Kader Abdolah

2008

226

Nederlands

bovenbouw havo/vwo

3 uit 5

7.3 / 10
Docent



Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum eerste druk: april 2008
Aantal bladzijden: 264
Uitgegeven bij: De Geus

Beschrijving voorkant
Op de fraai gebonden uitgave staat bij het deel ‘De boodschapper” een tulp afgebeeld.

Genre van het boek
Kader Abdolah schreef een soort biografie over Mohammad . Hij gebruikt historische feiten op de manier zoals een schrijver betaamt met literaire fictie. Het is geen roman maar een vertelling, laat Abdolah op de cover zetten.

Het boek werd uitgebracht samen met een nieuwe vertaling van de Koran, maar deze samenvatting gaat alleen over de vertelling over Mohammad. Een boekverslag maken van de Koran is onmogelijk: het zou te vergelijken zijn met het maken van een samenvatting van de Bijbel.

De aangeleverde flaptekst
De kroniekschrijver Zeeëd is de rechterhand van Mohammad en de man die Allahs openbaringen aan Mohammad verzamelt in een nieuw boek: de Koran. Na de dood van Mohammad vraagt Zeeëd zich af wie de profeet eigenlijk was. Zeeëd besluit langs te gaan bij mensen die de profeet hebben gekend: familie, vrienden, vijanden, volgelingen, wetenschappers, vrouwen en dichters. Op die manier reconstrueert Zeeëd via ooggetuigen het leven van Mohammad, de boodschapper, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood. De lezer krijgt een bijzonder ‘eigentijds’ beeld van de periode waarin Mohammad opgroeide, hoe hij zijn stad Mekka van de morele ondergang wilde redden en hoe hij zich van profeet ontwikkelde tot een machtig leider.


Mijn mening
“De boodschapper” is een snel leesbare en mooi geschreven biografie over het leven van de boodschapper Mohammad. Kader Abdolah mengt historische feiten over de boodschapper met zijn vermogen fictie te schrijven, waardoor het een uiterst leesbare beschrijving over het leven van Mohammad wordt.


De uitgave van het boek geschiedt in één band met de nieuwe vertaling van de Koran.
Dat is een kostbare uitgave en de delen worden niet apart verkocht. Gezien de literaire kwaliteiten van de vertelling kan het boek op de literatuurlijst worden geplaatst. Het is een leesbaar boek geworden voor eindexamenleerlingen van de drie niveaus: vmbo-TL, havo en vwo.

Uiteraard zal de inhoud van deze vertelling scholieren met een islamitische achtergrond het meest aanspreken, maar ook voor scholieren met een christelijke of humanistische levensopvatting is het heel aardig om een kijkje te krijgen in het leven van de profeet Mohammad of liever van de boodschapper Mohammad.
Dit deel van de uitgave kan twee punten krijgen op de lijst en de vertelling mag ook een amusementswaarde van 8 meekrijgen. Het zal zijn weg wel vinden in de multiculturele samenleving van Nederland anno 2008.


Titelverklaring
Mohammad is de boodschapper van Allah. Zo wordt hij de gehele vertelling genoemd.
Volgens de overlevering krijgt hij boodschappen door van Allah die hij in Soera’s in de Koran laat opnemen.

Structuur en/of verhaalopbouw
De vertelling wordt gegeven in 91 korte hoofdstukken. Er is sprake van een kroniekschrijver Zeeëd ebne Sales, de geadopteerde zoon van Mohammad die het verhaal vertelt. Hij weet veel uit eigen ervaringen met de boodschapper, maar gaat voor het optekenen van de biografie ook vaak langs bij tijdgenoten van Mohammad om die te verleiden verhalen te vertellen over de boodschapper. Hij bezoekt zowel aanhangers van Mohammad als tegenstanders (bij. Een Joodse rabbijn die vertelt over de periode wanneer Mohammad de joden uit Medina verdrijft.
Er wordt vrijwel chronologisch verteld door Zeeëd van af het begin dat hij door Mohammad werd geadopteerd, tot aan de dood van de boodschapper. Zeeëd kwam op het idee om een vertelling over Mohammad te schrijven nadat hij de Koran had geschreven: een verzameling van 114 soera’s (hoofdstukken)


“De boodschapper”is een vertelling van Zeeëd ebne Sales, de kroniekschrijver van Mohammad en de opsteller van de Koran. Hij schrijft in de o.v.t. als achterafverteller een soort biografie over Mohammad.

