Geschreven door: | anoniem [meer] |
Datum ingestuurd: | 2 maart 2003 |
Niveau: | 5 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 4229 |
Opvragingen: | 6001 (5 deze maand) |
Waardering: |
Auteur Jan Wolkers
Titel De perzik van onsterfelijkheid
Eerste jaar van uitgave 1980, De Bezige Bij
Samenvatting
Het is 5 mei 1980 en in alle vroegte wordt Ben Ruwiel door de vogels gewekt, in een bovenwoning in Amsterdam. Ben voelt zich duf en gammel, maar met zijn vrouw Corrie en hond Snoet gaat het nog slechter. Hij is de enige die opstaat, en met een grote schoonmaak begint.
Ben sleept de oude brommer van Corrie de trap af, om de roestbak vervolgens bij het vuil op de stoep te dumpen. Wanneer hij verder gaat met opruimen stuit Ben op een foto waarop hij, Henk en Corrie staan, genomen in Berkel waar ze destijds onderdoken. Ook vindt hij de brieven van Henk aan Corrie. Alledrie zaten zij vroeger in het verzet.
Daarna begeeft hij zich naar de slaapkamer waar Corrie en de hond slapen. ‘Er hing een verstikkende lucht van verschraalde rook en slapende lichamen.’
Ben neemt de hond mee naar buiten en helpt hem met zijn moeilijke ontlasting. Hij overweegt even Snoet uit zijn lijden te verlossen, maar bedenkt zich en legt hem weer terug op het bed bij Corrie.
Ben valt even in slaap, en heeft een akelige droom vol herinneringen aan de oorlog. Hij wordt wakker en realiseert dat het precies 35 jaar na de bevrijding is, en straks zullen de Canadezen van toen een intocht houden. Ben is zelf een oud-verzetsstrijder, maar wil er niks van weten. Voor hem was die dag in ’45 geen echte bevrijdingsdag. Hij wil voorkomen dat Corrie iets over alle feestelijkheden te horen krijgt, want zij zal er helemaal niet tegen kunnen.
Ben bedenkt dat hij destijds beter had kunnen vallen dan Henk, dat was voor iedereen beter geweest.
De nieuwe wijkverpleegster, Marianne Timmer, komt om Corrie te wassen en het bed te verschonen (Corrie plast alles onder). Ze is niet het type dat Ben aanstaat, maar hij heeft wel allerlei erotische fantasieën als hij haar bezig ziet. Ondertussen is Ben bezig met Zelio-bestrijdingspasta, waarmee hij worteltjes insmeert om later op zijn volkstuin tegen de woelratten te gebruiken.
Als de wijkzuster weg is gaat Ben de straat op om toch iets van de veteranentocht mee te maken. Overal ziet hij borden met ‘Thank you boys’. Dan krijgt hij er spijt van Corries brommer te hebben weggedaan, en besluit een nieuwe voor haar te kopen. Maar de winkels waar hij langsgaat blijken gesloten vanwege deze dag. Bij een dierenwinkel in de buurt wil Ben lekkere pens voor Snoet kopen. Hij krijgt het gratis mee, omdat de winkelier geroerd is dat de oude man op 5 mei nog aan iets lekkers voor zijn hond denkt. Met de bevroren pens op zijn blote lichaam zet Ben zijn speurtocht naar een nieuwe bromfiets voor Corrie voort. Maar ook de volgende fietsenzaak is gesloten.
Ben ziet een Canadese veteraan die het concertgebouw fotografeert, hij wijst hem al lopend de weg naar het Rijksmuseum. Wanneer Ben zijn eigen weg vervolgt, komt hij erachter dat hij het geelfilter van de Canadees dat hij tijdens zijn fotograferen even vasthield, is vergeten terug te geven. Ben gaat het Rijksmuseum binnen om de Canadees te zoeken. Inmiddels begint de pens te ontdooien, dit voelt èn stinkt vreselijk.
