ff n studiebreak
Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Verwachtingen:
Ik ken voor zover niemand die dit boek heeft gelezen en ook over de schrijver weet ik niets dus als ik een verwachting moet doen over de schrijfstijl van het verhaal kan ik alleen zeggen dat ik denk dat het verhaal een oud Hollandse stijl zal hebben met denkbeelden en uitdrukkingen uit die tijd. Bovendien is het een allegorie waaraan ik kan afleiden dat de personages in het boek waarschijnlijk groepen mensen verpersoonlijken in de samenleving of bepaalde karaktertrekken.
Samenvatting:
Op oudejaarsavond van 1841 zit Jan bij de haard. Hij is nogal met zichzelf ingenomen en John Bull (personificatie van Engeland), Hans Moff (Duitsland) of Monsieur (Frankrijk) hebben alle reden hem te benijden. Jan hoeft zich voor zijn afkomst niet te schamen; rond 1500 lag hij in de luiers; zijn ontwikkeling verliep voorspoedig, ook al had hij het wel eens moeilijk, bijvoorbeeld onder de voogdijschap van Spanje. Zijn vrouw jannetje bezit Rubensiaanse lichaamsvormen en vele deugden. Jan en Jannetje praten over het bijna voorbije jaar terwijl ze wachten op hun kinderen. Jan is niet erg tevreden; het is maar goed dat hij zijn schaapjes al op het droge heeft. Dan komt Janmaat, hun oudste zoon, de kamer binnen. Hij heeft flink meegewerkt aan de grootheid van het gezin, maar is tegen zijn zin het laatste jaar alleen maar aan de wal geweest. Opeens spreekt Jan Salie, de jongste zoon, een jongen met doffe ogen, een meelgezicht en een slappe houding. Hij biedt Janmaat een kopje slemp (vrouwendrank) aan, maar deze weigert. Jan spoort Janmaat aan moed te houden.
Jan Contant richtte het ‘huis van negotie’ (handel) op, dat door Jan Crediet verder werd uitgebreid. Tegen de drie broers zegt Jan dat ze zich over Jan Salie moeten ontfermen omdat hij niet deugd, maar geen van allen wil dit. Verder heb je nog Jan Goddomme en de jannen Kalebas, Jan en Alleman, Jan Hagel en Jan Rap, Jan de Poëet, die nu Jan de rijmer heet. Verder heb je nog Jan Cordaat en Jan compagnie die net zoals zijn broers niest met Jan Salie te maken willen hebben. Jan is bedroefd; wat beleefde hij vroeger toch heerlijke dagen, maar Jan Salie heeft alles bedorven. Tot slot brengt Jan een feestdronk uit op het jaar 184, dat hopelijk beter zal zijn: ‘Oranje in het hart, en niemands slaaf!’ Er wordt besloten met:’God zegene u, Jan! U en de uwen!’
Titelverklaring:
Jan, Jannetje en hun jongste kind.
Jan symboliseert de vader van Nederland, de oprichter. Samen met zijn vrouw, Jannetje, die hem tot steun is geweest, vertegenwoordigen zij het Nederlandse volk. Hun jongste kind is Jan Salie; de personificatie van de natie in verval.
Personages:
De personages zijn allegorisch: ze verpersoonlijken groepen mensen in de samenleving of bepaalde karaktertrekken
- Jan is zelfingenomen en vroom; hij heeft met hard werken veel bereikt.
- Zijn vrouw, de degelijke, vrome, huiselijke, propere en deugdzame Jannetje, is haar man steeds tot steun geweest. Jan en Jannetje hebben burgerlijke namen; ze vertegenwoordigen het Nederlandse volk. Zij neemt het als enige op voor haar jongste kind Jan Salie.
- De centrale figuur is de jongste zoon, Jan Salie, de personificatie van de natie in verval. Hij is een kind van de overvloed, mist energie, veroorzaakt geestelijke en maatschappelijke achteruitgang, overheerst alles en iedereen. Hij deugt nergens voor en moet verdreven worden.
- Janmaat (een maat is een matroos) verpersoonlijkt de zeevaarders; hij heeft als zeeman geholpen de natie groot te maken.
- Jan Contant en Jan Crediet vertegenwoordigen de handelaars of kooplieden.
- Jan Compagnie staat voor de koloniën.
- Jan Cordaat voor de krijgslieden.
- Het ‘meest verwaarloosde, de wreedst verstotene van Jan’ s kinderen’ is Jan Claassen, de personificatie van het realistische blijspel en de klucht.
- Jan de Poëet is Jan de Rijmer geworden.
- Jan Kritiek personifieert het tijdschrift ‘De Gids’ en de literaire kritiek.
