ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Jamez

Datum ingestuurd:

22 november 2002

Taal:

Woorden:

2.000

Bekeken:

5450 keer (9 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (26 stemmen)

Deel op:

  • Door stijnez op 20-02-2005
    goe man!

1. Volledige titelbeschrijving
Auteur: E.J. Potgieter
Titel: Jan, Jannetje en hun jongste kind
Plaats van uitgave: Leeuwarden
Jaar van verschijning en druk: 1993, 1e druk. (Oorspronkelijke uitgave: 1842)

2. Motivatie van mijn keuze
a. De belangrijkste reden waarom ik dit boek gekozen heb is omdat het een dunner boek was dan de andere boeken van de lijst. Er waren er meerdere in de klas die het boek lazen, dus zouden we elkaar met problemen kunnen helpen. Andere redenen heb ik niet gehad.
b. Verwachtingen over het boek had ik niet. Ik kende titel en schrijver niet. Omdat bekenden het boek ook nog niet uit hadden, wist ik niet waar het verhaal overging.

3. Samenvatting van de inhoud
Potgieter is een strijder, een man van de daad, die zich geheel wil inzetten om de ontredderde maatschappij te helpen opbouwen. Hij is vaderlandslievend en zeer gesteld op de burgerlijke vrijheid.
Hij wil hij het Nederlandse volk tonen, wat er gebeurt als de Jan-Saliegeest niet verdwijnt. Dat Nederlandse volk-door-de-eeuwen-heen is gepersonifieerd in Jan: de Hollander die in de historie groot geworden is; in Jannetje, de Hollandse vrouw: degelijk, spaarzaam, netjes en godsdienstig; in de kinderen en kleinkinderen op wie Jan en Jannetje zitten te wachten. Immers, het is Oudejaarsavond, ze zullen allemaal komen.
Het jaar 1841 loopt ten einde. Het is een slecht jaar geweest, maar "de koetjes zijn al op het droge".
Jan steekt de schone Goudenaar op, de kinderen zijn laat, maar goed, ze zijn naar de oudejaarsavondkerk.
Hierna wordt Jans afkomst belicht: rond "den jare Vijftienhonderd lag hij in de luiers." Hij is voorbeeldig opgegroeid! In de afrekening is hij nauwgezet. Moeilijke tijden heeft hij ook gekend: "hoe zuur had Jan het niet onder de voogdijschap van de koning van Spanje!"
Jannetjes portret wordt daarna geschilderd: "men moet de gaven van Rembrandt aan die van Rubens paren." Haar deugden zijn talrijk.
Dan komt hun oudste zoon binnen: "hij zwalkt naar den haar." Het is Janmaat, de zeeman. Nu is hij echter veranderd, hij is neerslachtig: "Al weer een jaar, dat ik als een landkrab sleet", verzucht hij. Dan roept eensklaps een pieperig stemmetje uit één der kamerhoeken: "Janmaat! wil je óók een kopje slemp?" Het is in dit geval de jongste zoon, Jan Salie. Janmaat wendt zich van de slungel af. Andere gasten komen binnen: Jan Contant en Jan Crediet. Zij vertegenwoordigen het handeldrijvende volk. Jan Contant "die weltevredene, tonronde, overdrieste vent, hij rigtte het huis van negotie op, dat Jan Crediet uitbreidde". Zij hebben het ver gebracht.
Vader Jan neemt het woord: "Kinders, Janmaat heeft zich straks bitter beklaagd, dat ik in langen tijd niets voor hem over heb gehad. – Maar als ik wat aan hem zal doen, dan moet mijn jongste kind geplaatst wezen, dan moet die kwelgeest mijn huis uit."
Hij vraagt wie van de drie Jan Salie in dienst wil nemen. Geen van de drie genoemde broers voelt er iets voor. In een hoek zitten de Jantjes Goddome en Jannen Kalebas. Dat zijn spotters, ploerten. Ze zitten daar met Jan en Alleman ("de misdeeldste kinderen"), met Jan Hagel en Jan Rap en zijn maat. Over deze heertjes heeft Jan zich al zo lang geschaamd.
Jan de Poëet dient zich aan (weliswaar heet hij nu maar Jan de Rijmer); ook hij wijst Jan Salie af. “Hij moet gedrild, hij moet soldaat worden!" klinkt het. Jannetjes moederliefde (zwakheid) wijst dat uit medelijden af. Jan Compagnie, de vrolijkste, de welgedaanste van Jans kinderen, wijst het idee resoluut van de hand (hij is de koloniaal): "Moeder, Jan Cordaat weigert hem." Jan Cordaat wijst op zijn krijgsverrichtingen: "Ik heb geene plaats voor den treuzel, zoo min bij het leger als bij de schutterij!" Arme Gastheer! "Hoe menigh vader lijdt in zijne zone alleen!" Potgieter citeert Vondel. Niemand wil Jan Salie, want hij mist energie, geestelijk en maatschappelijk veroorzaakt hij alleen maar achteruitgang.
Na lang gepeins neemt Vader Jan zijn besluit: hij zal niemand met de jongen lastig vallen; "ik schaam mij, dat ik zijn vader ben, ik was maar een koopman. Weelde ontzenuwt, verslapt, ontmant, Jan Salie is de zoon van mijn overvloed, Jan Salie besteed ik op een hofje (liefdadige instelling waar arme mensen onderdak en verzorging kregen, ook werden hier verstoten nakomelingen van rijkere families opgenomen) Jannetje pinkt een traan weg.
Jan Klaassen neemt nog het woord, hij betreurt het dan Jan Gat en Jan Hen er niet zijn, dan kon Jan Salie daar tussen zitten. Jan Klaassen vertegenwoordigt het realistische blijspel: "Trijntje Cornelis" van Huygens noemt hij als voorbeeld. Jammer dat Jan Klaassen geen vrijheid heeft in deze tijd: hij zou Jan Salie hebben genezen.
Vader stelt de feestdronk in: "Oranje in het hart, en niemands slaaf!", waarna hij de toost besluit met: "God zegene ons, kinderen!" God zegene u, Jan! u en de uwen!

4. Uitgewerkte persoonlijke reactie
Het onderwerp van de tekst is volgens mij de ‘ondergang’ van Holland. De auteur vindt dat Nederland niet meer meetelde, in zijn ogen was ons land een tweederangs land aan het worden. Hij wil dan ook helpen de maatschappij en economie uit het slop te trekken. Op zich is dit wel een interessant onderwerp, omdat je zo toch iets meer van deze periode te weten kan komen. Helaas geeft het boek geen echte informatie over hoe er werd geleefd in die periode (het jaar 1941 en de jaren ervoor). Het onderwerp ligt niet in mijn belevingswereld, omdat ik ten eerste geen binding heb met de tijd waar het over gaat, daarnaast heb ik ook nog nooit zelf ervaren dat de economie echt in een dip zit. Ik vind dat het onderwerp grappig wordt uitgewerkt doordat de personages in het boek personificaties zijn van de Nederlandse natie. Hun jongste kind is Jan Salie, een door iedereen verfoeide energieloze nietsnut.
De belangrijkste en enige gebeurtenis is de bijeenkomst op oudejaarsavond en alle familieleden komen langs. Hier wordt verteld wat er gebeurt als de Jan-Saliegeest niet verdwijnt, het zal met het land nog slechter gaan. Deze avond wordt goed verteld in het boek, het hele boekje bestaat uit deze gebeurtenis.
De hoofdpersoon in het boek is Jan. Hij heeft het merendeel op oudejaarsavond het woord. Ik vind het geen held, omdat hij geen enkele daden heeft verricht die heldhaftig zijn. Wel wil hij Jan-Saliegeest wegwerken. En dit is niet alleen zijn eigen belang, maar het belang van heel het land, dus dat is wel een goed punt van hem. De karakters van de personages worden niet beschreven, ze worden wel geïdentificeerd met delen van de maatschappij. Op deze manier kan je toch wel iets over de personen te weten komen. Jan is de Hollander die in de historie groot is geworden, Jannetje de vrouw is degelijk, spaarzaam, netjes en godsdienstig. Jan contant en Jan Crediet vertegenwoordigen het handelsvolk. Ik vind de personages niet herkenbaar en levensecht. Omdat zij zoals gezegd delen van de maatschappij vertegenwoordigen.
Het verhaal is niet ingewikkeld van opbouw. Er zijn enkele flashbacks of andere dingen die onduidelijkheid kunnen veroorzaken. Ik vind het geen spannend verhaal, omdat er nergens spanning wordt opgebouwd. Nergens wordt de lezer gemanipuleerd door de schrijver. Op zich vind ik deze opbouw niet verkeerd, alhoewel ik wel wat meer spanning zou willen. Het verhaal wordt verteld door de ogen van de auteur. Deze wijze van vertellen vind ik wel geslaagd. Omdat het taalgebruik toch behoorlijk ouderwets is, zou het misschien verwarrend werken als het verhaal door verschillende personages zou worden verteld.
Het taalgebruik in het boek vind ik redelijk lastig. Doordat er toch een hoop woorden worden gebruikt die wij niet meer gebruiken, is het soms toch moeilijk om de ware betekenis van het woord te vinden. Erg gemakkelijk was dat de moeilijkste woorden werden verklaard in het Nederlands dat we nu gebruiken. Soms leverde ingewikkelde beeldspraak of symbolische verwijzingen nog wat problemen op tijdens het lezen. Potgieter citeert regelmatig uit het werk van andere schrijvers en dichters uit die tijd, zoals P.C. Hooft, Johannes Antonides van der Goes en Langendijk. Dit zorgde soms voor wat verwarring, maar ik ben er altijd goed. Ik vind het taalgebruik wel goed passen bij het boek, omdat het zo helemaal duidelijk wordt dat dit boek al heel wat jaren oud is. Naast het feit dat het taalgebruik erg oud is en er geregeld werd geciteerd uit andere werken is mij niets opvallends opgevallen.

