Info over dit verslag

Geschreven door:

Luuk

Niveau:

5VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2597

Opvragingen:

5

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (18 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Ferdinand Bordewijk

Laatst gewijzigd op 29 oktober 2002

Beschrijvingsopdracht

Motivatie van boekkeuze:


Dit boek heb ik om een simpele reden gekozen, namelijk omdat ik dit boek min of meer in m’n handen gedrukt heb gekregen om hierover de slotopdracht te maken. Ik kan dus kort zijn over mijn boekkeuze, aangezien het niet volledig mijn keuze betrof.

Samenvatting van de inhoud:

Braam Bouwens heeft een goede cariere in de rechterlijke macht. Zo begon hij als substituut-griffier, toen rechtbank-rechter, toen raadsheer in het Amsterdamse gerechtshof en spoedig vice-president, en later voorzitter van de strafkamer tot hij op z’n zeventigste levensjaar met pensioen ging. Braam is tijdens z’n pensioen commissaris van de aandelenhouders van een fabriek in onder andere blikkenemballage en andere verpakkingsmaterialen geworden. Hij is een man van hoog aanzien.
Braam Bouwens is z’n hele leven al gefixeerd geweest op de dood. Hij bereid zich er al jaren op voor. Dit maakt hem een hard man en verminderd de aftakeling door ouderdom, zo meent hij.
Mevrouw Teta, een goede vriendin van hem waar hij dertig jaar geleden een relatie mee gehad heeft, is dertig jaar jonger dan Braam en kinderloos. Teta woont in Den Haag en heeft er een apothekerswinkel. Op een dag vangt ze een twaalf jarig meisje op, Hester. Hester is het dochtertje van mevrouw Cercleres, een weduwe van een dronkelap welke in een lugubere buurt woont. Hester is van huis weggelopen, uit paniek volgens haar moeder, nadat ze door de overbuurman bijna misbruikt is. De kinderrechter twijfelt over de goedheid van de moeder voor Hester. Mevrouw Teta denkt een betere voogd te zijn voor het meisje, en probeert haar voor zich te winnen. Dit tot verontwaardiging van de eigenlijke moeder.
Nadat Hester voor de tweede keer toe met een vreemde man, welke zogezegd de eendjes wilden voeren met haar, wegloopt, deze keer in het park, neemt de kinderrechter geen halve maatregelen. Ze haalt Hester bij haar eigenlijke moeder weg en plaatst haar in een gesticht. Teta voelt de nederlaag, aangezien het haar niet gelukt is om het kind van de eigenlijke moeder weg te halen en zelf op te voeden. Teta voelt zich in zekere zin schuldig en besluit het bij te leggen met mevrouw Cercleres.
Braam Brouwens heeft al gedurende twaalf jaar de zelfde huishoudelijke hulp, namelijk mevrouw Colonia. Braam heeft altijd al een zwak voor de jongere vrouw gehad, maar wil geen relatie aangaan aangezien hij een sterk man wil blijven en niet uitgebuit wil worden op z’n dood. Braam en Colonia hebben echter een goede relatie. Braam adviseert mevrouw Teta in haar strijd voor het kind, welke uiteindelijk verloren wordt.

Titelbeschrijving:

F. Bordewijk, Tijding van ver, Amsterdam 1961

Persoonlijke reactie:

Ik heb dit boek niet met plezier gelezen en vond het behoorlijk saai. Na ongeveer honderd bladzijden wist ik pas waar het over ging, aangezien het daarvoor een onsamenhangend geheel was. Ik zou daarom ook niemand aanraden dit boek te lezen. Volgens mij is dit boek ook niet bepaald populair, aangezien er heel weinig over te vinden is op internet. Het is blijkbaar een tamelijk onbekend literair werk.

Verdiepingsopdracht

Relatie met politieke achtergronden


In dit boek is geen duidelijke relatie met de politieke achtergronden te vinden. Er is aan de dialogen in het boek bijvoorbeeld geen angst waar te nemen naar een dreigende kernoorlog, zoals bij ‘De Kroongetuige’ van Maarten ’t Hart wel is. Vandaar dat dit punt niet op ‘Tijding van ver’ van toepassing is.