Tijd van het verhaal
Het verhaal speelt zich natuurlijk af in de tijd van de boodschapper d.w.z. de zevende eeuw na Christus. ( circa 570 tot aan zijn dood in 632 in Medina) Zeeëd schrijft de vertelling op wanneer Mohammad al dood is. Aan het eind in hoofdstuk 91 schrijft hij dat hij de vertelling geschreven heeft in Mekka 7 shawal (maand) 40 (jaar).

Plaats van handeling
De twee belangrijkste plaatsen die een rol in het leven van De Boodschapper hebben gespeeld zijn Mekka en Medina. Over het leven van Mohammad wordt voornamelijk in die twee plaatsen verteld.

Motto
Er is geen motto. Wel geeft Kader Abdolah aan dat de vertelling, hoewel berustend op historische feiten, gelezen mag worden met de wetten van de literatuur d.w.z. hij zegt dat je het boek met een beetje fictie (dus vertekening van de werkelijkheid) in je achterhoofd moet lezen.

Samenvatting van de inhoud
Zeeëd ebne Sales is een kroniekschrijver van Mohammad: zijn moeder raakt hem op 5-jarige leeftijd kwijt op een markt en hij wordt daarna twee jaar als slaafje doorverkocht, totdat hij wordt gekocht door de vrouw van Mohammad, Ghadidje.

Na de dood van de boodschapper krijgt Zeeëd ebne Sales de opdracht van de kaliefs de Koran op te schrijven. Daarvoor moet Zeeëd ebne Sales het land in om teksten te verzamelen en deze om te vormen tot een boek als de Koran. Hij krijgt deze opdracht van Omar (de tweede kalief van Mekka) Zeeëd ebne Sales reist het land door en komt met kameelvrachten teksten thuis. Daarna richt hij zich op het schrijven van de Koran. Hij biedt het boek aan Omar aan. Maar daarna komt er vertwijfeling onder diverse aanhangers van Mohammad en krijgt Zeeëd ebne Sales een nieuwe opdracht van Osman (de 3e kalief) Dan besluit Zeeëd ebne Sales ordening in de teksten aan te brengen en de Koran in 114 soera’s aan te bieden. Hij geeft de teksten ook een titel. Maar niet alles wat hij vindt ,kan worden opgenomen. De rest moet van Osman worden verbrand. Maar door het schrijven van de Koran heeft Zeeëd ebne Sales een ander beeld gekregen van Mohammad. Hij had hem eerst als leider gezien, maar hij is hem steeds meer gaan zien als mens. Daarom besluit hij het leven van Mohammad te gaan opschrijven. Het begin van Mohammads leven ligt in Mekka.

In Mekka is het gebiedshuis de Kaabé: er zijn veel afgoden in gehuisvest. Er is ook een strakke hiërarchie in de stad, waar vrouwen helemaal onderaan de ladder staan (zelfs onder de trede van slaven en geiten) In de omringende landen als Perzië en Byzantium is er een godsdienst met maar één God (resp. Zarathoestra en God) en ze hebben ook beiden een
Godsdienstig boek. Ook Mohammad wil een godsdienst met maar één God ( Allah betekent : Hij is Één)

