Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1721 |
Opvragingen: | 5 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (16 stemmen)
Titels van Willem F. Hermans
Au pair (31) 1989 De donkere kamer van Damokles (54) 1958 De elektriseermachine van Wimshurst (0) 1967 De god denkbaar denkbaar de god (0) 1956 De laatste roker (0) 1990 De tranen der acacia's (3) 1949 De zegelring (2) 1984 Een heilige van de horlogerie (1) 1987 Een landingspoging op New Foundland (0) 1957 Een wonderkind of een total loss (2) 1967 Filip's sonatine (4) 1980 Geyerstein's dynamiek (0) 1982 Herinneringen van een engelbewaarder (10) 1971 Het behouden huis (42) 1952 Het evangelie van O. Dapper Dapper (0) 1973 Het sadistisch universum (1) 1966 Homme's hoest (2) 1980 Ik heb altijd gelijk (2) 1951 In de mist van het schimmenrijk (5) 1993 King Kong (1) 1972 Malle Hugo (0) 1994 Mandarijnen op zwavelzuur (0) 1964 Moedwil en misverstand (0) 1948 Naar Magnitogorsk (1) 1990 Nooit meer slapen (29) 1966 Onder professoren (6) 1975 Paranoia (1) 1953 Periander (0) 1974 Ruisend gruis (6) 1995 Uit talloos veel miljoenen (4) 1981
Laatst gewijzigd op 27 oktober 2002
1. Voorwerk:
Titel: De elektriseermachine van Wimhurst en is afkomstig uit de verhalenbundel: Een wonderkind of een total loss.
Schrijver: Willem Frederik Hermans.
Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam.
Jaar van Uitgave: 1977
Eerste druk: November 1976
2. Samenvatting:
Het verhaal gaat over Richard Leeuwenhart. Het wordt ook verteld door Richard.
Het begint wanneer hij 6 jaar is. Hij moet voor het eerst naar school. Al gauw blijkt dat hij niet goed kan opschieten met zijn mede leerlingen. Hij vindt iedereen nogal dom en door zijn gebrek aan overredingskracht kan hij moeilijk mensen overtuigen. Richard worstelt dan ook constant met het probleem dat hij niet begrepen wordt, of begrepen wil worden door mensen in zijn naaste omgeving.
Richard is ook met hele andere dingen bezig dan zijn klasgenootjes. Daar waar het heel normaal is om in je 6e levensjaar nog te spelen, wil hij alleen maar leren.
Op een bepaald moment vindt hij op de zolder een schoolboek dat van zijn vader is geweest: “het Leerboek der Natuurkunde voor het Meerder Uitgebreid Lager Onderwijs”. Hierin maakt Richard voor het eerst kennis met de “Elektriseermachine van Wimhurst”, ook wel influentiemachine genaamd. Een opstelling waarmee bepaalde statische elektriciteit opgewekt kan worden zodat je bijvoorbeeld je haar overeind kan laten staan, of andere leuke proefjes mee kan doen.
Richard raakt in de ban van de machine en zou er heel graag eentje in werking willen zien. Hij bestudeerd in zijn boek hoe de “machine” werkt en hoe je hem eventueel zou kunnen maken.
Als hij een keertje na schooltijd een onderwijzer helpt om de zolder van de school op te ruimen, vindt hij daar De elektriseermachine van Wimshurst. Hij vraagt de onderwijzer of die hem in de klas een keer zou willen demonstreren. De onderwijzer zegt hem dat die dingen het toch nooit doen. Richard wil het tegendeel bewijzen. Hij zorgt ervoor dat hij een keer de machine mag demonstreren voor de klas, hij wist immers allang hoe de machine werkte. Met deze demonstratie hoopte Richard respect af te dwingen bij zijn klasgenoten en eigenlijk bij iedereen. Hij wilde laten zien dat HIJ het wel kon, dat de rest maar allemaal leeghoofden waren.
Als Richard dan uiteindelijk de proef uitvoert voor de klas, zijn z’n klasgenoten in eerste instantie best onder de indruk, maar vervolgens zijn het weer gewoon dezelfde vervelende mannetje als altijd.
Richard is blij dat hij de machine nu in werking hebt gezien en hoopt dat hij zich ooit op dezelfde lijn kan stellen als Edison en Ford, twee grootse uitvinders.
