geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Moniek

Datum ingestuurd:

25 september 2002

Taal:

Woorden:

3.100

Bekeken:

10443 keer (18 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (25 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

1. Primaire gegevens
Auteur: Jan Wolkers
Titel: Een roos van vlees
Ondertitel: -
Verschenen in: 1963
Aantal bladzijdes: 154
Leestijd: 4 uur
Uitgelezen op: 21 september 2002

2. Inhoud
Het boek beschrijft een dag uit het leven van Daniël. In de loop van het verhaal blijkt dat hij getrouwd is geweest met Sonja. Ze hadden drie kinderen, maar een ervan, een
meisje van twee, is gestorven door een ongeluk; ze verbrandde in te heet water. Na dit ongeluk verslechterde de relatie tussen Sonja en Daniël; uiteindelijk gingen ze uit elkaar. De kinderen gingen bij Sonja wonen. Daniël moet telkens aan zijn overleden kind denken.Het is een koude dag en Daniël zit rillend van de kou op de rand van zijn bed. Hij denkt aan zijn kinderen en aan Sonja. Ze zien elkaar nog wel, maar ze zijn vreemden voor
elkaar geworden. In de winter van 1947 begon de ellende pas goed. Daniël werd door zijn vader het huis uitgezet en ontmoette daarna Sonja. Als dat toen niet gebeurd was, was ook zijn dochtertje nooit geboren en dus ook nooit gestorven…
Onder in de kast vindt Daniël een nest muizen, tussen zijn vuile zakdoeken vol bloed (bij Daniël zijn onlangs poliepen in de neus weggehaald). De muizen hebben van zijn bloed gegeten. Eet, drink, dit is mijn bloed hetwelk voor u vergoten is, denkt Daniël. Hij zorgt ervoor dat de kat Samuel niet bij de muizen kan komen.
Daniël maakt een ochtendwandeling in de hoop dat dit hem opfrist. Hij loopt over een kerkhof en probeert een vastgevroren waterhoentje te redden, maar dit mislukt en hij begraaft de vogel in de sneeuw. Hij bezoekt een café in de buurt van het kerkhof en praat met de cafébaas over dood en begrafenissen. Als er vier aansprekers het café binnenkomen, verlaat Daniël de zaak. In de winkelstraat helpt hij een oude vrouw die gevallen is met haar fiets en brengt hij haar naar huis. Bij de slager koopt hij vlees voor de kat.
Eenmaal thuis wordt hij opgebeld door Ans, een vriendin die verpleegster is. Zij zou die avond met Daniël naar het toneelstuk ‘De ingebeelde zieke’ van Molière gaan, maar ze zegt de afspraak af, omdat ze bij een patiënt wil blijven die
waarschijnlijk deze nacht zal sterven. Deze patiënt, een oude man, vraagt de hele dag naar haar en roept dan: ‘Moord, moord, moord!’ Ans zorgt ervoor dat haar college Emmy in haar plaats met Daniël zal meegaan. Daniël krijgt een astma-aanval en neemt medicijnen. Bij de post vindt hij tussen allerlei reclamemateriaal (letterlijk geciteerd in het boek) een ansichtkaart van zijn ouders met het bericht dat zij deze morgen even zullen langskomen. Even later staan ze al op de stoep. Ze informeren naar zijn astma (Daniël staat vreselijk te hijgen). Zijn vader vraagt of Daniël nog weleens bidt, maar Daniël geeft geen antwoord. Vader brengt het gesprek telkens weer op het geloof en de scheiding; moeder probeert de aandacht hiervan af
te leiden en praat over vroeger.
Als zijn ouders weer vertrokken zijn, gaat Daniël nog gauw even naar de kapper. Ook met hem praat hij over de dood. Dan komt het zoontje van Daniël, Basje, bij hem op bezoek om een boterham te eten voordat hij weer naar school gaat. De dood is opnieuw
gespreksonderwerp.
s Middags bekijkt Daniël allerlei oude papieren die in een la liggen. Wat hij niet wil bewaren verscheurt hij. Hij leest een paar brieven van Sonja en wordt zodoende weer aan zijn uitzichtloze relatie met haar herinnerd. Daniël raakt er erg gedeprimeerd van en hij verbrandt de brieven in de wc. De plastic bril vat vlam en Daniël gooit er een emmer water over. Kleine zwarte schilfers dwarrelen door het huis. Daniël krijgt het weer benauwd en neemt een slok opium. Dan gaat hij onder de douche en denkt hij weer aan Sonja. Daarna leest hij in de krant berichten over dood en verderf. Later staat hij voor het raam
en ziet hij zwanen in de richting van het noorden vliegen. Het doet hem denken aan vroeger, toen ze thuis met kerstfeest weleens gebraden zwaan aten. Daniël had er echter nooit van gegeten en één keer had hij geprobeerd en nog levende zwaan te bevrijden. Er wordt gebeld en Emmy staat voor de deur. Daniël vindt haar erg onaantrekkelijk. Ze praten wat en nemen iets te drinken. Daniël krijgt het weer benauwd en gaat op bed liggen. Het lijkt Emmy beter als ze niet naar de schouwburg gaan. Terwijl Daniël droomt over Sonja, drinkt Emmy stevig door. Voor haar is het nu te laat om nog met de bus naar huis te gaan, dus ze blijft slapen en ze zal de volgende morgen met de eerste bus naar haar werk gaan.
Emmy vertelt Daniël over haar leven, dat gekenmerkt werd door narigheid: ziekte en dood. Ze heeft een abortus gehad en voelt zich daar schuldig over. Daniël vertelt dat hij zijn kind heeft vermoord, maar dat gelooft Emmy niet. Emmy vertelt Daniël ook dat de patiënt waar Ans voor zorgt een onnatuurlijke anus heeft, een ‘anus praeter naturalis’, net ‘een roos van vlees’.
Emmy valt in slaap en Daniël denkt erover om haar te martelen, zodat hij even, uit medelijden, van haar zou kunnen houden. Als Emmy weer even wakker wordt, heeft ze honger. Daniël pakt de muisjes uit de kast en bakt ze in olie in een pannetje. Samen met wat kaas serveert hij de muisjes aan Emmy, die ze met smaak verorbert. Neemt, eet, dit is mijn lichaam, denkt Daniël. Emmy valt weer in slaap. Daniël ziet dat er een rood hart op haar
dijbeen is getatoeëerd, ‘mamma’ staat erin. Als Emmy ‘s morgens vroeg vertrekt, zou Daniël nog wel wat tegen haar willen
zeggen om hen minder eenzaam te maken, maar hij is er niet toe in staat. Emmy wilde een boodschap op een briefje schrijven, maar als Daniël na haar vertrek op het papiertje kijkt, blijkt dat er niets op staat.
Daniël heeft het weer heel erg benauwd, hij moet een injectie hebben en hij probeert een dokter te bellen. Hij krijgt Sonja aan de lijn, die direct hoort wat er aan de hand is. Ze belooft een dokter voor hem te zullen bellen. Daniël doet de deur open en ziet dat er een dikke, ondoordringbare mist hangt.