- Het laagste volk wordt vertegenwoordigd door de Jantjes Goddome, Jan Hagel, Jan Rap en Jan Kalebas.
Jan en Jannetje hebben ook dochters, maar die worden niet bij naam genoemd.
Niet het Amsterdamse patriciersgezin heeft voor de diverse typen model gestaan, maar meer het burgerlijke koopmansgezin, waarin oude tradities als familiezin, ernst en degelijkheid nog in ere worden gehouden.
Hieronder volgt een citaat van Jan die tot zijn kinderen spreekt over Janmaat. Die kwelgeest stelt Jan Salie voor. Dit fragment staat op blz. 277 van het boek.
“Kinders!” zegt Jan tot hen, “kinders! Janmaat heeft zich straks bitter beklaagd. Dat ik in langen tijd niets voor hem over heb gehad dan een onnoozel kruistogtje, dan eene verdrietige non-activiteit! Mijn oudste heeft niet geheel ongelijk. Maar als ik wat aan hem zal doen, dan moet mijn jongste kind geplaatst wezen, dan moet die kwelgeest mijn huis uit.”
Ruimte en tijd
Plaats van handeling is de kamer van het koopmanshuis van Jan en Jannetje in Amsterdam of eigenlijk: heel Nederland.
De gebeurtenissen spelen zich af op Oudejaarsavond 1841. De oudejaarsavond is bij uitstek het moment waarop familieleden bij elkaar komen en terugblikken op de voorbije periode. Het tijdsverloop is chronologisch met veel flashbacks naar vooral de zeventiende (of Gouden) eeuw. Met als doel om de toenmalige Nederlanders uit hun culturele winterslaap te wekken en te laten zien tot welke grootse prestaties ons land in de 17e eeuw in staat was geweest. De vertelde tijd van het verhaal betreft de lengte van één avond; oudejaarsavond.
Dit verhaal verscheen kort na 31 december 1841, in het januari nummer van De Gids in 1842. De Gids werd in de eerste jaren grotendeels gevuld met kritieken die er niet om logen, wat het tijdschrift in zijn blauwe omslag ‘de blauwe beul’ bezorgde. Eerlijk gedegen kritiek was naar de mening van de redacteuren de weg naar nieuw leven in de letterkunde, een middel om uit de versuffing en gapigheid te raken waarin de letterkunde vervallen was. Men wilde geen godsdienstige, geen politieke, geen letterkundige partij aanhangen; men wilde liberaal zijn ‘met eerbied voor andersdenkenden, mits zij dachten.’
Drie uitgewerkte ruimten die zich bevinden in het boek:
- De kamer waarin iedereen zich bevindt; deze wordt abstract gebruikt en beeld de Nederlandse Staat uit waarbinnen van alles gebeurt.
- De hoeken van de kamer; deze hoeken zijn ook abstract gebruikt: de hoeken staan voor de achterstandsbuurten die in die tijd in de grote steden waren en waar rampspoed plaatsvond.
- Indië: wordt niet abstract gebruikt maar staat gewoon beeld voor het huidige Indonesië waar de Nederlanders vroeger handel gedreven hebben.
Thema en motieven:
Centraal staat de onvrede met en de kritiek op de maatschappij van omstreeks 1840, in het bijzonder de sterk heersende lamlendigheid, onverschilligheid en middelmatigheid sinds de Franse Tijd (1795-1813), de Belgische opstand (1830) en de erop volgende financieel-economische malaise. Vergeleken met de zeventiende eeuw is de natie vervallen. De vroegere bezieling kan alleen terugkeren als het land verlost wordt van de Jan Saliegeest, met andere woorden als er een mentaliteitsverandering optreedt.
Belangrijke motieven hierbij zijn onder andere:
- Vaderlandsliefde
- Terugkijken naar en idealiseren van het roemrijke verleden: de strijd tegen de Spaanse overheersing (Tachtigjarige oorlog, 1568-1648), het veroveren van koloniën, de bloeiende handel en zeevaart, de bloei van kunsten en wetenschappen in de Gouden Eeuw enzovoort
- Familieleven
- Zelfingenomenheid en zelfvoldaanheid
- Deugden (gematigdheid, huiselijkheid, degelijkheid, vroomheid, bedachtzaamheid en dergelijke)
Perspectief en verteller
De auctoriale alwetende ik-verteller heeft veel weg van de auteur Potgieter. Soms roept hij de personages toe, alsof hij een toneeluitvoering bijwoont. Vooral in de uitweidingen geeft de verteller zijn eigen mening over allerlei zaken en gebeurtenissen.
Een citaat van het alwetende perspectief dat op blz. 294 staat.