3. Analyse:
Perspectief
In dit verhaal wordt een typische ik-vertelsituatie gehanteerd. De ik-figuur (hoofdpersoon) vertelt op 41 jarige leeftijd over een periode van zijn jeugd. Het verhaal speelt ongeveer af tussen zijn 6e en 11e levensjaar. Je maakt het verhaal ook daadwerkelijk mee door de ogen van de hoofdpersoon, het gaat hier dus om een belevende ik.
Personen:
Eigenlijk is alleen de ik-figuur belangrijk in het verhaal. De ik figuur vertelt over een periode uit zijn jeugd.
De ik figuur heet Richard Leeuwenhart. Het verhaal speelt zich tussen zijn 6e en ongeveer 11e levensjaar af. Richard heeft geen vrienden en wordt gepest op school. Hij wordt vaak niet begrepen of er wordt gewoon niet naar hem geluisterd. Hij is de op een na slimste van de klas, maar in het verhaal doet hij voorkomen dat hij de slimste van de klas is. Hij heeft het er vaak over dat hij de rest van de klas maar een stelletje leeghoofden vindt.
Verder zijn zijn ouders niet echt dol op hem. Hij kan nooit iets goeds doen en ze zeggen hem vaak dat hij “handen vol geld kost”
Er zijn niet veel personen in het verhaal die van dus danig belang zijn om ze hier te noemen.
Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in het dorp waar Richard woont. En dan met namen op school en thuis. Zijn huis staat vlak bij school, in de Eerste Helmerstraat.
Tijd:
De tijd in dit verhaal is heel moeilijk te beschrijven.
W.F Hermans doet voorkomen of Richard Leeuwenhart het verhaal schrijft. Hij zou dat dan doen op ongeveer 41 jarige leeftijd.
De ene keer wordt het geschreven in de tegenwoordige tijd en de andere keer weer in de verleden tijd. Het lijkt daarom soms dat Richard uit een dagboek voorleest van toen hij nog op de basisschool zat.
Verder kan ik niet echt achterhalen wanneer het verhaal zich afspeelt. In ieder geval wel een tijdje terug, want Richard vindt op de zolder nog een natuurkunde boek van de MULO, die van zijn vader is geweest. De MULO bestaat inmiddels niet meer.
Het verhaal is op zich wel redelijk chronologisch, maar er worden wel grote sprongen gemaakt. Het ene moment is hij 6 jaar en het volgende 10 jaar. Er is dus sprake van een tijdverdichting.
De verteltijd en de vertelde tijd liggen ver uit elkaar. Je kan het verhaal lezen in een uurtje of anderhalf, maar het verhaal bestrijkt zo’n 4 of 5 jaar. Dat komt ook vooral omdat hij het verhaal uit zijn herinneringen moet opvissen. Hij kan dan wel een iets vergeten of bij verzinnen.
Hoofdhandeling:
Ik vind het een beetje moeilijk om van dit verhaal de hoofdhandeling te bepalen. De hoofdhandeling is het einde van het verhaal dat de schrijver bedacht heeft. Ik zal een beetje proberen uit te leggen hoe het verhaal is opgebouwd.
In het begin van het verhaal wordt je als lezer duidelijk wat voor soort iemand Richard is. Of hij sociaal is, of hij makkelelijk leert, hoe hij in bepaalde situaties reageert. Verderop in het verhaal wordt de titel duidelijk van het verhaal, hij vindt dan immers De elektriseermachine van Wimshurst. Richard is dan zo in de ban van de machine dat hij moet en zal ooit een elektriseermachine aan het werk zien. Aan het einde van het verhaal lukt hem dat ook, hij mag zelfs zelf de proef uitvoeren.
Dit einde zou dus heel goed de hoofdhandeling kunnen zijn.
Maar het is niet echt het einde. De laatste zin van het verhaal is: “Ik weet evenmin dat ik mijzelf, veertig jaar later, zoals ik toen geweest ben deerniswekkend vinden zal, maar toch wel aanbiddelijk. Hier bestaat het einde van het verhaal dus uit een gevoel, een gedachte. Dat zou dus ook heel goed de hoofdgedachte van het verhaal kunnen zijn. Aangezien dit echt het einde is van het verhaal wat de schrijver er voor bedacht heeft ga ik voor het tweede.
4. Interpretatie.
Titelverklaring:
De titel van het verhaal is: “De elektriseermachine van Wimshurts”.