De ouders van Mohammad zijn jong gestorven en hij wordt opgevoed door zijn oom Taleb. Die vindt dat hij eerst maar herder moet worden. Enige tijd is hij dan ook geitenhoeder. Daarna mag hij handelaar worden op de markt in de handelskraam van zijn oom. Daar ziet hij nare dingen op straat: o.a. hoe joden woekerprijzen vragen voor leningen. Ook wordt zijn voorliefde voor poëzie duidelijk. Zeeëd ebne Sales onderzoekt ook een anekdote waarbij verteld wordt dat Mohammad in een klooster was gegaan waarbij de priester in hem een nieuwe profeet zag. Die priester ziet het teken van de halve maan tussen zijn schouderbladeren. Zeeëd ebne Sales gaat naar nabestaanden van de priester om dat verhaal te verifiëren.

De handelaar Wargad ziet meer in Mohammad en hij zorgt ervoor dat hij een karavaanleider wordt. Mohammad maakt dan grote reizen en ziet veel dingen in Perzië en Byzantium: hij ziet ook hoe de mensen in die landen anders met vrouwen omgaan dan in zijn land. Ook de afgoden in de Kaabé vindt hij verschrikkelijk. Hij heeft een voorkeur voor Ibrahim als profeet en hij krijgt een groepje volgelingen van het eerste uur om zich heen: Oman en Osmar en Aboebakar (dat wordt later de eerste kalief)

Ghadidje, de nicht van Wargad, wordt de eerste vrouw van Mohammad. Ze is weduwe en heeft al enkele dochters. Bovendien is er een flink leeftijdsverschil (25 tegenover 40) Maar ze leert hem lezen, hoewel Mohammad nooit een grote lezer (wel een begaafd redenaar) werd. Ze krijgen een zoon en vier dochters, maar het zoontje wordt ziek en sterft. Mohammad is erg verdrietig, totdat Ghalidje, een zoon koopt. Dat is Zeeëd ebne Sales, de kroniekschrijver. Hij schrijft over het harmonieuze leven dat ze leiden. Ghalidje is van oorsprong een Christin en ze leest veel voor uit de Bijbel.

Mohammad ontwikkelt zich: hij verblijft soms lange periodes in een karavanserai : verblijfplaats voor handelaren, waar hij veel spreekt met handelaars en reizigers. Het leven van Mohammad verloopt vaak in periodes van 5 jaar: in die periode van de karavanserai verwaarloost hij wel zijn gezin.

Van 35-40 jaar brengt Mohammad veel tijd in de bergen door om te mediteren. Hij is van mening dat er maar één God is en dat hij de afgoden in de Kaabé moet zien af te schaffen. Op een nacht verschijnt de engel Ghabriël aan hem en die vertelt hem dat hij de boodschapper van Allah moet worden. (hoofdstuk 26) Mohammad is vastbesloten dat te gaan doen: hij probeert volgelingen om zich heen te krijgen, maar de eerste twee jaar lukt dat niet goed. Dan volgt er een tweede verschijning van de engel in de grot. Daarna gaat Mohammad in het openbaar in Mekka tot Allah bidden. Hij heeft vijf helpers, maar de inwoners van Mekka bespotten hem. Mohammad begint steeds meer teksten te verzinnen (de soera’s) Maar hij krijgt zijn familie niet achter hem.

Zeeëd ebne Sales bezoekt Ali (de 4e kalief) en die vertelt hem over Mohammad als mens. Hij gelooft steeds in het bereiken van het onbereikbare. De boodschapper van Allah gaat zich nadien richten op de groep van de slaven en de vrouwen. Zo laat hij de slaaf Balal de teksten van de soera’s uitspreken: die heeft namelijk een mooie stem. Maar Mohammad heeft ook veel tegenstanders in Mekka. Iemand slaat hem neer met een steen en hij sterft bijna. Wanneer hij weer genezen is, verandert hij met zijn volgelingen van tactiek.

