Harry Mulisch

2001

213

Nederlands

bovenbouw havo/vwo

2 uit 5

8.4 / 10
  • Ilse
  • NL
  • 7750 woorden
  • 76690 keer
    234 deze maand
  • 1 mei 2004
I Zakelijke gegevens 1. Titelbeschrijving Auteur : Harry Mulisch Titel : Siegfried Ondertitel : Een zwarte idylle Plaats van uitgave : Druk Hooiberg Epe Jaar van uitgave + druk : Februari 2001, 1e druk Aantal bladzijden : 213 2. Motto Warum holt mich der Teufel nicht? Bei ihm ist est bestimmt schöner als hier. Eva Braun, Dagboek, 2.III.35 Dit betekent: “Waarom haalt de duivel mij niet? Bij hem is het zeker mooier als hier”. 3. Korte inhoud Rudolf Herter is een internationaal bekende Nederlandse auteur. Rudolf Herter en zijn vriendin Maria arriveren in Wenen om het boek van Herter ‘De uitvinding van de Liefde’ te promoten en wat interviews te geven. Tijdens een van deze interviews komt hij naar aanleiding van een gestelde vraag opeens op een idee voor zijn nieuwe boek. Hij raakt gefascineerd door Hitler en door het feit dat hij nog door niemand verklaard is. Niemand is er ooit in geslaagd Hitlers daden en gedachten te begrijpen en Herter voelt zich geroepen deze taak te vervullen. Op dat moment heeft hij nog geen idee hoe hij dit zal gaan aanpakken. De volgende dag heeft hij een lezing in de Nationale Bibliotheek van Wenen en na de lezing begint de signeersessie. Pas wanneer alle mensen naar huis zijn, komt er een ouder echtpaar naar Herter toe: Ullrich en Julia Falk. Zij hebben zijn televisie-interview de voorgaande dag gezien en zij denken dat zij hem kunnen helpen om Hitler beter te begrijpen. Herter heeft het gevoel dat deze twee mensen iets weten wat niemand anders weet en dat deze informatie waardevol is. Hij besluit de volgende dag het echtpaar Falk te bezoeken. Ze vertellen dat zij vroeger in dienst zijn geweest bij villa Berghof: Hitlers buitenverblijf op de Obersalzberg in Berchtesgaden. Aangezien zij een van de laatste overlevenden waren van de Tweede Wereldoorlog en zij in die tijd aan de kant van Hitler stonden hebben zij ongelofelijke waardevolle informatie. De reden waarom zij hun verhaal met Herter wilden delen was dat zij niet wilden sterven met het verhaal. Herter mocht het verhaal pas na het overlijden van het echtpaar Falk publiceren. Julia Falk was in die tijd goed bevriend met Eva Braun. Eva Braun was de geheime vriendin van Hitler en was voor de hele wereld verborgen, omdat de Duitse vrouwen niet mochten weten dat Hitler een vriendin had: dit zou politiek ongunstig zijn want Hitler was in die dagen zeer geliefd onder zijn vrouwelijke onderdanen. Julia Falk had een goede band met Eva Braun en wist daardoor meer dan enig ander over het privé-leven van Hitler. Falk vertelde dat Eva Braun een kind verwachtte van Hitler. Omdat dit absoluut niet openbaar mocht worden, werd er een plan bedacht. Ullrich en Julia Falk zouden het kind opvoeden als hun eigen kind, zodat niemand wist dat dit het kind zou zijn van Hitler. In het geheim beviel Eva op 9 november 1938 (de Reichskristallnacht) van haar zoon Siegfried. Siegfried groeide op en leek enigszins wel op zijn vader: hij speelde graag oorlogje. Siegfried wist niet dat Adolf Hitler eigenlijk zijn vader was. In deze tijd had Eva het erg moeilijk, want zij hield veel van haar kind en het was moeilijk voor haar te accepteren dat zij niet mochten laten merken dat zij de moeder was en Siegfried dan ook met al zijn woede, vreugde en verdriet naar Julia ging, in plaats van naar haar. Ondertussen woedde de oorlog in heel Europa en Hitler begon terrein te verliezen. Op een dag kreeg Herter het bericht dat hij op Hitlers bevel Siegfried moest doden. Wanneer hij dit niet zou doen, zou Siegfried alsnog vermoord worden en zouden hij en Julia naar een concentratiekamp moeten. Hoe erg hij het ook vond, besloot hij het te doen om het leven van Julia te sparen. Hij nam hem mee naar de schietbaan en schoot Siegfried daar door zijn hoofd. Er werd geen onderzoek ingesteld, want het was een “ongeluk”. Na de dood van Siegfried werden Julia en Ullrich overgeplaatst naar Den Haag. Ondertussen was het duidelijk dat de dood van Siegfried een misverstand was: Hitler dacht namelijk dat Eva van Joodse afkomst was: dit stond namelijk in haar papieren. Dit had hem doen besluiten Siegfried te vermoorden. Wanneer men had ontdekt dat hij een half-Joods kind had, dan was dit voor hem rampzalig geweest. Achteraf bleek echter dat Eva helemaal niet Joods was, maar dat het bewijs vervalst was. Dit was gedaan door een van Hitlers handlangers om ervoor te zorgen dat niet Siegfried, maar hijzelf de opvolger van Hitler zou kunnen worden. Toen Hitler hier achterkwam draaide hij compleet door. Ondertussen ging het al heel slecht met het Duitse rijk en het einde van de oorlog naderde. Hitler en zijn handlangers bleven tot het einde bij elkaar in een soort van ondergrondse bunker. Op het laatste moment trouwde Hitler Eva en dat was haar gelukkigste moment in haar leven: hij deed dit dan ook haar als compensatie voor de dood van haar kind, waarna ze samen zelfmoord pleegden. Met de grote hoeveelheid ongelofelijke informatie keerde Herter terug in zijn hotelkamer. Hij had beloofd te zwijgen over het verhaal totdat Falk was overleden en hij deed dit dan ook, maar hij had wel behoefte zijn ideeën en gedachten te ordenen. Hij begon te praten in zijn dictafoon en dacht Hitler opeens helemaal te kunnen doorgronden. Hij praat en praat en Maria die hem niet helemaal kan volgen plaatst enkele kanttekeningen die Herter dan weer volledig weet te verklaren. Op een gegeven moment is Herter zo moe van de grote emotionele inspanning dat hij besluit even te gaan liggen en Maria gaat dan even wat drinken beneden. Wanneer zij later terugkomt ligt Herter dood op bed. De dokter komt en stelt een onmiddellijke hartstilstand vast. Wanneer Maria het bandje van het dictafoon afluistert hoort ze een tijdlang niks en dan opeens hoort ze plotseling een zacht rumoer, en pas na de derde keer luisteren verstond ze wat hij zei: ‘…hij …hij …hij is hier’. Herter is dus eigenlijk ook een slachtoffer van Hitler want deze laatste woorden suggereren dat Hitlers geest die van Herter is komen halen. Hitler zei ooit ook ‘…hij …hij …hij was hier’. Waarmee waarschijnlijk de duivel werd bedoeld. II Analyse 4. Structuur Het boek is verdeeld in 19 hoofdstukken die genummerd zijn en geen titel hebben. Het verhaal loopt door, het volgende hoofdstuk begint daar waar het vorige hoofdstuk is afgelopen, er zit geen tijdsspanne tussen. Alleen hoofdstuk 18 is anders, dit is een stuk uit het dagboek van Eva Braun. In het begin van het boek is er een verteller. Tussendoor wordt een ‘verhaal’ door Julia en Ullrick Falk verteld, maar de verteller neemt het steeds weer over. Dan heb je weer een heel stuk dat wordt verteld door de verteller, dan lees je een gedeelte uit het dagboek van Eva Braun en ten slotte is er de verteller weer. De verteller beïnvloedt jou als lezer eigenlijk helemaal niet. 5. Verhaalfiguren Rudolf Herter Hij is een beroemde Nederlandse schrijver van 72 jaar oud die naar Wenen komt om daar zijn nieuwe boek ‘De Uitvinding van de Liefde’ te promoten. Herter vergelijkt Hitler met een dirigent en hij maakt ook een vergelijking tussen Hitler en Nietzsch. Ook bedenkt hij aan het eind van zijn boek de theorie over het Niets. In deze theorie komen zoveel toevalligheden bij elkaar dat het bijna geen toeval meer kan zijn. Na het bedenken van deze theorie, sterft hij plotseling op zijn hotelkamer. Rudolf Herter is de hoofdrolspeler. Herter is het alter-ego van Mulisch. Beiden hebben kankeroperaties ondergaan, de uiterlijke verschijning is identiek. Net als Mulisch veel tegenstanders heeft, is er ook “een groep verstokte Herterhaters” (pagina 56). Beiden hebben een bezoek gebracht aan Cuba en geschreven over Eichmann. Rudolf Herter is een round character. Je krijgt veel over het denken en doen van de man te weten. Ullrich Falk Hij was een kleine, magere man met blauwe ogen van 89. Hij zag er armelijk uit, maar toch verzorgd. Hij was kaal en tegelijk niet kaal. Zijn witte haar lag als een doorzichtige waas over zijn bleke schedel, die hier en daar roze vlekken vertoonde. Hij was een persoonlijke dienstbode van Hitler en speelde de vader van Hitlers zoon Siegfried. In opdracht van Hitler vermoord hij onder dwang Siegfried. Dit geheim draagt hij al zijn hele leven mee. Hij heeft het nooit tegen iemand verteld. Behalve dan nu tegen Herter. Ullrich is een flat character. Je krijgt niet genoeg over Ullrich te weten om hem een round character te noemen. Julia Falk Zij is de vrouw van Ullrich Falk. Ze was een kleine, dikke vrouw van 85. Haar gezicht, omlijst door kleine grijze krullen, was breed, wat benadrukt werd door een goudkleurige bril met te grote glazen. Ze had een natuurlijke blos op haar wangen. Zij speelde de moeder van Siegfried en hield van hem alsof het haar eigen zoon was. Daarom had zij het er heel moeilijk mee toen Hitler Ullrich dwong om Siegfried te vermoorden. Net als bij Ullrich Falk krijg je bij Julia te weinig te weten om haar een round character te noemen. Daardoor is ook zij een flat character. Siegfried Afgekort als Siggi. Hij is de geheime zoon van Hitler en Eva Braun. Hij wordt doodgeschoten door Ullrich Falk op bevel van Hitler. Over Siegfried wordt erg weinig verteld. De nadruk van het boek ligt bij zijn biologische vader Hitler. Uit het dagboek van Eva Braun wordt duidelijk dat Siegfried dood moest omdat hij een achtste jood was. Siegfried is een flat character, omdat je in het boek weinig over hem te weten komt. Eva Braun Zij is de vriendin van Hitler. Het is een lieve, gevoelige vrouw. Ze was een geblondeerde, knappe, in gezelschap altijd goedgehumeerde, sportieve vrouw van toen der tijd vierentwintig. Toch was ze vaak alleen. Op die dagen las ze veel romans, draaide platen en hield haar dagboek bij. Doordat Hitler haar zo verwaarloosde, heeft ze verschillende zelfmoordpogingen gedaan. Zij nam Julia Falk al snel in vertrouwen en zij werden goede vriendinnen. Samen met Hitler heeft ze een geheim kind, Siegfried. Eva trouwt met Hitler vlak voordat hij zelfmoord pleegt. Over haar gevoelens en twijfels kom je veel te weten in het boek, vooral in het stukje uit haar dagboek. Daardoor is Eva Braun een round character. Maria Zij is de vriendin van Rudolf Herter. Ze is rond de 40 jaar. Zij steunt hem en is met hem mee op reis naar Wenen. Ze is een lieve vrouw, die Rudolf niet altijd begrijpt. Je krijgt niet zo heel veel van haar te weten. Dus deze persoon is een flat character. Adolf Hitler Wie was hij? Dat is de hoofdvraag die Mulisch heeft geïnspireerd om dit boek te schrijven. In dit boek probeert hij erachter te komen wie Hilter werkelijk was. Hitler heeft het gevoel dat hij veel beter is dan de rest van de mensheid. Zelfs de mensen die van hem hielden behandelt hij slecht. Hij realiseert zich niet dat andere mensen ook gevoelens hebben en hij daar begrip voor moet hebben. Hitler is een flat character. Je komt weinig te weten over zijn denken en doen. 6. Tijd De historische tijd is van 1933 tot 1945, de Tweede Wereldoorlog dus. De vertelde tijd is ongeveer 3 dagen, de tijd die Herter doorbrengt in Wenen. Het verhaal speelt zich af in november 1999. Dit wordt duidelijk als Herter het boek van de Falks signeert met “Voor Ullrich Falk, die in tijden van het kwaad, een onvoorstelbaar offer bracht aan de liefde. En voor Julia. Rudolf Herter, Wenen, november 1999”. Het tijdperspectief is voor een groot gedeelte een flash-back, omdat het verhaal waar het om draait, namelijk dat van Ullrich en Julia, een terugblik is, het is dus al voorbij. De rest van het verhaal loopt erg door elkaar heen, omdat Herter uiteindelijk toch weer is beïnvloedt door Hitler en daardoor sterft, loopt het terugblik en het heden door elkaar heen. Het gaat dus ook voor een gedeelte om de tegenwoordige tijd, over wat Herter stukje bij beetje allemaal kan verklaren wat betreft Hitler. Toch is het verhaal chronologisch verteld. 