Arnon Grunberg

2006

320

Nederlands

bovenbouw havo/vwo

3 uit 5

8.0 / 10
Docent

Gebruikte editie
Eerste druk: 20 september 2006
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 432
Uitgever: Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam

Gegevens voorkant
Op de groene voorkant staat een tekening van een roze kleurige cello afgebeeld waarop twee borsten en schaamhaar is aangebracht. Tirza, de dochter van de hoofdfiguur, speelt in het verhaal op de cello.

Genre
“Tirza” is een psychologische roman over een vader-dochterverhouding, maar ook over desillusie, geweld, seksualiteit.

Geschikt voor …
lezers die een stevig boek aankunnen en die tijd kunnen en willen vrijmaken om de ruim 400 pagina’s die deze roman telt, te verorberen. Want een echte Grunberg-liefhebber zal zich in de keuken van de literatuur wanen en kijken of het “eten” deze keer één of twee Michelinsterren waard is. De inspecteurs van de gastronomie (de top van de Nederlandse recensenten als Arjen Fortuin, Arjan Peters, Rob Schouten en Jaap Goedegebuure ) hebben hun mening over het gerecht inmiddels al in hun kranten kunnen weergeven. En vaak is die mening heel positief. Een geroutineerde lezer zal zich ook niet snel vervelen met deze dikke Grunberg: de eerste twee delen zijn heel prettig om te lezen en strak gecomponeerd, want de structuur van een roman kun je immers wel aan Grunberg overlaten. Ook het eerste hoofdstuk van deel III, waarin, zoals later blijkt, het dramatische hoogtepunt (eventueel dieptepunt) van het verhaal is gelegen, vormt nog een aantrekkelijk deel van het verhaal over een allesoverheersende vader-dochterliefde. Door middel van de flashbacks komt die relatie werkelijk tot leven. Maar het lijkt er wel een beetje op dat Grunberg zelf in het laatste deel van de roman ook de weg kwijt is in zijn zelf geschapen woestijn van Namibië. Hij gaat daar wel heel ver op in zijn fantasie en een dergelijk einde van de roman doet me ook terugdenken aan het groteske einde van “De Joodse Messias” waarmee ik me ook in het eerste deel kostelijk vermaakte, maar waarin de absurditeit aan het eind me het boek toch met een ander gevoel deed dichtslaan dan op de momenten waarop ik halverwege noodgedwongen het boek moest wegleggen. Ik betrapte me erop dat ik de eerste 300 bladzijden probleemloos weg consumeerde, maar toch een beetje tegen heug en meug het toetje (het overvloedige dessert) wegwerkte. Ik moest het restant laten staan voor de volgende dag om tot het besef te komen dat ik de laatste veertig pagina’s nog een keer moest doorlezen. Jammer vond ik dat. Ook bij deze roman.
Grunbergs schrijverschap staat natuurlijk buiten kijf, bovendien doet de eigenzinnige schrijver natuurlijk toch waar hij zelf zin in heeft, maar opnieuw kreeg ik na “ De joodse messias”dus een beetje katerig gevoel (teveel Grunbergsiaanse of Italiaanse gewurztraminer gedronken.?)
over het einde van deze nieuwe roman.

Een leesadvies voor scholieren:
- vmbo-TL : niet aan beginnen omdat de roman te moeilijk en heel erg dik is
- havo-5 : moeizame lezers: neem wat makkelijkers te verteren, maar de geroutineerde consumenten kunnen het wel op hun menukaart zetten
- vwo-6: goed te lezen voor deze categorie lezers en dan bedoel ik niet alleen de “hoog-hoogbegaafden” (zie samenvatting)
- Grunbergfans: een must, maar het blijft wel een fors vijf-gangendiner.
Mijn waardering in scholieren-“sterren” : 3 punten



De flaptekst
De vrijheid mag lonken, maar liefst niet de hele dag; wanneer de vrijheid uitsluitend tijdens de zomervakantie lonkt, is het leven al zwaar genoeg.
Jörgen Hofmeester is vader van twee dochters en werkzaam voor een gerenommeerd bedrijf. Dankzij een uitgekiend financieel beleid woont hij op stand: bandeloosheid leidt tot rampen.
Stilstand is voor Hofmeester de voorwaarde voor liefde en geluk. Loom houdt hij van zijn dochters. Dat zijn echtgenote hem ingeruild heeft voor een jeugdliefde op een woonboot en dat een gedeelte van zijn vermogen is verdwenen door malversaties van merkwaardige groepering die de wereldeconomie beheersen, het deert hem niet. Zolang hij maar van zijn kinderen mag houden.
Maar op een avond staat zijn echtgenote weer voor de deur. En dan doet een man zijn intrede in het leven van Jörgen Hofmeester, een man die als twee druppels water Mohammed Atta lijkt.



Motto en opdracht
A couple is a conspiracy in search of a crime
Sex is often the closest they can get.
(Adam Philips)

[Letterlijk Een (liefdes) paar is een samenzwering op zoek naar een misdaad. Seks is vaak het dichtst bijzijnde middel dat ze kunnen krijgen.]

Er komen in de roman enkele stelletjes voor die seks ook gebruiken voor de onmiddellijke behoeftebevrediging. Grunberg laat zijn personage Hofmeester zeggen dat het genot van de beleving van seksualiteit eigenlijk de vernedering is.
In deze roman geldt het voor diverse paren die seks met elkaar bedrijven:
- de echtgenote en Hofmeester: seks is een wreed spel en het verwijt is ook dat Hofmeester zijn echtgenote geen orgasme heeft kunnen bezorgen
- de echtgenote en haar jeugdliefde bij wie ze weer weggaat omdat hij haar geen kind kan geven
- de oudste dochter Ibi die een seksuele relatie onderhoudt (ook voor geld om grotere tieten te kunnen kopen) met een huurder die boven de familie woont
- Hofmeester die een seksuele relatie onderhoudt met zijn werkster uit Ghana : ze is illegaal in Holland en hij maakt seksueel misbruik van haar voor zijn fantasieën
- Hofmeester die op het eindexamenfeest van zijn dochter Tirza een seksueel avontuur beleeft met nota bene haar klasgenootje Ester
- Tirza die in het vakantiehuisje in de Betuwe op ruwe wijze door haar vriend Choukri (de Mohammed Atta in de beleving van Hofmeester) wordt “geneukt”
- Hofmeester die in Namibië een 9-jarig meisje Kaisa ontmoet dat haar gezelschap aanbiedt en met wie hij het bed deelt, maar waarschijnlijk (?) geen seks heeft.
Grunberg heeft zijn motto in deze roman dus meer dan waar gemaakt.

Grunberg heeft zijn roman niet aan een persoon opgedragen.

Structuur en verhaalopbouw
De roman is opgebouwd uit 3 delen.
Deel I : De huur Deel II: Het offer Deel III : De woestijn
De drie delen zijn chronologisch gerangschikt ten opzichte van elkaar.
Deel I wordt onderverdeeld in 3 genummerde, maar titelloze hoofdstukken en deel II en III worden onderverdeeld in 5 genummerde hoofdstukken.
In de hoofdstukken komen steeds passages voor die terug doen denken aan het verleden. Daardoor ontstaat een niet-chronologisch verhaal. De meeste hoofdstukken beginnen in het heden en door middel van een flashback denkt de hoofdfiguur Jörgen Hofmeester aan het verleden terug.
De eerste tweede delen spelen zich af in Amsterdam en een deel van Deel II in een vakantiehuisje in de Betuwe. Het laatste deel speelt in het werelddeel Afrika, wanneer Jörgen op zoek gaat naar zijn dochter Tirza. Hij keert op de laatste bladzijden terug naar Amsterdam.
Op die manier is de cirkel weer gesloten.

Perspectief
Het perspectief van het verhaal ligt bij de op non-actief gezette Jörgen Hofmeester. Hij is over de zestig en beschrijft zijn liefde voor zijn dochter Tirza vanaf het moment dat zij geslaagd is voor het gymnasiumdiploma. Het heden speelt zich af op de avond waarop hij haar een feestje aanbiedt ter gelegenheid van het behalen van het diploma. Eigenlijk leren we door de personale verteller Hofmeester alleen zijn gevoelens en gedachten van binnenuit kennen.

Je kunt aan de hand van deze roman illustreren dat de personale vertelwijze een vorm van onbetrouwbaar perspectief is. In het begin van het derde deel vertelt Hofmeester namelijk wat er gebeurt in het huisje op de Betuwe nadat hij zijn dochter in een seksuele houding met haar vriendje aangetroffen. Maar verderop in dit deel vertelt Hofmeester aan zijn kleine Afrikaanse gezelschapsdame wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Dat verschilt nogal met het verhaal dat hij eerst verteld heeft.

Titelverklaring
“Tirza”is de naam van de dochter van de hoofdfiguur. Om Hofmeesters liefde voor haar draait in feite de gehele roman. Tirza is trouwens een bijbelse naam die in het boek Hooglied voorkomt. Gunberg laat deze jonge vrouw een relatie aangaan met een Marokkaan die in ieder geval de koran bestudeerd heeft en het boek ook nog bij zich in zijn bagage heeft.