Tijdens een offerfeest beklimt hij met zijn volgelingen de Safaberg en hij probeert slaven en vrouwen er toe over te halen de afgoden van de Kaabé af te zweren. Maar daardoor komt er ook meer geweld tegen de volgelingen. Er moet iets nieuws verzonnen worden. Een groep volgelingen gaat dan de boodschap van Allah in de Kaabé verkondigen (het is voor het eerst dat in die heilige ruimte wordt gesproken) Dan openbaart Mohammad ook dat er voortaan zal worden teruggevochten, wat leidt tot hevige gevechten in de stad Mekka. De Raad van de stad besluit hem dan uit de stad te zetten. Drie jaar brengt Mohammad met zijn volgelingen door in een vallei. Op een nacht krijgt Zeeëd ebne Sales de opdracht van Mohammad om naar de Kaabé te gaan en het perkament met daarop de straf van de verbanning uit de ruimte te stelen. Dat lukt en de stad staat op zijn kop, want Mohammad kan nu uit de vallei terugkeren. Zijn vrouw Ghalidje sterft en Mohammad wordt daardoor stiller.

Hij besluit de aandacht van zijn volgelingen van Mekka te verleggen naar de stad Yasreb. Zijn volgelingen bereiden zijn komst voor. De Raad van Mekka krijgt iets door en hij beraamt een aanslag. Maar dankzij een lek in de Raad krijgt Mohammad een tip en hij weet te ontvluchten naar Yasreb. Hij vlucht een grot in en volgens de overlevering dekt een groot spinnenweb de toegang af waardoor de achtervolgers uit Mekka hem niet kunnen vinden. De (latere) eerste kalief Aboebakar geeft zijn 9-jarige dochtertje aan Mohammad, die inmiddels 50 jaar is geworden. Mohammad heeft seks met het meisje. De vlucht uit Mekka beschouwt Zeeëd ebne Sales als het begin van de islamitische jaartelling. De boodschapper wordt groots onthaald. Yasreb verandert van naam. Het wordt Medina, wat stad van de boodschapper betekent.

Mohammad wil zijn mooie nicht als vrouw aan Zeeëd ebne Sales schenken, maar wanneer hij haar een keer zelf naakt heeft gezien, besluit hij deze vrouw zelf te houden: het is intussen zijn zevende vrouw. In Medina ontpopt Mohammad zich als een echte wereldse leider en als mens (eten drinken, seks met veel vrouwen) Hij gaat een verbond aan met de joden en de christenen in de stad. Hij sticht een moskee en hij heeft veel geld en goud daarvoor nodig. Dan besluit hij de karavanen uit Mekka te gaan overvallen. Het geld en het goud kan worden gebruikt voor de bouw van de moskee. De eerste rooftocht gebeurt zelfs tijdens de Ramadan, wat ongebruikelijk is. Daarna volgen er vele roofovervallen, totdat men in Mekka vindt dat het afgelopen moet zijn. Mekka verklaart de oorlog aan Medina en de eerste strijd wordt gewonnen door Aboesofjan. Die krijgt steun van de joden. Mohammad wordt gewond; er gaat het gerucht dat hij zelfs dood is, maar hij herstelt weer. Aboesofjan zet niet door maar keert terug naar Mekka.


Mohammad herstelt en hij gaat de joden haten vanwege hun hulp aan Mekka. Hij zegt het verbond met hen op en jaagt ze uit de stad. Zeeëd ebne Sales haalt deze informatie ook weg bij een oude rabbijn die Mohammad “een profeet der dieven “noemt en geen “boodschapper.”
Zo probeert hij beide kanten van de zaak te laten zien.

Aboesofjan komt dan weer met een groot leger, maar weer wordt Mohammad getipt en hij laat een grote gracht om Medina graven. Aboesofjan weet daar geen raad mee. Ze komen tot een schikking: een niet-aanvalsverdrag voor 10 jaar. Zeeëd ebne Sales is erbij als kroniekschrijver. Mohammad is ook slim: hij trouwt met een weduwe geworden dochter van Aboesofjan, waardoor hij tot zijn familie behoort en hij dus niet kan worden gedood.

De vrouwen zijn onderling jaloers en één ervan (Ajeshe) heeft een minnaar. Ze blijft een nacht weg en de dichters om Mohammad heen maken meteen enkele spotgedichten over dit voorval. Volgens Zeeëd ebne Sales heeft dit grote gevolgen, want Mohammad vaardigt een wet af waarbij vrouwen hun schoonheid moeten verbergen (de hoofddoek) en ze weg moeten uit de kamer wanneer er bezoek komt.

Na twee jaar houdt Mohammad het niet langer uit en hij vertrekt met een leger naar Mekka. Hij krijgt het voor elkaar dat hij van Aboesofjan de stad in mag en slaat de afgodsbeelden in de Kaabé kort en klein. Daarna laat hij Zeeëd ebne Sales brieven naar Perzië en Byzantium sturen waarin hij de leider vertelt over de nieuwe godsdienst. Ze moeten de islam aanvaarden, maar dat doen de landen niet. Perzië weet Mohammad te verslaan, maar de strijd om Byzantium verliest hij.

Dan komt er weer een nieuwe soera, waarin Mohammad aangeeft dat hij in de hemel Allah heeft ontmoet op de zevende verdieping. Wat er precies besproken is, wordt niet bekend gemaakt. Kort daarop wordt Mohammad ziek. Hij krijgt hoge koorts en zijn vrouw Ajeshe (die een minnaar had) verzorgt hem heel goed. Ze is er ook bij wanneer Mohammad sterft en haar vader Aboebakar wordt de eerste kalief. Hier stopt de vertelling.