7. Ruimte Het verhaal speelt zich af in de hoofdstad van Oostenrijk: Wenen, waar Herter is voor wat lezingen te houden en interviews te geven. Wenen is de stad van de muziek (walzen) en de stad die joden haat. Oostenrijk was in 1938 betrokken bij de Anschluss met Duitsland. Het stadje Braunau, de geboorteplaats van Hitler, ligt vlak bij Wenen. Deze plaats is dus subjectief gekozen, omdat het in Duitsland is, het land wat andere mensen nog steeds aan de Tweede Wereldoorlog doet denken en daarmee dus ook aan Hitler. Omdat de rest van het verhaal over Hitler gaat, is het natuurlijk logisch dat de lezingen en interviews in een plaats in Duitsland gegeven moesten worden, zodat de link makkelijk is gelegd en ook Ullrich en Julia bij Herter uit kunnen komen. De flashes-back (het verhaal van Ullrich en Julia dus) spelen zich af in Oostenrijk en in Berlijn, in de Berghof, waar Hitler woonde en Ullrich en Julia dus ook bij ingetrokken waren. 8. Perspectief Het perspectief ligt bij de verteller. Het verhaal is geschreven vanuit een auctoriaal perspectief. Je kunt alleen de gedachten van personen lezen, als deze het zelf ook werkelijk vertellen. De Falks, vertellen tijdens hun verhaal zelf wat ze toen dachten. Ook wanneer Herter zijn theorie bedenkt, lees je dat omdat hij hardop aan het denken is. Het fragment uit het dagboek van Eva Braun is vanuit een ik-perspectief geschreven. Ze vertelt het zelf al haar gedachten en gevoelens tijdens de laatste paar weken van haar leven. III Interpretatie 9. Titeluitleg Verklaring titel: Het verhaal draait om Siegfried, de fictieve zoon van Adolf Hitler en zijn maîtresse Eva Braun. Verklaring ondertitel: Ik denk dat het hier gaat om idylle in de betekenis van “lieflijke, dichterlijke schildering van het landelijke, eenvoudige leven” (Van Dale). Een ‘zwarte idylle’ is een paradox, een schijnbare tegenstelling. Het verhaal begint als een idylle, maar gaandeweg wordt het steeds donkerder en grauwer tot zelfs zwart aan het eind, als Herter dood gaat. Bovendien verwijst het woord idylle naar de “Siegfried idylle” van Wagner (voor de begrafenis van zijn zoon die ook Siegfried heette). Dat muziekstuk is eigenlijk ook een zwarte idylle. De zoon van Richard Wagner (en Cosima) is een beetje de inspiratiebron geweest voor dit boek. 10. Motto-uitleg Motto: Warum holt mich der Teufel nicht? Bei ihm ist est bestimmt schöner als hier. Eva Braun, Dagboek, 2.III.35 Dit betekent: “Waarom haalt de duivel mij niet? Bij hem is het zeker mooier dan hier”. Deze gevoelens komen duidelijk terug in het verhaal. Eva Braun wordt steeds ongelukkiger en ze spreekt ook steeds minder met Hitler. Ze wordt steeds verwaarloosd en de wereld mag niet weten dat de Führer een vriendin heeft. Je kunt ook de parallel trekken met de periode waarin Siegfried vermoord wordt. Dit zou ook ongeveer rond 1935 zijn geweest. 11. Motieven Algemene motieven: De dood, de ondergang De ondergang van Hitler is natuurlijk een belangrijk onderdeel van het verhaal, want de vraag is hoe Hitler nu toch ten onder is kunnen gaan. De dood letterlijk is ook belangrijk, mede doordat Ullrich Siegfried moet doden, Herter zelf sterft op het eind van het verhaal, en de dood van Hitler en daarmee zijn ondergang. ~ “ ‘Ik geloof mijn oren niet,’ zei hij. ‘U moest Siegfried doden? Hitlers zoon, Siggi, op wie hij zo dol was? Waarom in godsnaam?’ (blz. 136) ~ “Toen Maria terugkwam in de kamer, bleef zij verstijfd op de drempel staan. Zij zag onmiddellijk dat er iets fataals was gebeurd. Herter lag nog in dezelfde houding als toen zij hem had verlaten, met gesloten ogen, maar tegelijk was hij onherkenbaar veranderd, alsof hij verwisseld was met zijn kopie uit het panopticum in Amsterdam.” (blz. 209) De droom, het slapen ~ “ De Führer sliep! Radeloze generaals in Rusland, maar de Führer sliep en mocht niet gewekt worden. ‘Ja, ja, ja, dacht Herter. En wat droomde hij? Hij zou er heel wat voor over hebben om dat te weten. ‘Heeft hij u wel eens een droom verteld, meneer Falk?’ Falk lachte een kort lachje. ‘Dacht u dat hij ooit iemand tot zich toeliet? Die man zat in zichzelf opgesloten…als…als… Maar één keer, in de oorlog, ik meen in de winter van tweeënveertig, moet hij een nachtmerrie hebben gehad. Ik werd wakker omdat ik hem hoorde schreeuwen, ik pakte mijn pistool en in pyjama rende ik naar zijn slaapkamer.’ ‘U had een pistool?’ Van onderuit keek Falk hem aan. ‘Er waren veel wapens op de Obersalzberg, meneer Herter. Hij was alleen, juffrouw Braun logeerde een paar dagen bij familie in München. Bij de deur stonden al twee van zijn SS-lijfwachten met machinepistolen, maar zij durfden niet naar binnen, hoewel hij misschien werd vermoord. Die werden meteen de volgende dag overgeplaatst naar het oostfront. Ik rukte de deur open en zag hem verwilderd midden in de kamer staan in zijn nachthemd, gutsend van het zweet, met blauwe lippen, zijn haar in de war, en met een van angst vertrokken gezicht keek hij mij aan. Nooit zal ik vergeten wat hij zei: ‘Hij… hij… hij was hier..’ “ (blz. 99) ~ “Na een paar minuten hoorde zij plotseling zacht rumoer, dat zij niet thuis kon brengen, - en dan ook, heel zacht en ver weg, zijn stem. Steunen, klanken woorden… Zij hield haar andere oor dicht, boog zich over haar schoot en sloot ingespannen haar ogen. Pas toen zij het de derde keer herhaalde, verstond zij het: ‘…hij…hij…hij is hier…’ Daarna niets meer.” (blz. 213) Het zoeken van verbinding van alles met alles. Herter probeerde alles in verband te brengen met alles, om een verklaring voor Hitler te kunnen bedenken, hij bedacht allerlei theorieën waarmee hij achter de waarheid van de persoon Hitler zou kunnen komen. ~ “ ‘Ik doe niet anders, ik doe niet anders. Maar niet om de zaak terug te brengen tot iets alledaags, zoals toeval, en dan mijn schouder sop te halen en mij af te wenden; maar om verder te komen, want het gaat hier niet om iets alledaags, verdomme. Begrijp je wel waar we het over hebben? We hebben het over het ergste van het ergste. En het enige dat ik kan verzinnen, is dat we met Hitler te maken hebben met zoiets als een meta-natuurverschijnsel, - te vergelijken met de inslag van die meteoriet in het Krijt, die een eind maakte aan de dinosauriërs. Met dit verschil, dat hij niet een buitenaards wezen was, maar een buitenzijns wezen: het Niets.’ “(blz. 176) ~ “ ‘Ja. Het geloof aan Niets, en Nietzsche is zijn profeet. En op gevaar af dat je me definitief voor krankzinnig houdt, zal ik je nog iets anders vertellen. Hij heeft niet alleen met de verwoesting van zijn geest Hitlers lijfelijke ontstaan uitgebeeld, hij heeft niet alleen in zijn geschriften diens latere gedachtegoed aangekondigd, hij heeft ook tot in details diens einde voorzien. In een van zijn allerlaatste aantekeningen, met de titel Laatste overweging, zegt hij letterlijk: ‘Men moge mij die jonge misdadiger uitleveren; ik zal niet aarzelen hem te verderven, - ik wil zelf de brandfakkel in zijn vloekwaardige geest doen opwaaien.’ Dat sloeg op de Duitse Keizer. Die is in 1941 vredig gestorven in Doorn, maar vier jaar later overkwam het zijn opvolger in Berlijn lijfelijk. “ (blz. 178) Het handelen op bevel van anderen, omdat men zelf leeg is Herter gaat soms zo diep op in zijn gedachten, dat hij voor de buitenwereld als het ware leeg leek en dus de bevelen van anderen zo opvolgt. ~ “ ‘Dat kan ik me voorstellen,‘ zei Maria, keek op haar horloge en stond op. ‘Ga even slapen, je hebt nog wel een half uurtje. De auto van de ambassade komt over een uur, ik ga beneden een Wiener Melange drinken – om bij te komen. Als je me nodig hebt, bel je maar.’ “ (blz. 179) Eenzaamheid Eva Braun voelde zich vaak eenzaam, omdat Hitler haar verwaarloosde. ~ “In die tijd had ook juffrouw Braun zelf zich eens onhandig een kogel in haar hals geschoten, toen hij haar door zijn drukke werkzaamheden maandenlang verwaarloosde, wat hem definitief aan haar bond. Een jaar later voordat zijzelf op de Berghof kwamen, had juffrouw Braun om dezelfde reden trouwens een tweede zelfmoordpoging gedaan in München, waarna hij haar bij zich liet intrekken op de Obersalzberg”. (blz.87-88) Angst Het echtpaar Falk is bang het levensverhaal van Hitler te vertellen, omdat ze een eed van geheimhouding hadden moeten afleggen. ~ “In het bureau van de hofmaarschalk, SS-Obergruppenführer Brückner, een reusachtige houwdegen, die al in 1923 had deelgenomen aan Hitlers mislukte putsch in München, moest zij vervolgens een eed van geheimhouding op de Führer afleggen voor alles wat zij op de Berghof zouden horen of zien; ook een dagboek mochten zij niet bijhouden.” (blz. 83) ~ “ ‘Ik weet niet of een eed ook over het graf heen geldt. Al die mensen zijn nu dood en veel is intussen toch al bekend. Maar niet alles’. Falk zocht naar woorden. ‘Ik weet niet of zoiets mogelijk is, maar wij zouden willen dat u die eed van ons overnam. Althans voor de korte tijd die ons nog rest, daarna kunt u er mee doen wat u wilt. Het is iets dat wij niet willen meenemen in ons graf.’ Verhaal motieven: Wolf Wolven, dit is iets waar Hitler iets mee heeft, waarvan Herter eerst niet kan bedenken wat het is. ~ “Oom Wolf, herhaalde Herter in gedachten. Wat had Hitler met wolven? Alleen het feit, dat ook zij roofdieren waren? In de jaren twintig was ‘Wolf’ zijn schuilnaam; zijn latere hoofdkwartieren in Oost-Pruisen, rusland en Noord-Frankrijk heetten ‘Wolfsschanze, ‘Werwolf’ en ‘Wolfsschlucht’. Ook Blondi leek op een wolf; een van de pups die zij tegen het eind van de oorlog kreeg, en die hij zelf wilde opvoeden, had hij Wölfi genoemd. Zat dat zelfinzicht erachter?” (blz. 124) Bruin Eva’s achternaam was Braun, de SA-ers werden de bruinhemden genoemd, Hitler was geboren in Braunau, de partijcentrale heette het Braune Haus en door Göring werd de Berghof ook wel Braunhaus genoemd. Ook hield Hitler erg van chocola. In het verzonnen stukje uit het dagboek van Eva Braun, veegt ze een veegje chocola weg van Hitlers gezicht. Hitler was zelf altijd erg netjes. Ook hield Hitler van chocola in zijn pap. ~ “Maria’s vraag schoot hem weer te binnen: waarom het Niets juist Braunau had uitgekozen voor Hitlers geboorteplaats. Dat bruine keerde naderhand steeds terug: de partijcentrale in München heette het ‘Braune Haus’, de SA-troepen werden ‘bruinhemden’ genoemd en ten slotte heette ook Eva Braun. Omdat haar familie vaak op de Obersalzberg logeerde, neomde Göring de Berghof het ‘Braunhaus’. Bruin kwam in het zonnespectrum niet voor, het was een poepkleur die ontstond als je op een palet alle spectraalkleuren door elkaar smeerde,- en bij die gedachte herinnerde hij zich iets, dat alles naadloos verklaarde. In de kliniek van dr. Wille noteerde de dienstdoende arts in de maand van Hitlers geboorte over Nietzsche: Koth geschmiert.-Beschmiert s(ich) miet Koth – Isst Koth. “ (blz. 181) Niets Hitler is Niets, want niets kan zo onmenselijk zijn als hij. Mulisch vindt dat je hem geen persoon meer kunt noemen. Ook wordt Hitler met het getal nul vergeleken. Alles wat met nul wordt vermenigvuldigd wordt vernietigd. Hitler is nul en nul is Niets. Met dit verschil, dat hij niet een buitenaards wezen was, maar een buitenzijns wezen: het Niets.’ “(blz. 176) Fictie Zonder fantasie, of liever gezegd verbeeldingskracht, zou een goede schrijver niet als goede schrijver gekwalificeerd kunnen worden. In Siegfried gaat het over de gelijknamige en gefingeerde zoon van Hitler; fictie schept nieuwe personen en daarmee nieuwe boeken. Filosofie Alweer een zeer belangrijk Mulischiaans element. De grote filosofen Schopenhauer en Nietzsche vliegen je dan ook te pas en te onpas om de oren (of liever gezegd: onder de ogen). Rudolf Herter heeft grote belangstelling voor met name Schopenhauer en Nietzsche en hun relatie tot Hitler. Friedrich Nietzsche (1844-1900) was het eerste “slachtoffer” van Hitler, volgens Rudolf Herter. Hitler heeft zijn denkbeelden misbruikt en op een antisemitische manier geïnterpreteerd. In Nietzsche’s hoofdwerk “Also sprach Zarathustra” (+-1885) heeft hij een paar schokkende dingen op het programma gezet zoals de conceptie van de Übermensch, de heerschappij van de sterken over de zwakken, de afschaffing van het medeleden en de stelling dat God dood is. Toeval Toeval bestaat niet in Mulisch’ boeken! Dit is naast de oorlog een van Mulisch’ belangrijkste motieven. - Zowel Nietzsche (1844-1900) als Hitler(1889-1945) is 56 jaar geworden; - Nietzsche is, evenals zijn voorganger Schopenhauer, een filosoof van de wil en uitgerekend heette zijn psychiater dr. Wille; - Nietzsche laat ‘zijn’ profeet Zarathustra voorspellingen doen over de komende 200 jaar, waarvan het eerste kwart, nl. de Tweede Wereldoorlog, al precies is uitgekomen. Daarnaast begint de corrupte editie van Der Wille zur Macht met: “Het nihilisme staat voor de deur; waar komt deze griezeligste aller gasten vandaan.” Dit betekent: Hitler staat voor de deur, want hij is eigenlijk niets. - Nietzsche’s geestelijke gesteldheid wordt in 1888 een stuk minder en op dat zelfde moment wordt Hitler verwekt. 