ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

22 december 2002

Taal:

Woorden:

1.750

Bekeken:

3804 keer (7 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (25 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Brief van een bejaard man & Reis naar Zweden
Justus van Effen (1684-1735)
Uitgeverij Querido / Griffioen, 1993
Het boek bestaat uit twee redelijk autobiografische verhalen.

Brief van een bejaard man

‘Lettre d’un homme d’âge’ verscheen in ‘Nouveau Spectateur François’ .
Deze tekst werd al twee keer eerder vertaald in de achttiende eeuw, maar meer als jeugdzonde gezien van de volksopvoeder. De hypersensibele tekst stond teveel in contrast met de solide Hollandsche Spectator.
De tekst is gebaseerd op een artikel uit de ‘Spectateur François’: “Histoire d’une dame âgée”, maar wel erg verdiept en uitgebreid.
Er zijn ook verschillen in milieu. Van Effens verhaal kent twee maatschappelijke lagen: het burgerlijke en het adellijke milieu, waartussen zijn hoofdpersoon moeizaam heen en weer wordt geslingerd.

We volgen de antiheld vanaf zijn eerste schooljaren en studententijd tot latere periodes, waarin hij de maatschappij instapt, een huwelijk aangaat, en vervolgens terugblikt op zijn grotendeels mislukte leven.
Een burgerjongen, die vertelt over zijn tot mislukken gedoemde ambitie om tot de adellijke kringen te worden toegenomen, waar hij zich intellectueel en moreel thuisvoelt. Bewondering en tegelijktijdige afkeer, zelfverheffing en zelfvernedering.
De bejaarde man heeft echt het idee dat hij een prinsenhart heeft, maar dat hij door het noodlot uit burgerouders geboren is, waardoor hij in zijn ontwikkeling belemmerd wordt. Van zelfkweller wordt hij kwelgeest voor anderen, met name voor zijn minnaressen. Pas tegen het eind van zijn leven krijgt hij gemoedsrust, wanneer DEUGD en REDE zijn EERZUCHT in toom houden.

Het verhaal languit
Een man erkent aan hoogmoed te lijden, die hem tot de domste dingen heeft aangezet. Hij leerde pas nederigheid kennen toen een ziekte hem daartoe dwong op zijn negende. Toen ontdekte hij zijn slechte kanten en bad hij tot God dat die hem zou helpen. Verwaandheid. Hij groeide op tussen jongeren boven zijn stand die op hem neerkeken. Hij verzint uit eerzucht verhalen over roemrijke voorvaderen. Eerzucht in alles. Begeert dochter van rector (enige meisje in de buurt). Probeert indruk op haar te maken. Krijgt haar, maar behandelt haar lomp. Gaat naar universiteit. Steekt slecht af bij rest van de studenten, maar gaat daarom extra hard leren. Wordt mode-gek en sluit zich aan bij groepje ‘filosofen’. Vindt eigen gedachtes belangrijker dan die uit boeken.
Begint altijd liefdesaffaire uit trots. Zodra het serieus wordt, kan het hem niet veel meer schelen.
Logeert op landhuis van tante van zoon beschermheer en ontmoet 15-jarige dochter van haar. Wordt verliefd op haar. Zij negeert hem echter opeens en blijft dat doen. Dan neemt hij maar een minder mooi meisje van lagere komaf. Beeldt zich in dat het mooie meisje hem niet minacht om gedrag, maar om lage komaf.
Een keer misrekent hij zich door het meisje te betasten als ze dat niet wil. Nu gaat hij het eerste meisje ook negeren, wat zij niet kan hebben. Het burgermeisje wordt weggehaald om met haar oom te trouwen.
Zijn beschermheer valt weg, nu diens zoon naar het buitenland gaat (De hoofdpersoon was namelijk aangesteld om de zoon een beetje intelligent gezelschap te houden) . Zijn vrienden laten hem in de steek nu hij weinig geld heeft. Krijgt baantje bij andere man, maar die is erg vervelend. Door de strengheid van deze man wordt alle lust tot discussiëren en nadenken hem ontnomen.
Gaat met andere mensen om, showt een beetje, pocht, etc..
Krijgt iets met mooi meisje, dat ook slim is. Discussiëren vaak wie van de twee het best kan beminnen. Trouwt met haar, alhoewel haar ouders dat tegenwerken. Wat hen dwarszit is fijne gevoelens. Zij zijn de hele tijd over zichzelf ontevreden omdat ze vinden dat ze niet aardig en lief genoeg zijn voor elkaar. Hij wordt jaloers, zij knorrig. Veel ruzies. Pas laat zagen ze dat eenvoudigheid en nederigheid hen paste in plaats van hoogmoed. Op een gegeven moment sterft ze.
Gaat naar buitenland. De mode verdrijft de REDE. Krijgt iets nieuws, maar wordt weer jaloers. Wil met haar trouwen, maar gaat toch maar weer naar vaderland om de DEUGD te hervinden.
Daar komt hij een oude vriend tegen, die hem tips geeft hoe hij zijn leven moet leiden. Hij keert zich meer tot god, en wordt nu geduldiger en kan zelfs de ergste beledigingen weerstaan. Lichtgevoeligheid heeft invloed op de deugd, wil niet dat hij ook maar de kleinste ondeugd begaat. Merkt soms dat hoogmoed nog een beetje de kop opsteekt tijdens gesprekken, waardoor hij zich belachelijk maakt, maar REDE en DEUGD zijn toch aan de winnende hand.