Het lijkt me niet zo heel moeilijk om deze titel te verklaren. Richard raakt namelijk op een gegeven ogenblik in de ban van de machine en wil er alles aan doen om er eentje in werking te zien.
Hoofdhandeling:
De hoofdfiguur Richard, die eigenlijk een periode uit zijn leven verteld, heeft terwijl hij dit schrijft eigenlijk medelijden met zichzelf. Als hij zo terug denkt vindt hij zichzelf maar een zielig jongetje.
Deerniswekkend betekent namelijk dat het medelijden op wekt. En hij zegt dat hij zichzelf deerniswekkend vindt.
De hoofdhandeling is dus het gevoel, de emotie, de gedachte dat hij zich 40 jaar later bedenkt dat hij eigenlijk best wel zielig was.
Ontwikkeling hoofdpersoon:
Dat vind ik ook moeilijk te beschrijven. Richard leert namelijk wel veel in het verhaal. En hij verbreedt zijn kennis steeds meer. Dus wat dat betreft ontwikkeld hij zich wel. Maar hij is en blijft het hele verhaal dat jongetje die altijd maar wil leren en die moeite heeft met andere mensen om te gaan.
Relaties tussen personen:
Eigenlijk heeft Richard met iedereen een zelfde soort relatie. Behalve dan dat z’n ouders z’n ouders zijn en z’n leraar z’n leraar, maar met alle mensen kan hij eigenlijk niet echt goed opschieten.
Zijn ouders zeggen hem elke dag dat hij handen vol geld kost. En niks van wat hij doet is goed.
Zijn leraar is ook niet echt enthousiast als hij een initiatief neemt om een proef voor te bereiden.
Ook op zijn klasgenoten heeft hij weinig overtuigingskracht. Niemand wil iets van hem aan nemen, op een iemand na dan: “Marinus klein”. Maar ook dat gaat ook over en dan is er niemand meer die zich wat aantrekt van Richard.
Perspectief:
Het perspectief is duidelijk een belevende ik-vertelsituatie. Hierdoor worden de emoties van de ik-figuur goed naar voren gebracht. Van andere personen in het verhaal kom je eigenlijk niks anders te weten dan hun naam en wat ze doen.
De ik-vertelsituatie is denk ik heel belangrijk in dit verhaal. Het is soms net of Richard uit zijn dagboek voorleest, waarmee hij vroeger alle emoties van zich af wilde schrijven.
Thema:
Eigenlijk is het een verhaal vol met herinneringen naar de jeugd en kritiek naar de maatschappij. De maatschappij waar iemand anders bepaalt wat jij moet doen. Je kan niet gewoon jezelf zijn want dan val je buiten de boot. Kritiek tegen het feit dat mensen vaak niet accepteren dat iemand anders kan zijn dan zij.
5. Persoonlijke waardering:
Het is inmiddels weer een tijdje geleden dat ik een boek had gelezen, aangezien ik dat vorig jaar niet hoefde te doen, maar ik moet zeggen dat het met dit verhaal redelijk is bevallen.
Het was makkelijk door te lezen, geen lastige zinsopbouw en niet te veel moeilijke worden.
Wel vond ik het af en toe moeilijk te begrijpen wat de schrijver met sommige dingen bedoelde. Het leek namelijk vaak of hij een grapje maakte. Richard zegt dan op een gegeven moment: “Het verschil tussen mij en hen is dat zij ’s zaterdagavonds bier van hun vader krijgen en soms zelfs een sigaret”, maar dat zegt hij over de periode dat hij 6 jaar was. Ik neem toch aan dat je dan niet van je vader bier mag drinken.
Ook laat Hermans voordoen dat Richard een heel slim jongetje is. Op zijn elfde namelijk las Richard al een natuurkundeboek van de MULO en deed daar alle proefjes uit die hij kon doen. Op een gegeven moment zegt hij ook: “Op mijn veertiende jaar had ik geen geringer levensdoel dan een encyclopaedie schrijven. Ik ben er herhaaldelijk aan begonnen”. Ik vind het toch behoorlijk pienter als je op die leeftijd al een encyclopedie kan schrijven. De schrijver zal hier best iets mee duidelijk willen maken maar dat kan ik niet helemaal achterhalen. Wellicht heeft iets te maken met de titel van de verhalenbundel: “Wonderkind of een total loss”. Dat de schrijver al wil laten zien dat Richard iets anders dan anderen is.
Al met al vond ik het een leuk verhaal, vooral de lengte stond mij erg aan.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen