geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
Formele kenmerken:
1. De auteur
Everhardus Johannes Potgieter werd op 27 juni 1808 geboren in Zwolle. Hi kwam uit een deftig, maar verarmde koopmansfamilie. Hij werd na zijn dertiende door een tante in Amsterdam opgevoed. Hij werd hier opgeleid in een handelsfirma, maar kreeg al jong ook belangstelling voor culturele en literaire onderwerpen. Hij is in 1834 een van de oprichters van het tijdschrift De Muzen, dit gaat na een jaar ten onder. Potgieter richt dan in 1837 het tijdschrift De Gids op. Hij heeft vele werken geschreven, enkele titels hiervan zijn: Liedekens van de Bontekoe (1840), Het Rijksmuseum (1844), Florence (1868).
2. De titel
Jan, Jannetje en hun jongste kind
3. Eerste publicatie
1842
4. Omvang
32 bladzijden
5. Motto
En leer nietwes staat te maken
Als ’t geen in eigen krachten is.
O.Z. van Haren
( je kunt alleen op jezelf rekenen )
6. Opdracht
Geen opdracht
7. Aard van het werk
allegorische schets met lerende bedoeling
8. Gelezen
8 juli
Inhoudelijke kenmerken:
1. Korte inhoud
Het is oudejaarsavond 1841. Jan leest de krant; hij is zelfingenomen. Zijn vrouw Jannetje is zeer deugdzaam. Ze praten over het voorbije jaar. Jan is niet erg tevreden: de oudste zoon Janmaat is ‘landkrab’, de jongste zoon Jan Salie is een slappeling. Ook de andere kinderen komen de kamer binnen: Jan Contant (die het ‘handelshuis’ oprichtte), Jan Crediet (die het uitbreidde). Jan Salie moet het huis uit, maar geen van de broers wil zich over hem ontfermen. In een hoek van de kamer zitten nog andere Jannen: de zuipende Jantjes Goddome en de Jannen Kalebas; Jan Hagel en Jan Rap. Jan de Poeët is Jan de Rijmer geworden. Jan Salie moet maar soldaat worden! Jannetje verzet zich daartegen. Jan Cordaat en Jan Compagnie weiden uit over de (vooral 17e eeuwse ) historie. Jan Compagnie roemt het werk van de Nederlanders in Indië. Jan was koopman en door de overvloed is Jan Salie zo’n slappeling geworden. Jan Klaassen kan ook niets van hem maken( mag niet meer hekelen zoals in de dagen van Huygens). Alleen Jan Kritiek wil nog op Jan Salie passen. Tenslotte stelt Jan een feestdronk in: ‘Oranje in ’t hart, en niemands slaaf! God zegene u, Jan! u en de uwen!’.
2. Thema
De onvrede met en de kritiek op de maatschappij van omstreeks 1840, in het bijzonder de sterk heersende lamlendigheid, onverschilligheid en middelmatigheid sinds de Franse tijd, de Belgische opstand en de erop volgende financieel-economische malaise.
3. Verklaring titel
Het gaat over Jan en jannetje en hun kinderen, maar vooral over hun jongste kind Jan Salie. Jan symboliseert de Hollander die in de historie is groot geworden. Jannetje symboliseert de hollandse vrouw die degelijk, spaarzaam, netjes en godsdienstig is. Zij symboliseren samen het Nederlandse volk door de eeuwen heen. Jan Salie symboliseert de lamlendigheid, onverschilligheid en middelmatigheid. Met wordt dan ook gewaarschuwd voorde Jan-Saliegeest
4. Opbouw
Het boek bestaat uit een stuk, het wordt niet onderverdeeld in hoofdstukken.
5. Hoofdpersonen
Personages zijn allegorisch: ze verpersoonlijken groepen mensen in de samenleving of bepaalde karaktertrekken.
- Jan:
De Hollander die in de historie groot geworden is, zelfingenomen, vroom en heeft met hard werken veel bereikt.
- Jannetje:
De degelijke, vrome, huiselijke, propere en deugdzame vrouw, haar man steeds tot steun.
- Jan Salie:
De personificatie van de natie in verval. Een kind van de overvloed, mist energie, veroorzaakt geestelijke en maatschappelijke achteruitgang, overheerst alles en iedereen. Hij deugt nergens voor en moet verdreven worden.
6. De tijd waarin het verhaal zich afspeelt
Het verhaal speelt zich af op oudejaarsavond 1841. Het tijdsverloop is chronologisch met veel flash-backs naar vooral de zeventiende eeuw.
7. De plaats waar het verhaal zich afspeelt
Plaats waar het verhaal zich afspeelt is de kamer van het koopmanshuis van Jan en Jannetje in Amsterdam of eigenlijk: heel Nederland.
8. Genre
Het is geschreven in de tijd van de romantiek, die als hoofdkenmerk heeft de innerlijke onvrede met het bestaan met als gevolg een vlucht uit de werkelijkheid. Bij Potgieter is er sprake van onvrede die berust op het sociaalconflict. Het is een allegorie.
9. Perspectief
De auctoriale ik-verteller heeft veel weg van de auteur Potgieter. Soms roept hij de personages iets toe, alsof een toneeluitvoering bijwoont. Vooral in de uitweidingen geeft de verteller zijn eigen mening over allerlei zaken en gebeurtenissen.
10. Vertelde tijd
Het verhaal speelt zich af in een tijdsperiode van één avond.
11. Plaats te midden van ander werk van de auteur
Kenmerkend voor Potgieter was zijn bewondering voor de Nederlandse kracht en ondernemingslust vanaf het midden van de 16e tot ver in de 17e eeuw en zijn afkeer van de futloze geest van zijn eigen tijd. Hij wilde dat zijn eigen generatie zowel in maatschappelijk als cultureel opzicht een voorbeeld nam aan de Gouden Eeuw. Dit alles komt heel duidelijk naar voor in Jan, Jannetjes en hun jongste kind. Dit alles is typerend voorde romantiek, en de romantische ideeën komen in zijn andere werken ook naar voren.
12. Plaats binnen een literaire stroming
We kunnen dit werk plaatsen in de Romantiek. In dit boek komen duidelijk de romantische ideeën naar voren, zoals hierboven verwoord, het vluchten uit je eigen tijd, naar (in het geval van Potgieter) de Gouden Eeuw.
13. Evaluatie
a. Opvallend in dit boek is dat er veel flashbacks naar vooral de zeventiende eeuw.
b. Het is absoluut geen spannend boek, er gebeurt niets in er wordt alleen een oudejaarsavond beschreven.
c. Het is moeilijk re zeggen wat je ervan kan leren, al de onderwerpen waar het in het verhaal omdraait zijn nu niet echt meer van toepassing. Je kan moeilijk zeggen dat je er van kan leren dat je huisvrouw moet worden want de ben je deugdelijk. Je kan er wel van leren dat je daadkrachtig moet zijn en vertrouwen op je eigen mogelijkheden.
d. Het is een christelijk boek, ook al komt het niet zo duidelijk naar voren. Af en toe worden er toch deugden uit de bijbel naar voren gehaald.
e. Ja ik ben het met hem eens dat je daadkrachtig moet zijn en vertrouwen hebben in je eigen mogelijkheden. Met al die deugden die hij noemt van huiselijkheid en degelijkheid ben ik het niet zo eens, maar dat is ook de verandering van de tijd.
f. Goede kanten het is een dun boekje, slecht kanten zijn dat het erg moeilijk geschreven is, en dat overal een diepere betekenis achter zit.
g. Een vreselijk boek, je komt er haast niet door heen ook al heeft zo weinig bladzijden, vreselijk saai, en de taal is haast niet begrijpen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.