Op zijn zwerftocht door het bijna verlaten museum komt Ben in een zaal over de Tweede Wereldoorlog terecht. Hij kijkt wat fotoboeken over het verzet in, maar vindt het genoeg en gaat verder. In de zaal met Aziatische kunst staat Ben stil bij een schilderij waarop Tung-Fang Shuo de Perzik van Onsterfelijkheid steelt. In de zaal van de Nachtwacht windt hij zich erg op tegenover een stel Duitse toeristen, wie hij hun nazi-verleden verwijt, en wordt met zachte drang door suppoosten uit het museum verwijderd.
In een eetcafé droogt Ben zijn met penswater doorweekte kleren en eet een gebakken ei, waarvan de dooier hem weer aan een perzik doet denken. Hij valt flauw, maar is al snel weer op de been.
Op straat koopt hij voor een gulden een klein plastic beeldje, dat op een oude lap tussen de rommel van een stel kinderen ligt. Helemaal doodop neemt hij een taxi naar huis.
Met Snoet in de hondenmand fietst hij later moeizaam naar zijn volkstuin. Hij had liever buiten gewoond, maar Corrie houdt niet van de tuin, en wilde in de grote stad onderduiken.
De reis is te veel voor Snoet, hij eet een paar stukjes pens maar spuugt ze weer uit. Ben kan het lijden van de hond van wie hij zoveel houdt niet langer aanzien. Met een bijl doorklieft hij Snoets kop, de hersens puilen eruit, maar het beestje is van zijn pijn verlost. Ben graaft een graf uit, dat volloopt met grondwater. Dan besluit hij Snoet te verbranden, en wat nog van hem over was verdwijnt in de vlammen.
Voor Ben de tuin verlaat vindt hij een oude brommer met slechts één wiel; deze bindt hij achterop de fiets en hij rijdt moeizaam richting huis. Onderweg gaat hij nog langs zijn stamcafé om er koffie met een paar cognacjes te drinken. Hij krijgt nog even gezelschap van een meisje, aan wie hij het plastic beeldje geeft.
Dan gaat hij echt naar huis, hij moet af en toe uitrusten voor hij weer verder kan. Op tv in een kamer ziet Ben weer het bord ‘Thank you boys’, met in een flits zijn eigen afgetakelde kop. Bij de fietsenstalling tegenover zijn huis zakt hij in elkaar. Fiets en brommer vallen over hem heen. En Ben Ruwiel lijkt aan zijn einde te zijn gekomen, aan het einde van deze slopende dag.
Ervaringsverslag
1 a Beschrijf het karakter van de hoofdpersoon.
Ben Ruwiel is een oude verzetsstrijder die samen met zijn vrouw Corrie en hond Snoet in een bovenwoning in Amsterdam woont. Ben is niet veel ouder dan zestig jaar, hartpatiënt en al twintig jaar arbeidsongeschikt. Daarvoor was hij ambtenaar bij de Sociale Dienst.
Ben leeft op medicijnen en drank, en heeft een spottende kijk op het leven en zichzelf. Ook is het hem gewoon om te doen of hij niet goed bij zijn hoofd is.
Het verleden speelt een erg belangrijke rol voor hem, het is alsof hij erin is blijven hangen, en dit komt met name door Corrie. Ze was verloofd met Henk tijdens de verzetperiode, maar deze sneuvelde in de oorlog. Later is Ben met haar getrouwd, maar hij heeft nooit het gevoel kunnen krijgen een volwaardige partner van Corrie te zijn. En dat doet hem niet niks.. Ook probeert Ben Snoet wat nieuw leven in te blazen, de hond gaat bijna van zijn graatje en stelt niet veel meer voor. Maar Ben houdt van ’m, en doet wat hij kan. Het verleden keert steeds weer terug, de tijd dat Ben Ruwiel in het verzet zat was de mooiste tijd van zijn leven.
Ben komt veel op zijn volkstuin, de enige plek waar hij zich goed voelt. Waarschijnlijk ook een plek om naartoe te vluchten als de echte wereld hem te veel wordt. Want Ben kan heel gevoelig zijn en zich door kleine dingen laten beïnvloeden.