Aanleiding voor het schrijven van “De boodschapper
In een interview in Trouw (de Verdieping van 26 april 2008) met de schrijver door Sandra Kooke vertelt Kader Abdolah:
Na 9/11 sprak heel Nederland over de Koran. Ik voelde gewoon dat mijn lezers me met de Koran in mijn gezicht sloegen. Lees je boek! Tot die tijd dacht ik dat de Koran het boek van mijn vader was. Maar Nederland liet me zien dat het ook mijn boek is.”
„Toen ik mijn vorige boek, ’Het huis van de moskee’, afhad, wist ik niet waar ik het in mijn volgende boek over moest hebben. Ik raakte zelfs een beetje in paniek. Maar op een nacht werd ik wakker geschud. En een stem in mij zei: ’Kader, ga iets doen met de Koran’. Ik wist niet wat. Ik ging achter mijn computer zitten, maar dacht: ’Het is te zwaar, te moeilijk’. Ik besloot er een klein boekje over te schrijven. Ik schreef er één zinnetje over in mijn column in de Volkskrant en sindsdien hebben de lezers me niet meer met rust gelaten. Bij elke lezing hoorde ik: ’Kader, je bent bezig de Koran voor ons toegankelijk te maken’. ’Nee, nee’, zei ik dan. Maar na een tijdje merkte ik dat ik het overnam. Ik was inderdaad bezig de Koran toegankelijk te maken. De Nederlandse samenleving heeft mij dus deze opdracht gegeven. Er wordt in dit land zonder enige kennis zoveel gepraat over de Koran. Nu kan iedereen het zelf lezen en erover oordelen.”
U hertaalde niet alleen de Koran, maar beschreef ook het leven van de profeet. Hij is eigenlijk de persoon waarom het draait in uw vertaling.
„Inderdaad, Mohammed is mijn grote ontdekking. Toen ik met de Koran bezig was, werd ik verliefd op hem. Ik zag hem gewoon als een filmpersonage. Ik dacht: ’Kader, je moet die man begrijpen om de Koran te begrijpen.’ Daarom heb ik eerst een boek over zijn leven geschreven: ’De boodschapper’. Het is een fictief boek, gebaseerd op de harde feiten. Mohammed is een aardse profeet, een mens van vlees en bloed. Hij heeft niets goddelijks, hij maakt veel fouten. Hij zegt zelf ook: ’Ik ben alleen een doorgever’. Deze twee boeken van mij – ’De boodschapper’ en ’De Koran’ – zijn gebaseerd op één grondgedachte: Mohammed is een mens en de Koran is zijn verhaal, zijn verzinsel. Dat verzinsel had hij nodig om zijn doel te bereiken. De Koran is dus een menselijk boek. Het is het boek van een mens met een droom. En Mohammed doet alles om zijn droom te bereiken.”
„Ik hou van die persoon. Ik zie een man die de corrupte, failliete samenleving uit zijn tijd wilde veranderen door nieuwe wetten op te stellen. Ik zie hoe naïef hij eerst was en hoe slim hij werd. In de loop van de tijd hebben de moslims Mohammed geheiligd. Ze hebben hem daarmee van zijn identiteit beroofd. Ik heb hem die teruggegeven. Ik ben zijn slaapkamer binnengegaan, ik laat hem huilen. Ik heb dertig, veertig oude boeken over hem gelezen en heb op grond van de harde feiten fictie over hem geschreven. ”
Ergens lijkt Mohammed wel op u. Hij stond net als u onder invloed van een wijze oom. Zoals u doelgericht werkte om een Nederlandse schrijver te worden, droomde hij ervan de maatschappij te veranderen.
„Dat is waar. Mohammed lijkt heel erg op mij. Door de worsteling van Mohammed te bestuderen, heb ik mezelf beter leren kennen. De natuur heeft mij van mijn kindertijd af het goddelijke inzicht gegeven dat wat je wilt, bereikbaar is. Waar je hand ook naartoe reikt, het wordt van jou. Dat was altijd mijn motto. En groot was mijn verbazing toen ik merkte dat Mohammed met hetzelfde bezig was geweest. Hij zegt wel honderd keer in de Koran: ’Wees, en het wordt’. Dat vind ik zo prachtig. Mohammed komt in de rij te staan van grote nobele mensen die een doel hadden: Einstein, Alexander Bell, die de telefoon uitvond, de man die internet uitvond, de man die de mobiele telefoon uitvond. De mannen die iets willen en het bereiken. 1400 jaar geleden dacht Mohammed: ik ga een eenheid, een God, een Allah creëren. En wat in zijn fantasie ontstond, werd werkelijkheid.”

Recensies
In De Volkskrant van 25 april 2008 bespreekt Gert Peelen de beide uitgaven. Hij vindt ‘De Boodschapper”een bijzonder boek. Zeeëd is de secretaris die de soera’s – de door Allah als openbaringen aan Mohammad doorgegeven boodschappen – voor de nauwelijks geletterde profeet op schrift stelt, en ze bundelt na diens dood tot wat we nu kennen als de Koran . In De boodschapper is Zeeëd echter vooral de verteller, degene die het leven van Mohammad beschrijft. Hij doet dat in de ikvorm, zij het niet naar eigen inzichten. Aan de hand van verhalen van ooggetuigen reconstrueert hij het leven van ‘de boodschapper’ tot een caleidoscopische beeld, waarin plaats is voor de sterk uiteenlopende visies van Mohammads familie, zijn vrouwen, vrienden en volgelingen, maar ook voor die van zijn vijanden en tegenstrevers.