Relatie met sociaal-economische achtergronden

F. Bordewijk heeft dit boek in het begin van de jaren zestig uitgebracht. De eerste druk dateerd namelijk van 1961. De tweede wereldoorlog is al 15 jaar ten einde en de economie maakt een grote bloeiperiode mee. Er zijn, voornamelijk in de grote steden, altijd achterstandswijken. Dit boek speelt zich grotendeels in een dergelijke achterstandswijk af, namelijk de wijk waar mevrouw Cercleres woont. Hoewel het huis welke ze bewoont ‘D. Heerlyckheyt Udinck’ heet, hangt er in die buurt een luguber sfeertje. Zo is haar dochtertje tot 2 keer toe door een man met pedofiele trekjes meegelokt, om zogezegd de eendjes te gaan voeren.
Braam Brouwens heeft altijd al een functie in de rechterlijke macht bekleed. Hij begon als substituut griffier, werd toen rechtbankrechter en vervolgens raadsheer. Deze functies beklede hij in het Amsterdamse Gerechtshof. Na zijn pensionering is hij benoemd tot commisaris door zijn mede-aandeelhouders, van een fabriek voor onder andere blikkenemballage en andere verpakkingen. Braam Brouwens heeft dus een hoge functie en veel aanzien, dit in tegenstelling tot mevrouw Cercleres, welke een weduwe van een dronklap is.
De tegenstellingen tussen beide personen spelen in dit boek, mijn inziens, een grote rol. Daarbij komen ook de tegenstellingen tussen mevrouw Teta, een vriendin van Braam, en mevrouw Cercleres aan bod. Mevrouw Teta denkt het dochtertje van mevrouw Cercleres een beter onderdak te kunnen verlenen en wordt, ook vanwege haar hogere aanzien, minacht door mevrouw Cercleres. Hoewel mevrouw Cercleres tegen Braam opkijkt, heeft ze wel respect voor hem. Aangezien het een echte heer van hoge komaf is, komt hij heel rustig en redelijk over.
F. Bordewijk schetst in dit boek dus een situatie, waar de verschillende verhoudingen tussen 2 mensen van hoge komaf, en een weduwe van een dronklap, centraal staat.

Ongetwijfeld zal de gegoede burgerlijke afkomst van Bordewijk een rol spelen bij zijn gerichtheid op de neergang van het patriciaat, de opkomst van de parvenu’s en het proletariaat en de daarmee samenhangende vervaging van de standenmaatschappij. Deze tendens heeft zich na de Tweede Wereldoorlog voortgezet, het gehele mensdom is geestelijk verproletariseerd, en ‘het leven mist stijl’.
Alhoewel hij met weemoed omkijkt, weet hij tegelijkertijd dat de ontwikkeling niet te keren is, dat ‘hardheid’ de plaats van het ‘sentimentalisme’ vervult. W. Bronzwaer veronderstelt dat Bordewijk in zijn voorkeur voor het fantastische en groteske zijn onbewuste angst voor het proletariaat, voor de volsmassa en de achterbuurt vorm heeft gegeven (‘Bordewijks ‘Noorderlicht’’)

Relatie met de culturele achtergronden

F. Bordewijk maakte in z’n leven veel buitenlandse reizen met z’n vrouw, de componiste Johanna Roepman. Ze hebben onder andere een reis naar Noord-Afrika gemaakt. In ‘Tijding van ver’ komt ook een negermeisje aan bod, namelijk het meisje Cassa, welke een kamer in het huis van mevrouw Cerclreres gehuurd heeft. Ze vertelt meerdere keren over de cultuur en samenleving van haar vaderland, namelijk Suriname. Hieruit blijkt dat Bordewijk veel interesse en waarschijnlijk ook inzicht heeft in vreemde culturen, aangezien hij veel buitenlandse reizen gemaakt heeft.
Ook de overleden man van mevrouw Cercleres, een schipper, heeft veel reizen gemaakt in z’n leven waar mevrouw Cercleres met trots over verteld. Ook hier komt duidelijk uit voren dat Bordewijk geinteresseerd is in andere culturen.
Johanna Roepman, de echtgenote van Bordewijk, is een componiste. Bordewijk heeft tijdens hun huwelijk enkele libretti, opera- of operetteteksten, geschreven. Hoewel hij dus een liefhebber van muzikale werken was, is dat niet in het boek ‘Tijding van ver’ te merken. Uit bijvoorbeeld ‘De Kroongetuige’ van Maarten ’t Hart is wel duidelijk de muziekale smaak van de auteur op te maken.

