Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1485 |
Opvragingen: | 26 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 2 uit 5 (17 stemmen)
Titels van Jose Saramago
Stadt der Blinden / Stad der blinden (1) 1996 Todos os Nomes / Alle namen (1) 1997
Laatst gewijzigd op 2 april 2003
Titelbeschrijving
Auteur: José Saramago
Titel: Alle namen
Oorspronkelijke titel: Todos os Nomes
Uitgeverij: Meulenhof Amsterdam
Vertaling: Maartje de Kort
Omslagfoto: José Frade
Genre: roman
Aantal pagina’s: 224
Keuze
Voor deze opdracht moesten we op zoek gaan naar een boek van een schrijver die ooit een prijs heeft gewonnen. Ik had al vrij snel voor mezelf uitgemaakt dat ik een boek van een schrijver zou nemen die ooit de nobelprijs had gewonnen. Dus zocht ik op internet een lijst op met de namen van de schrijvers die de laatste tien jaar de nobelprijs voor de literatuur hadden gewonnen. Met deze lijst in de hand ging ik naar de bibliotheek. Het eerste boek dat ik vond was er eentje van Hugo Claus. Omdat dit me te dik leek, ging ik op zoek naar een ander boek. De tweede schrijver die ik vond was José Saramago. Ik vond twee boeken van hem; “De Stad der blinden”en “Alle namen”. Toen ik van beide boeken de korte inhoud had gelezen viel mijn keuze op “Alle namen” omdat mij de zoektocht naar de onbekende vrouw wel spannend leek.
Korte inhoud
Meneer José werkt als schrijver bij het Algemeen Archief van de Burgerlijke Staat. Er heerst een onvoorstelbare grote hiërarchie op het kantoor. De kaarten van de Levenden staan vanvoor en daarachter de kaarten van de Doden maar de kaarten van de Doden maken dat het archief steeds meer moet uitbreiden zodat een doolhof ontstaat en het risico van verdwalen steeds groter wordt.
Meneer José is een sobere, niet opvallende ambtenaar, een tikkeltje verlegen en met hoogtevrees , dus hij haat het de ladder op te moeten wanneer hij bij de bovenste dossiers moet zijn. Zijn woning is een nederige stulp, aangebouwd aan het Algemeen Archief. Vroeger woonden alle ambtenaren in zulke aangebouwde huisjes, met een binnendeur die de woning met het archief verbond. Behalve meneer José's huisje, zijn de anderen nu allemaal verdwenen. Maar zoals het hoort, gaat meneer José gewoon via de voordeur van het Archief naar zijn werk, keurig in de volgorde waaraan alle werknemers zich moeten houden: eerst de schrijvers, dan de souschef, vervolgens de klerken, dan de oudste souschef en als laatste de Archivaris.
Meneer José's enige, weinig boeiende, hobby is krantenknipsels en gegevens verzamelen van bekende mensen. Op een dag besluit hij zomaar de kaarten van het Archief te gaan gebruiken voor zijn verzameling en opent hij de tussendeur. Per ongeluk neemt hij de kaart van de onbekende vrouw mee en besluit hij haar te zoeken. Deze zoektocht levert hem heel wat spannende momenten op omdat hij soms misbruik maakt van zijn ambsfunctie. De zoektocht naar de onbekende vrouw brengt hem langs haar ouders, haar school waar ze lesgaf en uiteindelijk komt meneer José te weten dat ze zelfmoord pleegde en bezoekt hij haar graf. Omdat meneer José om zijn zoektocht tot een goed einde te brengen zich geregeld toegang verschaft tot het Algemeen Archief, wekt hij de argwaan van de archivaris. Deze houdt hem gedurende enige tijd in het oog omdat er enkele afschriften in het Algemeen Archief ontbreken. Op een dag wacht de archivaris meneer José bij zijn thuis op wanneer meneer José thuiskomt van een bezoek aan de ouders van de onbekende vrouw. De ontbrekende stukken liggen op tafel en meneer José vreest voor zijn job. Maar de archivaris reageert verrassent. Hij complimenteer meneer José en zegt dat hij een nieuwe persoonskaart voor de onbekende vrouw moet maken en dan zonder sterfdatum in het kaartsysteem van de levenden te steken. Na deze woorden gaat meneer José onmiddelijk aan het werk.
Respect en bureaucratie
Op het Algemeen Archief van de Burgerlijke stand heerst een ongelooflijke grote hiërarchie die wij ons amper kunnen voorstellen. Het lijkt wel alsof het verhaal zich een halve eeuw geleden afspeelt. Elke dag komt iedereen in dezelfde volgorde aan op het Algemeen Archief; eerst de schrijvers, dan de souschef, vervolgens de klerken, dan de oudste souschef en als laatste de Archivaris. Hoewel meneer José ook de tussendeur van zijn ambswoning kan gebruiken om naar zijn werk te gaan, gaat hij, zoals het een goede ambtenaar het betaamt, een blokje van 50 meter om, om zo langs de officiële ingang op zijn werk te verschijnen.
De schrijvers noteren alle gegevens nog met een pen die ze in een inktpot moeten dippen. Dit zegt veel over de infrastructuur van het Algemeen Archief. Over technologische vernieuwingen wordt echter met geen woord gerept.