Over de schrijver
Justus van Effen was zoon van een gepensioneerd officier zonder fortuin. Hij probeerde zich al snel boven dat milieu uit te werken.
Hij was een ambitieuze student en schrijver, alleen moest hij door de dood van zijn vader zijn studie in Utrecht afbreken. Noodgedwongen ging hij nu in dienst als gouverneur of huisleraar in dienst bij hoge adellijke families. Zo moest hij het zoontje van de graaf van Wassenaer lesgeven. Deze graaf was een moeilijk persoon, en alhoewel hij Van Effen een baantje gaf op een secretariaat, waren er tussen hen geen warme gevoelens.
Van Effen trouwde met een volksmeisje.

Dit verhaal is in het Frans geschreven uit eergevoel.
Van Effen en het personage zijn allebei adept van de taalvirtuoos Dominique Bouhours, maar later keren zij zich af van de Franse salonwereld.
Dit boek is (een van) de eerste psychoanalyse(s). Effen werd min of meer opgevolgd door Betje Wolff en Aagje Deken.

Reis naar Zweden

Het verhaal gaat over een man wies kans op fortuin voorgoed is bekeken. Alle vrienden spanden zich samen tegen huwelijk dat voor zijn gemoedsrust én fortuin nadelig was (zoals het echte huwelijk van Van Effen). De hoofdpersoon vindt dat hij slecht gebruik maakt van zijn REDE.
Hij vertrekt met klein jacht vanuit Amsterdam naar Hamburg. Onder leiding van een gluiperige kapitein komen ze in een storm terecht. Ze worden zeiknat door de regen, en zitten noodgedwonen een paar dagen vast op Wadden, waar ze gestrand zijn.
Daarna gaan ze goed dineren in Stade, een plaatsje in het hertogdom Bremen. Ze gaan ook naar plaatsje Altona, waar allerlei godsdiensten vrij beleden mogen worden.
Slapen in een herberg en gaan naar Hamburg, waar veel huizen in gothische stijl staan. De mensen met hoge functies dragen rare oude gewaden. Het plebs is heel woest en dom.
In Wismar waren Deense en Hannoverse soldaten gelegerd.
Gaan naar Rostock, alwaar ze jonge Zweedse officier ontmoeten. Hij wil met hen de oversteek maken. Prins wilde incognito oversteken, en niet over Deens gebied (vanwege de oorlog), zodat ze in een ouwe sloep naar de overkant gaan. ’s Nachts varen om Deense en Russische patrouilles te ontlopen. Het kleine scheepje was dus noodzakelijk. Zien licht, worden gesnapt door Deense patrouille die kanonskogel op ze afschiet. Weten te ontwijken. Neemt de volgende ochtend een paar glazen goede wijn. Zien een plaatsje liggen, denken dat het Ystad is. Merken een paar Russische schepen op tussen hen en de haven. Komen stil te liggen voor stadje Schonen. Inwoners bang, want hebben onlangs nog bericht gehad dat de Denen binnen zouden vallen. Worden gered door Zweden, lange magere mensen. Gaan met paardenwagens. Hebben de hele tijd kinderen als postiljons, vanwege de oorlog. De paarden bij elke halte zijn oud en vermoeid.
Verwondert zich hoe slaafs het Zweedse plebs is. Denkt dat hij ze ook niet goed kan behandelen, omdat ze hem dan niet meer als meester zullen zien en opstandig zullen worden.
Harde boerenkoeken als brood, die een halfjaar gedroogd zijn (veel te hard voor tanden). Smaland is een heel rustige streek, die maar heel weinig mensen telt.
Alleen maar kleine dorpjes. Groot deel van de bevolking heel eerlijk en aardig. Wel schurft. Bossen platbranden om grond vruchtbaar te maken.
Komt aan hof. Wordt aan tafel uitgenodigd door echtgenoot van de koningin (tussen de mensen van stand). Maar vindt het samenzijn met de vrouwen leuker. De koningin zorgt heel goed voor haar man. Hij raakt onder de indruk van Gravin De la Gardie.
Door de oorlog bijna geen geld en markt meer. Alle volwassen mannen weg. Weinig voedsel. Betaling door rangen en medailles.
De Zweden kunnen de Russen wel aan, maar effectieve verdediging is moeilijk.
Engelsen komen te hulp. Diner samen met de prins en Engelse troepen. Goed feest, iedereen zat, dansen, zingen, kussen.

Komt op de terugweg langs uitgebrande steden. Hun schip wordt geënterd door vijandige troepen. Zegt dat hij Hessische prins, neef van de koning van Denemarken bij zich heeft. Ze worden met rust gelaten, en gaan naar de vertrekken van de Deense koning. Weer met de boot in storm. Vanaf het eiland Femeren naar hertogdom Holstein en vanaf daar de rit naar Hamburg. Drie dagen opknappen daar. Met een goede koets naar Hannover, waar een paar koningen en prinsen hen opwachtte. Via graafschap Bentheim bereikten ze Overijssel en eindelijk zag hij zijn vaderland terug.

Het verhaal achter het verhaal
(dit verhaal staat dus niet in het boek, maar is het verhaal zoals Van Effen het meegemaakt heeft).

Op 1 juli 1719 verliet Van Effen plotseling Nederland. Gefrustreerd vond hij onderdak in Den Haag bij prins Carl van Hessen-Philippsthal. Met hem vertrok hij per boot uit Amsterdam om via Hamburg naar Stockholm te reizen. Het was gevaarlijk, omdat Zweden toen in oorlog was met Denemarken en Rusland. De prins dacht werk te vinden in Zweden omdat koning Karel XII daar was opgevolgd door zijn zus, die met Carls neef getrouwd was. Zij konden wel wat steun gebruiken, omdat de Hessische troonopvolging werd aangevochten.
Justus hoopte ook op een baan, maar helaas eindigden beiden in december weer in Nederland.
Dit boek is een reisjournaal in briefvorm, vermoedelijk gericht aan zijn in Holland woonachtige vriend Jean-François Potin. Van Effen heeft zijn brieven deels opnieuw moeten schrijven, omdat ze niet allemaal waren aangekomen. Dit bood gelegenheid tot reflectie. ‘Relation d’un Voyage en Suède’ is het eerste reisverslag over Zweden.

De situatie in Zweden is huiveringwekkend, er is onder alle bevolkingslagen veel honger. Van Effen is duidelijk meer geïnteresseerd in mensen dan in de omgeving. Zo geeft hij een uitgebreide beschrijving van de koningin, haar echtgenoot en het hof. Deze beschrijving is wel sterk gekleurd door zijn verlicht humaniteitsideaal en zijn opvattingen over heldendom en heldenverering. Een held is volgens hem niet iemand die uit veroveringsdrang levens opoffert voor zijn eigen eer, maar iemand die mens onder de mensen wil zijn. Vanuit deze oogpunten verheerlijkt hij koningin Ulrika, maar niet haar voorganger Karel XII.
Wat opvalt is dat Justus zijn vergezeller, de prins, nergens met naam noemt. Het zou een reden kunnen zijn dat de prins liever niet herinnerd wilde worden aan deze onderneming.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.