Het opmerkelijke is, dat Zeeëd, die de profeet toch het meest van nabij heeft meegemaakt, zichzelf van commentaar onthoudt. Het oordelen laat hij over aan zijn gesprekspartners. Is deze terughoudendheid ingegeven door toewijding en bescheidenheid? Of is het feit dat Kader Abdolah zozeer in de huid van de Mohammads kroniekschrijver is gekropen dat hij diens spreekbuis is geworden, de oorzaak? De echte Zeeëd heeft immers geen geromantiseerde biografie van de profeet geschreven. Dat deed Abdolah.
Met zijn vertelling en vertaling heeft hij een magnum opus geschapen. Een meesterwerk dat, dankzij de verbeeldingskracht die eraan ten grondslag ligt, de luchtige toets die in de vertellingen wordt aangeslagen, de bedwelmende taal ervan en de onmiskenbaar Oosterse sfeer die het oproept, een regelrechte verrijking is voor de Nederlandse literatuur.



Over de schrijver
Bron: Wikepedia
Kader Abdolah groeide op in een streek waar de islam streng werd nagevolgd. Omdat hij hoopte ooit zijn betovergrootvader Qhaem Megham Ferahni na te volgen en schrijver te worden, ging hij zich vanaf zijn twaalfde jaar verdiepen in de westerse literatuur. Daardoor raakte zijn interesse in de westerse samenleving gewekt. Om die interesse te voeden luisterde hij in het geheim naar westerse radiostations en naar verzetszenders.
Aan de universiteit van Teheran studeerde hij natuurkunde. In die periode sloot hij zich aan bij een linkse partij die zich verzette tegen het bewind van de sjah en later tegen dat van de ayatollahs. Hij schreef voor een illegaal blad en publiceerde twee clandestiene verhalenbundels onder de naam Kader Abdolah. Deze naam nam hij aan als eerbetoon aan twee studiegenoten en door de overheid geëxecuteerde partijleden: Kader en Abdolah.
Na zijn opleiding werkte hij als directeur van een emballagefabriek, en zette hij zijn politieke activiteiten voort. Deze activiteiten resulteerden er in dat hij in 1985 uit Iran moest vluchten. Op uitnodiging van de Verenigde Naties kwam hij als politiek vluchteling naar Nederland. Hij belandde in 1988 in een asielzoekerscentrum in Apeldoorn en kreeg vervolgens een huis in Zwolle toegewezen. Daar ging Abdolah werken in een natuurhistorisch museum en in een conservenfabriek. In 2003 verhuisde hij naar Delft.
Kader Abdolah maakte zich de Nederlandse taal eigen met behulp van onder meer de kinderboeken van Annie M.G. Schmidt en van Nederlandstalige poëzie. Worstelend met de taal begon hij zijn verhalen in het Nederlands te schrijven. In 1993 debuteerde hij met de verhalenbundel De adelaars, die meteen bekroond werd met de belangrijke debutantenprijs Het Gouden Ezelsoor.
Kader Abdolah schrijft wekelijks een column in de Volkskrant onder het pseudoniem Mirza. Mirza is in het Perzisch 'kroniekschrijver' én het is de naam van zijn overleden vader. Zijn werken gaan over het leven in en tussen twee culturen en over het leven in de diaspora.
Bibliografie
• 1993 - De adelaars (verhalen)
• 1995 - De meisjes en de partizanen (verhalen)
• 1997 - De reis van de lege flessen (roman)
• 1998 - Mirza (columns)
• 2000 - Spijkerschrift (roman)
• 2001 - De koffer (Overijssels boekenweekgeschenk)
• 2001 - Een tuin in zee (columns)
• 2002 - Kélilé en Demné (hervertelling van Perzische verhalen)
• 2002 - Sophia's droë vrugte (roman)
• 2002 - De koning
• 2003 - Portretten en een oude droom (roman)
• 2003 - Karavaan (columns, 2003)
• 2005 - Het huis van de moskee (roman)
• 2008 - De Koran en De boodschapper (resp. 'een vertaling' en 'een vertelling')

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8620
 

reacties

 
Zeer bruikbaar, alleen jammer dat de thematiek ontbreekt
door leonie (reageren) op 29 november 2008 om 12:40
handig maar idd jammer van de thematiek das belangrijk
door x (reageren) op 6 juni 2011 om 21:24