenissen

Het boek is chronologisch verteld. Het is een moeilijk boek, moeilijk te begrijpen hoe het rond die tijd was voor de mensen die ook nog in een vreemd land zaten. Ik denk dat flash-backs of flash-forwards het boek alleen maar moeilijker zouden maken waardoor het een beetje onbegrijpelijk zou worden. Ook zijn er door de chronologische volgorde vaak punten in het boek waarin er eigenlijk niks belangrijks gebeurd, en als er dan echt iets gebeurd, is dit extra ingrijpend omdat je eerst een hele tijd de kans hebt gehad om je in het verhaal in te leven en als je dat hebt gedaan gebeurt er pas iets ingrijpends, wat doordat je helemaal in het verhaal zit erg mooi is.

2. De belangrijkste gebeurtenissen

Aankomst: Frank en Marian die aankomen op Sumatra, alles wat zij zien kan je dan lezen, belangrijk omdat je op dat moment een goed beeld krijgt van de omgeving, wat later in het boek nog handig is om andere gebeurtenissen beter te begrijpen. Ook is Marian de eerst vrouw op de rubberplantages wat het begin was van een nieuwe periode op de rubberplantages.
Renée: Als Renée (John zijn vrouw) naar Sumatra komt verandert John zijn leven, hij moet zich nu naast zijn werk ook nog bezig houden met Renée, die zijn verdiende geld nogal verspilt omdat ze steeds uit verveling naar de club gaat.
Koelie-aanval: De koelie-aanval op Joop is voor vele vrouwen een grote angst die voor Annet uitkomt, eerst raakt die in shock en later als ze daar uit komt is ze ontroostbaar en helemaal van streek.
Scheiding: De scheiding van John en Renée, omdat Renée is vreemdgegaan met Ravinsky. John laat het niet merken maar deze gebeurtenissen doet hem toch wel veel pijn.
Ontslag: Frank wordt ontslagen vanwege het geld tekort, die is ontstaan doordat de rubber prijzen snel daalden. Frank en Marian gaan terug naar Nederland met een halve ton gespaard geld.

Ik vind de spanningsopbouw wel goed, de auteur beschrijft alles goed en wacht tot je goed in het verhaal zit voordat er iets belangrijks gebeurt. Ik vond dat de koelie-aanval toch wel een hoogtepunt was. De dag van tevoren zag je hoe Annet zich zorgen maakte om Joop omdat die te laat thuiskwam, Joop kwam uiteindelijk wel thuis en zei dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. De angst van Annet werd zo goed beschreven dat je er helemaal blij van werd toen bleek dat Joop wel thuiskwam. De volgende dag werd Joop doodgestoken door een opstandige koelie.

3. Het begin

Het boek heeft een informatieve opening. Het begint met een beschrijving van het gebied en de situatie.
Zo weet je meteen al hoe het eruitziet en wat er aan de hand is.

4. Het einde

Het is een deels open en deels gesloten einde, Frank en Marian gaan wel terug naar Nederland maar John blijft nog wel op de rubberplantages. Ook weet je niet hoe het met de andere mensen verder gaat, die nog op de rubberplantages zijn gebleven. Je weet niet hoe het afloopt met de prijsdaling van de rubber etc. en of de mensen het wel goed hebben na de grote daling.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.