Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Stem wijzigen? Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

De gelukkige klas

bovenbouw havo/vwo

2 uit 5

7.5 / 10
45 stemmen van bezoekers
4e klas vwo
niveau

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Samenvatting
Het boek gaat over Meneer Staal die schoolmeester is van een school. Hij is begonnen met het schrijven van een dagboek en daar begint het verhaal mee. Hij schrijft dat hij op school instructie heeft gekregen, dat hij een register moeten bijhouden over de gedane activiteiten omtrent de school vakken. Ook moet er iedere les iemand in een klassenschrift werken. Als hij zijn collega’s informeert over het register geven ze verschillende antwoorden. Kraak vindt het maar onzin en doet er niet aan, terwijl Van der Lee het een goed idee vindt. Daarom weet hij zelf niet echt wat hij moet doen. Staal besluit later toch maar alles in orde te hebben voor het geval er een inspecteur langs komt.

Op een dag krijgt hij een nieuwe leerling in de klas: Louis van Rijn. Een zielig jongetje met een bochel. De jongen voelt zich niet echt thuis in de klas. Hij vertelt in zijn dagboek zoal hoe hij de klas tot stilte probeert te manen. “Uitscheiden” was al genoeg om ze stil te houden. Hij moet dit echter steeds vaker zeggen om de rust te bewaren. Daarom introduceert Meneer Staal een nieuw systeem: De eerste keer een waarschuwing, de tweede keer is na blijven. Dit wordt op een vel bijgehouden door zijn lievelingetje Fok Goosens.

Op een gegeven moment is het tijd voor taalcursussen. Staal moet beslissen wie er naar Engels, Duits of Franse les moeten. Hij geeft er maar liefst 17 op. Kraak waarschuwt hem dat dit bonje op zal leveren. Uiteindelijk gaan er minder kinderen op de cursus, omdat hun ouders het nut er niet van inzien.

Een maand of 2 later is Staal heel erg boos. Frans de Wit is aan het treiteren met een paar vrienden. Staal doet net of hij hem slaat, waarop Frans hard met zijn hoofd op het tafelblad botst. Hij moet huilen en ziet lijkbleek. De dagen erop piekert Staal over Frans, aangezien hij al een paar dagen niet op school is geweest. Hij besluit langs te gaan en tot zijn opluchting is alles goed met hem.

Plotseling worden de leerlingen nieuwsgierig naar zijn verjaardag. Hij zegt dat hij altijd op 30 februari jarig is, maar dat kan natuurlijk niet. Daar komen ook de kinderen meteen achter en dan zegt Staal dat hij zal trakteren als hij jarig. Hij besluit om op zijn verjaardag naar Artis te gaan met de klas en ook nog een keer te trakteren. Het werd een geslaagde dag.

Meneer Staal gooit klassieke leermethoden over boord, waardoor de kinderen al heel snel het verschil tussen alle werkwoordstijden snappen. Ook met rekenen legt hij alles heel anders uit en de klas heeft dan ook helemaal geen problemen met de breuken.

In de zomervakantie haalt Staal zijn akte voor Frans bij meneer de Wilde. Zijn vrouw vind dat hij daarom maar zo snel mogelijk naar een andere school moet gaan, omdat hij dan ongeveer 8 gulden in de maand meer zal gaan verdienen. Staal wil dit eigenlijk helemaal niet, hij heeft zich heel erg aan zijn klas gehecht. Het liefst zou hij namelijk met deze klas van school afgaan en daarna naar een andere school gaan.

Op een dag is het klassenschrift verdwenen. Staal maakt zich hier heel druk om , omdat dat een belangrijk deel is van de inspectie. Hij maakt er dan ook een hele speurtocht van om het boek terug te vinden. Tevergeefs vindt hij het schrift niet terug en besluit snel een nieuwe te maken.

Op het laatst mist hij telkens een leerling: Louis van Rijn, de jongen met de bochel. Het gebeurt wel vaker dat hij een paar dagen weg blijft, maar het duurt nu al 3 weken. Hij gaat daarom maar even bij Louis langs om te kijken waarom hij er niet is. Staal komt erachter dat de benen van Louis verlamd zijn en dat hij er waarschijnlijk binnen een jaar aan overlijdt. Staal brengt hem daarom al zijn spullen en wat leesboeken zodat hij zich niet gaat vervelen.

In de bijlage schrijft Koning in een brief aan Kraak dat meneer Staal plotseling overleden is aan een longontsteking. Zijn vrouw en dochter zijn toen in Den Haag gaan wonen bij zijn ouders. Zijn vrouw is een paar jaar later ook gestorven op dezelfde manier. Hij heeft het dagboek van zijn dochter gekregen om het even door te lezen en te beoordelen. Hij is tot de conclusie gekomen dat ze Staal altijd hebben onderschat. Ook Kraak antwoordt dat hij er ongeveer hetzelfde over denkt.