Relatie met literaire stromingen en genres

Als geen ander Nederlands auteur was Bordewijk een literaire seismograaf van maatschappelijke processen die het aanzien van de twintigste eeuw ingrijpend hebben veranderd. De mechanisering van de samenleving, de veranderingen in de sociale stratificatie en de nawerking van de Tweede Wereldoorlog in een periode van wederopbouw zijn verschijnselen die Bordewijk literair heeft gedocumenteerd en becommentarieerd. In Het bekoorlijk vernis van de rede wordt Bordewijks fictie niet alleen onderworpen aan een tekstgerichte analyse. Ook zijn literatuuropvatting, de literair-historische contekst en de filosofische, sociologische en cultuurhistorische achtergrond worden beschreven.

Zoals ik al eerder opgemerkt heb, is er na de tweede wereldoorlog een periode van sterke economische bloei uitgebroken, welke helaas niet iedereen ten goede kwam. Evenals in veel andere boeken, beschrijft Bordewijk ook in ‘Tijding van ver’ de grote verschillen tussen de mensen in de grote steden: tussen mevrouw Cercleres, welke in een lugubere buurt woont, en Braam Brouwens, welke van hoge komaf is, een goede reputatie heeft en goed woont.
Aangezien het boek in de jaren zestig gepubliceerd is, zou je verwachten dat er een aantal taboes verbroken worden. Dat is dus niet helemaal het geval. Hoewel de ex-man van de dienstvrouw van Braam Brouwens homofiel bleek te zijn, zijn er weinig andere taboedoorbrekende eigenaardigheden te vinden in het boek. Er komen namelijk voornamelijk chique mensen in dit boek voor.

Voor een deel als reactie op het expressionisme, waarin het gevoel soms een overheersende plaats had ingenomen, ontstond omstreeks 1930 in onze literatuur een stroming die gekenmerkt wordt door een sobere, nuchtere manier van schrijven. Een belangrijke invloed werd hierbij uitgeoefend door de architectuur, waar na de eerste wereldoorlog het modernisme naar voren was gekomen. Dit modernisme, dat ook wel functionalisme of nieuwe zakelijkheid werd genoemd, was ontstaan in de Verenigde Staten, waar de toepassing van glas, staal en beton bij de bouw van wolkenkrabbers had geleid tot een strakke vormgeving, die als een sysmbool voor zuiverheid werd beschouwd.

Hieruit is op te maken dat Bordewijk, onder invloed van het modernisme, rond de jaren dertig zakelijker, soberder en realistischer is gaan schrijven. Deze literaire stroming is samen te vatten als ‘De nieuwe zakelijkheid’.

Bijzondere aandacht heeft Bordewijk voor het surrealisme in de literatuur. Uiteenlopende schrijvers als Hermans, Kafka en Vroman rekent hij tot die stronming. De kenmerken die hij noemt zijn alle terug te vinden in zijn eigen werk: de deformatie van mensen tot mechanieken, de bezieling van ‘dingen’, de angstwekkende sfeer, de raadselachtige inhoud, de schrpzinnige constructie en heldere stijl.

Dikwijls is gewezen op het paradoxale Karakter van Bordwijks werk – het samengaan van een cerebrale vormgeving en zakelijke taalhantering met een fantastische inhoud.

Deze ‘fantastische inhoud’ is dankzij de aandacht van Bordewijk voor het surrealisme in de literatuur tot stand gekomen.

