geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

Geschreven door:

Geert Mulder (5 vwo)

Datum ingestuurd:

2 februari 2003

Taal:

Woorden:

4.000

Bekeken:

15947 keer (45 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (61 stemmen)

Deel op:

  • Door Xandra op 10-07-2007
    Ik zit erg met welke motieven er nou precies in het boek zitten. Want ik heb het gevoel dat dat pakje sigaretten er op de een of andere manier ook mee te maken heeft, en ook een motief kan zijn. Op het begin pakt hij die uit de auto van Carla, en tijdens het verhaal steekt hij meerdere keren een sig... lees meer
  • Door fRITS op 30-04-2006
    goed werk man

Biografische gegevens
Jan Wolkers – mijn oma heeft hem als leerling nog in de klas gehad - is nu 76 jaar en is geboren in Oegstgeest, bij Leiden. Hij komt uit een groot streng gereformeerd gezin en gaat, nadat hij de MULO heeft afgemaakt, werken in zijn vaders kruidenierswinkel. Na de oorlog gaat hij naar de Academie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en trouwt hij met Sibylle. Vooral bekend geworden door het uit de wereld helpen van de sekstaboe die indertijd heerste, hoofdzakelijk door vulgair taalgebruik toe te passen in seksueel getinte tekstdelen.

Andere belangrijke werken
In 1961 debuteert Jan Wolkers met de verhalenbundel Serpentina's petticoat. In zijn roman Terug naar Oestgeest (1965) gaat hij terug naar zijn gereformeerde verleden en vergelijkt deze cultuur met zijn eigen huidige normen en waarden, hieruit volgt uiteraard dat deze roman gezien kan worden als een klassiek generatieconflict-roman. Zijn meest recent verschenen werk, Het vroege werk, werd op 26 oktober 2000 uitgegeven ter ere van Wolkers' 75ste verjaardag. Deze bundel (1456 pagina's) bevat zeven romans, drie verhalenbundels en twee toneelstukken.

Algemene thematiek
Jan Wolkers heeft veel verschillende genres geschreven: columns, essays, non-fictie, novelle, poëzie, reisverhalen, reportage, roman, toneel en verhalen. Maar toch is al zijn werk beïnvloed door de dood van zijn broer in 1944, die als enige van het gezin durfde te protesteren tegen de strenge vader. Dit bewonderde Jan zeer. In al zijn werk is het verzet tegen de dood aanwezig - uitgesproken voorbeeld: De doodshoofdvlinder - maar het is ook terug te vinden in de seksualiteit en de liefde voor de natuur die alles overwint.
Volgens sommige critici zijn veel van Wolkers hoofdpersonen 'slachtoffer van de verbeelding'. Hun angsten en schuldgevoelens worden opgewekt door hun onstuimige fantasie.

Algemeen oordeel kritiek
De relatie tussen Wolkers en zijn critici wordt in de jaren zeventig steeds gecompliceerder. Zijn hele literaire leven lang zo'n beetje stuurt hij literaire prijzen terug, beginnend met de Novelleprijs van de Gemeente Amsterdam voor Serpentina's petticoat die hij in 1966 terugstuurt vanwege de acties tegen provo's. Maar in de jaren zeventig begint hij zich ook steeds meer af te keren van de literaire kritiek, die hem beschuldigen onder andere “de vrouw als lustobject”. Een hardnekkiger bezwaar is dat Wolkers zich herhaalt. Als Wolkers in 1982 de Constatijn Huygensprijs krijgt toebedeeld voor zijn gehele literaire oeuvre, weigert hij deze dan ook opnieuw, vanwege de volgens hem slordigheid van de Nederlandse literaire kritiek. Om dezelfde reden weigert hij in 1988 de P.C. Hoofdprijs.