3. De verdieping

3.1 Tijd & Ruimte
Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld: er zijn talrijke onderbrekingen in de vorm van flashbacks die de voorgeschiedenis onthullen. De vertelde tijd zonder flashbacks is precies een etmaal. Daniëls herinneringen gaan terug tot zijn jeugd. Deze dag uit het leven van Daniël wordt uitvoerig beschreven. Door de vele flashbacks zijn er talrijke verwijzingen naar gebeurtenissen die eerder in de tijd hebben plaatsgevonden. Het
tijdsperspectief is vision avec. Het verhaal speelt zich af in de koude winter van 1963.
Op blz. 21 praten de aansprekers over een Elfstedentocht. Het hele boek door is er veel aandacht voor het weer. Het boek is geschreven in de tegenwoordige tijd. Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in het huis van Daniël. Het is
een eengezinswoning in de stad. Daniël komt in de loop van de dag slechts twee keer buiten en beide keren wordt hij geconfronteerd met de dood (op het kerkhof, bij de slager,
bij de kapper). In de beschrijving van de ruimte wordt het isolement van Daniël benadrukt. Ook het weer wijst in die richting: kou, zware buien, ondoordringbare mist.

3.2 De wijze van vertellen
Hij/zij-perspectief. Het lijkt misschien wel op de alwetende verteller, maar dat zijn de gedachtes van Daniel en dus de hij/zij-verteller.

