geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
Algemene gegevens
Titel: Herinneringen van een bramzijgertje
Schrijver: Jan de Hartog
Uitgebracht in: 1967
De hoofdpersoon in het boek is Jan de Hartog zelf. Hij heeft het in het echt grotendeels meegemaakt. Jan is een persoon die grote dromen en wensen voor de toekomst heeft.
‘Als jongetje onder de jongetjes droomde ik, net als wij allemaal, alleen maar over groter worden’. ‘Voor ons betekende ‘groot zijn’ het zeegat uit te varen’. Jans grootste droom was dus om aan boord van een botter te werken, of er één te hebben. Hij en zijn vriendjes waren eigenlijk dag in dag uit bezig met botters en alles wat daarmee te maken heeft, een botter is een oud, houten, vissersschip. Jan, veel beïnvloed door verhalen van zijn vriendjes, had rare ideeën over hoe de wereld in elkaar zit. Hij dacht bijvoorbeeld dat je opeens groot wordt: ‘Wij geloofden in één magisch ogenblik waarin wij plotseling zouden worden toegelaten tot de grote mensenwereld, de wereld buiten de havenhoofden.’ Maar één droom had Jan zeker, zijn vriendjes ook, bramzijgertje worden. Dat gebeurt. Bramzijgertje is een Oosterdams (dorpje waar Jan woont) woord dat gebruikt wordt voor schippersknechtje, aan boord werken van een botter. Wanneer Jan op een gegeven ogenblik opeens aan boord is, is hij verbaast en blij tegelijk. Hij is een bramzijgertje. ‘Dit was het ogenblik waar ik zo dikwijls van had gedroomd. Ik was groot geworden.’ Jan is een best verlegen jongetje, tenminste tegenover zijn medemannen op de botter. Maar op zich is dat ook logisch. Hij, een jongetje van 10, met een jongen van 15 en met een man die al ver over de 18 is. Maar bij zijn vriendjes was hij niet erg verlegen. Op de botter wel. Dat hij verlegen is blijkt hier wel uit. ‘Na twee dagen proberen kwam ik nog steeds niet boven de rand uit, ik deed verwoede pogingen om er bovenuit te komen. “Waar is dat goed voor?”, “Ik wou even kijken”,”Kijken, waarnaar?”, “Naar de zee”.’Hij durfde dus niet te vragen om over zee uit te kunnen kijken. Maar verlegen of niet, een watje is hij niet. Als tienjarig jongetje moest hij wel koken, schrobben en hij werd de hele tijd afgebeuld door zijn bottergenoten. In de loop van het verhaal wordt dit wel anders, niet dat er een echte band ontstaat, maar hij wordt niet meer afgebeuld. En heimwee heeft hij ook niet, hij denkt: ‘Dit is pas het échte leven’. Hij zeurt ook niet gauw en is best bereid om iets voor een ander op te geven. Hij moet een keer zijn kooi afstaan aan de vijftienjarige jongen, dan houdt hij zich wel flink en heeft ook wel zijn woordje klaar. Jan lijkt wel erg volwassen, gezien in de situatie waar hij zich in bevindt. Zo aan boord met van die oude jongens (door zijn gedrag en alle klusjes). Het is niet zo dat dat de hele tijd zo is. Na een tijdje komt toch het 10-jarige kind in hem naar voren, als ze gaan spelen in de kerk en in het dorpje waar ze aanleggen. Jan lijkt zich eerst wel minder te vermaken, maar later krijgt hij wel een band en vindt hij het wel leuk aan boord ‘Weken gingen voorbij, Krelis en ik zijn vrienden geworden. Ook met zijn aartsvijand Bonk kan ik nu ook wel opschieten.’ Hij denkt volwassen over dingen na en begint een eigen persoonlijkheid neer te zetten. Toch houdt Jan ook wel van een geintje. Hij doet veel kattenkwaad, vóórdat hij met de botter weggaat, maar ook als ze op een zondag met alle botters aanmeren in een plaatsje voor de kerkdienst. Ze halen veel kattenkwaad uit, met zijn nieuwe vrienden. En in de kerk zitten ze met katapultjes te schieten. Jan houdt ook erg van avontuur, als er een zeeslag plaatsvindt, schrikt hij eerst heel erg, maar als het daarna toch nog goed afloopt is hij blij dat hij weer een groots avontuur rijker is. Dat kan niet iedereen zeggen, vindt hij. Jan heeft wel een bepaalde bangheid, hij weet niet zeker met wat voor personen hij te maken heeft, hij schrikt als plotseling ‘de IJzeren Vrijer’ voor zijn neus staat, een man die bekend staat als een soort president voor ons. En als hij aan boord wakker wordt, nadat hij is meegenomen door De IJzeren Vrijer, denkt hij toch wel even na over met wat voor personen hij eigenlijk te maken heeft. En tijdens de zeeslag duikt hij ineen in een hoekje, in het ankergat. En tijdens de zeeslag is hij bang als hij allemaal geluiden hoort, en bang is dat een andere boot hen gaat rammen. ‘”Rotkat, ga nou eens weg, ik wil er net zo graag uit als jij.” En rats daar vloog hij me aan. Ik had schrammen in mijn gezicht.’ Jan kreeg namelijk het luik niet open. Ik vind Jan een leuk persoon, omdat hij erg volwassen is voor zijn leeftijd, en hij heeft ook een leuke kijk op de wereld. Dat spreekt me wel aan.
Jan krijgt niet echt met problemen te maken, het is meer een soort van verhaal over een periode van zijn leven waarin hij dingen beleefd. Maar hij loopt toch tegen bepaalde dingen aan. Bijvoorbeeld dat hij graag volwassen zou willen zijn, ‘Groot worden’, zie citaat van A1. Hij fantaseert daar veel over, met zijn vriendjes. Hij denkt dat dat echt geweldig is, aan boord van zo’n schip, hij denkt namelijk dat je dan ‘groot’ wordt ‘Dit was het ogenblik waar ik zo dikwijls van had gedroomd. Ik was groot geworden.’ Het blijkt dan niet allemaal maar over rozen te gaan. Toch vindt hij het wel geweldig, hij vindt het het echte leven. Hij loopt niet tegen échte (grote) problemen op tijdens zijn avontuur. Toch merk je wel dat Jan met bepaalde dingen in zijn maag zit. Bijvoorbeeld hoe hij wordt behandeld aan boord van de botter, ‘Rot eens op jij kleine etter, ga in je eigen kooi liggen!’. Hij voelt zich een beetje een buitenbeentje. En de situatie in zijn dorp, hij vindt het maar saai en hij verveelt zich vaak, hij wil graag volwassen worden. En na verloopt van tijd krijgt hij heimwee naar huis, naar zijn warme bedje en naar zijn schoonmoedermoeder, waar hij toch lange tijd een hekel aan heeft gehad. Niet zozeer een hekel, maar hij mocht haar in ieder geval niet. Het was bovendien een vervelende situatie thuis. Hij had 2 oudere broers, Bulle en Jaap. Daar kon hij wel mee opschieten zodat de situatie thuis toch nog dragelijk was, daardoor had Jan geen slechte jeugd gehad. Maar toch, hij verlangde naar de tijd dat hij ‘groot’ werd. En naarmate hij op de botter is, vermaakt hij zich wel, maar je merkt dat naarmate de toch vordert, hij zijn schoonmoeder wel begint te missen. Jan was een echt vissersjongetje.
Jan gaat echt op zijn eigen manier met zijn problemen om, het is een beetje een gesloten jongen. Maar de manier waarop hij behandeld wordt aan boord, vind ik wel slecht. Ik vind wel dat Jan ook in het begin al echt zo zijn woordje klaar moet hebben. Hij moet zich niet echt klein laten maken door zo’n etterbak als Krelis. De manier waarop hij met zijn heimwee omgaat vind ik buitengewoon goed! Hij is als het ware alsof Jan opeens meer respect voor zijn moeder heeft. En ik vind dat hij als een echte volwassen jongen met zijn problemen omgaat, dus dat volwassen worden van hem, is ook wel echt ‘groot’ worden. Want opeens speelt hij niet meer met knikkers. Dat komt ook omdat hij op de botter zit, maar toch. Hij is opeens stukken volwassener. Dat merk je ook aan zijn gedachten, want alle staat in de ‘ik’ vorm. Daardoor kom je veel gevoelens over Jan te weten. ‘Toen ik eindelijk weer wat zag ging mijn hart als een bezetene tekeer’ En aan de hand van die gevoelens, kom je goed te weten wat er in Jan omgaat, en aan de hand daarvan vind ik dat hij goed met zijn problemen omgaat.