Tijd en decor
Deel I en 2 spelen zich af in Amsterdam en wel in de chique Van Eeghenstraat. Grunberg doet geen pogingen om de realiteit te verzwijgen. Het afsluitende deel speelt voornamelijk in het werelddeel Afrika en voor een groot deel in de woestijn van Namibië. Het eerste hoofdstuk van deel 3 speelt in het vakantiehuisje in de Betuwe, dat van de ouders van Hofmeester is geweest. Hofmeester keert aan het einde van de roman weer terug naar Amsterdam wanneer het hem niet lukt in de woestijn van Namibië te verdwijnen. (lees: te sterven)

De tijd valt ook heel goed te reconstrueren. De roman speelt zich af na de aanslagen van de Arabische terroristen op het WTC in New York. In de nieuwe vriend van Tirza ziet hij namelijk een opvallende gelijkenis met Mohammed Atta. (2001) Deze Atta beschuldigt hij er van dat hij hem door zijn daad financieel te grond heeft gericht: nl door de verdwijning van zijn hedge fund. Het door hem belegde miljoen is als sneeuw voor de zon verdwenen. Het is dan een half jaar later in de lente.(blz. 177) (2002) Drie jaar later na het verdwijnen van het hedge fund is het eindexamenfeest van Tirza. Dat moet dus in de maand juni worden georganiseerd. Het is dus juni 2005. Een deel van deel II en Deel III speelt in de maand juli en wanneer Hofmeester zelf Tirza naar Namibië achterna reist, schrijft hij een bericht in haar notitieboekje op 10 augustus 2005. (blz. 336) De roman gaat daarna nog een paar dagen verder en dat betekent dat de totale vertelde tijd van het heden ongeveer twee maanden bedraagt, nl van eind juni tot derde week augustus 2005.

Thematiek en symboliek
Een van de belangrijkste thema’s in deze roman is de alles omvattende liefde van een vader voor zijn dochter. Jörgen Hofmeester heeft na een aantal teleurstellingen in zijn leven al zijn hoop gevestigd op zijn achttienjarige dochter Tirza, die net geslaagd is voor het gymnasiumdiploma. Hofmeester heeft zijn vrouw (die hij consequent de echtgenote noemt) verloren aan een jeugdliefde van haar. Ze is met hem op een woonboot gaan wonen en heeft hem en zijn dochter Tirza aan hun lot overgelaten. Hofmeesters eerste dochter Ibi op wie hij ook verzot is geweest, doet hem al veel pijn, wanneer ze op 15-jarige leeftijd een seksuele relatie onderhoudt met een veel oudere architect die boven in zijn woning een kamer huurt. Ibi haalt de huur op, maar laat zich seksueel gebruiken voor geld in de hoop daarmee een stel mooie tieten te kunnen kopen. Hij verkoopt Ibi een oorvijg en daarna geeft ze te kennen niet veel meer van hem te willen weten. Enkele jaren geleden is ze met een allochtoon naar Frankrijk gegaan om daar een Bed en Breakfasthotel te openen. De studie natuurkunde heeft ze ervoor opgegeven. Na het vertrek van zijn vrouw moet Hofmeester dus al zijn pijlen richten op zijn jongste dochter, zijn lieveling Tirza, die hij heel liefkozend de “zonnekoningin” noemt. Ze is zijn zonnetje in zijn leven en hij doet er alles aan om haar te beschermen en op te voeden, zoals dat in de rol van een goede vader past. Al op jonge leeftijd leest hij haar voor uit Tolstoj om haar al vroeg in aanraking te brengen met het nihilisme, waardoor hij hoopt dat ze dat gevoel later gemakkelijker kan overwinnen. Hij laat haar alles doen: zwemmen en vooral celloles nemen, maar op haar veertiende leidt het eigenlijk alleen maar tot een vergaande vorm van anorexia, wat door haar leerkrachten wordt geconstateerd en aan hem wordt meegedeeld. Maar ook dan probeert Hofmeester de controle over haar leven te houden en hij brengt haar onder bij specialisten in een Duitse kliniek die wonderbaarlijk snel Tirza kunnen genezen. Op haar achttiende jaar behaalt Tirza haar gymnasiumdiploma (wederom met hoge cijfers, ze is immers hoog-hoogbegaafd en doet alles om op die manier geaccepteerd te worden.) en om dat te vieren heeft Hofmeester een geweldig feest voor haar in petto. Hij heeft door zijn kookervaring de lekkerste gerechten klaargemaakt (vooral vis: tonijn sushi, sardientjes) en lekkere drankjes in huis gehaald.

Toch zijn er twee zaken die zijn geluk in de junimaand van 2005 lijken te verstoren. Als eerste is er de terugkomst van zijn drie jaar geleden vertrokken vrouw: de relatie met haar jeugdliefde is op niets uitgelopen en ze wil terugkeren bij Jörgen, die haar te weinig weerstand kan bieden, waardoor ze ook een rol speelt op het eindexamenfeest. Een andere schaduw over het feest is het komende vertrek van Tirza die met haar nieuwe vriend naar Afrika vertrekt om daar kennis te nemen van de cultuur. Voor Hofmeester niet zo leuk, omdat hij kort ervoor ook al zijn baan is kwijtgeraakt. Na een dramatisch en voor hem zelf vernederend examenfeest, verblijft hij nog enkele dagen in het huisje van zijn ouders. Hij doet dat onderweg naar Frankfort waar Tirza en haar Marokkaanse vriend Choukri (die echter veel lijkt op de Arabische moslimterrorist Mohammed Atta) zullen vertrekken naar Afrika. In het buitenhuisje in de Betuwe is hij er echter getuige van dat dochter Tirza liggend op de eettafel van zijn ouders op z.i. brute wijze seksueel genomen wordt door Choukri. Hij vermoordt haar met de pook van de open haard en snijdt Mohammed met behulp van de zaagmachine aan mootjes. Hij begraaft de lijken in de tuin. De onmacht om zijn dochter nog langer te kunnen beschermen tegen het kwaad (gepersonifieerd in de persoon van de islamitische terrorist Mohammed Atta) brengt hem tot deze verschrikkelijke daad. Vervolgens brengt hij het verliefde stel zogezegd (maar in zijn verbeelding) naar Frankfurt. Wanneer hij een tijd niets gehoord heeft, vertrekt hij zelf ook naar Frankrijk, zogezegd op zoek naar tekenen van leven. Maar Tirza is dood, al komt er in Namibië al snel een spiegelfiguurtje van Tirza in de roman. Het is de 9-jarige Kaisa die gelijkenissen of spiegelingen vertoont met dochter Tirza. Hij slaapt naast Kaisa, zoals hij vroeger ook naast Tirza sliep. Hij trekt Kaisa de blauwe jurk van Tirza aan. Als een vader poetst hij haar tandjes, zoals hij dat vroeger ook wel deed bij Tirza. Hij noemt haar zelfs een aantal keren Tirza. En waar Tirza hem aan het einde van deel II overeind helpt, wanneer hij enigszins dronken de cello en de muziekstandaard over zich heen heeft gekregen en zij hem niet meer loslaat, omdat dit in de familie zit, zo laat de kleine Kaisa hem niet los op het alles beslissende moment in de Namibische woestijn, waarin hij zo mooi probeerde te verdwijnen of liever te sterven. Maar Kaisa laat hem daar niet gaan. Daarmee is ze de spiegel van zijn dochter Tirza, maar tenslotte moet hij haar ook achterlaten als hij weer naar Nederland wordt geroepen, omdat inmiddels het lijk van Tirza in de tuin van het huis in de Betuwe is gevonden. Een mooi symbolisch einde van dit thema is dat op de allerlaatste pagina Hofmeester mobiel naar Tirza belt en de op haar voicemail ingesproken boodschap de slotregel van de roman is. Tirza is de allesoverheersende liefde van Jörgen Hofmeester.

Een tweede thema in deze roman en in veel meer romans van Grunberg is dat van de desillusie. Hofmeester is weer zo’n typisch Grunbergpersonage dat het in dit leven niet heeft getroffen: de loser. Het leven is voor hem een flinke desillusie geworden. Er zijn heel wat passages in deze roman aan te wijzen die daarop wijzen:
- Hofmeester is er getuige van dat zijn dochter Ibi seksueel genomen wordt door de veel oudere huurder van zijn kamer; daarna geeft ze haar studie natuurkunde op en verdwijnt met een allochtoon naar Frankrijk om een hotelletje te runnen. Overigens is Hofmeester impliciet zelf schuldig aan dit vergrijp, want hij heeft Ibi voor het innen van de huur steeds geld gegeven, omdat hij op een zeker moment zijn huurders niet onder ogen wilde komen..
- Zijn vrouw die kunstenares is, verlaat hem voor een jeugdliefde, maar zes dagen voor het eindexamenfeest keert ze terug en verwijt ze hem van alles, o.a. dat hij zo onaantrekkelijk voor haar is, bovendien stinkt en haar nooit een orgasme heeft kunnen bezorgen. Niettemin wil ze bij hem blijven, omdat ze beiden toch niemand hebben
- Hofmeester dacht financieel onafhankelijk te kunnen worden door de opbrengsten van de huur in een beleggingsfonds te storten en er later ook zijn dochters onafhankelijk mee te kunnen maken . Maar door de aanslagen van 11 september 2005 (Mohammed Atta) verliest hij een bedrag van meer dan een miljoen
- Hofmeester moet toezien dat zijn lieveling Tirza een Marokkaanse vriend heeft met wie ze voor een bepaalde periode uit zijn leven zal vertrekken.
- Hofmeester is een andere illusie armer wanneer hij kort voordat de roman een aanvang neemt van zijn baas te horen krijgt dat hij niet langer welkom is op de uitgevrij, maar dat hij niet ontslagen kan worden, omdat hij te oud is. Hij doodt zijn tijd door naar Schiphol te gaan en daar houdt hij zich bezig met het uitzwaaien van vreemden. Later zwaait hij als in een spiegelbeeld ook zijn dode dochter en vriend uit, wanneer hij speelt dat hij hen heeft afgezet op het vliegveld van Frankfurt.
- Op het voor zijn dochter georganiseerde examenfeest komt hij bijna tot een seksuele penetratie bij een klasgenoot van zijn dochter. (Ester) Vernederend is natuurlijk de situatie dat zijn dochter hem daarbij betrapt. Het is een spiegeling van de situatie van Ibi die hij daarvoor heeft betrapt op seks en van de situatie met Tirza die hij later zal betrappen op seks
- Hofmeester wil na het feest nog wel wat met de jonge Ester bereiken, maar ook die geëngageerde ontmoeting heeft een desillusie voor hem in petto.
- Zijn seksuele genot haalt Hofmeester tijdelijk bij zijn Ghanese (en illegale) werkster, maar ook dat genot leidt tot een desillusie. Er is sprake van vernedering
- Hofmeester denkt in de woestijn van Namibië een mooie dood te kunnen sterven, maar het meisje Kaisa weerhoudt hem ervan in het Afrikaanse zand te verdwijnen
- Tenslotte wordt toch ook het lijk van Tirza in de Betuwse tuin ontdekt en moet Hofmeester terug naar Nederland waar de media op hem wachtten.
Zijn leven is, kortom, een grote desillusie geworden.

Een derde thema dat we regelmatig zien terugkeren in het werk van Grunberg is “gewelddadigheid.”
Wanneer mensen de macht over situaties verliezen, grijpen ze vaak naar het middel van het fysieke geweld. Wanneer Hofmeester niet op kan tegen de situatie met Ibi en de huurder, slaat hij zijn dochter in het gezicht. Wanneer zijn vrouw hem na haar terugkomst maar blijft sarren en treiteren, slaat hij haar midden in het gezicht. In beide gevallen is Tirza getuige van zijn daad. Wanneer hij wordt geconfronteerd met de seksuele “beurt”die Choukri op de eettafel aan zijn dochter geeft, wordt hij zo boos dat hij zelfs het liefste dat hij bezit met een pook om het leven brengt. De gewelddadige dood van Mohammed Atta is voor de lezer beter te begrijpen, want deze moslimterrorist is bovendien volgens Jörgen Hofmeester de oorzaak van zijn financiële verval. Hofmeester was zo’n controlefreak en wanneer hij de macht over de dingen verliest, komt hij tot geweld. Grunberg gelooft ook in eerdere romans in het middel van geweld dat sommige mensen gebruiken wanneer ze de controle over hun situatie verliezen. Het wereldbeeld van Grunberg is in zeker opzicht al in eerdere romans gewelddadig gebleken.

Andere belangrijke motieven in de roman zijn natuurlijk ook nog :
- Een vrijwel altijd bizarre vorm van seksualiteit, dat in de hierboven genoemde thema’s reeds een rol speelt (seks van zijn dochters met vreemden en vrienden, seks met zijn echtgenote ook in spelvorm, seks met een klasgenootje van Tirza, anale seks met de werkster)
- het verschil tussen fantasie en werkelijkheid: Hofmeester weet in Afrika niet zo goed meer of hij Tirza nu wel of niet vermoord heeft. Hij doet ook vreemde pogingen om- namens haar in haar notitieboekje te schrijven dat haar vader een sms-je heeft gestuurd en later schrijft hij namens haar en via haar mailadres een bericht naar zichzelf. Hij houdt de schijn dus heel goed in stand. Overigens is ook het motief van de schijnwereld een veel voorkomend motief in de romans van Grunberg. Een andere passage met betrekking tot dit motief is dat hij Choukri, de Marokkaanse vriend van Tirza steeds Mohammed Atta noemt, omdat hij hem op de Arabische terrorist vindt lijken. Hij haat hem omdat die zijn financiële ondergang heeft bewerkstelligd. Hij ziet in Choukri ook daadwerkelijk Atta.
- Anorexia nervosa: omdat Hofmeester zich op een bepaald moment heel erg bezig houdt met zijn dochter, haar veel dingen oplegt met een zekere dwangmatigheid, krijgt deze dochter die zeer hoog begaafd is last van anorexia. Op de manier waarop Hofmeester met zijn dochter omgaat, stimuleer je het verschijnsel van het perfect willen zijn. Tirza is alleen maar bezig om de perfecte dochter uit te hangen: ze vereist van zich zelf hoge cijfers, want alleen dan denkt ze dat mensen van haar kunnen houden. het gevolg is wel dat ze aan anorexia lijdt zonder dat hij dat eerst in de gaten heeft, want hij wordt op school geroepen, waarbij een leerkracht vertelt dat ze aan anorexia lijdt. Typisch voor de control freak is dan dat Hofmeester alle mogelijke informatie over deze eetstoornis verzamelt. Hij laat Tirza daarna in een dure Duitse kliniek laat behandelen, wat overigens wel een redelijk succesvolle aangelegenheid is.
- Verlatingsangst: Hofmeester lijdt wel aan een vorm van verlatingangst: zijn dochter Ibi heeft hem verlaten, daarna heeft zijn echtgenote de benen genomen en na het feest zal ook zijn dichter Tirza bij hem weggaan. Het is niet de onbelangrijkste reden dat hij haar na het verblijf in het huisje in de Betuwe niet wil laten vertrekken
- Existentiële eenzaamheid: hoeft hier niet verder te worden uitgelegd, omdat dit element ook zit in een aantal andere motieven als de vader-dochterverhouding en de desillusie en de verlatingsangst

Samenvatting van de inhoud van de roman

Deel I : De huur (blz. 11-123)
Er zijn 3 hoofdstukken in dit deel.
In het eerste hoofdstuk is Hofmeester druk bezig met het snijden van verse tonijn en het klaarmaken van hapjes voor het eindexamenfeestje van zijn “hoog-hoogbegaafde” dochter Tirza. Ze is geslaagd voor het gymnasium. Hij heeft een heel bijzondere band met zijn dochter, want de laatste drie jaar leeft hij met haar samen onder één dak. Zijn vrouw is namelijk op dat moment verdwenen met een jeugdliefde en op een woonboot gaan wonen. Hij houdt heel erg veel van deze tweede dochter. Ook van zijn eerste dochter Ibi heeft hij veel gehouden, maar die is ook enige tijd geleden naar Frankrijk vertrokken om met een allochtoon een Bed& Breakfasthotel te runnen.
Wanneer hij zo bezig is met het klaarmaken van de hapjes (sushi en sashami, waarvoor hij een cursus heeft gevolgd) voor het feest, moet hij terugdenken aan zijn vrouw, die in de rest van de roman consequent “de echtgenote” wordt genoemd. Ze krijgt geen naam. Zes dagen geleden stond ze ineens weer voor zijn neus, omdat ze wilde zien wat er van hem en Tirza terecht was gekomen. Ze overrompelt hem en gaat zijn huis binnen. Beiden (Tirza en hijzelf) beschouwen haar als een indringster . Wanneer de echtgenote blijft mee-eten is de sfeer aan tafel ook ijzig. Tirza wil eigenlijk helemaal niets met haar te maken hebben. Ze verdwijnt dan ook weer heel snel van tafel. Ze verwijt haar moeder dat ze geen enkele reden had om haar in de steek te laten.

In het tweede hoofdstuk gaat de discussie tussen Jörgen en de echtgenote verder. Ze vraagt of ze mag blijven slapen en Hofmeester kan eigenlijk niet zo goed tegen haar op. Hij staat het verzoek dan ook toe en dan wil ze ook een keer weer op de oude plaats in het echtelijk bed slapen, wat Hofmeester eigenlijk niet wil. Ze breekt hem geestelijk helemaal af: ze maakt opmerkingen over zijn witte vlees, zegt dat ze hem nooit aantrekkelijk heeft gevonden, zegt dat hij stinkt en geeft ook aan dat hij haar nog nooit een orgasme heeft kunnen bezorgen. Kortom, het ego van Hofmeester kan het er even mee doen. Ze vraagt hem wat hij nu eigenlijk wel aantrekkelijk in zijn leven vindt. Is hij soms homo? Dan mag hij het nu wel vertellen: ze zal het hem niet meer kwalijk nemen. Hofmeester ontkent dat hij homo is en bekent dat hij van een bepaald type ordinaire vrouwen houdt. De echtgenote fokt hem steeds meer op, wil hem zelfs op zijn mond zoenen, maar dan geeft hij haar een ouderwetse oorvijg. Daarvan schrikt ze toch weer even terug. Maar ze gaat verder met het uitdagen van haar vroegere echtgenoot. Ze wil het beest dat in hem zit, wakker schudden. Wanneer ze hem opnieuw wil kussen, slaat hij haar voor de tweede keer. Op de drempel van de kamer staat Tirza, die hem gadeslaat hoe hij zijn gade slaat.

In het derde hoofdstuk keren we weer terug naar de dag van het feest, wanneer Hofmeester zich aankleedt en scheert. Zijn vrouw tut zich in de slaapkamer ook op, want ze is na haar komst gewoon bij hem in huis gebleven. Hofmeester weet dat Tirza met haar nieuwe vriend van plan is om naar Afrika te vertrekken. Hij voelt zich niet prettig daarbij: zijn opvoeding zit er bijna op en de toekomst ligt als een woestijn voor hem (dat is mooie symbolische verwijzing naar de woestijn van Namibië in deel III) Hij herinnert zich dat zijn echtgenote die een kunstenares (schilderes) was, graag kinderen wilde . Ze was op een bepaald moment gewoon met de pil gestopt waarna de eerste dochter Ibi (in 1983) werd geboren. Toen kon er ook nog wel een tweede kind komen, vond de echtgenote.( 1987)

Er komen op die avond ook enkele leraren van Tirza van het Vossius. Die hadden drie jaar geleden heel goed gereageerd op het verdwijnen van de echtgenote met een jeugdliefde. Dan komt ook de eerste dochter Ibi naar het feest. Ze is vier jaar ouder dan Tirza en heeft een hotelletje in Frankrijk. Haar studie natuurkunde heeft ze ervoor opzij gezet.

Hofmeester denkt weer terug aan het verleden toen hij het huis aan de Van Eeghenstraat had gekocht. Hij besloot de bovenste verdieping te verhuren. Het was een prachtige woning met uitzicht op het Vondelpark. Hij kreeg ook snel huurders en Hofmeester inde elke maand de huur. Dat werd een soort ritueel. Op die manier kon hij ook geld wegleggen in het buitenland om voor zijn oude dag te sparen. Maar omdat hij er soms tegen opzag om huurders onder ogen te komen (ze vroegen dan vaak om het uitvoeren van onderhoud aan de woning) had hij op een dag Ibi gevraagd of ze vijf gulden wilde verdienen, door de huur op te halen. Dat werd vanaf die dag het ritueel van Ibi. Ze wordt een mooie meid die naar de middelbare school gaat (het Barleus) maar blijft het geld ophalen bij de huurders, al komt het voor dat ze steeds langer wegblijft. Als ze vijftien jaar is, gebeurt het onvermijdelijke. Hofmeester vindt dat ze bij het geld ophalen te lang wegblijft en gaat naar boven om poolshoogte te nemen. Wanneer hij bovenkomt, ziet hij dat zijn dochter Ibi door de huurder “geneukt wordt als een beest. “(blz. 97) Hofmeester wordt zo boos dat hij een glazen stalamp op het hoofd van de huurder kapot slaat. Hij vertelt aan de architect dat zijn dochter is niet bij de huur inbegrepen. Ibi wil echter bij deze Andreas blijven. Hij slaat Ibi als ze blijft tegenstribbelen. Op dat moment komen de echtgenote en Tirza thuis: die is er dus getuige van dat hij een oorvijg uitdeelt. Het loopt ’s avonds opnieuw uit de hand. Ibi wil naar Andreas, ze is niet verkracht en bovendien is ze aan de pil, dus hij hoeft niet zo’n stampij te maken. Hofmeester moet zich echt beheersen: hij gaat de huurder zijn geld terugbrengen en verlangt dat hij binnen vijf dagen zijn huis verlaat. De huurder reageert laconiek en zegt dat Ibi al genoeg seksuele ervaringen heeft gehad: hij was echt de eerste niet en hij hoefde haar niets te leren. Hofmeester antwoordt echter dat hij wel de oudste minnaar was. Andreas geeft aan hoe zielig de figuur van Jörgen eigenlijk wel is. Zijn dochter heeft grote problemen: ze is aan het sparen voor een borstvergroting. Hij helpt haar financieel daarbij. Dan loopt Hofmeester weg. Thuis wacht Tirza op hem. Ze vraagt hem of ze later ook geen tieten zal krijgen zoals Ibi. Tirza wordt door Hofmeester opgetild. Hij noemt haar zijn “zonnekoningin.”

Daarmee is deel I afgelopen: een deel dat dus heel veel informatie van Hofmeester en zijn familie uit het verleden bevat.

Deel II : Het offer (blz. 127- 271)
Er zijn 5 hoofdstukken in dit deel.
Hoofdstuk : de gasten voor het feest zijn voorlopig nog niet gekomen en Hofmeester wil wat kir drinken met Tirza,(haar lievelingsdrank) maar ze is niet in het huis. Ze is haar vriend ophalen. Hofmeester denkt na over zijn bestaan. Hij werkt bij een uitgever, maar korte tijd geleden werd hij bij zijn directeur geroepen. Ze wilden hem ontslaan: het werk dat hij deed, liep niet zo goed. Hij had eigenlijk weinig echte ontdekkingen van schrijvers op zijn naam staan en de schrijvers uit het Oostblok berokkenden de uitgever eigenlijk alleen maar schade. Nu had de uitgever juridisch laten uitzoeken dat hij te oud was om ontslagen te worden en daarom had hij het aanbod gekregen om met behoud van salaris te stoppen. Hij hoefde nog niet eens de lopende zaken af te handelen. Maar hij doet tegenover Tirza net alsof hij nog gewoon zijn baan heeft en brengt een groot deel van de dag door op Schiphol, waar hij zijn eenzaamheid probeert te vergeten door vreemde mensen uit te zwaaien. Hij houdt de monitoren van de vertrek -en aankomsttijden bij.

Hij gaat weer even naar boven voor aanvang van het feest. Zijn vrouw zit zich in de slaapkamer op te knappen: ze heeft een heel kort spijkerrokje aan dat een beetje sletterig staat. Ze denkt dat ze Hofmeester een plezier doet, omdat hij enkele dagen geleden gezegd heeft dat hij van een type ordinaire vrouw houdt. Ze vindt dat ze mooie borsten heeft, maar Hofmeester zegt dat ze gewoon hangtieten heeft. Daarom is ze ook terug gekomen: haar tijd is voorbij. De echtgenote vraagt of hij met haar wil neuken, maar hij zegt dat de kinderen in huis zijn. De vrouw beledigt Tirza in de ogen van Jörgen, omdat ze vindt dat het kind helemaal geen tieten heeft. Opnieuw herhaalt ze de vraag om met haar te neuken. Ze heeft zich immers zo ordinair mogelijk aangekleed. Dan maakt Hofmeester aanstalten om haar toch beet te pakken. Ze geeft aan dat ze toch op elkaar aangewezen zijn, omdat ze eigenlijk allebei niemand meer hebben en dat hun verdere leven uitzichtloos is.Meteen geeft ze ook aan dat het best dat in hem sliep door haar wakker gekust is. Ze heeft haar jeugdliefde in de steek gelaten, omdat ze een kind wilde en hij onvruchtbaar was. Dan neemt hij haar op de schoot en slaat haar op de blote billen: een spel dat ze vroeger ook speelden. Maar het echte vrijen gaat niet door. De bel gaat namelijk en de lerares Veldkamp staat voor de deur. Hofmeester opent de deur met een ontbloot bovenlijf. Het is een wat vreemde ontmoeting, maar de eerste gasten zijn er nu en het feest gaat eindelijk beginnen.

In hoofdstuk twee zijn er al heel wat meer gasten, vooral jongeren, gekomen. Tirza is nog steeds niet aanwezig. De echtgenote blijft proberen Hofmeester te zoenen. Ze zijn de komende tijd immers op elkaar aangewezen. Dan komt er ook een schoolvriendinnetje van Tirza op het feest, Ester (zonder h) Ze wil tomatensap en Hofmeester belooft het voor haar te halen. Maar hij vergeet zijn belofte door de gesprekken die hij voortdurend voert o.a. met de leraren van school. Met de economieleraar spreekt hij o.a. over wat een hedge fund eigenlijk inhoudt. Hofmeester heeft daar namelijk zijn geld in gestort en dat is hij kwijtgeraakt. Het betrof een bedrag van ongeveer 1 miljoen gulden. Een van de belangrijkste oorzaken van de financiële tegenvaller was de aanslag in het WTC te New York. (2001) Een half jaar later wordt het verlies duidelijk. We zijn dus dan in het jaar 2002. De echtgenote vermaakt zich op dat moment met een jonge knul met wie ze aan het dansen is.
Hofmeester denkt aan drie jaar geleden toen Tirza hem gevraagd had wanneer ze ontmaagd zou worden. Ze vraagt ook aan hem hoe ze dat moet doen en Hofmeester vertelt hoe ze zich moet ontkleden, wat ze tegen de jongens moet zeggen en hoe ze zich tegen een jongen moet aandrukken. Tirza drukt zich later tegen haar vader aan en zegt de spreuk die ze van haar vader heeft geleerd: “Ik ben Tirza en ik heb je lief.”

Hoofdstuk 3
Hofmeester herinnert zich ineens dat hij tomatensap voor Ester zou halen. Hij loopt naar de schuur en ineens staat het meisje bij hem. Ze begint tegen hem te praten, eigenlijk is ze geen vriendinnetje van Tirza, maar een klasgenoot. Het is een beetje een vreemd meisje, dat eigenlijk niets wil: ze eet ook geen vis van de schotels die Hofmeester heeft klaargemaakt. Ze praten over de zin van het bestaan en de zin van liefde. Hofmeester begint erotische gevoelens voor haar te krijgen: blijkbaar heeft de echtgenote toch het beest in hem doen ontwaken. Maar hij gaat terug naar het feest en Ester geeft aan dat ze het liefst in de schuur blijft om zichzelf te aaien. Wanneer hij het huis binnenloopt, is Tirza er ineens. Ze stelt haar vriend voor: hij heet Choukri. Maar Hofmeester ziet vanaf het eerste moment Mohammed Atta in de jongen en zo blijft hij hem ook consequent noemen. Met deze knul zal ze de Afrikaanse reis gaan maken. Mohammed Atta is de oorzaak van zijn financiële ondergang en hij heeft daarom meteen een hekel aan hem: bovendien ziet hij Choukri als een directe concurrent in zijn strijd om de liefde voor Tirza. Onder het sardines bakken vertelt hij aan de echtgenote over Atta, maar ze lijkt niet echt geïnteresseerd in die problematiek. Als ze geil geworden door de drank hem opnieuw wil kussen, duwt hij haar weer van zich af. Vieze vrouw, noemt hij haar.

Vier jaar geleden was hij op school geroepen bij de docente mevrouw Van Delven en die had hem verteld over de eetstoornis van Tirza. Ze had anorexia, iets wat wel vaker voorkomt bij hoogbegaafde kinderen. Tirza was 14 jaar . Toen hij thuiskwam, moest hij het aan Tirza vertellen. Ze gedraagt zich toch een beetje vreemd, vraagt hem of hij haar mooi vindt en eist van hem dat hij zegt dat “zij zijn vrouw “is. Tirza is de enige vrouw die hij heeft. Hofmeester haalt daarna uit de bibliotheek allerlei boeken over eetstoornissen.

In het volgende hoofdstuk ziet Hofmeester steeds in de schuur het licht aan en uit gaan. Dat is Ester. Tirza vraagt hem wat hij van Choukri vindt en Hofmeester vertelt dat hij hem op Atta vindt lijken. Hij vindt ook dat ze eigenlijk niet met een terrorist moet omgaan. Hij denkt dat hij haar gebruikt en Hofmeester wil haar beschermen tegen onheil (blz. 227)
Op dat moment komt weer een flashback over de anorexia en de psychiater die Jörgen had geraadpleegd. Controle is in dat opzicht ook een kernwoord. De echtgenote verwijt Hofmeester dat hij de eetstoornis heeft veroorzaakt, omdat Tirza, de hoog-hoogbegaafde, altijd iets van hem moest doen: zwemmen, celloles. Tirza wil ook altijd de beste in iets zijn, omdat ze vreest dat anders niemand van haar houdt. Hij brengt Tirza naar een kliniek in Duitsland en wonderbaarlijk genoeg lijkt Tirza binnen relatief korte tijd van haar eetstoornis te genezen. Na drie maanden mag ze naar huis. Daarna wordt hij weer een voorbeeldige vader die alles voor Tirza over heeft. Hij wil haar dus beschermen tegen Atta. Tirza wordt boos op hem.
Hofmeester gaat even later met een pak sap naar de schuur waar Ester zit. Opnieuw praten ze over de liefde die Jörgen heeft afgeschaft. Ester zegt dat ze dat ook heeft gedaan en dat schept natuurlijk een band. Hij zoent haar en wordt ineens wild en geil: het beest in hem is wakker gekust en hij gaat verder: hij stroopt haar rok naar beneden en begint haar seksueel te betasten. Daarna gaat hij nog verder en wil hij haar penetreren , maar hij kan haar geslachts- opening niet vinden. Op dat moment hoort hij Tirza roepen en hij loopt met de broek op zijn enkels naar buiten waar zowel Tirza als haar lerares Veldkamp staan. Het is natuurlijk een genante vertoning. Later ziet Tirza ook de ontklede klasgenoot Ester in de schuur staan. Hoe kan een vader dit zijn dochter aandoen? Vrijen met een klasgenootje? Binnengekomen in het huis ziet Hofmeester dat zijn vrouw op de tafel met een jonge knul staat te dansen. Hij ruikt de geur van Ester aan zijn handen.

Hoofdstuk 5: Tirza komt bij haar vader verhaal halen waarom hij dat gedaan heeft. Ze vindt haar vader een viezerik. Een excuus zou kunnen zijn dat hij dronken was. Hofmeester geeft aan dat hij Tirza zal wegbrengen naar het vliegveld. Dan stuurt hij de laatste feestgangers weg en ontmoet hij de echtgenote. Ze geeft aan dat ze weer bij hem wil wonen, want er is toch helemaal niemand anders meer die hen wil hebben. Ze zal zich voor hem uitkleden in ruil voor kost en inwoning.
Ester is echter nog steeds in het huis en hij bestelt en betaalt een taxi voor haar: het wisselgeld moet ze nog maar eens komen terugbrengen. Tirza vraagt aan haar vader wat er van hem wordt als ze weg is. Hofmeester vraagt aan haar of ze nog eens cello voor hem wil spelen. Dan pakt ze haar cello en begint voor haar vader te spelen. Hij betaalt haar met papiergeld: ze wil het eigenlijk niet aannemen, maar hij dringt aan: koop er wat voor als je met Choukri in Afrika bent. Dan pakt ze het geld toch aan. Dan verdwijnt ze maar Hofmeester valt en krijgt de cello en de muziekstandaard over hem heen. Hij wordt even later weer omhoog geholpen door Tirza. Ze ondersteunt hem en hij noemt haar weer de “zonnekoningin” Hij kan haar niet loslaten. Zij kan hem niet loslaten. Het zit in de familie.

Deel III: De woestijn (blz. 275-430)
In het eerste hoofdstuk van dit laatste deel wordt verteld dat Hofmeester nog een keer een ontmoeting heeft gehad met Ester. Hij wilde zogenaamd het restant van het geld voor de taxi terughebben; in de stad drinken ze wat, maar blijkbaar verwacht Jörgen veel meer van het meisje dan dat zij van hem wil. Ook dat loopt dus op een desillusie voor Hofmeester uit. Intussen schrijven we half juli 2005 en de reis naar Afrika komt er spoedig aan. Hofmeester heeft met Tirza afgesproken dat hij hen naar Frankfurt brengt en dat ze daarvoor nog een weekendje in het huisje van zijn ouders in de Betuwe zullen doorbrengen. Zo geschiedt het ook. Hofmeester werkt in die dagen voornamelijk in de tuin, met een machinezaag houdt hij de fruitbomen kort en ’s avonds spelen ze een spelletje monopoly en bevraagt hij Mohammed Atta over zijn koran. Hij maakt steeds het eten voor hen en op een bepaald moment komt hij de kamer binnenlopen en ziet dat Tirza liggend op de tafel door Mohammed Atta wordt “geneukt” als een beest. Hij is ontstemd en vertelt dat hij zich terugtrekt en in het dorp een portij eten (een rijsttafel voor drie personen ) bestelt. Omdat de beide geliefden daarna slapen, eet hij zelf alles op. In de nacht doet hij van alles (ook graafwerk) in de tuin om die zo goed mogelijk te prepareren voor de winter die eraan zal komen. De volgende morgen brengt hij hen naar het vliegveld van Frankfurt en zwaait hen daar uit. Vervolgens rijdt hij terug naar Amsterdam, maar hij moet onderweg diverse keren braken. Wat is er met hem aan de hand? Is het vanwege zijn dochter die hij nu een tijd lang niet zal zien? Een aantal keren zegt hij dat hij nu aan de epiloog van zijn leven is begonnen.

In hoofdstuk 2 vertelt Hofmeester aan zijn vrouw dat hij de laatste tijd een seksuele relatie met zijn werkster uit Ghana is begonnen./ Het kan haar eerst niet veel schelen, maar later blijkt er toch wel een vorm van jaloezie bij haar aanwezig te zijn. Bovendien is er sprake geweest van anale seks. Ze brengt ook hun vroegere seksuele spel in herinnering: de woonkamer was het vondelpark en Hofmeester moest dan de verkrachter spelen.
Er komt maar geen bericht uit Zuid-Afrika van Tirza. Eerst wordt er gedacht aan het feit dat haar mobiel daar geen bereik heeft en vooral de echtgenote wil de eerste tijd dat hij Tirza met rust laat. Maar als er ook later steeds geen bericht komt, wordt ook zij onrustig. Ook via de ambassade komt er geen nieuws en op een bepaald moment besluit Hofmeester naar Namibië te vliegen. De echtgenote geeft hem twee dingen mee: een blauwe japon voor Tirza en een foto van Tirza. Hij komt na uren vliegen aan in dit zwarte deel van de wereld en hij laat zich door een taxichauffeur naar Windhoek brengen. Ondertussen vertelt hij over zijn dochter en laat vaak de foto’s zien: in hotels en aan serveersters maar niemand heeft Tirza en haar vriend gezien. Hofmeester beschikt in zijn aktetas over een notitieboekje van Tirza en ze heeft daarin alle sms-jes beschreven die ze heeft ontvangen. Hij schrijft op 10 augustus 2005 erin en doet alsof hij Tirza is, die een berichtje van haar vader heeft ontvangen.

In het derde hoofdstuk reist Hofmeester steeds verder Namibië in. Hij maat een doorreis langs diverse hotels, informeert naar zijn dochter en zijn vrouw belt hem regelmatig om te vragen of hij iets weet. Ze wil ook graag met hem doorgaan, want ze hebben toch niemand meer die om hen geeft. Maar Hofmeester hapt voorlopig nog helemaal niet toe. Hij mist zijn vrouw helemaal niet, maar Tirza uiteraard wel. In een van de steden komt Jörgen een klein meisje tegen dat later Kaisa blijkt te heten. Ze is negen jaar en vraagt bij de kennismaking op straat steeds hetzelfde: “Do you want company, sir?” waarmee eigenlijk wordt aangegeven dat ze een meisje is dat zich aanbiedt voor westerse pedofielen. Hofmeester neemt haar wel mee op reis en laat haar in diverse hotels naast zich slapen. Er wordt niet door hem verteld of hij haar ook daadwerkelijk seksueel misbruikt. Je merkt aan alles dat hij in haar Tirza ziet: als slaapjurk geeft hij de blauwe jurk van Tirza aan haar, hij poetst haar tanden , hij noemt haar enkele keren Tirza, geeft haar cola te drinken wat Tirza ook graag wilde, maar niet vaak kreeg. De hoteleigenaars en de gasten in de hotels kijken natuurlijk wel vreemd naar het stel, maar Hofmeester noemt Kaisa altijd zijn nichtje. Ze vraagt steeds hetzelfde aan hem en Hofmeester behandelt haar min of meer als een volwassene. Hij begint allerlei dingen tegen haar te vertellen. Hij praat met haar over liefde en over zijn wereldbeeld. Een dag of wat later gaat hij in het boekje van Tirza snuffelen: hij ziet haar emailadres en wachtwoord (ibi83) en gaat een briefje naar hem zelf tikken. Daarna belt hij naar huis om te vertellen dat hij een email heeft ontvangen van Tirza. Hij vertelt zijn vrouw niets over zijn kleine gezelschapsdame, maar wel dat Tirza waarschijnlijk in de woestijn zit. Daarna bezoekt hij met de kleine Kaisa haar moeder, die ziek en doofstom in bed ligt en nauwelijks reageert op wat er om haar heen gebeurt. Hij laat wat Namibische dollars op het bed vallen en gaat weer snel weg. Kaisa blijft ondanks alles steeds bij hem. “Do you want company, sir?”

Hoofdstuk vier: Hofmeester heeft zijn plan getrokken: hij weet dat hij in de epiloog van zijn leven is. Hij wil naar de woestijn om daarin te verdwijnen (= sterven) en hij huurt een jeep met chauffeur om dat te kunnen bewerkstelligen. Daarvoor vertelt hij aan Kaisa hoe hij zijn geld verloren heeft, dat hij een seksuele relatie met zijn werkster heeft en hij doet nog steeds alsof ze zijn dochter Tirza is. Hij vertelt ook seksueel genot eigenlijk berust op vernedering van de ander. Het zijn natuurlijk helemaal geen gespreksonderwerpen voor de kleine Kaisa, maar het begint er ook steeds meer op te lijken dat Jörgen het zicht op de realiteit kwijt is geraakt. Hij wil de woestijn in en in een nacht vertelt hij aan Kaisa wat er werkelijk gebeurd is in het vakantiehuisje van zijn ouders. Nadat hij gezien had dat Tirza op de tafel door Atta seksueel werd genomen, was hij in blinde woede ontstoken, omdat hij vond dat het geen vorm van liefde is. Met de pook van de open haard had hij ingeslagen op Tirza en zij was daarbij gedood. Atta was op hem toe komen lopen en hij had de machinezaag van de Marokkaan afgenomen en hem vervolgens in stukjes gezaagd. De beide lijken (een heel lijk en een ander lijk in mootjes) had hij die nacht in de tuin begraven. Het is duidelijk dat het beest dat in hem sliep, echt wakker is gekust. Daarna was hij naar Frankfurt gereden en hij had afscheid genomen van niemand.( Hier ligt een spiegeling met de situatie in deel I waar hij op Schiphol juist afscheid neemt van wildvreemde mensen) Tegenover Kaisa geeft hij nu aan dat hij Tirza zoekt, terwijl hij weet dat ze er niet kan zijn. Maar ook dat hij tegelijkertijd aan het twijfelen is, omdat hij denkt dat alles een spel geweest is dat zich in zijn hoofd afspeelt. (het motief van schijn en werkelijkheid)
De volgende dag gaat hij met de jeep en Kaisa naar de Namibische woestijn en hij neemt zich voor om te gaan verdwijnen onder het zand, maar de kleine Kaisa laat zijn hand niet los (parallel met Tirza aan het einde van deel II) Ze trekt hem weer terug naar de wereld van de hotels. Wanneer hij daar weer aankomt, ziet hij dat zijn vrouw gebeld heeft die hem bericht dat Tirza gevonden is en hem verzoekt om zo spoedig mogelijk naar huis terug te komen.

In het laatste hoofdstuk (blz. 418-430) zit Hofmeester weer met Kaisa in een hotel (Nesthotel)
Hij is al drie dagen niet uit zijn hotel gekomen en hij heeft alleen “company” van Kaisa met wie hij eet en aan wie hij vertelt dat hij spoedig wel zal gaan, maar dat hij terug zal komen naar Namibië om haar op te halen. Hij zal dan een stichting voor straatkinderen oprichten. Op weg naar het vliegveld van Windhoek koopt hij nog schoenen voor zichzelf (kwijtgeraakt in de woestijn) en sandalen voor Kaisa. Hij vertelt haar dat hij zijn hele leven een rol heeft gespeeld (met zijn echtgenote, met zijn eerste dochter met zijn baantje als redacteur) De enige met wie hij “echt” is geweest, is Tirza geweest. Hij zegt ook dat hij Kaisa vergeeft dat ze hem niet heeft laten verdwijnen in de woestijn. Wanneer hij door de douane loopt, hoort hij Kaisa nog hard schreeuwen: “Do you want company, sir ? “. Daarna ziet hij haar niet meer. Via Zürich vliegt hij naar Amsterdam en hij neemt hij de tram naar de Van Eeghenstraat. Het is een drukte van belang in zijn straat: het lijkt wel een mediacircus. Hij hoort een meisje zeggen: “Do you want company, sir ?”Maar het is niet de stem van Kaisa, het is die van Tirza. Hij ziet de echtgenote uit zijn huis komen en op hem aflopen. Hij ziet de mensen van de media op hem afkomen en hij zal meteen reclame maken voor de stichting die hij in het leven wil roepen. De stichting voor kinderen die gezelschap verkopen. Hij moet Tirza bellen dat ze gevonden is. Hij belt haar mobiele en hoort Tirza zeggen: “”Hoi , dit is Tirza. Ik ben er even niet. Maar laat maar een leuk berichtje achter.” (de slotregel op blz. 430)

Recensies
In de grote, landelijke dagbladen is een nieuwe roman van Arnon Grunberg in de eerste week na het verschijnen anno 2006 een zogezegd hot item. In alle landelijke kranten verschenen binnen een week na het verschijnen heel uitgebreide recensies.

De belangrijkste recensies zijn :
1. Maarten Moll schrijft in het Parool van 21 september 2006 onder de titel “Het geluk gaat meedogenloos in gruzelementen “ (recensie en interview met de schrijver)
2. Rob Schouten recenseert de roman in Trouw van 23 september2006 : Zonder geld beteken ik niets”
3. Arjan Peters geeft zijn oordeel in De Volkskrant op 22 september”2006: “De woestijn ligt in Amsterdam-Zuid
4. Arjen Fortuin beoordeelt in het NRC van 22 spetember 2006 : “Wie is de man die de tonijn snijdt?”
5. Jaap Goedegebuure geeft zijn mening in BN/ De stem van 29 september 2006 : “Beschaving als schaamlapje hij Grunberg.”
Over het algemeen zijn de recensies van de bekende recensenten heel positief. “Tirza”wordt beschouwd als misschien wel het beste boek dat Grunberg tot nu toe geschreven heeft.
Een greep uit de positieve recensies onder verwijzing naar het nummer hierboven.

Recensie 1 Het beest zit ook in Arnon Grunberg. En in Jörgen Hofmeester, in ons allen. Grunberg laat Hofmeester tegen het einde van de roman uithalen naar het humanisme. 'Onze aids,' noemt Hofmeester het humanisme. En de bevrijding zit in het uitbreken. "Het humanisme heeft te hoge verwachtingen. Het is beter vriendschap met elkaar te sluiten, is de boodschap. Het beest moet worden getemd om het nooit meer uit de kooi te laten. Dat heeft een averechtse uitwerking gehad, en heeft dat nog steeds. Kijk naar oorlogen, uitspattingen van zinloos geweld, de Marc Dutroux' op deze aarde. Mensen worden geacht gevoelens te hebben, maar ook om veel gevoelens niet te hebben, zoals haat of de behoefte aan wraak, of de noodzaak tot doden. We moeten ermee leren leven dat die gevoelens ook bestaan. Daar gaat Tirza over; hoe raak je de controle kwijt, hoe komt het beest naar buiten."
Ondanks het gepraat over geweld, oogt Grunberg levenslustig. Stemt het alom aanwezige geweld hem niet somber? "Nee, juist de hypocrisie en onze dubbelzinnige houding ten opzichte van geweld stemmen mij somber. We besteden geweld uit, en hebben tegelijkertijd de neiging geweld ondubbelzinnig af te keuren. Ik denk dat geweld vaak noodzakelijk is. Ik ben bereid het te gebruiken als ik meen dat mijn leven of dat van beschermelingen in gevaar komt. Helaas ben ik niet erg sterk. Vrees ik. Maar daarvoor zijn er wapens."


Recensie 2 : 'Tirza' is een roman zoals we er intussen meer van Grunberg kennen, over losers die in de gaten krijgen dat de wereld meedogenlozer is dan ze hadden verwacht, en dat succes, intelligentie en liefde overstemd worden door de krachten van het instinct. Maar het is ook een roman waarin de intellectuele maar falende hoofdpersoon zijn eigen kwaal onder ogen ziet, zonder hem te kunnen helen. In een notitieboekje schrijft hij: ,,Eén woord: controle. Tweemaal onderstreept. Hij keek naar zijn eigen handschrift, naar het woord zelf, alsof in dat woord, in de twee onderstrepingen, de verklaring zat voor alles. Voor zijn leven, de ziekte van zijn dochter, de ziekte van de blanke middenklasse, de ziekte die hij was en die hij niet meer wilde zijn.'' […………..] Zoals wel vaker bij Grunberg het geval is, ontstijgt naar het einde toe de geschiedenis haar realistische gronden, en krijgt ze droomachtige, hallucinante trekjes.
Hoe mooi en zuigend beschreven ook, ik beschouw het toch als een relatieve zwakte van de schrijver, dat hij zijn slothoofdstukken vaak zo theatraal inkleedt. Hij is een alleskunner en hij weet het maar hij heeft ook wat weg van een pianist die aan het eind van een Beethoven-sonate een coda van Liszt breit.
Maar goed, het laat ook zien dat Grunberg zich niet aan de geijkte regels houdt en zijn eigen gang gaat, zoals hij overigens ook het'Eitle Kurzweil', zelf geopperd, aan z'n laars lapt. Romans mogen dan onzinnige bezigheden zijn, hij bedient zich er toch maar van om zijn product, het failliet van onze cultuur, aan de man te brengen. Indringend en onontkoombaar.


Recensie 3 : Zonder geweld gaat het niet, is de teneur van zijn laatste grote romans (De asielzoeker, Gstaad 95-98, De joodse messias), en met hoeveel Schwung hij zijn personages ook de wereld over stuurt, de donkere vaststelling dat alleen pijn nog een authentiek gevoel oplevert, het besef te leven, overheerst de absurde dialogen en situaties, in de schets waarvan deze auteur uniek en onmiddellijk herkenbaar is. Ook Grunberg is grijpbaar – niet voor niets werd enige jaren geleden aan de hand van een computerprogramma ontdekt dat het ‘handschrift’ van Van der Jagt, zijn zinsbouw en woordkeus, naar één schrijver wees. Maar vastpinnen kunnen we hem nooit. Behalve zichzelf is hij Buster Keaton, Edward Albee en Schopenhauer in één. [……..] Een verwoestend melodrama is het gevolg, want die gedachte kan de man niet aan. Hij moet iets doen, om ervan af te zijn. De pijnlijke fantasmagorie waarin Hofmeester zichzelf ten slotte in Namibië terugvindt, is tegelijk slapstick, schaamteloze driestuiverroman én aangrijpende climax.
Hoe Grunberg dat klaarspeelt, vertrekkend vanuit (en terugkerend in) de zo deugdelijke Van Eeghenstraat, is een schouwspel waar je de mond van openvalt.


Recensie 4 : “Tirza” gaat over de bevrijding van het beest uit een voorbeeldige burger. Voor wie het werk van Grunberg een beetje kent is dat een voor de hand liggend thema, maar het opmerkelijke aan Tirza is de ingenieuze wijze waarop hij zijn boodschap aan de man brengt. De roman is zonder twijfel de meest precieze en complete die Grunberg schreef. Nog niet eerder hield hij de compositie van een boek zo strak in handen, zette hij de bouwstenen van zijn verhaal zo precies neer en knoopte hij de lijntjes allemaal zo zorgvuldig aan elkaar - tot in de Namibische woestijn. Dat dwingt grote bewondering af, al brengt al dat vertoon van vakmanschap met zich mee dat Tirza weliswaar de spannendste roman van Grunberg is, maar niet de avontuurlijkste.
Voor die gedachte heb je echter pas na afloop tijd. Want “Tirza” is geen roman die je snel weglegt. Grunberg schrijft geduldig maar dwingend. De ontmanteling van de beschaafde burger Jürgen Hofmeester gaat in fasen, fasen waarvan je je als lezer amper bewust bent en waar de hoofdpersoon al helemaal geen idee van heeft. Die ziet alleen kleine, op zichzelf staande mislukkingen: hoe hij weggestuurd werd op zijn werk, hoe hij zijn oudste dochter van zich vervreemdde, hoe hij een kolossaal bedrag verloor in een hedge fund, hoe hij meende de liefde af te kunnen schaffen. [……..]maar Tirza onderscheidt zich vooral doordat de schrijver zich zo nadrukkelijk op de achtergrond houdt. Er staan weinig grappen in de roman, weinig expliciete provocaties.
Jürgen Hofmeester is Grunbergs meest geloofwaardige personage tot nu toe - het doet bijna pijn om over hem te lezen. Dat heeft te maken met de moraal van Hofmeesters opvoeding van Tirza, het voorlezen van Dostojevski, met de gedachte dat als je het nihilisme vroeg genoeg doorziet, je er later niet mee doorheen hoeft. Hofmeesters troost was steeds dat vormelijkheid, inschikken en accepteren een mens voor het grootste ongeluk kon behoeden. Die illusie wordt hem in de loop van de roman ontnomen. Aan van alles kan een mens ontsnappen, maar niet aan zijn eigen destructiedrang.
“Tirza” is de eerste roman waarin Grunberg zijn personages al het werk laat verrichten, waarin het samenspel tussen de karakters datgene is wat ertoe doet. Ze worden door de schrijver bestuurd als in een 19de-eeuwse roman. Als door een vader, ook.

Recensie 5 : 'Tirza’ is een echte Grunberg, nu eens hilarisch en dan weer diep treurig, en op den duur zo beklemmend dat de lectuur je naar de strot grijpt en je achterblijft met het gevoel dat je zopas bent ontwaakt uit een nachtmerrie waarin men je heeft getreiterd, geslagen en verkracht. De plot is heel wat realistischer dan de intrige van het - onder het pseudoniem Marek van der Jagt geschreven - ’Gstaad 95-98 - om maar helemaal niet te spreken van ’De Joodse Messias', dat zo boordevol zat met krankzinnige verwikkelingen en joodse zelfhaat dat een enkele recensent begon te vermoeden dat hier sprake was van een huizenhoog trauma.

‎”Tirza’ staat veel dichter bij vroege romans als ’Blauwe maandagen’ en ’Figuranten'. De personages zijn herkenbaar, en wat er over hun doen en laten wordt verteld is aanvankelijk zo weinig bijzonder dat je je na honderd van de vierhonderd dertig pagina's begint af te vragen of Grunberg eindelijk tam geworden is. Juist op dat moment gaan de poorten van de hel wijd open, om niet meer te sluiten.

Na dit boek hoeft niemand zich nog af te vragen waar Grunberg staat. Er is geen ideaal of illusie die niet door hem ontmaskerd is. Geluk is wat hem betreft een mythe, beschaving een dun laagje schaamte dat verdwijnt na enkele glazen drank, humanisme een psychisch soort aids. In dit sadistische universum kunnen mensen zich enkel maar staande houden met galgenhumor, zwarte slapstick, of door zich in te beelden dat ze iemand anders zijn. Een vrolijke conclusie is het niet en je zou graag willen dat je er iets tegen in kon brengen. Maar - en dat is de verpletterende kracht van deze schrijver - je weet met geen mogelijkheid hoe je dat zou moeten doen.



Over de schrijver en zijn boeken
Zelden heeft een auteur zo'n bliksemcarrière in de literatuur gemaakt als Arnon Grunberg. Bij zijn aantreden in 1994 werd hij meermaals vergeleken met de jonge Gerard Reve: sinds De avonden had nooit meer een debuut zo'n indruk gemaakt als Blauwe maandagen. Inmiddels is Arnon Grunberg vele publicaties verder en dringt zich de vergelijking op met de sarcatische schrijver Willem Frederik Hermans. Ook Grunberg bedient zich van alle genres die de literatuur ten dienst staan: de roman, het korte verhaal, de poëzie, het toneel, het essay; daarnaast is hij een begenadigd columnist en polemist.
Arnon Grunberg (Amsterdam 1971) werkte na zijn verwijdering van het Vossius Gymnasium onder meer als jongste bediende bij een apotheek, als bordenwasser en als uitgever.
Op 23-jarige leeftijd debuteerde Grunberg bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar met Blauwe maandagen. Het boek werd een internationaal succes: in Nederland bekroond met de Anton Wachter-prijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Het werd vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Zweeds en Japans. Met zijn tweede roman, Figuranten (1997), bevestigde hij zijn talent.

De Stichting CPNB nodigde Grunberg uit om het Boekenweek-geschenk 1998 te schrijven. Dit boek, De heilige Antonio, verscheen in maart 1998. Tegelijkertijd kwam Grunbergs essaybundel De troost van de slapstick uit. Dit boek werd bekroond met het Charlotte Köhler-stipendium 1998.

In het voorjaar van 1999 verscheen Grunbergs dichtbundel Liefde is business. In april 2000 verscheen zijn derde roman, getiteld Fantoompijn. De besprekingen van deze roman waren ook weer lovend en de roman won de AKO Literatuur Prijs 2000 en was genomineerd voor De Gouden Uil 2001.

In april 2001 kwam bij Athenaeum-Polak & Van Gennep De Mensheid zij geprezen uit, een nieuwe Lof der zotheid. De roman won de Gouden Uil 2002.

In juni 2003 verscheen De asielzoeker, de roman won de Bordewijksprijs en de AKO-literatuurprijs 2004. De Bijenkorf nodigde Grunberg uit het Boekenweekgeschenk 2004 voor De Bijenkorf te schrijven. Deze novelle, getiteld Het aapje dat geluk pakt, verscheen in maart 2004. Tegelijkertijd verscheen bij Nijgh & Van Ditmar Grunberg rond de wereld, een verzameling van Grunbergs reisverhalen uit NRC Handelsblad.

Grunberg schreef daarnaast nog onder het pseudoniem Marek van der Jagt . Hij debuteerde onder dat pseudoniem met de roman “De geschiedenis van mijn kaalheid” (2000) Later schreef hij ook nog Gstaad 95-98 (2002). Grunberg vindt deze mystificaties een spel met de lezer en weigerde in hoogst eigen persoon de prijzen op te halen die Marek van der Jagt ten deel vielen. Momenteel woont en werkt Grunberg in New York. In 2004 schreef Grunberg de opvallende en dikke roman “De joodse messias”.




Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoge waardering

Annemieke Dannenbergzeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent8.0
Duck 6e klas vwo7.6
Jaimy 5e klas vwo7.3
Jesse Adkins4e klas vwo6.7
N van der Giessen 6e klas vwo6.7
Meer verslagen ›

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

3623
 

reacties

 
In dit verslag staat dat het boek moeilijk te lezen is voor havo 5 leerlingen. Ik zit zelf in Havo 5 en heb dit boek in 3 uur uitgelezen. Tirza is echt een boek dat je in een ruk uitleest. Tirza is absoluut geen moeilijk boek om te lezen en al helemaal niet alleen bedoeld voor hoger opgeleiden.
door Maya (reageren) op 17 december 2006 om 11:57
Bedankt voor dit zeer goed verslag. Het is zeer mooi geschreven en heeft een sterke inhoud. Desondanks was ik zeer verontwaardigd om op jouw niveau een dt-fout te lezen. "Typisch voor de control freak is dan dat Hofmeester alle mogelijke informatie over deze eetstoornis verzameld en haar daarna in een dure Duitse kliniek laat behandelen, wat overigens wel een redelijk succesvolle aangelegenheid is." Ik hoop alleszins dat je jouw fout nu wel ziet. Groeten!
door Jaak (reageren) op 5 november 2008 om 15:15
Hallo, Wat een top boekverslag. Heb ik erg veel aan gehad. Nou zit ik eigenlijk nog met één vraagje. Wat is de stroming van het boek. Want ik kom er niet helemaal uit. Realisme zou kunnen omdat Hofmeester alles wil begrijpen. Maar ik weet niet of dat ook zo is geschreven van uit Grunberg. Daarnaast zou Generatie nix ook kunnen. Dit omdat eigenlijk ook veel naar sex word gezocht en Arnon Grunberg daar ook wel mee gerelateerd wordt. Het zou fijn zijn als u zou willen reageren. Alvast bedankt. Michiel Brantjes 4 havo
door Michiel Brantjes (reageren) op 16 juni 2009 om 21:18
Jammer dat er niet verder is uitgewijd over personages, ruimte, tijd, stijl en de literatuurgeschiedenis....
door Julia (reageren) op 20 december 2009 om 14:28
Ik zit in 4 Havo en ik kom van 4 Vmbo, dit boek was voor mij ook makkelijk te lezen. Wel vind ik, dat je enige levenservaring moet hebben voor dit boek. Goed verslag en een geweldig boek! Zeker een aanrader.
door Merel (reageren) op 20 oktober 2010 om 11:33
Ik zit in 4-mavo, en ik lees werkelijk nooit een boek. Mijn Nederlands docent zij dat dit wel een leuk boek voor mij kan zijn. maar dat is het dus niet, ik heb met heel veel moeite dit boek uitgelezen en ik zou ook nooit meer zo een boek kiezen
door thomas (reageren) op 23 oktober 2010 om 11:55
Tirza staat heel hoog in mijn top 10 van mooiste boeken van Nederlandse makelij!
door Jasper (reageren) op 14 maart 2011 om 19:18
@ Maya op 17-12-2006 Jij hebt waarschijnlijk het verkeerde boek gelezen want Tirza kun je op geen enkele manier in 3 uur uitlezen. Dan zou je namelijk zo'n 140 bladzijdes per uur gelezen hebben -_-
door Jasper (reageren) op 14 maart 2011 om 19:20
zucht, 140 bladzijdes per uur is goed te doen hoor.
door Piet (reageren) op 28 april 2011 om 20:43
Wtf, 140 bladzijden per uur, ik lees er met veel concentratie 30 op een uur ...
door LaLaLa (reageren) op 30 april 2011 om 18:03
jullie zijn zeker doorgewinterde lezers met 140 blz per uur
door sander (reageren) op 25 mei 2011 om 10:30
140 bladzijdes per uur? Dat noem je niet lezen, dat noem je hyperactief snel woorden bekijken. Je besteedt nog niet eens dertig seconden aan een bladzijde.
door Rick Roerig (reageren) op 13 juni 2011 om 22:22
heel goed boekverslag, echt een killer. kan em goed gebruiken voor mondeling morgen dank
door Nigel (reageren) op 30 juni 2011 om 14:27
Goed boekverslag, omdat er goed de diepte in wordt gegaan en er op de details is gelet. Heel goed te gebruiken!
door Alex Steehouwer (reageren) op 15 oktober 2011 om 16:51
heel goed verslag! alles staat er duidelijk in
door julien (reageren) op 27 november 2011 om 12:29
Super samenvatting! Al heb ik 1 aanmerking: het boek is ook geschikt voor leerlingen uit 4 havo (zoals ik). Wij krijgen er ook 3 punten voor en het wordt ons zelfs aanbevolen.
door Rianne (reageren) op 18 januari 2012 om 16:21
Het is een uitdaging om alles uit het boek te halen wat er uit te halen valt. Alle motieven ontdekken en alle diepzinnigheden onthouden. Dit verslag heeft alles wat een goed verslag moet hebben. Geen wonder, want het is door ene docent geschreven. Geen wonder dus, maar wel erg fijn!
door Casper (reageren) op 29 januari 2012 om 22:01
Ik zit in mijn eindexaen en ik heb Tirza vorig jaar in de 3e klas gelezen het is een boek die je echt pakt. En ik ben echt niet zo'n lees figuur dus ik vind het een beetje erg negatief om zo te zeggen : niet aan beginnen.
door Martine (reageren) op 5 maart 2012 om 17:17
Ik vind je leesadvies niet zo geschikt, dit valt me op bij meerdere boeken. Ik zit in 5 havo en ik lees graag boeken zoals Tirza & Het huis van de moskee maar ik ken ook TL-ers die dit doen. Dus wat is nou het nut van in een BOEKVERSLAG zetten dat VMBO leerlingen er niet aan moeten beginnen? Ik vind je samenvattingen wel fijn
door SweezyMeezy (reageren) op 15 maart 2012 om 0:55
kan ook chronologisch zijn met flashbacks
door hai (reageren) op 8 april 2012 om 16:04
Veelste lang.
door Konyo (reageren) op 25 september 2012 om 16:01
"vmbo'ers: niet aan beginnen, te moeilijk"?! En jij bent docent?! Ben jij nou helemaal betoeterd?! Ze moesten je ontslaan!
door Lilith (reageren) op 27 oktober 2012 om 0:02
Opmerkelijk aan dit verslag is dat de auteur in 2006 denkt dat de aanslagen op het World Trade Center op 11 september 2005 waren (of misschien weet hij niet waarnaar de naam Muhammad Atta verwijst).
door Peter Schouten (reageren) op 16 november 2012 om 22:24
@ alle vmbo'ers. Natuurlijk kunnen jullie het boek lezen, dat kan namelijk iedereen. Maar hebben jullie ook de volledige inhoud, alle symboliek en thematiek en de briljante schrijfstijl ontdekt? Dat is waar deze docent op doelt en ik denk dat de meerderheid van jullie dat niet snapt. Ook Maya die dit boek zogenaamd in 3 uur heeft uigelezen. Heb je eigenlijk wel één woord begrepen van wat er staat? Je doet deze geweldige roman te kort!
door gymnasiummeisje (reageren) op 29 december 2012 om 23:44
Voor de docent. Een samenvatting moet beknopt en duidelijk zijn. Deze is veel en veel te lang en ook nog warrig. Het is de bedoeling de hoofdzaken eruit te lichten, niet een nieuw boek te schrijven! De kunst van samenvatten is weglaten dit valt me tegen van een docent!
door gymnasiummeisje (reageren) op 29 december 2012 om 23:49
Deze analyse maakt hem helemaal af. Deze is waarschijnlijk goed te gebruiken voor je mondeling. Veel details waardoor het lezen van het boek bijna overbodig maakt.
door ZeroQuinze_West (reageren) op 22 februari 2013 om 12:59
Vmbo-ers, niet aan beginnen? Mooi is dat, beste Kees van der Pol. Wat een arrogante waanzin. Ten eerste de veronderstelling dat intelligentie en openheid van leerlingen zo gemakkelijk af te lezen is aan de hand van een slecht in elkaar stekende indeling van schoolniveaus: belachelijk. Dan de veronderstelling dat je beter niet kunt beginnen aan een boek, als je niet in staat bentdit op alle niveaus te begrijpen: zou jij, als leraar, niet moeten inzien dat mooie zinnen iedereen kunnen verrijken? Ben jij niet degene die jongeren hiervoor moet enthousiasmeren, hun blikken moet openen? Moet jij de leerling niet aan het lezen zetten, deze laten begrijpen vanuit het eigen perspectief, hem vanuit dat punt van meerdere perspectieven bewust maken? Je bent toch niet jouw taak als docent vergeten, je onderschat toch niet de eigen plicht? Ten slotte: hoe hypocriet is het om de beweren dat vmbo-ers dit boek toch niet zouden begrijpen, en dan zelf met zo een ontroerend slecht boekverslag voor de dag te komen. Barbaar.
door Tina (reageren) op 24 februari 2013 om 12:19
@Tina: Best goed boekverslag hoor.
door Pom (reageren) op 5 januari 2014 om 15:34
wees nou eerlijk Tina dit boek is zeer moeilijk geschreven en zelfs ik had er moeite mee (6vwo). en ik neem aan dat je Tirza zelf heb gelezen? anders zou je wel een erg grote mond hebben
door felicia (reageren) op 11 maart 2013 om 17:13
Lilith, haha deze man is niet alleen leraar bij ons op school, maar ook adjunct-directeur. En Gymnasiummeisje: Kees van der Pol maakt deze samenvattingen op basis van het voorschrift wat wij op onze school moeten weten. Alles wat ik moet weten voor mijn mondeling (ik zit nu in vwo 6) staat hierin! Ik vind het duidelijke verslagen.
door Annee (reageren) op 19 maart 2013 om 15:05
Annee, een samenvatting moet beknopt zijn en deze is alles behalve beknopt. Bovendien is een samenvatting die je gebruikt als geheugensteuntje voor een mondeling heel anders. Natuurlijk ben je daar blij met zoveel mogelijk informatie, als iemand echter een idee van het boek wil krijgen door een samenvatting is een "nieuw boek" van 3000 woorden echt niet nodig!
door gymnasiummeisje (reageren) op 10 april 2013 om 17:47
Alle vmbo'ers, STOP MET ZEUREN! Meneer van der Pol geeft alleen zijn eigen advies. Hier hoef je het niet per se mee eens te zijn, maar ik steek er mijn hand voor in het vuur dat nagenoeg alle vmbo'ers ( zeker die met zo'n grote mond op dit forum) er helemaal niets van hebben begrepen en de symboliek niet eens hebben opgemerkt. En Maya, die dit boek in 3 uur zou hebben uitgelezen, laat me alleen maar meer geloven hierin!
door cato!! (reageren) op 6 juni 2013 om 21:08
het is toch gewoon een advies? ik (H5) vond het boek goed te doen, en vind het geen 3* waard(literatuurlijst) maargoed, je hoeft het niet eens te zijn met het advies, maar houd je mond... goede samenvatting, kan het zeker goed gebruiken voor mijn mondelinge examen. dank!
door lalalala (reageren) op 20 februari 2014 om 15:05