Inhoudsweergave
Als Paul op een ochtend wakker wordt, belt zijn zus hem in alle vroegte met de mededeling dat zijn vader op sterven ligt. Hij moet daarom een barbecueavond met zijn klas (hij is leraar Engels) afzeggen. Hij gaat naar buiten om zijn auto te starten, maar hij doet het niet. Hij belt de accuwacht. Als Paul dan toch op weg is, krijgt hij een aanrijding met een meisje op de rotonde voor de RAI in Amsterdam. Als hij uit zijn auto stapt (hij heeft niets), gaat hij in de andere auto kijken. Daar zit een meisje dat met haar neus tegen de voorruit is geslagen. Ze zegt tegen hem dat haar vriendin zich in haar kut gesneden heeft. Ze wordt afgevoerd in een ambulance en Paul belt op naar het huis waar zijn vader op sterven ligt.
Zijn vader blijkt intussen al dood te zijn. Hij gaat terug naar het autootje van het meisje, Carla. Hij neemt een pakje sigaretten van het merk Tigra mee uit het dashboardkastje. Hij rijdt uiteindelijk in zijn auto naar het huis waar de familie op hem wacht. Zijn vader ligt opgebaard in een kamer. Hij kust zijn vader op zijn voorhoofd, en vanaf dat moment heeft hij steeds pijn in zijn nek en hij voelt dat zijn vader ijskoud is. Als ze bezig zijn met het opstellen van de rouwadvertentie, ontstaat er onenigheid onder de kinderen welke spreuk er boven de advertentie moet komen. Ook wordt er een kist uitgezocht. Als hij weggaat uit het huis van zijn moeder, gaat hij naar Carla, in het ziekenhuis. Carla vindt het raar dat hij haar komt opzoeken met bloemen, terwijl zij fout was bij de aanrijding. Paul vraagt haar wat er was met die vriendin, maar zij antwoordt niet en zegt dat hij maar weg moet gaan vanwege de hoofdpijn. Hij gaat voor haar naar haar kamer om wat foto's te halen voor de chirurg. Hij snuffelt wat in haar kamer rond en vindt wat foto's. Dan gaat hij via het ziekenhuis weer naar huis. Als hij weer thuis is denkt hij aan Carla, maar in zijn gedachten ziet hij een vaart, waarin zijn dode vader komt aandrijven. Het vaartuig doet hem denken aan een doodshoofdvlinder die hij eens, op een vakantie gevonden had. Hij vroeg zich toen af hoe een vlinder ooit met de mensendood op de rug kon rondvliegen. Hij pakt dan een boek en gaat slapen. Als hij wakker wordt, herinnert hij zich de droom over zijn vader, die in de zuurkool begraven wordt. Hij stapt uit bed, doet zoals gewoonlijk zijn judojas en zijn tennisschoenen aan en ruimt de rommel in de kamer op. Hij gaat naar de reformwinkel om iets vegetarisch te halen. Daarna rijdt hij naar het kerkhof, want daar zouden de resten van zijn overleden broer in een beenderkistje worden gelegd, zodat zijn moeder te zijner tijd naast haar man komt te liggen. Als ze thuis gegeten hebben, gaat hij naar Carla in het ziekenhuis. Hij nam een bakje aardbeien mee, en ondanks dat ze geen eten mag, eet ze het hele bakje leeg. Op haar kamer ligt nog een oude vrouw, die constant een oogje in het zeil houdt. Thuis belt hij Laura, zijn dochter, op om te vertellen dat grootvader overleden is. Hij gaat de volgende dag weer naar het huis van zijn vader. Hij laat daar een broer van hem ontzettend schrikken. Hij praat met zijn familie ook nog over een eerder overleden broer. Zijn vader ligt er nog goed bij omdat de cellen nog verzadigd zijn. Daarna gaat hij weer naar Carla. Daar vraagt hij wat er met die vriendin was. De vriendin van Carla heeft zich inderdaad in haar kut gesneden, omdat ze er niet tegen kon omdat Carla soms vriendjes had, terwijl zij lesbisch was en Carla een vriendin van haar was. Daarna gaat hij weer naar huis. De volgende morgen gaat hij naar Liz, een prostituee die hij wel eens meeneemt, om haar mee te nemen. Hij gaat met haar naar bed maar het lukt niet zo. Hij praat ook met haar over zijn vader. Hij zet haar weer af en gaat 's avonds slapen. Hij denkt zich in wat hij met acht kippen moet doen die hij voor de barbecue gekocht heeft. Hij gaat naar Carla's kamer, en vindt daar naaktfoto's. Hij neemt er een mee en gaat weer naar zijn vader. Zijn zusje, Jenny die in Amerika zat, is er ook. De volgende dag wordt zijn vader begraven. Zij mag op het orgel spelen, ze is namelijk naar Amerika vertrokken en speelt nu in een nachtclub. Paul gaat met zijn zusje Jenny naar een seksshop, ze kijken naar wat filmpjes. Hij zet Jenny af bij haar vroegere muziekleraar en gaat naar huis. De dag daarna wordt zijn vader begraven. Hij gaat weer naar het ouderlijk huis, en daar begint de rouwdienst. Als de dienst afgelopen is gaat hij naar Carla in het ziekenhuis, die inmiddels weer naar huis mag. Paul brengt haar naar die vriendin, waar Carla en die vriendin elkaar in de armen vliegen.