Analyse
A: Titel, ondertitel, motto, opdracht
De titel ‘De gelukkige klas’ slaat op de klas van Meneer Staal die gelukkig bestaan leidt volgens Staal zelf. Een klas met aparte types die samen een gemeenschap vormen en als één mond spreken.

Ondertitel, motto en opdracht zijn er niet

B: Genre
‘De gelukkige klas’ is een dagboekroman. Het verhaal is het dagboek van meester Staal tijdens de vijfde en zesde klas (groep 7 en 8) van de basisschool. Waarin hij de dagelijkse gang van zaken beschrijft, een stukje aller-doodgewoonste schoolleven.

C: Personages
De hoofdpersoon is Meester Staal, leraar op een armoedige school in Amsterdam. Hij geeft les in de vierde en vijfde klas. Hij heeft het beste voor met zijn klas en denkt veel na over de dingen die hij in de klas doet. Hij is gevoelig en begripvol en test vaak het effect van de klas op een bepaalde houding die hij aanneemt. Meneer Staal maakt een ontwikkeling door. Gedurende de twee jaar die hij de klas les geeft leert hij de kinderen steeds beter kennen en krijgt hij een ander beeld van hen. Door de geestelijke ontwikkeling die hij door maakt, het doel dat hij heeft (gelukkig zijn met de klas) en de verandering die hij doormaakt (andere kijk op de leerlingen, lesmethodes e.d.) kun je Staal een karakter noemen.

Fokkie Goosens is een bijpersoon in het boek, hij wordt afgekort tot Fok. Fok is de rechterhand van Staal. Hij helpt hem met opruimen, noteren,uitdelen etc. Fok voelt Staal ook goed aan, een blikwisseling is al genoeg om elkaar te begrijpen. Verder kom je eigenlijk weinig over hem en andere personages te weten. Fok is dus een type.

Louis van Rijn is ook een bijpersoon in ‘De Gelukkige Klas’. Louis is een leerling van Meester Staal. Hij is een jongen met een ongeneeslijke ziekte. Het wordt alleen maar erger en op een gegeven moment komt Louis zelfs niet meer naar school. Louis hecht wel veel aan school, het is iets centraals in zijn leven. Hij wil gewoon thuis in bed doorlezen en sommetje maken. Uiteindelijk overlijdt hij aan zijn wonden. Louis is een doorzetter en maakt geen ontwikkeling door. Het is ook voorspelbaar dat het uiteindelijk slecht met hem afloopt. Louis is ook een type

D: Tijd en ruimte
Het verhaal speelt zich af voor de oorlog, gedurende twee jaar. De vertelde tijd is twee schooljaren en de verteltijd is 202 bladzijden. Het verhaal is chronologisch. Als je de gebeurtenissen op een tijdsbalk plaatst vinden de gebeurtenissen chronologisch plaats. Er zijn veel tijdsverdichtingen die via het dagboek van Staal worden aangegeven met de dagen en maanden waarop hij schrijft. Soms gaat het dagboek een week vooruit, soms een maand.

Het verhaal speelt zich voornamelijk in de klas en/of op school af en thuis bij meester Staal. In de klas en op school gebeurt alles wat Staal vervolgens thuis in zijn dagboek opschrijft. De klas is eigenlijk ‘the place to be’. Als je wilt zien wat de leerlingen doen, hoe ze zich ontwikkelen, wat ze meemaken, hoe ze in elkaar steken, wat ze leren etc. moet je in de klas zijn. Thuis wordt er alleen soms gesproken met de vrouw van Staal en word alles zorgvuldig genoteerd in het dagboek.

E: Verteller
Je beleeft het verhaal door de ogen van meester Staal. Het boek draait om zijn leven als schoolmeester en de belevenissen met zijn klas. De ik-verteller is als vertelsituatie gebruikt. Je leest namelijk gewoon het dagboek van Staal en gewoonlijk is dat een ik-verteller. Je leest ook nergens: ‘Toen deed Staal iets opmerkelijks’. Je leest: ‘Toen deed ik iets opmerkelijks’.

F: Thema en Motieven
Het thema van het verhaal is de verhouding tussen klas en leraar, de omgang tussen leraar en leerling. De reactie van de leerlingen op een preek van Staal, het voortdurend bedenken van nieuwe lesmethodes door Staal en uitstapjes maken zijn zo wat willekeurige dingen die in het boek centraal staan. Staal is eigenlijk voortdurend bezig met een goede verhouding scheppen en het analyseren ervan.