Houdt het Jannetje ten goede, dat zij met haar voorschoot langs hare oogen strijkt! – doch zij rept zich reeds hare plaats aan tafel in te nemen; - luister nog een oogenblik, bid ik u, naar een paar jongens, die het langst bij den haard blijven drentelen, die den woordwissel tusschen Jan en Jannetje hebben gehoord.
Stijl
De stijl is sterk retorisch en niet eenvoudig. Er komen veel lange zinnen voor, stijlfiguren en archaïsmen (Potgieter streefde bewust naar een gekunstelde schrijftrant om zich te onderscheiden van anderen; Hij had een zekere snobistische distinctiedrang.) Er komen veel uitweidingen, spreekwoorden, citaten en studentikoze uitdrukkingen (bijvoorbeeld ‘waratje’ en ‘verduiveld’) in het verhaal voor.
De stijl van Potgieter is moeilijk maar soms ook weer humoristisch als er weer een of ander nieuwe studentenuitdrukking van hem op de proppen komt, zoals waratje en verduiveld. De citaten van Potgieter komen voornamelijk uit de oude literatuur en niet van een of andere schrijver maar meestal ook nog van de zogenaamde groten der literatuur, zoals Huygens.
Jan, Jannetje is een essay waarin een vergelijking tussen de 17e eeuw (de Nederlandse glorietijd) en de 19e eeuw gemaakt wordt waarin hij de 17e eeuw superieur stelt tegenover de lauwe 19e eeuw. Er wordt wel een buitengewoon groot beroep gedaan op de kennis van de vaderlandse en de economische geschiedenis. De belangstelling voor de economie is opvallend bij Potgieter. Hij heeft zijn leven langs in de handel gezeten dus zijn beroep is daar niet vreemd aan.
Hieronder volgt een citaat die de stijl moet benadrukken wat staat op blz. 263/264:
”Wat brui ik me er om, wat ze van mij zeggen?” Zou mijn hoofdpersoon mij toeroepen; immers Jan is in den laatsten tijd voor lof en voor laster zoo onverschillig geworden, dat zij hem niet eens aan zijne koude kleêren meer raken, - laat staan aan zijne onderziel.”
Happy end
Dit verhaal heeft een happy end. Zijn vader bekent trots te zijn op zijn zoons (behalve Salie) en vraagt Janmaat hem te vergeven. Jan zal zijn leven beteren! Iedereen gaat vreugdevol aan de feesttafel zitten. Er wordt nog een goed woordje voor Jannetje gedaan. Er wordt getoast. Er klinkt een “hoezee!” en “Oranje boven! “. Tot slot brengt Jan een feestdronk uit op het jaar 184, dat hopelijk beter zal zijn: ‘Oranje in het hart, en niemands slaaf!’ Er wordt besloten met:’God zegene u, Jan! U en de uwen!’ Het jaar wordt goed en gezellig afgesloten.
Gesloten eind
Dit verhaal heeft een gesloten eind. Het begint op oudejaarsavond waarin een heel deel van de Nederlandse geschiedenis met onvrede en kritiek op de Nederlandse maatschappij wordt verteld. Op het eind van het verhaal is iedereen blij en in feeststemming en worden er verder geen vooruitblikken gedaan op het volgende jaar. Je blijft ook niet met vragen achter.
Literaire stroming
Het boek is geschreven op 31 december 1841 in de Romantiek periode.
Verwerkingsopdracht 34:
a) Het verleden (de tijd waarin alles beter, mooier kleurrijker was dan nu.) Jan, Jannetje is een essay waarin een vergelijking tussen de 17e eeuw (de Nederlandse glorietijd) en de 19e eeuw gemaakt wordt waarin hij de 17e eeuw superieur stelt tegenover de lauwe 19e eeuw. Ook wordt er diverse malen in het verhaal opgenoemd van welke grote landen we in de strijd gewonnen hebben. Vaderlands liefde. Zo wordt op blz. 287 de Bidassoa rivier genoemd op de grens tussen Spanje en Frankrijk waar de Fransen in 1813 verslagen werden.
Humor in proza. De stijl van Potgieter is moeilijk maar soms ook weer humoristisch als er weer een of ander nieuwe studentenuitdrukking van hem op de proppen komt, zoals waratje en verduiveld.
b) Het genre waartoe het boek behoord is epiek (proza.) De gebeurtenissen staan centraal en niet de gevoelens.