3.3 Thema en motieven
Thema: dood, verrotting. Alles wat er in het boek gebeurd wordt geassocieerd met de dood. Ook bv. als Emmy komt. Zij vertelt over haar abortus en als hij naar de slager gaat denkt hij aan de dode koeien. Of als hij een vrouw helpt die uitglijdt met haar fiets denkt hij hoe zij er uitziet na haar dood.
Motieven: dood, ellende, isolement, ziekte, abortus, vlees, geloof, eenzaamheid, niet-durven-houden-van-iemand

3.4 Personages
- Daniel: de hoofdpersoon. Hij is geobsedeerd door de dood, nadat 7 jaar geleden zijn dochtertje door een ongeluk om het leven kwam. Hierdoor associeert hij alles met de dood. Met alles wat hij meemaakt denkt hij aan de dood. Hij leeft in een isolement en durft geen contact te leggen met mensen, omdat ze allemaal sterven. Daarom geeft hij zijn liefde aan dieren, maar ook die sterven, zoals de waterhoen die hij gered had en de muisjes die hij kookt en aan Emmy geeft. De enige van wie hij houdt is zijn zoontje Basje, maar ook als Basje op bezoek is denkt hij steeds na wat die jongen te wachten staat als hij toch doodgaat. Daniel is een man van 35 jaar oud.
- Emmy: een lelijke, maar spontane vrouw. Daniel kan zich in haar vinden, omdat ook zij constant met de dood en ellende bezig is. Ze heeft abortus laten plegen, haar vader heeft haar en haar zus misbruikt, haar vriend probeerde haar in sexfilms te laten spelen, ze heeft geprobeerd zelfmoord te plegen. In het dagelijks leven is verpleegster in een bejaardentehuis, waar ze elke dag met de dood en verrotting bezig is.

Andere oppervlakkige personen:
- Basje: zoon van Daniel
- Sonja: zijn ex-vrouw met hij zijn dochtertje die dood is kreeg en ook Basje. Hij is gescheiden van haar.
- Ans: een vriendin met wie hij naar een toneelstuk zou gaan.
- Vader Daniel: erg-gelovige man die er op staat dat Daniel vaker moet bidden en terug moet keren naar het geloof.
- Moeder: probeert steeds op een ander onderwerp over te gaan dan het geloof door over vroeger te praten.
- Samuel: de kat komt steeds weer terug in het verhaal. Wolkers heeft de kat er goed inverwerkt.
Verder heeft hij ook nog gesprekken met de kapper en de slager. Al de gesprekken worden geassocieerd met de dood.

3.5 Titel, ondertitel en motto
Een roos van vlees: Emmy vertelt dat bij een patient een opening in de buik wordt gemaakt, waardoor de darm naar buiten wordt getrokken. Geciteerd: "Het is rood en een beetje fluwelig. Het is net een bloem, een roos. Een roos van vlees." Dan vertelt dat het zowel mooi als verrottend is om te zien. De titel is een symbool voor vergangelijkheid, toegevoegd: net als het leven zelf.
Ondertitel: geen
Motto: geen

3.6 Relatie tussen tekst en auteur
Jan Wolkers is geboren op 26 augustus 1926 te Oegstgeest. Hij groeit op een streng gereformeerd gezin, als 3e van 11 kinderen. Hij wordt van school gestuurd en moet naar de MULO. Hij helpt zijn vader in de winkel en heeft een paar baantjes als dierenverzorger, tuinman en lampenkappenschilder. In de oorlog duikt hij onder. In 1944 sterft onverwachts zijn oudste broer. Dat grijpt hem erg aan, omdat hij zijn broer bewonderde wegens diens protesten tegen zijn vader. Na de oorlog studeert hij beeldhouwkunst te Amsterdam, Den Haag en Salzburg. In 1957 krijgt hij een beurs voor een stage bij Ossip Zadkine in Parijs. In 1961 debuteert hij met de verhalenbundel Serpetina's Petticoat. In 1962 komt zijn eerste roman uit: Kort Amerikaans. Met zijn ongeremde thema's over de dood, seksualiteit en geloof krijgt hij veel weerstand. In 1963 krijgt hij de Novelleprijs van de stad Amsterdam, maar geeft de prijs terug als protest tegen het politie-optreden tegen de provo's. Vervolgens weigert hij in 1982 de Constant Huygensprijs en in 1989 de P.C. Hooftprijs. Het AuschwitzMonument te Amsterdam is zijn bekendste sculptuur.

Boekenlijst Jan Wolkers
Serpentina's petticoat (1961)
Kort Amerikaans (1962)
Gesponnen suiker (1963)
Wegens sterfgeval gesloten (1963)
EEN ROOS VAN VLEES (1963)
De hond met de blauwe tong (1964)
Terug naar Oegstgeest (1965)
Horrible tango (1967)
Turks fruit (1969)
Werkkleding (1971)
De walgvogel (1974)
De kus (1977)
De doodshoofdvlinder (1979)
De perzik van de onsterfelijkheid (1980)
Alle verhalen van Jan Wolkers (1981)
Brandende liefde (1981)
De junival (1982)
Drie romans (1983)
Gifsla (1983)
De onverbiddelijke tijd (1984)
22 sprookjes, verhalen en fabels (1985)
Jan Wolkers schilder-beeldhouwer (1986)
Een paradijsvogel boven het aardappelloof (1988)
De bretels van Jupiter (1988)
Op de vleugelen der profeten (1989)
Omdat ik zijn andere werk nooit heb gelezen kan ik geen verband vinden tussen andere boeken.

4. Recensie
Bron: De Telegraaf
Publicatiedatum: 31 november 1963
Recensent: Jan Spierdijk
Recensietitel
Hij doet je wat en schrijven dat hij kan; "Een roos van vlees" bedorven door de gebraden muisjes

In de etalage van een ondernemende Amsterdamse boekhandel heb ik de nieuwe roman van jan Wolkers gezien in een gitzwart kijkkastje. Daarin is het boek geflankeerd door een orchidee in een vaasje, hetgeen een eigenaardig licht werpt op de titel, "Een roos van vlees". Jan Wolkers is in de mode als eens Anna Blaman en simon van 't Reve en - korter geleden - Harry Mulisch. In korte tijd hebben zijn eerste roman en zijn bundels verhalen grote oplagen bereikt, hetgeen niet alleen mag worden toegeschreven aan zijn exhibitionistische optreden op voorleespartijen en tegenover critici, die niet helemaal in de wolken zijn over zijn producten,. Hij biedt voedsel aan een jeugd, die verslaafd is aan "stek jokes", maar zijn gruwelijke en vaak onvolwassen bedenksels vormen de zwakke zijde van zijn onmiskenbare bijzonder talent, doen afbreuk aan zijn authentieteit van zijn werk dat vaak boeiend en soms ontroerend is.
Zware Last Jan Wolkers schrijft een moeilijke jeugd met een benauwende gereformeerde opvoeding van zich af, maar de rechtlijnige vader blijft de overheersende partij en de God, die hem is opgelegd, achtervolgt hem als "The hound of Heaven" het Francis Thompson deed. En met de vraag over ons voortbestaan, grijnst de dood hem aan, het duidelijks als hij in de spiegel staart. God, de dood, de zin van het leven. het is een zware last voor een romancier, zwaarder vaak dan voor een kwatrijndichter, een last die ballast wordt als men er zozeer aan blijft tillen als Jan Wolkers. Hij is zeer met zichzelf bezig, al te zeer, en door gebrek aan afstand, heeft een deel van zijn werk de toon van zelfbeklag: het is soms heel gevoelig, soms ten hemel schreiend sentimenteel en dan weer als compensatie brutaal, wreed, schokkend onzindelijk. Sfeer Scheppen Maar het houdt je bezig. Hij ergert je, die Jan Wolkers, hij ontroert je, hij schokt je, hij maakt je misselijk, maar hij doet je wat. En schrijven kan hij. Hij kan sfeer scheppen met een paar zinnen, een situatie stellen en uitwerken in een paar bladzijden, figuren aan je opdringen, die je bij blijven. Zo is het met Daniël, die "dragende" figuur in "Een roos van vlees", waarbij hij zelf zozeer, te zeer betrokken lijkt. Een eenzame, zieke man in een huis, dat door vrouw en kinderen is verlaten. Een verschrikkelijk drama heeft het gezin uiteengerukt: een dochtertje heeft in kokend water de dood gevonden. De kortsluiting tussen vader en moeder, die er het gevolg van is, heeft Daniël op zichzelf geworpen. Hij is ziek, wordt geteisterd door aanvallen van benauwdheid. Slikt opium en jenever, wordt bezocht door angsten en dromen, door herinneringen, die in zijn hersens lijken gegrift en dat alles terwijl een normaal menselijk contact min of meer doorgaat: zijn zoontje komt elke dag bij hem zijn boterham opeten; na zijn bezoek aan het kerkhof babbelt een koffiehuishouder tegen hem aan over de bedrijvigheden bij het ter aarde bestellen: hij raapt een oud moedertje van de spiegelgladde straat op en brengt haar naar huis (het lijkt een sentimenteel stukje uit een ouderwetse sociale roman): hij keuvelt met de kapper over de haargroei bij doden (een kort verhaal op zichzelf vol knappe, lugubere fantasie): vader en moeder komen even aanlopen, de starre vader met bijbeltaal als pasmunt voor de afgedwaalde bohémlen, de moeder bezorgd en zorgelijk. Barre Winter Fascinerend geschreven is de scène, waarin Daniël de brieven van zijn Sonja gaat herlezen en onhandig verbrandt, maar het lezen van zotte advertenties en morbide kranteberichten is vulsel en ballast. Knap betrekt Jan Wolkers de kat in het leven van de in zijn angsten gevangen Daniël en laat hij de barre winter van 1962-1963 doordringen in de handeling en zo meer zijn dan alleen maar decor. Maar de handeling verslapt. de spanning wordt minder. In de laatste fase van het verhaal heeft een samenloop van omstandigheden Daniël een verpleegster als tegenspeelster toegewezen, die hem beroepshalve van pas komt. Maar daar kwam zij niet voor. En daarom is het jammer, dat Jan Wolkers haar zo eenzijdig "negatief" heeft uitgerust. Zij heeft zo veel ellende achter de rug is zo aantrekkelijk, dat Daniël haar niets te bieden heeft en dan maar de muisjes voor haar brandt, die zich gevoed hebben met de bloed van zijn poliep. Om haar toch maar iets van zichzelf te geven! Een quasi diepe "oplossing", voorbereid door zinsneden over kannibalisme.
Melodrama Puur melodrama is die Emmy en als zodanig niet geeigend om een nieuwe kortsluiting in een menselijke verhouding bloot te leggen en de walgelijke scène met de muisjes is als afsluiting een noodgreep en een misgreep en bederft veel aan een roman, die vaak heel boeiend en soms ontroerend is.

KORTE SAMENVATTING: deze roman is volgens Spierdijk fascinerend in alle hoeken van het boek, alle gebeurtenissen wordt je meegesleept, maar wanneer de muisjes worden gekookt en Emmy die opeet wordt het hele boek volgens Spierdijk helemaal bedorven aan een boek die verder heel boeiend en soms ontroerend is.

5. Persoonlijke beoordeling

Onderwerp
Het boek is een en al somberheid en donker en 'gelukkig' niet bekend met mijn eigen belevingswereld. Je krijgt ontzettend veel medelijden met Daniel, dat hij geobsedeerd is door de dood en ook een beetje het geloof. Bij veel dingen haalt hij God erbij en denkt hij waarom keurt hij dit en dit goed? Ik kan dit boek niet met andere boeken of films vergelijken, omdat die zelden over dit onderwerp gaan. Het boek kwam niet met mijn gedachten overeen.

Gebeurtenissen
De hoofdpersoon kwam levensecht over. Je kunt al zijn gevoelens en gedachten lezen. Ook zijn dromen kun je tot in de details lezen. Ook bij Emmy kun je dat. Ik kon me niet zo goed inleven in Daniel, want hij was wel erg depressief. Alleen als Basje komt eten is hij iets beter gehumeurd, maar is hij nog constant met de dood bezig. Er waren veel gebeurtenissen, allemaal hadden ze wel iets met de dood/verrotting te maken. Er vonden een paar schokkende gebeurtenissen plaats: de flashbacks als hij bezig is met het 'verwerken' van de dood van zijn dochtertje.

Opbouw
Het verhaal is vlot te lezen, je kunt aan 1 stuk door lezen, zonder dat het saai wordt. Soms waren er wel delen die je liever overslaat, want hij is altijd met de dood bezig. Er komt geen enkel leuk stukje voor in het boek. De afloop is wel onzinnig. Je weet niet wat er met Daniel gaat gebeuren als hij die injectie moet krijgen: ziet hij door de mist de dood of zal hij het overleven?

Taalgebruik
Het taalgebruik was makkelijk, eenvoudig te lezen. Er kwamen vrijwel geen moeilijke woorden voor in het boek. Je kunt je een goede voorstelling maken van de verschillende gebeurtenissen en de gedachten van Daniel. Alle gevoelens worden uitgebreid beschreven.

6. Literaire vormen
Hoofgenre: Epiek
Subgenre: Psychologische roman

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.