Verdiepingsopdracht

1. De relaties met de politieke achtergronden
De auteur vond dat Nederland niet meer echt meetelde. Het werd naar zijn mening een tweederangs land. De maatschappij moest uit het slop worden getrokken, er moest dus wat gebeuren in Nederland. Dat betekende dus ook dat er op politiek gebied iets moest veranderen, want op de wijze zoals het ging kon het niet langer doorgaan. Hij was dus niet tevreden over de politieke leiding van zijn land.

2. De relaties met de sociaal-economische achtergronden
Dit verband is snel te zien. Op sociaal – en economisch gebied gaat het de verkeerde kant op. In de tekst staat letterlijk: ‘Het is een slecht jaar geweest’. Hiermee wordt gedoeld op de economische krisis die ons land toen kende. Potgieter wilde hier wat aan veranderen, hij wilde het ontredderde Holland weer opbouwen.

3. De relaties met de culturele achtergronden
In de negentiende eeuw was het nationalisme (de voorliefde voor het eigen vaderland) belangrijk. Een volk werd beschouwd als een organische eenheid, met een gemeenschappelijke afstamming, cultuur en taal. Kenmerkend voor Potgieter was zijn bewondering voor de Nederlandse kracht en ondernemingslust vanaf het midden van de 16e tot ver in de 17e eeuw en zijn afkeer van de futloze geest van zijn eigen tijd. Hij wilde dat zijn generatie zowel in maatschappelijk als cultureel opzicht een voorbeeld nam aan deze Gouden Eeuw. Het boek is erg gesteld op het eigen land, er worden met de personages ook alleen delen van de Nederlandse maatschappij bedoeld, andere nationaliteiten doen niet mee. Ook worden passages uit de werken van artistieke Nederlandse helden geciteerd, zoals Vondel.

4a. De relaties met de literaire stromingen en genres
Ik weet niet echt waartoe de tekst behoort. Het beeld van de wereld was niet langer objectief, maar subjectief. De vaderlandslievende Potgieter hield zijn tijdgenoten de zeventiende eeuw als voorbeeld van bloei en daadkracht. Hij was dus trots op zijn land en hij wilde laten blijken dat anderen dat ook moesten zijn. Het nationalisme speelt dus ook een belangrijke rol. Een paar belangrijke tekstpassages waaruit dit blijkt zijn: "Oranje in het hart, en niemands slaaf!" en ‘Onder de spreekwoorden van Jan’s buren, onder die der grote Heren, welke een belangrijke invloed op zijn vroeger leven hebben uitgeoefend, treffen wij er vele aan, die tot in hart en nieren toe monarchaal zijn’. Hiermee wilde Potgieter zeggen hij trots is dat andere landen langdurig onder de alleenheerschappij van een koning hebben geleefd, Nederland niet.

4b. Verband tussen tekst en subgenre
De tekst behoort tot de allegorie. Het is een lang volgehouden vergelijking. Een makkelijke verwijzing naar de tekst is snel gemaakt, de personages die in het boek meedoen vertonen een lang volgehouden vergelijking. Daarnaast sluit de tekstpassage van de bijeenkomst van de bekenden op oudejaarsavond er op aan.

Evaluatie
1. Ik vind het niet zo’n geweldig boek, het gaat eigenlijk nergens over en er gebeurt niks, en er wordt alleen maar gepraat.
2. Er is niet zo veel veranderd, het is gewoon een simpel boekje, maar wel met een diepere betekenis.
3. Ik ben tevreden over het uitvoeren van de beschrijvingsopdracht en de verdiepingsopdracht, ik kon alles beantwoorden.
4. Het lezen van het boek was wel een beetje lastig, omdat er soms moeilijke woorden in zaten, maar die werden onderaan de pagina vertaald en/of uitgelegd.
5. Er waren geen moeilijke, verwarrende of onduidelijke dingen aan het boek.
6. Het uitwerken van de verdiepingsopdracht was niet zo lastig, de boodschap in het boek was te begrijpen en dus kon ik ook de opdrachten maken.
7. In de verdieping waren geen moeilijke, verwarrende of onduidelijke dingen.
8. Ik had het idee dat ik tijdens het maken van de slotopdracht mijn vaardigheden en kennis wel voldoende waren.
9. Alles liep voorspoedig, ik ben van plan om de volgende keer alles hetzelfde te doen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.