Relatie met de literatuuropvatting van de auteur

F. Bordewijk heeft rechten gestudeerd in Leiden, waar hij tevens beëdigd is als advocaat. Hij schrijft ook als advocaat, en vindt dit zelf ook een erg mooie stijl: “…want de goede stijl van de jurist vind ik een bijzonder mooie stijl; die is zeer conclusief en die is helder en zakelijk. Ik vind het een prachtige stijl van kristallen. In z’n beste vorm natuurlijk, hè? Prachtig!”. Aangezien de hoofdpersoon een hoge functie bekleed in de rechterlijke macht, komt de persoon overeen met de auteur. Het boek is vaak in een deftige taal geschreven.

Plaatsing van ‘Tijding van ver’ in het oeuvre van de auteur

F. Bordewijk begon zijn carrière met het dichten. Zijn eerste literaire werk was de dichtbundel ‘Paddestoelen’, maar dit was geen succes. Drie jaar later brengt hij een nieuwe bundel uit, welke gevolgd wordt door 2 nieuwe delen, namelijk ‘Fantastische vertellingen’. Toen kwam het roman ‘Blokken’. Bordewijk begon hier op een andere manier te schrijven, namelijk soberder en realistischer. Na Blokken kwam Bint, welke een beschrijving was van een persoon, namelijk zijn voormalige rector.
De bekendheid was er al, maar de echte successen bleven nog uit. Totdat hij Karakter uitbracht. Dat was dé grote doorbraak, zijn succes.
Na de oorlog bracht hij nog enkele boeken uit totdat hij ‘Tijding van Ver’ uitbracht. Dit is volgens mij nooit een succes geweest, aangezien het heel weinig gelezen is.

Het zijn meestal de romans en verhalen uit de jaren dertig die tot de hoogtepunten van zijn oeuvre gerekend worden.

Ook dit geeft aan dat ‘Tijding van ver’ niet tot de successen van F. Bordewijk gerekend mag worden.

Over het dan pas uitgekomen ‘Tijding van ver’ durft hij nog geen uitspraak te doen. Zijn meeste naoorlogse romans vindt hij ‘niet zo best’, vooral omdat ze ‘veel te dik’ zijn. Dit oordeel komt overeen met dat van de kritiek. Het dominerende auctoriale Karakter en de uitvoerige aandacht voor nevenintriges hebben een wijdlopigheid tot gevolg die in schril contrast staat met de beknoptheid van vroeger werk.

Dit geeft dus aan dat hij niet alleen serieuzer en somberder is gaan schrijven, maar ook steeds uitgebreidere literaire werken geschreven heeft. Over ‘Tijding van ver’ is F. Bordewijk zelf ook niet echt te spreken, aangezien het niet meer de beknoptheid van vroegere werken bevat.

Bibliografie:

'Paddestoelen', gedichten, onder pseudoniem Tom Ven, 1916
'Fantastische vertellingen', 3 bundels verhalen, 1919, 1923, 1924
'Blokken', korte roman, 1931
'Knorrende beesten', korte roman, 1933
'Bint, roman van een zender', korte roman, 1934
'De laatste eer', grafredenen, 1935
'Rood paleis, Ondergang van een eeuw', roman, 1936
'De wingerdrank', korte verhalen, 1937
'Karakter, Roman van zoon en vader', 1938
'De Korenharp', verhalen, 1940
'Drie toneelstukken', 1941
'Apollyon', roman, 1941
'Veuve Vesuvius', novelle, 1946
'Eiken van Dodona', roman, 1946
'Bij gaslicht', verhalen, 1947
'Noorderlicht', roman, 1948
'Het Eiberschilt', verhalen, 1949
'De Korenharp. Nieuwe reeks', verhalen, 1951
'De Doopvont', roman, 1952
'Meneer en mevrouw Richebos. Twintig korte verhalen', 1954
'Haagse mijmeringen', verhalen, 1954
'Onderweg naar Beacons. Twaalf korte verhalen', 1955
'Bloesemtak', roman, 1955
'Halte Noordstad', toneel, 1956
'Geachte confrère, splendours en misères van het beroep van advocaat', beschouwingen, 1956
'Idem, Tien parodieën', 1957
'De aktentas, tien korte verhalen', 1958
'De zigeuners. Twaalf korte verhalen en een schets', 1959
'Centrum van stilte', verhalen, 1960
'Paddestoelen (raad in) rijm', gedichten onder pseudoniem Ton Ven, 1961
'Tijding van ver', roman, 1961
'Wandelingen door Den Haag en omstreken', verhalen onder pseudoniem Ton Ven, 1964
'Jade, jaspis en jitterburg. Wijsheid en schoonheid uit het leven van Baron van Stralen op rijm', gedichten onder pseudoniem Ton Ven, 1964
'Lente, zeven verhalen', 1964
'De Golbertons', roman, 1965
'Dreverhaven en Katadreuffe', voorstudie voor Karakter, 1981
'Zeven Fantastische vertellingen', nagelaten feuilletons, 1982
'Vijf kleine verhalen', nagelaten verhalen, 1983