12. Thema Het thema van dit boek is dat de schrijver Rudolf Herter probeert te ‘vangen’ in de fictieve wereld. Hij probeert er achter te komen wie of wat Hitler eigenlijk was. Hitler was geobsedeerd door de Endlösung der Judenfrage. Maar bij Mulisch is dat juist de Endlösung der Hitlerfrage. ~ “Toen de ambassadeur was uitgesproken, zei Herter dat Hitler juist door zijn raadselachtigheid de dominerende figuur was van de 20e eeuw. Stalin en Mao waren ook massamoordenaars, maar die waren niet raadselachtig; daarom was er ook veel en veel minder over hen geschreven. In de wereldgeschiedenis waren er tallozen geweest zoals zij, en zij waren er nog steeds en zouden er altijd zijn, maar zoals Hitler was alleen Hitler geweest. Misschien was hij wel de raadselachtigste mens aller tijden. Daarom ook had het nationaal-socialisme in feite weinig of niets te maken met het vergelijkenderwijs nogal onbeduidende fascisme van Mussolini of Franco. Het zou toch mooi zijn als bij het afstoten van de twintigste eeuw het laatste woord over hem gesproken kon worden, een soort Endlösung der Hitlerfrage.” (blz. 41-42) 13. Auteur Leven Harry Kurt Victor Mulisch wordt geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Over zijn eigen geboorte zegt hij: 'Op vrijdag 29 juli werd ik, negen pond zwaar, uit de Stille Oceaan opgevist. Die zelfde dag kwam de Vesuvius plotseling in verhevigde werking, maar de kranten vermeldden niet of dat kwam door mijn geboorte of door Mussolini, die ook die dag zijn verjaardag vierde'. Mulisch is de enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch en Alice Schwarz. Zijn vader komt uit het toenmalige Oostenrijk-Hongarije (nu: Jablonec in Tsjechië). Na de Eerste Wereldoorlog is hij naar Nederland geëmigreerd. Zijn moeder is joods, geboren in Antwerpen. Hoewel er thuis Duits wordt gesproken, wordt hij opgevoed met Nederlands. In 1936 scheiden zijn ouders, zijn moeder verhuist naar Amsterdam en Mulisch wordt vooral opgevoed door de huishoudster Frieda Falk. Hij gaat na de lagere school (1933-1939) naar het Christelijk Lyceum in Haarlem. Tijdens de oorlog werkt zijn vader bij de collaborerende bank Lippmann-Rosenthal&Co en in deze positie kan hij zijn zoon en ex-vrouw beschermen tegen deportatie. In zijn middelbare schooljaren raakt Mulisch in de ban van de wetenschap. Hij richt een laboratorium in voor zijn experimenten, geïnspireerd door het jeugdboek De avonturen van Bram Vingerling van Leonard Roggeveen. Deze hobby gaat ten koste van zijn schoolprestaties: hij zakt voor zijn overgangstentamen in 1944 en gaat van school. Na de oorlog wordt vader Mulisch tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn baan bij Lippmann-Rosenthal & Co. Zijn moeder emigreert naar Amerika. Mulisch' belangstelling verschuift meer en meer van de wetenschap naar de kunst. Hij tekent veel en schrijft in 1946 het verhaal Mijn kamer, dat in 1947 gepubliceerd wordt in het tijschrift Elsevier. Daarnaast begint hij met het lezen van grote schrijvers als Multatuli en Dostojevski, gaat toneelspelen en treedt op in een operette. Vanaf 1949 richt hij zich volledig op het schrijven. Zijn vader overlijdt in 1957. In 1958 verhuist Mulisch naar Amsterdam. In datzelfde jaar wordt hij lid van de redactie van het tijdschrift Podium. Hij is ook redacteur van Randstad en tot 1990 van het bekende literaire tijdschrift De Gids. In de zestiger jaren toont hij zich sterk betrokken bij de nieuwe maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Hij voelt zich aangetrokken tot een communistische staat als het Cuba van Fidel Castro. In 1971 trouwt Mulisch met Sjoerdje Woudenberg. Met haar krijgt hij twee kinderen. In 1992 wordt er nog een zoon geboren uit een verhouding met een nieuwe partner. Op zijn vijftigste verjaardag wordt Mulisch benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1992, bij het uitreiken van het eerste exemplaar van De Ontdekking van de Hemel, volgt een bevordering tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Van de gemeente Amsterdam ontvangt Mulisch de zilveren eremedaille. Werk Het werk van Mulisch vertoont ondanks zijn omvang en variatie toch een duidelijke samenhang. Zijn afzonderlijke boeken vormen als het ware bouwstenen voor een coherent geheel. In zijn essaybundel Voer voor Psychologen (1961) formuleert hij zijn opvatting over het schrijverschap: 'Het oeuvre van een schrijver is, of behoort te zijn, een totaliteit, één groot organisme, waarin elk onderdeel met alle andere verbonden is door ontelbare draden, zenuwen, spieren, strengen, en kanalen (…), raakt men het ergens aan, ergens anders reageert het'. Er is een ontwikkeling aan te geven binnen dit omvangrijke oeuvre. In de beginperiode wordt in de boeken het alledaagse verbonden met magische en mythologische elementen. Mulisch heeft in deze periode een intense belangstelling voor occulte en alchemistische opvattingen. Dit brengt voor de schrijver een aantal vertelkarakteristieken met zich mee als getallensymboliek, naamsymboliek, synesthesie, paradox. In de periode die volgt wordt het aspect van vernietiging, dat in de eerste periode zijn aanzet vond, uitvergroot. Personages klimmen tot op grote hoogte maar het einde van het verhaal betekent ook voor hen het noodlot. De geschiedenis en de Griekse mythologie worden vermengd, toch lopen realiteit en fictie meer door elkaar dan in vroeger werk. In zijn latere werk komt de realiteit meer op de voorgrond te staan. De persoon van de schrijver zelf en zijn maatschappelijke betrokkenheid staan centraal. In deze periode schrijft hij uitsluitend non-fictie: essays als De zaak 40/61 (1962) over het proces tegen oorlogsmisdadiger Eichmann. In de laatste fase van zijn werk keert Mulisch in zijn thema's weer terug bij de verbeelding, hoewel de persoon van de schrijver en zijn literaire werk regelmatig prominent aanwezig zijn. Opvallend hierin is de opkomst van Mulisch als dichter. Van 1973 tot 1978 publiceert hij maar liefst zes dichtbundels. In zijn proza valt op dat zijn schrijfstijl beheerster, strakker wordt. Hij lijkt zich bewust te richten op de verwerking van antieke mythen. Over al zijn werk kan gezegd worden dat het wordt gedomineerd door een magisch -mythische levensfilosofie. Zijn romans zijn niet realistisch in de traditionele zin van het woord. Veelal zijn de verhalen in eerste instantie heel werkelijk en vertonen ze naar verloop van tijd steeds meer fictionele trekken. Veel van zijn werk heeft autobiografische trekken maar het is altijd verweven met fictie. Thema's die terugkomen zijn de relatie tussen het alledaagse en het goddelijke en de Oedipus-mythe. Ook kan het thema van de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid nog genoemd worden. Meestal wordt dit behandeld in relatie tot het onderwerp waarvoor in Mulisch' werk een belangrijke centrale positie is weggelegd: de Tweede Wereldoorlog. In Siegfried beschrijft Mulisch zijn eigen dood. Herter is net als Mulisch een bekende Nederlandse schrijver van 72 jaar oud. Herter heeft net het boek: Uitvinding van de Liefde geschreven, terwijl Mulisch het boek: Ontdekking van de hemel op zijn naam heeft staan. Ook heeft Mulisch een dienstbode die Julia heet. Bibliografie Poëzie - Woorden, woorden, woorden, 1952 - De vogels,1974 - Tegenlicht, 1975 - Kind en Kraai, 1975 - De wijn is drinkbaar dank zij het glas, 1976 - Wat poëzie is, 1978 - De taal is een ei, 1979 - Opus Gran, 1982 - Egyptisch, 1983 - De gedichten 1974-1983, 1987 Romans - Archiblad strohalm, 1952 - De diamant, 1954 - Het zwarte licht, 1956 - Het stenen bruidsbed, 1959 - De verteller, 1970 - Twee vrouwen, 1975 - De Aanslag, 1982 - Hoogst tijd, 1985 - De pupil, 1987 - De elementen, 1988 - De ontdekking van de hemel, 1992 - De Procedure, 1999 Verhalen - De kamer, 1947 - Tussen hamer en aanbeeld, 1952 - Chantage op het leven, 1953 - De sprong der paarden en de zoete zee, 1955 - Het mirakel, 1955 - De versierde mens, 1957 - Paralipomena Orphica, 1970 - De grens, 1976 - Oude lucht, 1977 - De verhalen 1947-1977, 1977 - De gezochte spiegel, 1983 - Het beeld en de klok, 1989 - Voorval, 1989 - Vijf fabels, 1995 - Het theater, de brief en de waarheid, 2000 Theater - Tancht elijn, 1960 - De knop, 1960 - Reconstructie, 1969 - Oidipous Oidipous, 1972 - Bezoekuur, 1974 - Volk en vaderliefde, 1975 - Axel, 1977 - Theater 1960-1977, 1988 Studie, tijdsgeschiedenis, autobiografie, etc: - Manifesten, 1958 - Voer voor psychologen, 1961 - De zaak 40/61, 1962 - Bericht aan de rattenkoning, 1966 - Wenken voor de Jongste Dag, 1967 - Het woord bij de daad, 1968 - Over de affaire Padilla, 1971 - De Verteller verteld, 1971 - Soep lepelen met een vork, 1972 - De toekomst van gisteren, 1972 - Het seksuele bolwerk, 1973 - Mijn getijdenboek, 1975 - Het ironische van de ironie, 1976 - Paniek der onschuld, 1979 - De compositie van de wereld, 1980 - De mythische formule, 1981 - Het boek, 1984 - Wij uiten wat wij voelen, niet wat past, 1984 - Het Ene, 1984 - Aan het woord, 1986 - Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap, 1987 - Het licht, 1988 - De zuilen van Hercules, 1990 - Op de drempel van de geschiedenis, 1992 - Een spookgeschiedenis, 1993 - Twee opgravingen, 1994 - Bij gelegenheid, 1995 - Zeilespiegel, 1997 - Het zevende land, 1998 14. Recensie: De Groene Amsterdammer van 17-2-2001 Harry, Herter, Hitler Mulisch' vondst om Hitler te definiëren als het Niets is vernuftig en vindingrijk. Het is alleen verduiveld jammer voor de miljoenen slachtoffers. — door Theun de Vries Met enige beheerste fanfare heeft de nieuwe roman van Harry Mulisch, Siegfried: Een zwarte idylle, zijn intrede gedaan in het domein van de Nederlandse letteren waar altijd meer bij kan. Het is een roman waarvan over de inhoud geen eensluidend oordeel kan worden geveld: het werk valt in afzonderlijk te beoordelen onderdelen uiteen. Onze vaderlandse recensenten zijn te vaak gewend om boeken in 't algemeen één kwalificatie mee te geven; Mulisch althans kan zich niet beklagen over onwelwillendheid in dit opzicht. Siegfried verdient naar mijn mening een andere benadering, al kan men om te beginnen vaststellen dat het een interessante roman is. Deze zwevende omschrijving vraagt echter wel om een nadere analyse. De schrijver heeft het aangedurfd een definitief oordeel te vormen over de persoon (of on-persoon), het wezen (of on-wezen) van Duitslands door de voorzienigheid gezonden leidsman uit de jaren 1933-1945. Wat aan die twaalf jaren voorafgaat, is voor het begrip van Adolf Hitler niet te verwaarlozen, maar Mulisch bepaalt zich tot de periode van de onbeperkte machtsuitoefening door de nazi's, en dan vooral door hun voorman die het merk van zijn klauw op het Duitse volk en vervolgens op Europa heeft gezet — de jaren waarin de eigenlijke identiteit van de Führer op gruwelijke wijze aan het licht trad. Gedurfd is het pogen om — zoals dat bij de publicatie van menige in onze tijd geschreven biografie vaak gebeurt — een karakteristiek te geven die zich definitief wenst te noemen. Immers, waar gaat het hier om? Mulisch' protagonist in Siegfried is de Nederlandse, ook internationaal befaamde, gevierde, vertaalde, verfilmde en op ambassadeursniveau verkerende auteur Rudolf Herter — blijkbaar moet zijn naam een zekere assonantie hebben met die van Hitler. Hij is gefascineerd door het verschijnsel waaraan de naam Adolf Hitler is gekoppeld, het verschijnsel van Iets, om in de gedachtegang van Mulisch te blijven. Zoals menige schrijver in de gewelddadige twintigste eeuw kent ook deze Herter het diepzittende verlangen om zich te meten met dat fenomeen, het in zijn ware dimensies te peilen en daarmee afdoende te definiëren. Dit procédé wordt door Mulisch opgevat als een soort afrekening: Herter komt inderdaad, dankzij een rusteloos dóórdenken en een gelukkig toeval dat hem samenbrengt met twee van de intiemste Hitler-getuigen, tot een «laatste woord» over Duitslands maximale oorlogsmisdadiger. Een «laatste woord», waarvan het vinden de auteur Mulisch grote voldoening moet hebben verschaft en waarbij hij het besef moet hebben gehad dat hij een raadsel van de moderne wereldgeschiedenis heeft ontraadseld: een «laatste woord» waar de hele roman om draait. Immers, het is opvallend dat al wat in deze roman buiten het streven van Rudolf Herter valt om Hitler te grijpen en aldus te verslaan, nauwelijks behoort tot wat wij onder literatuur plegen te verstaan. Literatuur is wat literair is, en literair is wat ons in een geschreven werk pakt, meesleept en overtuigt, dat wat voorgoed een deel blijft van onze fantasie- en herinneringswereld. Uit dien hoofde noem ik de eerste zestig bladzijden van Siegfried gelegenheids- of ook mededelings-schriftuur die geur- en kleurloos op ons afkomt en weer wegglijdt. Deze zestig bladzijden vormen de aanloop tot Herters ontdekking aangaande Hitler, maar het is voor de stoute sprong die volgt wel een wat vertraagde aanloop. Men heeft mij willen verzekeren dat het hier om een ironisch zelfportret van Mulisch zou gaan, maar ik moet dan wel zeggen dat het een ironie betreft waar de rek uit is. Dat verandert echter, en wel zeer ten goede. Het is verwonderlijk om vast te stellen hoe Mulisch' stijl, wanneer het om de definitieve afrekening met Hitler gaat, aan sonoriteit en echtheid wint. Men ervaart dat Mulisch dan eigenlijk pas zijn authentieke geluid laat horen. Men hóórt hem spreken door de mond van de betogende Rudolf Herter, die zijn vriendin Marie uitlegt hoe het nu wezenlijk met dat Hitler-fenomeen is gesteld. Hier is Mulisch op z'n best, deels detective, deels profeet of als men wil paragnost. Hij heeft zich met respectabele intelligentie vastgewroet in de mollengangen van de Duitse filosofie en daaruit de merkwaardige constructie aan het licht gebracht die Adolf Hitler kenschetst als de niet-toevallige, niet uit de modder van de grote stad opgeklommen intrigant-samenzweerder die zich door sinistere politieke praktijken omhoogwerkte tot dictator over een heel volk (en weldra over een werelddeel) en ten slotte tot massamoordenaar. Het is veel erger. Adolf Hitler belichaamt (of belichaamt eigenlijk niet, maar is) het Niets, een godsgruwelijk negatiebeginsel, een filosofisch en zelfs theologisch niet meer te duiden horrendum, een «zwart gat» dat men alleen nog kan benaderen in bewoordingen, ontleend aan het befaamde geschrift Das Heilige (eerste druk 1917) van de Duitse theoloog Rudolf Otto: een grondeloos, numineus en schrikwekkend mysterie. Mulisch komt aldus, van Kant op Schopenhauer op Nietzsche overstappend (met een schuine blik naar Wagner, de antisemiet) tot zijn «laatste woord» over het Hitler-fenomeen. De citaten (Duits) uit genoemde filosofen, met wat Heidegger en Sartre als toegift, zijn met scherpe blik gekozen, en dat niet als min of meer toepasselijke uitspraken, maar als ieder toeval te buiten gaande, tot in het mystieke en occulte zwemende merktekens van een historische onafwendbaarheid. Het is Mulisch' ontdekking die hij Herter in een uitvoerig en sluitend betoog in de mond legt — een betoog waarin Hitler ten slotte wordt omschreven als «het Totaal Andere, het geïncarneerde nietigende Niets, de wandelende Singulariteit, die noodgedwongen alleen zichtbaar kan worden als een masker». Mulisch' vondst is niet alledaags en levert hem wat vernuft en vindingrijkheid betreft een hoog cijfer op. Het is alleen verduiveld jammer voor de miljoenen slachtoffers van deze singulariteit, de joden en hun kinderen, de zigeuners, de soldaten en verzetsstrijders, om van een paar miljoen burgers te zwijgen, dat zij hun leven hebben moeten offeren op het altaar van deze onderwereldgod, die zich bij zijn leven minder als een ontologisch onachterhaalbaar verschijnsel heeft gedragen dan als een krankzinnige mensenverdelger. In dat opzicht moet men Mulisch de vraag stellen of er niet een element van verfijnde Spielerei in zijn hele Hitler-definitie steekt: waar blijft Herters afrekening met het misdrijf als het misdrijf reeds heeft plaatsgevonden? Knap is het laatste deel van de roman, het «dagboek van Eva Braun», vanwege het realiteitseffect waarschijnlijk cursief gedrukt. Hier hebben wij te maken met een min of meer reële vrouwenfiguur, al is de hysterie niet afwezig. Dit ongelukkige schepsel (zijzelf vindt haar persoonlijk offer en het bunkerhuwelijk met haar «Adi» heerlijk) is volgens de roman in 1938 de moeder geworden van Hitlers zoon. Hoe zou die anders kunnen heten dan Siegfried? Omdat alle Duitse vrouwen een kind willen van Hitler en uit een soort nazi-victorianisme is Eva's zwangerschap en de geboorte van Siegfried aan Eva ontnomen en overgedragen op een nazi-echtpaar, Hitlers huishouders in Berchtes gaden, Ullrich en Julia Falk. Het is dit paar, dat na enkele decennia in een Weens oudedagstehuis (Eben Haëzer = steen der hulpe!) is terechtgekomen, en nu in sindsdien verkregen democratische, althans antifascistische gemoedsstemming de te hulp geroepen befaamde Nederlandse auteur het geheim van de Hitler-zoon wenst mee te delen. En niet slechts het geheim van Siegfrieds geboorte, maar ook dat van zijn dood: want wanneer SS-hoofdman Heinrich Himmler de geboorteregisters van de familie Braun heeft laten vervalsen, en het Germaanse knaapje voor een achtste joods bloed in de aderen zou hebben, geeft de Führer het bevel zijn zoon te laten doden. Deze kindermoord is maar een onderdeeltje van de algehele Götterdämmerung die zich vervolgens rondom en met Eva Braun in Hitlers laatste bunker voltrekt. Onder Mulisch' schrijvershanden krijgt de zwarte idylle vorm, en gaat wat wij al wisten, en wat Mulisch ons er bij vertelt, bij het machtig brullen van de Russische kanonnen ten onder. Siegfried is het symbool geworden van wat een Grote Nihilist met zich meesleurt in de afgrond. Dit laatste overigens tot genoegen van de hedendaagse lezer, die niet vaak genoeg ter kennis kan nemen hoe de grootste veldheer aller tijden zijn kale, gore ondergang heeft gevonden. Het laatste hoofdstuk van Mulisch' roman had er naar verwachting heel anders uit moeten zien: Herter, die de verbijsterde wereld deelgenoot maakt van het door hem ontdekte «laatste woord» over Hitler. Maar nee: Mulisch beschrijft hoe Herter, vlak voor het vliegtuig hem naar Nederland terug zal brengen, in zijn Weense hotelkamer aan een hartstilstand