Een van de motieven in ‘De gelukkige klas’ is het klassenschrift. Volgens Staal een ellendig rot stuk. In het klassenschrift wordt om de beurt door elke leerling gewerkt. De leerling schrijft dan de les die gemaakt wordt op in het klassenschrift in plaats van het eigen schrift. Om de zoveel tijd komt er dan een inspecteur langs die het controleert. Het schrift staat waarschijnlijk symbool voor de bedreiging van het simpele, gelukkige leven van de klas.

Een ander motief is de akte Frans. Deze akte haalt Staal vooral op aandringen van zijn vrouw. Zij wilt dat hij hogerop kan waardoor hij ook extra geld gaat verdienen. Staal ziet het eigenlijk niet zitten. Hij wil gewoon schoolmeester blijven van zijn klas. De akte komt al meteen op de eerste bladzijde voor en loopt tot bijna het einde van het verhaal door als Staal ingeschreven staat bij het stadhuis voor een nieuwe functie als leraar Frans.

G: Spanning
Het spanningselement van ‘De gelukkige klas’ is het handelen van personages. Vanwege de eenzijdige kijk is er bijvoorbeeld geen sprake van tegenstrijdige informatie en er zijn ook geen woord(groep)en zonder duidelijke verwijzing. Het handelen van meester Staal zorgt voor de prikkel. Ik wil weten wat nu weer de reactie is van Staal en als hij met iets begint waar het heen leidt. Dat zorgt voor de spanningsprikkel.

H: Stijl
Het taalgebruik is ouderwets, zoals het voor de oorlog zal gesproken en geschreven zijn. In plaats van leg (leggen) gebruikt Thijssen bijvoorbeeld lei. Ook bestaat de jullie vorm nog niet, maar is het gij. Er worden veel afkortingen gebruikt zoals ‘t, ‘k ‘ie of d’r. Ook enfin wordt vaker gebruikt dan in modernere boeken.

Een voorbeeld hiervan waarin de afkortingen worden gebruikt en het woordje enfin is deze zin: ‘ ’t Is wel leuk, zoals mijn vrouw de meest absolute krankzinnigheden in mij vóóronderstelt. Prachtig zomerweer, zeldzaam mooie meidag; een vrije zaterdagmiddag; en heel gemoedelijk zegt ze onder ’t koffiedrinken: ‘’k Ga heerlijk met Greetje ’n stappie maken, bij moeder even uitrusten en dan met de tram terug. Jammer dat jij niet mee kan, maar je kunt natuurlijk die middag niet missen, hè. Enfin, met ’n paar maanden ben je d’r af.


Overig
A: De relatie tussen tekst en auteur
De hoofdpersoon in het boek is Staal, een onderwijzer op een openbare lagere school in Amsterdam-Oost. Hij heeft veel weg van Theo Thijssen zelf. Theo Thijssen heeft zelf voor de klas gestaan en het lijkt erop dat hij zijn onderwijservaringen heeft gebruikt bij het schrijven van ‘De gelukkige klas’.

Thijssen refereert aan zijn eigen schooltijd. Het feest der herkenning, der herinnering schrijven andere erover. Een heerlijk boek over het verloren paradijs van onze kindertijd.

Thijssen was zelf ook zo’n ‘stakkerdje’ en ‘arm schaap’. Dat heeft hem zonder twijfel geïnspireerd om te onderwijzen zoals hij deed en zich af te zetten tegen inspecteurs, schoolhoofden en de onderwijspolitiek.

B: Verbanden tussen boeken
De gelukkige klas is het vervolg op het boek Schoolland van Theo Thijssen. Nieuwe avonturen van meester Staal en zijn klas. Schoolland is ook geschreven in de vorm een dagboek van meester Staal en laat zien hoe Staal met zijn klas samengroeit tot een eenheid.

C: Literatuurgeschiedenis
De gelukkige klas behoort tot de periode van twintigste eeuw tot 1940, want het boek is geschreven in 1926.

D: Plaats van het boek binnen het oeuvre van de schrijver
De thematiek van het boek is grotendeels gelijk aan die van andere boeken binnen het oeuvre van Thijssen. Zijn boeken gaan allemaal over kinderen en school. Het boek is het negende in de reeks van zeventien boeken die het oeuvre van Theo Thijssen vormen. Naast dat het een vervolg is op schoolland neemt het geen bijzondere plaats in binnen het oeuvre van Thijssen.






Hoge waardering

Jessica zeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem6e klas vwo7.7
StandUpForYourR 4e klas vwo7.5
Hindrik 4e klas havo7.4
Rolf 4e klas vwo7.5
anoniem5e klas vwo6.5
Meer verslagen ›

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

4118
 

reacties