Thematiek

Deze tekst heeft in principe 2 hoofdthema’s. Het eerste thema gaat over de problemen in het gezin van mevrouw Cercleres en de probleempjes in haar woonwijk. Het tweede thema gaat over de relatie tussen meneer Braam en mevrouw Colonia, welke zijn dienstvrouw is. De relatie tussen Braam en het eerste thema is als volgt te beschrijven. Het dochtertje van mevrouw Cercleres loopt, na bijna misbruikt te zijn in de wijk, weg en wordt opgevangen door mevrouw Teta. Aangezien mevrouw Teta een goede vriendin is van Braam en vroeger een relatie met hem gehad heeft, komt Braam ook in contact met mevrouw Cercleres en haar dochtertje.

Bronvermelding

‘Tijding van ver’, F. Bordewijk
Laagland
Kritisch Literair Lexicon februari 1984
Diepzee Magazine september 1992
Onze literatuur vanaf 1916 – Piet Calis
http://staden.tmfweb.nl/html/body_bordewijk_-_bibliografie.html

Evaluatie

Mijn eindoordeel over het uitvoeren van de verdiepingsopdracht is op zich wel goed. Ik ben in ieder geval blij dat ik het afgekregen heb en heb toch wel het idee dat ik het goed uitgevoerd heb, maar m’n vorige slotopdracht is mijn inziens toch stukken beter uitgevoerd.
Ik vond het lezen van dit boek best wel een lastige klus. In de eerste 80 bladzijden komt het boek namelijk nog steeds als een onsamenhangend geheel over, aangezien er allerlei vage personages en situaties geschetst worden. Toen ik ongeveer 100 bladzijden gelezen had begon het allemaal wat duidelijker te worden, voornamelijk de relaties tussen de verschillende personages en de verschillende situaties. Vermoeidheid speelde denk ik ook een grote rol, aangezien ik tijdens het lezen van dit boek meerdere malen in slaap ben gevallen en het hoofd er niet altijd bij kon houden.
Ik vond het dus verwarrend dat er pas na een goede 100 bladzijden duidelijk was wat het thema van het boek was en wat de relaties tussen de verschillende personages zijn. Dit geeft het boek een erg saaie indruk, aangezien ik niet zo van onduidelijkheden hou.
Ik vond het uitvoeren van de verdiepingsopdracht wel een lastige klus, aangezien ik in tijdnood zat en het een tamelijk lastig boek betrof.
Ik heb wel het idee dat ik de benodigde kennis en vaardigheden in voldoende mate beheerste, aangezien ik de vorige slotopdracht zeer uitgebreid heb gemaakt, waar ik dus ook een goed gevoel van heb.
Wat ik de volgende keer anders ga doen? Het antwoord op deze vraag weet je vermoedelijk al, maar het komt er op neer dat ik dergelijke opdrachten voor literatuur in het vervolg een hogere prioriteit geef. Zo had ik, mijn inziens, de opdracht voor Engels op een lager pitje moeten zetten dan deze opdracht.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.