Er wordt vooral verteld over de taken van de zoons. Bijvoorbeeld de zeevaart, de handelaars en kooplieden, de koloniën en de krijgslieden. Hierbij worden geen gevoelens geuit.
c)
Allegorie van bouwen op z'n Rotterdams
Je zou onderstaande prent als een allegorie kunnen opvatten. Rotterdams bouwen... We lezen de prent van links naar rechts en beginnen kleinschalig, knus en vriendelijk. Dan wordt het hoger en compacter. Uiteindelijk wordt het ultrahoog, koel, koud, zakelijk en kraakloos. Het geheel wordt keurig samengevat door 't blauw gebodsbord met witte pijl: gij zult het hogerop zoeken! Zou het significant zijn, dat dat bord helemaal scheef staat? En valt het je ook op, dat, hoe hoog de toren van de Nationale Nederlanden ook is, die boom nog wel wat hoger steekt?
Hier volgen twee citaten die het genre nog eens extra benadrukken:
Blz. 287
“Of ik zoo mogt voortvaren,”zucht jan Cordaat; “maar van den Utrechtschen Vrede af, totdat ik met Napoleon van de Bidassoa naar de Berezina zwerven moest, was ik aan Jan Salie-geest ter prooi; we zijn er wreed voor gestraft, - wie wil er zich weer aan blootstellen? Ik heb geene plaats voor den treuzel, zoo min bij het leger als bij de schutterij! Waterloo! Hasselt! Leuven!
Blz. 278
Sedert heb ik een oog mee in de boeken gehad en hem aandeel in betere leeningen gegeven, de Metallieken, de Russen, Onze papieren maar zoo vaak ik mijn handen net andere dingen volhad, en de zijne dus vrij waren, wat kocht hij anders in den prullen. In den laatsten tijd Ardoins – niet nu ze voor een zuur gezigt te krijgen zijn, maar toen ze boven de zestig stonden, - Griekjes – minder omdat hij zoo veel tegen de Turken had, dan dewijl zijn beunbaas hem te fijn af was, - Zuid-Amerikaanse.
Hier volgen nog twee niet-Nederlandse citaten uit het bronnenboek die dezelfde thema bevatten als het boek.
Tekst 100 Charles Dickens: The pickwick club
As the coach rolls swiftly past the fields and orchards which skirt the road, groups of woman and children, pilling the fruit in sieves, or gathering the scattered ears of corn, pause for un instant from their labour, and shading the sunburnt face with a still browner hand, gaze upon the passengers with curious eyes, while some stout urchin, too small to work, but too mischievous to be left at home, scrambles over the side of the basket in which he has been deposited for security, and kicks and screams with delight.
Tekst 102 Charles Dickens : Oliver Twist
Among other public buildings in a certain town, there is one anciently common to most towns, great or small, to wit, a workhouse; and in this workhouse, Oliver Twist was born. For a long time after he was ushered into this world of sorrow and trouble, it remained a matter of considerable doubt whether the child would live at all.
Mijn mening
Ik vond een apart verhaal. Iedereen viert oud en nieuw en iedereen doet dat op zijn eigen manier. Dit lijkt een dood normaal gezin die als het ware terug in de tijd kijkt. Ik denk dat meerdere mensen op het eind van het jaar even terug blikken wat er zoal allemaal gebeurt is. Het wordt juist speciaal als het een allegorie is waarin de personages groepen mensen in de samenleving verpersoonlijken of bepaalde karaktertrekken uitbeelden. Dit geeft het verhaal gelijk een andere functie doordat je op een andere manier met de personages moet omgaan.
Ik had nog nooit een allegorie gelezen dus ik wist ook niet wat ik ervan moest verwachten maar ik vond het best wel interessant omdat hierbij veel over de geschiedenis van Nederlands werd verteld. De personages waren op zich gewoon mensen van vlees en bloed, het is een familie. Maar als je de allegorische kant van het verhaal bekijk staat elke persoon voor iets in de samenleving en worden het meer types. Ik hou wel van verhalen met een alwetende ik-verteller.
Ik vond het verhaal best lastig om te lezen omdat er veel oud Hollandse woorden in voor kwamen, vaak lange, opsommende zinnen en het was niet altijd even duidelijk wie er aan het woord was. Er werden wel veel woorden toegelicht en vaak nog wat achtergrond informatie aan toegevoegd waardoor je alles beter begreep. In het verhaal is er niet echt sprake van een spanning. Alleen het moment dat Jan uitmaakt waar Jan Salie nu eens eindelijk moet gaan werken is eigenlijk een moment van spanning te noemen want dan gaan de zonen van Jan in tegen hun vader.
Als ik moet bepalen in wie ik mij het meeste kan inleven is dit toch wel vader Jan, dit komt mede doordat van hem de meeste meningen en visies over hoe Nederland verder moet en hoe Jan Salie geholpen moet worden gegeven worden.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.