‘Ik wìl dat je er goed uitziet,’ zei hij luid tegen zijn spiegelbeeld en trok zijn gezicht in een gruwelijke grimas. Aan een emmer snelcement heb je niet genoeg om dat weer glad te krijgen. Omploegen en weer inzaaien. Toch zou je niet opnieuw willen beginnen. In godsnaam, spaar me. Want je zou onherroepelijk precies weer hetzelfde doen. Je hebt duizendmaal liever je eigen misère, dan de mazzel van een ander. Je zou weer door de hele rotzooi heen moeten. Het loopt toch uit op dit verloederde apesmoel. Je lot kan je niet ontlopen.’ (pagina 241-242)
b Is er sprake van een verandering van het karakter?
Nee, en dat zou ook heel bijzonder zijn omdat we Ben Ruwiel maar één dag meemaken, en zijn karakter verandert niet in deze ene dag.
c Beschrijf kort enkele minder belangrijke personen.
Corrie is de vrouw van Ben Ruwiel. Ze raakte in de Tweede Wereldoorlog zwanger van Henk, een goede vriend van Corrie en Ben. Maar omdat het in tijden van oorlog niet handig is een kind te krijgen/hebben had Corrie een abortus. Later trouwde ze met Ben, maar ze is altijd heel erg blijven steken in het verleden en kan zich daar niet los van maken. (Nog afgezien van of ze dat ook zou willen.) Het huwelijk is apart, omdat ben toch altijd Corries tweede keus is gebleven. Ze kan niet echt van hem houden, en ze wil geen lichamelijk contact.
Corrie komt de hele dag haar bed niet uit, ze komt niet tevoorschijn en is er voor de lezer eigenlijk alleen door de gedachten van Ben. Maar toch speelt ze een hele belangrijke rol, want een groot deel van het verhaal (en tevens Ben’s leven) draait om haar.
d Herken je bepaalde karaktertrekken of bepaald gedrag van jezelf in personen in het verhaal?
Nee, niet echt. Ik ben niet zo spottend over alles om me heen, en ook niet over mezelf! Het is heel moeilijk om proberen in de schoenen te staan van Ben Ruwiel, een oud-verzetsstrijder die bezig is met dingen die ik nooit heb meegemaakt en al een heel leven achter de rug heeft.
Maar op sommige momenten kan ik me wel goed in deze man verplaatsen, gewoon het kijken naar de dingen met een subjectieve, nuchtere blik. De wereld is niet altijd mooier dan het lijkt.
2 a Beschrijf de belangrijkste relatie
Ben Ruwiel en Corrie
In de Tweede Wereldoorlog was Corrie verloofd met Henk, haar en Ben’s beste vriend. Met z’n drieën zaten ze in het verzet. Corrie liet zich aborteren, simpelweg omdat een kind in tijden van oorlog heel moeilijk te combineren was met het verzet. Maar na het omkomen van haar verloofde dacht ze hier heel anders over, en keek ze met spijt terug op wat ze samen hadden. Met haar tweede keus, Ben Ruwiel, is ze daarna getrouwd. De relatie is eigenlijk heel vreemd. Omdat deze twee mensen niet evenveel van elkaar houden. Corrie lijkt ijskoud tegenover Ben, haar kant van de relatie is liefdeloos. Ben daarentegen heeft wel altijd een grote liefde voor Corrie gekend. Toch wisten beiden waar ze aan begonnen, en vonden een huwelijk de juiste keuze. Misschien had Ben hoop op wat liefde van de andere kant, maar hij vindt geen enkele manier om daar ook maar bij in de buurt te komen. Via Snoet kan hij zijn liefde geven zonder dat het hem kwalijk wordt genomen, het beestje is hem zelfs dankbaar. Dat maakt het voor Ben ook de moeite waard om de hele dag met een bevroren stuk pens onder zijn kleren te lopen. Hij houdt van Snoet! En op die manier valt het toch ook weer samen, en staat Snoet voor de liefde die Ben voor Corrie koestert. Liefde die bij haar geen kans krijgt.
‘Ik had er meteen na de oorlog vandoor moeten gaan. Een stille bewonderaar wordt nooit een luidruchtige minnaar. Maar dan zat je nu toch weer met een ander. (…) Kon je er maar niet meer zijn. Als bij toverslag. Een lege spiegel.’ (pagina 242)
‘‘Blijf in godsnaam uit mijn buurt,’ hoorde hij zijn vrouw snauwen en daarna de kalmerende stem van de verpleegster. (…) Arme Corrie. Van schoonheid tot vormeloze slaapcoryfee. Het vliegt voorbij. Zo lang al en zo ver al heen. Op bevrijdingsdag negentientachtig door de molen. Hoe hebben we het gehaald.’ (pagina 278-279)
b + c Is er sprake van een verandering in deze relaties?