Ik vind het verhaal erg herkenbaar omdat ik zelf met een botter heb gevaren. Ik heb een week op een botter gevaren. Ik kan me wel verplaatsen in Jan. Het leven aan boord van een botter, het afzien, en het aanmeren. En de lol die je kan hebben. Als ze het over zo’n dorpje als Oosterdam hebben, heb ik echt zo mijn eigen beeld erbij. Ik loopt als het ware door Spakenburg heen, de plaats waar de botter ligt. En tijdens de reis zijn we ook een paar keer naar het land gevaren. Ik heb echt me eigen beeld erbij, dat is wel leuk. En bepaalde worden, zoals mast, fok, ankergat, botter, die ken ik allemaal. Anders zou ik me misschien wel het hele boek hebben afgevraagd, ‘wat is een botter?’. En ook de mensen aan boord van de botters/scheepjes kan ik me goed indenken. Één zo oudere man, in mijn verbeelding met een sigaar in ze mond, en één zo’n scheepsjongen die hard bezig is met het goed leiden van alle hedendaagse dingen aan boord van de botter. En toen op die zondag dat ze naar de kerk gingen, zag ik mezelf als het ware door Harlingen lopen op weg naar de kerk. Ik vond het wel goed dat ik dat heb meegemaakt. Zo begreep ik het verhaal goed. Aan de hand daarvan had ik ook dit boek gekozen. Ik was al van plan om Jan de Hartog te gaan lezen, dus toen nam ik dit herkenbare verhaal maar. Ik denk dat het voor anderen minder herkenbaar is, omdat er moeilijke woorden instaan en dat ze zich niet goed kunnen inleven in het verhaal.
Dit volwassenenboek verschilt heel erg van de jeugdboeken. Het is veel moeilijker taalgebruik. Er worden hele moeilijke woorden in gebruikt en in vreemde verbanden. De zinsopbouw vind ik daardoor erg moeilijk. De opbouw van het verhaal is héél anders dan bij jeugdboeken. In de eerste plaats gaat dit over de schrijver zelf, wat bij jeugdboeken naar mijn mening erg ongebruikelijk is. De gevoelens in dit boek zijn veel duidelijker dan bij jeugdboeken, in de eerste plaats staat dit allemaal in de ‘ik’ vorm. Ik geef een voorbeeld. Bij de jeugdboeken staat er bijvoorbeeld: ‘Jan schrok en sprong in een hoekje’, en bij dit boek, ‘Ik sprong snel met een verschrikkelijk snel bonzend hart in het kabelgat’. Er is dus een heel duidelijk verschil tussen deze twee soorten boeken. Het onderwerp kan op zich wel van een jeugdboek zijn, maar het verloopt van het verhaal past absoluut niet bij een jeugdboek. Ik denk dat veel kinderen zo’n soort van verhaal niet aanspreekt. Omdat het niet zo is dat het om één ding draait, wat bij jeugdboeken wel het geval is. Bijvoorbeeld een jongen die gepest wordt, bijvoorbeeld: Het begint met een meningsverschil en later in de klas wordt het pesten erger en erger, en niemand durft er wat tegen te doen. En later in het verhaal pleegt de jongen zelfmoord en dan heeft iedereen een schuldgevoel. Zo gaat dan het verloop van het verhaal. Het is gebaseerd op één onderwerp, soms hooguit twee, daar draait het om. Maar bij dit verhaal is het anders. Het gaat om een periode van Jans leven, een klein levensverhaal. Niet gebaseerd op één onderwerp, geen langzame opbouw, geen happy end, gewoon zomaar een stukje van zijn leven. Hij woont in een dorp en houdt van botters, hij komt op een botter en dat vindt hij leuk, en daarna komt hij weer van de botter af. Geen happy end, of wat dan ook. Het grootste verschil is dus de verhaalopbouw en het taalgebruik. Er zijn dus grote verschillen.
Dit boek is me slecht bevallen. Ten eerste de manier van vertellen. Ik hou helemáál niet van de vertelvorm ‘ik’. En het taalgebruik vind ik een beetje ouderwets. En het gaat maar over één persoon, dat spreekt me ook niet aan. Ten tweede vind ik het verhaal zelf niet leuk. Een paar boerenjongetjes die lekker willen varen, nee niks voor mij. Ik vind het leuker als het gewoon in deze tijd zich afspeelt. Toch vond ik het wel best bijzonder dat de schrijver het zelf heeft meegemaakt. En ten derde, ik hou meer van lekker doorlezen. Soms moest ik een bladzijde wel drie keer lezen voor ik het echt helemaal begreep. Je leest namelijk snel over sommige stukken heen, maar later in het boek snap je dan weer het verband tussen bepaalde dingen niet meer. Bijvoorbeeld dat ik dacht, ‘De IJzeren Vrijer’, wat is dat nou weer? Maar wat ik al zei, ik hou meer boeken met echt één onderwerp. Ik denk dan ook niet dat ik ooit nog een boek van Jan de Hartog zal lezen. Ik hoorde namelijk dat hij verder alleen maar boeken heeft met beschrijvingen van zijn leven. En de Hartog is ook persoonlijk niet zo actief meer, hij is namelijk 2 maanden terug overleden. Dus waarschijnlijk was dit boek, eens en nooit meer. Voor de rest heb ik nog best wel redelijke verwachtingen over volwassenenboeken, maar dan kies ik eerder misdaadboeken, of in ieder geval geen levensverhaal meer.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.