overlijdt, die vergezeld gaat van zonderlinge occulte verschijnselen. Ook hij wordt meegetrokken in het Nihil dat hij heeft ontsluierd. Hij mompelt zelfs nog als gestorvene: «hij... hij... hij is hier.» Wil Mulisch ons symbolisch laten geloven dat Hitler vanuit het dodenrijk nog macht uitoefent? Het is wat te veel van het Duitse Unheimliche. Trouwens, het is een eigenaardigheid van Siegfried dat men, Nederlandse woorden lezende, hier en daar niet kan ontkomen aan de indruk dat men met een Duitse roman te maken heeft. Deze recensie heb ik gevonden op internet Uit; Theun de Vries, De groene Amsterdammer, 17 februari 2001. Samengevatte mening van de recensent: Het is een hele mooie diepe roman, en het is gedurfd van Mulisch om deze stap te wagen, maar het zo verduiveld jammer voor al die miljoenen doden. Mijn mening daarover: Ik ben het juist niet met Theun de Vries eens, Mulisch zet Hitler juist neer als een onmens, hij noemt Hitler het grote ‘Niets’. Mulisch doet juist zijn best om Hitler onmenselijk te doen voorkomen, en het is helemaal niet vervelend voor al die mensen op deze manier, want als Mulisch Hitler nou echt puur als een mens had neergezet, dan was het beledigend geweest. Want dan was hij verslaanbaar geweest, en was de oorlog al eerder afgelopen geweest, maar nu juist doordat Mulisch Hitler verklaart als het grote ‘Niets’ is het duidelijk dat Hitler ongrijpbaar was voor iedereen. Dus nou hoeft niemand zich beledigd of gekrenkt te voelen. IV Mijn mening Dit boek is erg realistisch geschreven. Het is namelijk zo, dat als je het boek aan het lezen bent, je het gevoel hebt of je een autobiografie of waargebeurd verhaal aan het lezen bent. Harry Mulisch heeft er ook verschillende autobiografische elementen van zichzelf in gedaan. Hij is op werkbezoek in Wenen voor zijn dikke boek: ‘de uitvinding van de liefde’, een boek dat meer dan duizend bladzijdes bevat. Deze titel verwijst naar het boek ‘de ontdekking van de hemel’ van Mulisch. Zo zijn er nog meer autobiografische elementen in verwerkt waardoor het lijkt alsof het allemaal echt gebeurd is. Harry Mulisch heeft hier een heel goede beschrijving van gemaakt. Hij heeft zich ontzettend goed in het onderwerp verdiept. Het is ook een erg interessant boek. Mulisch heeft interessante theorieën bijvoorbeeld over Hitler als de vleeswording van het Niets. Dit wordt allemaal in het laatste deel besproken en daarom is dat gedeelte ook een stuk moeilijker. Het boek is niet eenvoudig te begrijpen. Maar niet in de zin van moeilijke teksten. Meneer Falk; de “vader”van Siegfried, moet zijn zoontje van Hitler doden, omdat Hitler heeft ontdekt dat hij joods bloed heeft. Hoewel Falk van Siegfried houdt zoals van zijn eigen zoon, doet hij het toch. Dat vind ik dan onbegrijpelijk, want hij had ook kunnen vluchten. Maar het meest onbegrijpelijke aan dit boek is: hoe heeft Hitler dat allemaal kunnen doen? En Eva Braun steunt hem in alles. Toch vind ik dit boek erg aangenaam om te lezen. Harry Mulisch heeft alles zo leesbaar geschreven dat je heel snel door het boek heen leest. Ik kan me het beste inleven in Eva Braun, mede doordat er een hoofdstuk is besteed aan een fragment uit haar dagboek. Zo kun je lezen hoe ze zich voelt en daardoor voel je ook met haar mee. Heel het boek wordt vanuit een hij-perspectief verteld, daardoor kan ik me moeilijk inleven in de rest van de personages. Het is zo knap gebracht dat het heel goed waar gebeurd kan zijn. Ook al is het door Mulisch verzonnen, alles in het boek sluit haarfijn bij elkaar aan. Het karakter van Hitler, waarvan je een deel leert kennen in het boek, past goed bij de verschillende daden die hij heeft gedaan in het boek en in de realiteit. De opbouw is verrassend. Door de inleiding in het verhaal, denk je dat het een verhaal gaat worden over de schrijver. Pas in hoofdstuk 8 van de 19, gaat Herter naar de Falks toe. Dit boek onderscheidt zich van andere verhalen uit de Tweede Wereldoorlog, omdat je in dit boek de gebeurtenissen in WO II eens van de andere kant leest, namelijk die van Hitler zelf. Het is wel een redelijk moeilijk boek. Vooral de theorieën die Herter aan het einde van het boek bedenkt om de 'geest' van Hitler te doorgronden, zijn moeilijk te volgen. Een aanrader voor iedereen die is geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog, maar ook voor mensen die gewoon van een goed boek houden.

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoge waardering

Lyanne van den Bergzeker weten goedZeker Weten Goed
Ilse 8.4
Ruben Heimans 7.7
anoniem3e klas vwo7.9
Lightning 6e klas vwo7.7
Vera 5e klas vwo7.8
Meer verslagen ›

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

3988
 

reacties

 
ik las je uittreksel en was erg blij met de samenvatting en de vele citaten dus wou je ff bedanken. Heel erg bedankt Yorick
door Yorick (reageren) op 14 maart 2005 om 10:19
Bedankt voor je zeer bruikbare boekverslag; zeker een IJzeren Kruis waardig!
door R.L.P.A.van Meerwijk (reageren) op 2 januari 2006 om 13:05
Als je klikt op 'openen in tekstverwerker' (zo is het gemakkelijker aan te duiden waar de fout zit) Kijk naar de laatste zin op de eerste pagina. dan staat er:Op een dag kreeg Herter het bericht dat hij op Hitlers bevel Siegfried moest doden... Het is Falk die dat bevel krijgt en niet Herter... grtz Anaïs
door Anaïs (reageren) op 22 oktober 2006 om 15:15
een samenvatting mag nooit eenuitspraak van een persoon bevatten. Dit mag niet in een samenvatting!
door Docent. (reageren) op 12 oktober 2010 om 17:25
Je ziet het echt dat het zo n zeurdocent is
door Rudolf (reageren) op 16 maart 2011 om 19:39
Nog een fout Bij onderdeel 7, ruimte: ... en in Berlijn, in de Berghof. De Berghof lag op de Obersalzberg http://nl.wikipedia.org/wiki/Berghof Enne, Rudolf, ik zou juist blij zijn met zo'n tip, dan doe je het zelf niet fout.
door Nog zo'n zeurder ;) (reageren) op 26 oktober 2011 om 16:20
super stuk hoor! hartstikke bedankt Thijs
door Thijs (reageren) op 20 maart 2012 om 15:09
In de inleiding hoort het te zijn: "waarom haalt de duivel mij niet? Bij hem is het zeker mooier DAN hier." Omdat het méér is en niet evenveel.
door Daan (reageren) op 10 mei 2012 om 19:41