Nee, de relatie tussen deze twee mensen verandert niet op deze ene dag. De relatie is al tientallen jaren hetzelfde en kent een lange geschiedenis.
d Geef jouw mening over deze relatie(s).
Ik vind de relatie tussen Ben en Corrie heel wonderlijk. Dat twee mensen ervoor kiezen met elkaar te leven in een situatie waarin ze beiden niet gelukkig zijn. Corrie houdt niet van Ben, kan niet van hem houden, want ze heeft nog veel verdriet om het verlies van haar grote liefde Henk. Ze laat hem niet toe in haar wereld, slechts op een zeker hoogte. Terwijl Ben nog steeds probeert tot haar door te (mogen) dringen, een heel klein beetje liefde terug te krijgen, is ons allang duidelijk dat het hem nooit zal lukken. Ik persoonlijk zou me nooit in zo’n (hopeloze) situatie verwikkelen, ik zou het van me af proberen te zetten zodra ik weet dat mijn liefde niet beantwoord wordt of zal worden. En van Corries kant, het is heel slim om gebruik te maken van een persoon die je adoreert en je kan verzorgen, maar mij iets te makkelijk..
3 a Vanuit welke persoon vertelt de schrijver het verhaal?
De verteller vertelt het verhaal vanuit Ben Ruwiel. Hij beschrijft de werkelijke gebeurtenissen op Bens laatste levensdag en de reacties van mensen die deze ontmoet. Maar misschien nog een grotere rol spelen de gedachten en dromen van Ben, die overal doorheen geweven zijn.
b Als het perspectief wisselt: van wie naar wie dan?
Het perspectief wisselt niet.
c Wat zijn de gevolgen van deze wisselingen voor het begrijpen van het verhaal?
Niet van toepassing.
4 a Wanneer speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af op 5 mei 1980, dit is de laatste dag uit het leven van Ben Ruwiel.
Deze dag is bevrijdingsdag, en heel Amsterdam staat op z’n kop vanwege de intocht van de toen nog levende Canadezen die in de Tweede Wereldoorlog hadden gestreden.
b Van welk belang is dit moment/deze periode voor het verhaal?
Dat deze dag bevrijdingsdag is, speelt een hele belangrijke rol in het verhaal. Voor Ben Ruwiel betekent deze dag een heleboel, hij heeft zelf in het verzet gezeten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nu worden de herinneringen daaraan nog eens extra opgerakeld en versterkt. Ben mist zijn vriend Henk, die toen is gesneuveld. Maar ook zet deze dag hem aan tot het doen van dingen die hij op een andere dag niet gedaan zou hebben. Het verhaal is gebouwd op het feit dat het bevrijdingsdag is, de figuren zijn bedacht met dit gegeven op de achtergrond. Als het niet bevrijdingsdag was geweest waren er hele andere dingen gebeurd, dan Jan Wolkers waarschijnlijk niet eens de persoon Ben en zijn achtergrond bedacht, en was het verhaal héél anders geweest.
c Is het verhaal chronologisch, dan wel niet-chronologisch verteld?
Het verhaal is chronologisch verteld. Het boek is in drie hoofdstukken verdeeld: ‘Ochtend’ (voorspel en uiteenzetting), ‘Middag’ (ontwikkeling) en ‘Avond’ (afwikkeling en ontknoping). Er is dus een duidelijke tijdsvolgorde, die overigens wel vaak wordt onderbroken door herinneringen van Ben aan het verleden. Deze indeling is klassiek en verwijst naar de indeling van het leven.
5 a Waar speelt het verhaal zich af?
Het eerste hoofdstuk ‘Ochtend’ speelt in de Amsterdamse bovenwoning van Ben en Corrie.
Het tweede hoofdstuk ‘Middag’ speelt in de binnenstad van Amsterdam en in het Rijksmuseum.
Het laatste hoofdstuk ‘Avond’ speelt in de volkstuin van Ben en zijn route van daar naar huis (via het stamcafé).
b Van welk belang is deze plaats voor het verhaal?
De plaatsen zelf zijn niet heel belangrijk voor het verhaal, in elk geval niet direct. Maar de omvang van deze plaatsen spelen wel een duidelijke rol. De beperking in ruimte (de kleine bovenwoning en volkstuin, een beperkt deel van de Amsterdamse binnenstad) benadrukt namelijk heel sterk de kleinschaligheid van Ben’s leven, welke ineengeschrompeld is tot Corrie, Snoet en de herinneringen.
6 Formuleer in één zin wat het thema is van het verhaal, in de vorm van een bewering.
De komst van de dood is onafwendbaar.
7 Noem drie motieven en geef aan hoe ze verbonden zijn met het thema.
- Ontbinding Ben Ruwiel laat de diepgevroren pens die hij speciaal voor Snoet heeft weten te bemachtigen op zijn blote huid, onder zijn kleren, ontdooien - opdat deze thuis eetbaar zal zijn voor de oude hond. Hierbij komt een enorme, onverdraagzame stank van ontbinding vrij.
‘Toen hij zijn lul weer in zijn broek frommelde voelde hij dat zijn onderbroek ook helemaal klef geworden was. Het drab was langs zijn onderbuik naar zijn kruis geslibd. Hij vloekte plezierig, deed zijn jas uit en hing die aan de openstaande deur van de wc. Daarna knoopte hij zijn overhemd open en graaide het pak pens te voorschijn. (…) Dat gaat de goeie kant op. Tegen dat we op de tuin zijn is het eetbaar. Voor Snoet dan. Maar waar lekt het nou door, verdomme. Straks staat de blubber in mijn schoenen. Stank is niet erg als het zin en een doel heeft, maar het moet wel zoveel mogelijk beperkt blijven. Anders verlustig je je maar in viezigheid.’ (pagina 336)
Snoet zelf is niet meer dan een zielig hoopje van iets dat ooit een jonge, sterke hond geweest moet zijn. Het beest stinkt en heeft schurft. Ook Corrie blijkt uit de beschrijvingen van Ben onder haar dekens in de duffe kamer niet al te fris te ruiken, en misschien zelfs al weg te rotten..
- Zoeken Ben Ruwiel is op zoek, en dit keert telkens weer terug in het verhaal. Zo zoekt hij naar een pens voor Snoet, een nieuwe brommer voor Corrie, liefde van zijn vrouw, begrip van de wereld om hem heen, een nieuw leven en dus eigenlijk naar de perzik van onsterfelijkheid.
‘Wie wil er niet de perzik van onsterfelijkheid stelen. Onder een fluweelzacht velletje zit het voor eeuwig dorstlessende vruchtvlees dat om de pit een donkerrood hart heeft als een bloem.’ (pagina 330)
- De kleur geel Geel staat in dit verhaal steeds voor de tegenstelling tot de altijd aanwezige donkere dood. 5 mei is een zonnige dag, maar een ‘zwarte dag’ voor Ben Ruwiel. Geel is de kleur van de perzik van onsterfelijkheid, het schilderij waarop de titel van het boek gebaseerd is. Geel is de omelet die hij eet, de sherry die Corrie drinkt, het plastic beeldje dat Ben op straat koopt, de avondlucht, de geelfilter van de Canadees en geel zijn de vlammen die het lijk van Snoet verslinden.
‘Hij liep de tuin in en bleef achterin staan kijken hoe het vuur de hele omgeving verlichtte met een oranje gloed en de schaduwen deed bewegen als een schimmenspel. De ruiten van de platte bak waren vurig alsof er een zonsondergang in werd weerspiegeld.’ (pagina 374)
8 Wat valt je op aan de stijl (het taalgebruik bijvoorbeeld)?
Jan Wolkers schrijft heel beeldend, contrast- en kleurrijk. Dat is niet gek als je bedenkt dat hij ook beeldend kunstenaar is (en was, voor hij met schrijven begon). Het is heel makkelijk voor te stellen hoe Ben’s wereldje eruit ziet. De functie van het beeld ten opzichte van het woord komt sterk naar voren, Wolkers is een dubbelkunstenaar die deze koppeling heel veel en makkelijk maakt. Hij beschrijft een heleboel kleine elementen die verwijzen naar veel grotere elementen.
Wolkers heeft een cynische humor, hij kent een ruwe vitaliteit. Hij schrijft met een mengeling van sadisme en tederheid, dit laatste vooral voor dieren. Deze spelen een heel belangrijke rol in zijn werk. Zo schrijft hij al meteen in de eerste zin: ‘De vogels schreeuwden hem wakker.’ De liefde van Ben voor Snoet is eindeloos, zoals hij de hele dag lang met die pens op zijn borst door de stad slentert, om het pak op een temperatuur te brengen die eetbaar is voor Snoet. Het beestje stelt niet veel meer voor, maar des te meer houdt Ben van hem.
Opvallend is ook de onderverdeling in drie stukken: ‘Ochtend’, waarin het verhaal uitgelegd en uiteengezet wordt; ‘Middag’, waarin het verhaal zich ontwikkelt; ‘Avond’, waarin het verhaal afgewikkeld wordt en de ontknoping volgt.
De taal die Wolkers gebruikt is in zijn jeugd sterk beïnvloed door de 17e eeuwse statenvertaling van de Bijbel. Deze vormde de basis van het Nederlands, en het eerste ABN.
Het tempo waarin Wolkers schrijft ligt vrij hoog, dat wordt geaccentueerd door korte zinnen, die de kortademigheid van Ben weergeven. De zinnen zijn fel en zonder ‘literaire’ opsmuk.
‘Met een wilde zwaai sloeg hij de dekens van zich af, ging op de bedrand zitten en schoof zijn voeten in zijn pantoffels (…)
Totale versplintering. Daar ligt de zuigfles van Corrie. Wat is er nou precies gebeurd? Had hem zelf ook behoorlijk om. Vandaag of morgen knappen de vaten allemaal tegelijk. Wat dan nog. Als u nog één borrel drinkt betekent dat het einde. Daarom heb ik er altijd maar meer gedronken. Bang maken kunnen ze beter dan genezen. Wat een ingehouden woede en ellende moet de drijfveer van die verbrijzelende worp geweest zijn. Hebben we over Henk gesproken met onze zatte koppen? Het lijkt wel of er glas gebriest is.’ (pagina 240)
9 Bij welke stroming hoort dit literaire werk?
De perzik van onsterfelijkheid is een roman noir, Ben’s leven is uitzichtloos en eenzaam. Het is eigenlijk ook niet echt meer een leven te noemen. Ben reikt naar het leven, naar de perzik van onsterfelijkheid, maar het lot van de mens weerhoudt hem daarvan. De kunst is om aan de dood te ontsnappen, en dit blijkt nou juist onmogelijk.. Ben dwaalt rond in een wereld waarin hij zich niet prettig voelt, de werkelijkheid is een grote chaos en hij als mens voelt zich daar nietig bij. Zo is dit werk dus ook tot het existentialisme te rekenen, want Ben is een slachtoffer van de wereld om hem heen. En van zichzelf.
10 Welke informatie over de auteur en het literaire werk bevat de literatuurmethode die je in de lessen gebruikt?
Jan Wolkers debuteerde in 1961 met de verhalenbundel Serpentina’s petticoat, maar kreeg pas bekendheid met zijn tweede boek Kort Amerikaans (’62). Veel van zijn boeken zijn strek autobiografisch geschreven, hij vond zijn inspiratie vaak in zijn eigen leven. Wolkers doorbrak veel taboes, zoals het beschrijven van erotische activiteiten.
In de jaren ’60 werden al zijn boeken juichend ontvangen. Zijn werk werd heel indrukwekkend gevonden. In de jaren ’70 oordeelde men al zuiniger en in de jaren ’80 ronduit negatief. Alleen De doodshoofdvlinder (’79) en De perzik van onsterfelijkheid (’80) werden toen –gematigd- positief ontvangen.
Verdiepingsopdracht recensies
Ik vergelijk de inhoud van de volgende twee recensies met mijn eigen mening: ‘Sterfgeval op bevrijdingsdag’ door T. van Deel en ‘Wolkers valt tegen’ door Willem Kuipers.
De kritiekpunten die in beide recensies sterk naar voren komen zijn keihard. Ikzelf heb weinig leeservaring met Jan Wolkers, daardoor vind ik het moeilijk om mijn mening met die van deze ervaren recensenten te vergelijken. Maar er zijn zeker een aantal dingen die ik erover te zeggen heb.
Als eerste vind ik de recensie door T. Van Deel wel heel erg dramatisch. Hij kraakt het werk volledig af, en blijft hameren op dezelfde punten van kritiek. Iets wat mij niet echt nodig lijkt, zeker niet omdat ik het grootste deel van Van Deels argumenten overdreven vind.
De roman is volgens deze man ‘niet al te aangrijpend’, tè helder en nadrukkelijk opgezet, en alles bij elkaar te veel opgedikt. Als lezer zou je meteen al doorhebben dat de bevrijdingsdag de sterfdag van Ben Ruwiel gaat worden. Dit vind ik wonderlijk, omdat het misschien wel te vermoeden is, maar het verloop van de dag blijft heel lang onvoorspelbaar. Voor mij althans!
Ik moet toegeven dat deze roman noir geen ‘geheimzinnige glans van subtiliteit en diepgang’ kent, maar daarmee is het nog geen slecht boek.. Ik vond het leuk om te lezen, om me te laten meenemen door Ben Ruwiel en me naar zijn oude dag te verplaatsen. De melodramatiek valt me erg mee, in tegenstelling tot de recensent. Hìj is hier degene die dramatisch doet!
Dan is er als tweede de recensie van Willem Kuipers. Deze man levert zijn kritiek wat minder heftig en aanvallend als T. van Deel, maar opent wel met de kop ‘Wolkers valt tegen’.
De recensent schrijft in het eerste deel van zijn tekst niks negatiefs over De perzik van onsterfelijkheid. Hij legt de nadruk op het spelletje dat Wolkers door zijn hele boek met de tijd speelt. De manier waarop Kuipers het verhaal samenvat is heel goed en vooral duidelijk. Hij is neutraal over de beeldend geschreven taferelen die Wolkers steeds gebruikt, ook al zijn ze vaak ‘te gruwelijk om zonder lichamelijke gewaarwordingen uit te lezen’. Ook de thematiek, ‘de zinloosheid van het verzet in het licht van de latere persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen’ vindt hij knap uitgezet. En daar ben ik het helemaal mee eens.
Maar net als T. van Deel vindt Kuipers het boek voorspelbaar. Het is niet overtuigend, vooral vanwege de door Wolkers gekozen vertelwijze van de innerlijke monoloog. Kuipers vindt idee en stijl bij Wolkers ‘kunstmatig, bedacht en techniek’. Wolkers zou zijn wereldje op een eentonige manier in scène zette, zonder enkele spanning. Bovendien schrijft Kuipers dat de verschillende delen niet aaneengesmeed zijn. Hier ben ik het niet mee eens, de gesprekken die Ben Ruwiel met zichzelf voert vormen juist een belangrijk deel van het boek, en maakt het tot wat het is. Dat Wolkers’ stijl nep is, want dit zegt hij eigenlijk wel met andere woorden, is ook onzin. Wolkers schrijft zijn boeken zo, en het is een kwestie van smaak of je dat leuk vindt of niet.
Ik vond De perzik van onsterfelijkheid erg leuk om te lezen, en zou zelf een veel positievere recensie hebben geschreven. Ik vind de kritiek van deze twee heren overdreven. Het verhaal is met korte, felle en directe zinnen opgezet. Deze stijl van Wolkers was even wennen, maar vind ik wel heel leuk. Ik heb bewondering voor de manier waarop Wolkers zijn cynische humor in het hele verhaal weet door te dringen, en het beeld dat hij schetst van de mens in een uitzichtloos leven is bijzonder.
‘Het loopt toch uit op dit verloederde apesmoel. Je lot kan je niet ontlopen.’ (pagina 242)
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

1. De perzik van onsterfelijkheid
2. De perzik van onsterfelijkheid
3. De perzik van onsterfelijkheid
4. De perzik van onsterfelijkheid
5. De perzik van onsterfelijkheid

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!