Thema
Qua thema wordt het boek gekenmerkt tussen een ontmoeting, of beter gezegd een confrontatie tussen seksualiteit en de dood: Het lukt Paul niet de dood te vergeten door middel van seks, dit blijkt het feit dat als hij met Jenny naar seksshops gaat, het hem verveeld en dat hij eigenlijk liever naar huis wil. Onderstaande quote geeft een goed exempel van de overlapping van seksualiteit en de dood:
Citaat (p 185; 4-18):
“Ineens boog hij (Dolf) naar binnen en pakte de krant van de achterbank. Paul probeerde hem nog, zich over Jenny buigend, uit zijn handen te grissen.
‘Daar staat alleen maar de rouwadvertentie in, hetzelfde als op de kaarten,’ zei hij snel.
‘Daar ben ik nou juist zo nieuwsgierig naar,’ zei Dolf. Nog voor hij de krant opensloeg zag hij de foto ertussen zitten en trok hem eruit. ‘Als dat een rouwadvertentie is wil ik iedere dag wel doodgaan,’ zei hij. ‘Wat een meid. Jij weet je herfstvakantie aardig te vullen.’
Jenny trok de foto naar zich toe en zei, ‘Isn’t she a lovely piece?! Mieters meisje! Is dat je girlfriend?’
Terwijl hij startte trok Paul de foto uit hun handen, schakelde en reed weg.”

Titelverklaring
In het licht van het feit dat het verzet tegen de dood in nagenoeg al Jan Wolkers’ werken centraal staat, is ook de origineel gevonden titel ‘De doodshoofdvlinder’ zeker geen buitengewoon opmerkelijk gegeven. Een doodshoofdvlinder zelf komt slechts één maal in het boek voor, wanneer Paul in gedachten zijn vader in een vaart ziet komen aandrijven. Het hele vaarttuig doet hem denken aan een doodshoofdvlinder (een vlinder met een doodshoofd op zijn rug). Hij vroeg zich toen af hoe een vlinder ooit met de menselijke dood op de rug kon leven.

Motto
Voor in het boek staan twee motto’s:
- “I think we are in rats’ alley
Where the dead men lost their bones.”
‘The Waste Land’, T.S. Eliot
Vertaling: ‘Ik denk dat we in het steegje van de ratten zijn. Waar de dode mensen hun botten verloren.’
- “’You’ve got yourself in another jam, I see’
he said cheerfully. ‘Why don’t you try some quiet business like embalming?’”
‘The Long Goodbey’, Raymond Chandler
Vertaling:’Je hebt jezelf aardig in de nesten gewerkt, zie ik’, zei hij opgewekt, ‘Waarom probeer je niet wat stille zaken, zoals balsemen?’
Dit motto slaat op de overleden vader van Paul. Het lijkt hier alsof Paul tegen zijn vader praat. Met jezelf aardig in de nesten werken bedoelt hij het doodgaan van zijn vader.
Paul en zijn familie dragen hun vader steeds met zich mee, alsof hij nog bij hen is. Als een soort mummie. Mummies worden geconserveerd om langer te laten meegaan door middel van balsemen.

Belangrijkste motieven
De motieven, eigenlijk de leidraad in het verhaal, de terugkomende ‘gedachtes’ zijn uiteraard dood en seks.

De dood
In het hele verhaal is duidelijk op te maken dat de dood de rode lijn in het verhaal vormt. De hoofdpersoon zijn vader is overleden. De hoofdpersoon heeft het er erg moeilijk mee: de aanrijding, het rouwproces en de begrafenis.

Seks
Er valt tevens op te maken dat ook seks een motief in het boek is, zoals in veel Wolkers-boeken. Door middel van seks probeert Paul de dood van zijn vader te vergeten, of te verwerken. Hij gaat naar bed met Liz, maar het wil hem niet lukken. De dood van zijn vader waart door zijn hoofd. Maar de dood is altijd moeilijk te verwerken, ook seks helpt niet.

Karakterbeschrijvingen Hoofdpersoon
Paul, leraar Engels; houdt van Shakespeare, heeft een Jaguar en is niet getrouwd, maar heeft wel een dochter, Laura. Qua seksualiteit is hij zeer losbandig en gaat dan ook wel eens met prostituees om. Hij houdt van tuinieren en let daarom veel op planten in zijn omgeving: Regelmatig vliegt de meest vreemde planten-jargon de lezer om de oren.
Een belangrijk deel van het zijn van Paul zijn zijn in gedachten verzinkingen en zijn dromen. Er worden enkele dromen in het boek beschreven. De ene is soms nog raarder dan de andere. Hij heeft veel herinneringen aan zijn vader, dit komt voort uit de realiteit ook veel herinneringen heeft aan zijn echte vader, die ook streng gereformeerd was. Hierdoor is zijn vader nooit de belangrijkste persoon in zijn leven geweest.
In sommige opzichten kan hij ook voorkomen als een slungel: als hij uit zijn bed stapt met een slaperige kop stapt hij standaard in zijn tennisschoenen en zijn judo jas.

Bijpersonen
- Dolf
Zijn broer, Dolf, heeft het goed voor elkaar en hij is erg rijk. Hij heeft een Porsche en dure kleren.
- Karel
Karel heeft het minder voor elkaar, ten opzichte van Dolf en Paul is hij ‘omlaag gevallen’.
- Carla
Ergens tergt Carla Paul in Pauls hoofd, want hij is het hele verhaal niet met haar naar bed geweest.

Opbouw
Het verhaal is niet moeilijk opgebouwd, het is volledig chronologisch. Wel is er goed een opbouw waar te nemen, haast in de letterlijke zin des woords, door middel van het gebruik van de mist. Hieronder een aantal citaten waaruit blijkt dat in de loop van het verhaal de mist dunner wordt en langzaam optrekt:
- “Hij rook ze door de mist heen. De Airwick van de herfst.”(pagina 14; 6)
- “Op de autoweg leek het soms of de mist zou optrekken. Dan kwam er wat zonlicht door die blauwe armelijke kleur van taptemelk. Maar dan trokken de wolken weer, dicht als van een smeulende takkenbos, in golven over de weg” (pagina 83; 15-19)
- “Toen ze over een houten bruggetje de botanische tuin inliepen kwam de zon helemaal uit de mist te voorschijn.” (p198; 10-11)
Hieronder nog twee citaten waaruit hoofdzakelijk blijkt dat mist in het verhaal staat voor het niet begrijpen en de onwerkelijkheid:
- “Niets was er te zien van de tuin. Hij zou voor een onmetelijke afgrond kunnen staan.” (p121; 5-7)
- “… Wat ik meteen moet doen na de begrafenis als de mist opgetrokken is.” (p155;4-5) geeft aan dat de mist niet alleen praktisch vervelend is, maar ook een psychische barrière vormt.
- “Toen Paul hem had verteld dat hij op weg hierheen een aanrijding had gehad, zei Dolf dat hij in Brabant op een ree gevlogen was.” (p 56; 17-19). Hieruit blijkt dat ook Dolf last had van mist, hij echter louter in fysieke zin.
Dit alles geeft duidelijk aan dat er sprake is van een ontwikkeling die ik erg mooi weergegeven vind.

Uitgewerkt persoonlijk leeservaringsverslag

Onderwerp
Zoals ook al in eerder geschreven bladzijden staat vermeld gaat de tekst volgens mij hoofdzakelijk over het diepgravende rouwproces dat Paul ondergaat na de dood van zijn vader.
De dood heeft mij altijd al geïntrigeerd, maar dit boek staat meer in het licht van de verwerking van de dood. Dit vind ik persoonlijk minder interessant, omdat het dan mij iets te concreet wordt. Het intrigerende aan de dood vind ik namelijk zo bijzonder mysterieus: het blijft altijd iets abstracts en we zullen er nooit achterkomen wat het precies is. Over het geheel genomen vind ik het jammer dat de dood niet centraal staat.
Ik vond het onderwerp dus niet echt boeiend; dit komt ook doordat ik het verhaal niet echt spannend vind. Er is naar mijn idee niet echt een doel, een climax die men naarmate men in het boek vordert, zou verwachten.
De verwachtingen die ik van tevoren had over het onderwerp waren totaal anders dan de werkelijkheid. Dit kwam ook omdat er op de achterkant van het boek een foto van Jan Wolkers met zijn vrouw is afgebeeld en niet een korte inhoudsweergave.
Eerlijk gezegd, maar dat is natuurlijk wel wat kort door de bocht en niet rekening houdend met het boek dat ik eerder van deze auteur las, verwachtte ik een soort detective. Ik zag het woord doodshoofdvlinder louter als een naam van een misdaadroman. Het had bij wijze van spreken ook de naam kunnen zijn van een aflevering van Baantjer. Uiteraard denk ik daar nu heel anders over, want de titel heeft wel degelijk een diepere betekenis.
Het thema de dood heeft gelukkig (nog) helemaal niet in mijn persoonlijke leven een betekenis. Ik heb er gek genoeg de laatste tijd vrij vaak over nagedacht hoe het zou zijn als mijn opa en oma kwamen te overlijden, maar ik heb er niet echt een voorstelling van. Ook heb ik er de laatste tijd vaak over nagedacht hoe het zou zijn als ik dood zou zijn, maar dan vooral in de praktische zin, niet wat ik dan zou voelen et cetera, maar dan hoe de levende wereld eruit zou zien zonder mij. Voordat ik deze vraag over de relatie met mijn eigen wereld las, had ik er nog totaal niet over nagedacht, maar misschien zijn mijn denkwegen in die zin wel door het boek beïnvloed.
De diepgang probeert Jan Wolkers naar mijn idee vooral te benadrukken door kleine details, zie bijvoorbeeld kopje Opbouw. Dit vind ik wel een mooie manier van schrijven, vooral eigenlijk een subtiele manier, maar zelf zie ik de verbanden nooit zo snel. Dit verband zag ik dan ook nadat mijn vader mij erop gewezen had.
Er wordt louter een visie gegeven vanuit het oogpunt van Paul, dus echt een mening van de schrijver heb ik er tot nu toe nog niet in gevonden.
Verder heb ik natuurlijk wel eens de dood op een film gezien, maar dit boek gaf toch een ander licht op de verwerking ervan. Wat ik precies beter vind of prettiger, weet ik nog niet.

Gebeurtenissen
Dat Paul, ’s ochtends nadat hij heeft gehoord dat zijn vader op sterven ligt, een aanrijding krijgt met Carla, is in mijn ogen essentieel geweest voor de verdere ontwikkeling van het verhaal. Zeker ook het gegeven dat Paul haar daarna meer dan één keer in het ziekenhuis opzoekt maakt duidelijk dat deze ‘ontmoeting’ zeker geen bijzaak is geweest.
Uiteraard is de hoofdgebeurtenis naar mijn idee het feit dat zijn vader eerst op sterven ligt en vrij spoedig daarna het loodje legt. Het hele verhaal gaat namelijk over het rouwproces en de weg naar de begrafenis toe.
De gedachten en gevoelens, vooral van Paul natuurlijk, worden sterker benadrukt dan het daadwerkelijk gebeuren van de aan die gedachte gerelateerde gebeurtenis. Ik persoonlijk vind dit wel prettig, dit gegevens maakt het verhaal minder objectief: de krantenstijl wordt hiermee verminderd.
Gezien het feit, dat het hele boek in het teken staat van de dood van de vader van Paul - en hier heb ik nu al herhaaldelijk notie van gemaakt - is de samenhang van de gebeurtenissen niet complex. Het feit dat ook Carla in het verhaal voorkomt zou men kunnen opvatten als een totaal losstaand gegeven dat het verhaal alleen maar afleidt van het thema, maar volgens mij is het louter een manier van de auteur om het verhaal niet alléén maar over de dood te laten gaan.
Zoals ik al zei vind ik het boek over het algemeen genomen niet echt spannend. Sommige gebeurtenissen vond ik wel ontroerend, bijvoorbeeld hoe Paul na de aanrijding nog in de auto van Carla gaat zitten en daar een pakje Tigra vindt. Dit vind ik wel romantisch, maar dan natuurlijk niet in de zin dat het met liefde te maken heeft.
Ik vind de manier van verwerken door middel van seks absoluut niet herkenbaar, want voor mij zou seks dan een nare ‘bijsmaak’ (niet letterlijk natuurlijk!) krijgen. Ikzelf zie seks namelijk als iets positiefs en de dood als iets negatiefs.
Het is misschien een klein detail, maar in het volgende citaat kon ik mij het allerbeste in Paul verplaatsen dan in elke andere gebeurtenis van het verhaal:
Na de aanrijding met Carla heeft Paul zijn broer Karel aan de lijn over de dood van zijn vader:
“‘Je bent te laat,’ zei zijn broer Karel ingehouden bestraffend. ‘Vader is overleden.’
Het bleef een hele poos doodstil. Paul hield zijn adem in. Streng en ernstig moest Karel matig staan te genieten van zijn terechtwijzing.” (p33; 24-28)
Ik voel bij het lezen van dit stuk gewoon zo erg hoe bij Paul de moed in de schoenen zakt. Vooral de toon waarop Karel het zegt – ik hoor het zo voor me – maakt dat ik vanaf dat moment een lichte anti jegens Karel heb ontwikkeld. Dit werd uiteraard tenietgedaan door het verdere verloop van het verhaal maar ik het wel onthouden!
De gebeurtenissen worden helder verteld, de verbanden zijn duidelijk.

Personages
De hoofdpersoon is in mijn visie absoluut geen held of iemand in wie ik mijzelf graag zou willen verplaatsen. Zeker ook omdat hij met zijn zus nota bene naar seksshops en zelfs naar een peepshow gaat. Áls ik het dan nog zou doen in een eventuele vlaag van verstandsverbijstering, dan zou ik dit uiteraard niet met mijn bloedeigen zus doen maar met een vriendin.
Wel komt de lezer hierdoor veel te weten over de karaktereigenschappen van de hoofdpersoon, omdat het verhaal ook wordt verteld vanuit het perspectief dat de lezer veel van de hoofdpersoons gedachten en gevoelens te weten komt. Het lijkt mij volstrekt duidelijk dat het van essentieel belang is de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon op zijn minst in grote lijnen te weten, want hieruit kan het gedrag voorspeld worden en beter worden begrepen. In dit verhaal komt wel duidelijk naar voren wat voor een persoon Paul is, en ik vind dan ook dat hij voorspelbaar reageert: Dit leest prettig.

Opbouw
Ik heb de meeste leeservaring op het gebied van de opbouw van het verhaal al in grote lijnen in de bovenstaande pagina’s uit de doeken gedaan, maar ik zal er onder dit kopje nog zoveel mogelijk bij zeggen.
Ik vind de opbouw van de tekst goed bij het onderwerp passen, want het werkt wel toe naar de dag van de begrafenis (de vertelde tijd is dan ook van ongeveer het moment van overlijden tot aan de dag van de begrafenis), dit houdt het namelijk helder en brengt weinig verwarring. Ook worden er dromen verteld en soms komen er ineens allemaal gedachtes van Paul voorbij, maar dit maakt het juist extra levendig, zeker ook omdat deze onderbrekingen nooit erg lang zijn en er altijd duidelijk is dat er weer eentje aan de lezer zijn c.q. haar neus voorbij komt.
Het is geslaagd dat er gebruik wordt gemaakt van de personale vertelsituatie: de lezer kruipt als het ware in de huid van Paul. Hierdoor kan het gedrag van Paul beter begrepen en verklaard worden. Zeker ook omdat het boek veel over gevoelens gaat rondom alle perikelen die met de begrafenis te maken hebben, vind ik deze vertelvorm uitermate geschikt.

Taalgebruik
Ik had weer even niet meer in mijn achterhoofd hoe Jan Wolkers schreef, maar in de eerste pagina’s van het boek werd mijn geheugen meteen al weer opgefrist:
“Terwijl hij naar het plafond staarde zag hij zichzelf alleen met die caissière in de supermarkt. Samen lagen ze in een diepe huil in een berg koekjes en beschuiten. Zorgvuldig alsof het een broze avondjurk van tule was deed hij haar witte stijfgesteven winkeljas uit en ontkleedde haar in die vochtige vanillelucht. Hij wist wat voor opwindend stevig uitgegroeid lichaam er verborgen zat onder die middenstandsvermomming, want hij had haar vaak in gebukte houding iets uit een vak zien pakken. Zijn hand gleed onder de dekens naar zijn erectie en terwijl hij zich aftrok zag hij zichzelf de koekkruimels van haar lichaam likken. Uit haar bezwete okselhaar en haar navel. Zijn tong gleed tussen haar billen door. Hij proefde de opwindende bittere smaak van haar aars. ‘De room uit je kut,’ mompelde hij. ‘Geef me de room uit je kut, schat.’ Hij drukte op haar buik zodat het zijn mond binnengulpte. Op hetzelfde ogenblik spoot het zaad eruit.

Toen sloeg hij het laken weg, veegde het drillerige vocht met zijn zakdoek uit zijn buikharen en ging op de rand van het bed zitten.” (p 9; 22-32, p 10; 1-13)
Toen ik dit las keek ik mijn vader werkelijk waar met grote ogen aan, mij ten zeerste verbazend over het dermate vulgaire taalgebruik. Niet moeilijk, maar wel iets om even te noemen. Natuurlijk herinnerde ik mij op dit moment Turks fruit weer, waarin dit soort taalgebruik niet ongewoon was.
Wat soms wel even voor moeilijkheden zorgde, in zeer geringe mate weliswaar, was de grote plantenkennis van Wolkers:
“Ineens rook hij de bedwelmend zoete geur van de dracaena.” (p10; 18-19)
Ik wist niet dat een dracaena een plant was, voor hetzelfde geld is het de naam van een eau de toilette. Gelukkig leverde de context mij naderhand een dusdanige hoeveelheid informatie op, zodat ik mijzelf uiteindelijk altijd wel weer redde.
Het idee van de mist, die naarmate het verhaal vordert langzaam optrekt is een symbolisch gegeven. Ik vind dit soort kleine details in een verhaal erg knap gevonden en ook zeer apprecieerbaar, maar niet noodzakelijk, want wie weet zitten er nog meer van deze ‘addertjes onder het gras’ en heb ik die niét gevonden. Dat zou zonde van de tijd van de auteur zijn geweest.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.