Het taalgebruik in het boek is van dermate beleefdheid dat men het overdreven kan noemen. Ik citeer hier de archivaris die een toespraak houdt voor alle werknemers van het Algemeen Archief: "Mijne heren, in mijn hoedanigheid van chef van dit Algemeen Archief van de burgerlijke Stand, de laatst benoemde in een lijn van archivarissen die werd gegrondvest met de opslag van het oudste stuk uit onze archieven, heb ik in de uitoefening van het aan mijn toevertrouwde gezag en overeenkomstig het voorbeeld van mijn voorgangers, de geschreven wetten aangaande het functioneren van de dienst steeds met de grootst mogelijke nauwgezetheid nageleefd en doen naleven." Dit zijn niet bepaald zinnen die men in de dagelijkse omgangstaal gebruikt.
Maar ook de dialogen tussen de personages zijn uitzonderlijk beleefd. Het is duidelijk dat Saramago veel waarde en belang hecht aan respect en beleefdheid. Ik citeer hier tweemaal meneer José wanneer hij (trouwens misbruik makend van zijn ambsfunctie, hij heeft geen dienst maar geeft zich toch uit voor ambtenaar in dienst) op de Algemene Begraafplaats een ambtenaar toespreekt: "Het betreft een uitzonderlijke, dringende zaak,mijn souschef heeft de gegevens maandagochtend nodig, daarom vroeg hij me vandaag naar de Algemene Begraafplaats te gaan, in mijn eigen tijd." "Daar schiet me iets te binnen, ik zou deze namiddag, met uw goedvinden, een wandeling willen maken over de Begraafplaats."
Het is ook opvallend dat het Algemeen Archief zeer bureaucratisch is. Dit sluit natuurlijk aan bij de waarde van respect en beleefdheid.
Hoort dit boek thuis in het rijtje van de klassiekers?
Ik zou hier zowel positief als negatief op willen antwoorden. Positief omdat ik het een vlot leesbaar boek vind en dat is al niet vlug te vinden. Ook vind ik de stijl wel aangenaam om te lezen. De stijl is speciaal en daarom spreekt het mij wel aan. De verrassende wendingen die soms aan het boek gegeven worden zijn zeker een pluspunt. Het plechtige en beleefde taalgebruik is natuurlijk apart maar het is zeker wel leuk om te lezen.
Ik zou het boek niet in het rijtje van de klassiekers plaatsen omdat de gebeurtenissen nogal beperkt zijn. Het hele verhaal is enkel en alleen gericht op de zoektocht naar de onbekende vrouw terwijl ik vind dat daar voor een klassieker toch wel een nevenverhaal aan vast mocht hangen. Wat het moeilijk om te lezen maakt is het feit dat komma’s en punten door mekaar worden gebruikt en er soms na een komma een hoofdletter en soms een kleine letter volgt.
Situering in de geschiedenis van de roman
De situering van "Alle namen" in de geschiedenis van de roman vind ik het moeilijkste onderdeel van de opdracht. Een avonturenroman is het zeker niet aangezien er slecht maar enkele noemenswaardige gebeurtenissen zijn in het boek. Daarom zou ik het on de psychologische roman willen plaatsen, aangezien ‘’Alle namen’’ voor een groot deel de emoties en psychologische ontwikkeling van meneer José uitbeeldt. Bij elk ‘’avontuur ‘’ van meneer José worden zijn emoties duidelijk beschreven
Ook zou ik ‘’Alle namen’’ onder de zedenroman en meer bepaald onder de streekroman plaatsen omdat het boek toch wel een grote aandacht besteedt aan de eigenschappen en gebruiken van een maatschappelijke groep (nl. de ambtenaren en meneer José). In het boek wordt duidlijk het leven van meneer José beschrijven.
Het boek doet Kafka-achtig aan, maar zit zeker vol mooie wendingen en verrassingen.
Verklaring eigen titel
Ik koos voor de titel "De zoektocht" omdat dit me een logische titel lijkt. Ik ben van mening dat men het niet moeilijk moet maken als het ook simpel kan. Vandaar ook mijn vrij eenvoudige titel. "Alle namen" vind ik niet zo geschikt als titel omdat ik de link niet zozeer zie met het verhaal. De titelverklaring vind je in het volgende onderdeel.
Alle namen
José Saramago is gefascineerd door het gebruik van namen. Of liever gezegd, hij gebruikt ze het liefste niet. In dit boek is de enige die een naam draagt, en dan alleen maar een voornaam, meneer José. Voor de rest heten ze Archivaris, souschef, 'de vrouw van beneden rechts' of 'dinges'. Volgens de auteur zelf zeggen namen niets over een persoon, of kunnen ze zelfs een onterecht vooroordeel geven. Het is beter om de mensen te noemen bij wat ze zijn of wat je wel van ze weet. Zo heeft in zijn roman 'De Stad der blinden' ook niemand meer een naam.
Besluit
José Saramago Sousa kwam uit een arbeidersgezin, wat de inhoud van zijn boeken voor een groot gedeelte verklaard. Het boek leest inderdaad een beetje stug. Men krijgt een eerder onfrisse indruk van deze bejaarde schrijver. Maar wanneer iemand de Nobelprijs toegewezen krijgt van kenners, moet het toch wel een goed boek zijn, een mening die ik overigens deel.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen