Ben Claessens

Mahatma Gandhi, Facetten van zij...

Mahatma Gandh... Ben Claessens 1 verslag

Ben Claessens

1997

192

Nederlands

5.5 / 10
  • anoniem
  • NL
  • 2487 woorden
  • 6475 keer
    2 deze maand
  • 13 oktober 2003
De gegevens van het boek

Auteur: Ben Claessens
Titel: Mahatma Gandhi, Facetten van zijn filosofie
Plaats van uitgave: Den Haag
Jaar van uitgave: 1997

Samenvatting van de samenvatting

- Mohandas Karamchad Gandhi is 2 oktober 1869 geboren. Hij is vermoord op 30 januari 1948. India is afhankelijk geworden in 1947. Gandhi leefde voor waarheid en geweldloosheid. Hij experimenteerde met de waarheid. Mensen noemden hem Mahatma, Grote Ziel. En Bapu, Vader.

1. God is de waarheid en de waarheid is God dus alle mensen geloven toch in hetzelfde.
Hij had weinig luxe om zich heen. Hij leefde helemaal volgens zijn gedachten.
De dingen die tellen volgens Gandhi zijn Vrijheid, Zelf beschikking, Waarheid, Tolerantie en Rechtvaardigheid. Hij streefde naar deze dingen voor iedereen.
2.‘ Zelfrealisatie wordt bereikt door doen’ zei Gandhi. Hij praatte weinig en deed veel. Liefde was belangrijk. ‘Waarheid omvat Liefde’. Iedereen moet op zoek naar zijn of haar waarheid. Luisteren naar je innerlijke stem en die volgen is belangrijk.
3. ‘Welzijn’ hoeft niet hetzelfde te zijn als ‘Bezit’. Gandhi vond de mensen te materialistisch. ‘Beschaving’ zien wij als het bezitten van veel dingen en machines. Dat is niet goed. Je moet blij zijn met wat je hebt. Gandhi vond veel mensen hebzuchtig.
De overheid is er om voor de mensen te zorgen en niet om, via de mensen, voor zichzelf te zorgen. Het begrip ‘baas’ is niet goed. Bazen zijn niet beter. Iedereen is gelijk. Macht is niet half zo belangrijk als wijsheid en puurheid.
Iedereen is gelijk. Vrouwen en mannen, armen en rijken. Het kastenstelsel is helemaal verkeerd. Het beoordeelt iemand op zijn afkomst. Dat is niet eerlijk.
Gandhi had het niet op grote, warrige, onoverzichtelijke steden. In dorpen leven de mensen samen en zorgen voor elkaar. Dit is beter.

Gandhi liet zien dat zijn idealen niet onwerkelijk waren. Hij leefde er zelf naar.
4. Gandhi heeft heel veel gedaan om de ruzies tussen de Hindoes en de Moslims te stoppen. Hij zei: ‘Iedereen gelooft in God, alleen op allemaal andere manieren.’ Daar komt ruzie om. Het is ook niet goed om mensen proberen te bekeren. Mensen moeten geloven wat ze willen en dat zelf uit kunnen maken. Niet beïnvloed of gedwongen worden.
God is leven, waarheid en licht. God is geduldig -anders zou de aarde allang niet meer bestaan. God eren is de mensheid eren. God was Gandhi’s motivatie.
Gandhi denkt geweldloos. Hij wil dat geweld niet bestreden wordt met nog meer geweld maar dat de geweldplegers inzien dat ze verkeerd bezig zijn. Als je geweld met liefde beantwoord roei je het uit. Situatie: Idiers lopen naar Britten toe. Ze worden neergeslagen. Ze doen niets terug. De volgende rij Indiers. Hetzelfde herhaalt zich. Na een tijdje snappen die Britten niet meer waarom ze op de Indiers inslaan. Ze zien in dat ze verkeerd bezig waren. Liefde is ontzettend belangrijk. Liefde voor alles om je heen. Dus ook liefde voor mensen die iets anders geloven dan jij.
5. De mensen moeten zich inzetten voor hun idealen. Inzetten voor jezelf om meer respect te verwerven of voor je land om onafhankelijk te worden. Je moet je innerlijke stem volgen. Die geeft je moed om te doen wat je wil. Gandhi heeft geprobeerd te stimuleren dat de mensen hun persoonlijke krachten bundelen. Want als je ergens maar genoeg van overtuigd bent is het niet meer onmogelijk om iets te bereiken.
6. Gandhi vond dat je leven niet van jou was. Dat je voor en met de andere mensen moest leven. Het is belangrijk dat je je denkwijze voortzet in je manier van handelen. Ook in de politiek. Dat de regering met het volk moet leven en niet erboven.
De Britten namen Gandhi niet echt serieus. Ze wilden niet met hem samenwerken. Ze begrepen hem ook niet.
De zoutwinning was een Britse monopolie. Gandhi zag niet in waarom de Engelsen alleen recht hadden op het zout aan de kust. Hij heeft een Zoutmars gehouden in 1930. Duizenden mensen waren er getuige van dat hij een hand zout van het strand pakte. En zo tegen de Britten inging door zich gewoon niet aan de regels te houden.
Gandhi had een hekel aan macht(-smisbruik)en een hekel aan geweld. De regering (Britten) moest wat doen aan geweld en armoede.
Gandhi probeerde religie en politiek te koppelen. Want het geloof bepaalt hoe mensen denken en dat is weer belangrijk voor de politiek.
7. Leiderschap is een hele moeilijke taak en niet iedereen kan die goed doen. Het is zo moeilijk omdat je mensen moet helpen. En je moet dan niet alleen keuzen maken voor jezelf maar ook voor andere mensen.
Ministers en andere leiders moeten het goede voorbeeld geven. Ze moeten goede dingen doen voor de mensen. Het volk moet kunnen vertrouwen op zijn leiders. Leiders moeten eerlijk zijn en volgens de waarheid leven. Ze moeten oplossingen vinden voor de problemen die er leven onder de mensen die zij leiden. Gandhi zei, dacht en deed hetzelfde. Dat moest ook in de politiek. Gandhi wilde niet als een ‘groot leider’ gezien worden.
8. Geweldloosheid was iets heel belangrijks voor Gandhi. Hij vertelde de mensen erover. Hij wilde dat iedereen bewust voor geweldloosheid zou kiezen. Omdat hij er innig van overtuigd was dat dat grote verbeteringen zou opleveren. Hij begreep niet goed hoe mensen elkaar echt naar het leven konden staan. Hij leefde geweldloos en probeerde miljoenen mensen te leren dit ook te doen. Eigenlijk moet je jezelf verantwoorden aan je geweten. Het lijkt of veel mensen dat niet meer durven.
In 1906 werd er door de Britten een nieuwe wet ingevoerd. Hierin stond dat de Indiërs een paspoort met een vingerafdruk bij zich moest hebben en dit altijd aan een Engelse moesten kunnen laten zien. Zij moesten zich verantwoorden om rond te lopen in hun eigen land. Gandhi was hier heel erg tegen en hij riep op tot nationale, individuele, ongehoorzaamheid. Mensen mochten hier niet aan toegeven. Gandhi wist hier zonder geweld het systeem op zijn gat te krijgen door gewoon niet mee te doen.
9. Gandhi streefde naar een verzorgingsstaat. Waarin de mensen verzekerd zijn van werk(=eten). Het volk kiest zijn vertegenwoordigers in een democratie. India werd Beheerst door Engelsen. Gandhi wilde democratie.
Gandhi wilde dat de mensen voor zichzelf gingen zorgen. De Indiërs kochten Engelse kleren in en gingen naar Engelse scholen. Gandhi kwam hiertegen op. Hij zorgde dat de mensen scholen gingen bouwen en hun eigen kleren weer maakten. Hij heeft in 1922 een grote stapel Engelse kleren in de fik gezet als teken dat ze voor zichzelf gingen zorgen. De producten uit Engeland werden door vele mensen geboycot. Hun eigen scholen en kleren maakten verlaagde de werkeloosheid en bleek zo een goed economisch plan.
Gandhi is niet tegen machines, hij is tegen de manier waarop die gebruikt worden. Ze maken de mensen lui. Het menselijk lichaam is óók een machine. De industrialisatie zorgt voor werkeloosheid en voor verrijking van degenen die het niet meer nodig hebben. Het heeft het verschil tussen arm en rijk alleen vergroot. Hier gebruikt de economie de mens. Net als hoe de mens de natuur gebruikt: We nemen van alles en geven er niets voor terug. Een samenleving die in overvloed leeft put de energie uit.
10. Gandhi wilde als gelijken omgaan met de Britten. Zij niet met hem. Maar Gandhi bleef zich inzetten voor gelijkheid en harmonie in de samenleving. Hij wilde vrede maken tussen de Hindoes en de Moslims, zodat er niet een apart land voor de Moslims hoefde te komen. Gandhi sprak over waarheid, gerechtigheid, liefde, tolerantie, opofferen, eenheid en samenwerking. Maar niet allen tegen aanhangers van verschillende geloven, maar ook tegen de hele arme mensen. Hier deed hij niet aan mee en liet vrouwen (gewoon)overal aan meedoen. Hij vond dat iedereen dezelfde kansen moest hebben. Hij stichtte leefgemeenschappen voor iedereen. Gandhi was het ook helemaal niet eens met het idee dat vrouwen minder zouden zijn dan mannen. De vrouw is de moeder van de man.

11. De onafhankelijkheid waar Gandhi voor streefde kwam in 1947. Hij heeft hiervoor hele lange tijden in de gevangenis doorgebracht. Een grote tegenslag voor Gandhi is dat Pakistan toch gekomen is. Er waren weinig mensen die het idee dat de twee bevolkingsgroepen samen konden leven, met hem deelde.
Hij heeft in zijn leven afstand gedaan van sexuele lust. Dit was omdat hij vond dat het hem teveel energie zou kosten. Hij zag sexuele onthouding ook als het enige geboorte beperkende middel. Voorbehoedmiddelen gaan tegen de natuur in.
Hij zei dat het goede van het boze zou winnen. Hij was op zoek naar de waarheid.
Gandhi werd als held gezien. Hij praatte tegen de mensen over zelf bestuur. En schreef er een groot stuk over. Hij ‘vocht’ tegen de Britten.
Als de mensen vochten ging hij vasten. Hij heeft eens drie dagen achterelkaar niets gegeten omdat de verschillende groepen elkaar dood maakten.
- (De kleinzoon van Gandhi) Rajmohan Gandhi zei: ‘Gandhi was geen heilige. Hij was een mens zoals u en ik.’
Gandhi sprak mensen aan op hun geweten. Mensen voelen zich wel schuldig maar doen niets om de situatie te verbeteren.


Analyse

# Wat heeft Gandhi bereikt met zijn boycot van de Engelsen?


De Indische menses waren afhankelijk van de Britten omdat ze hun spullen nodig hadden. Maar als de Indiers nou hun kleren zelf maken en voor hun eigen scholen zorgen wordt de Engelse import overbodig. En worden de Engelsen overbodig. Gandhi heeft aan de Indiers gevraagd of ze Engelse spullen wilden boycotten.
Gandhi heeft in 1922 met heel veel mensen een grote stapel geïmporteerde kleren in de fik gezet. Deze kleding kwam uit Engeland. Gandhi heeft opgeroepen tot de bouw van eigen scholen. Ook werd er gestaakt bij Engelse werkgevers. De engelsen zagen toen in dat de Indiers niet zo stom waren als ze gedacht hadden en dat die Gandhi nog wel eens lastig zou kunnen worden. (Goed gezien) Gandhi heeft met die stakingen ook bereikt dat de Indiers zelf inzagen dat ze het wel alleen af konden. Na de kledingverbranding werden er ontzettend veel mensen (waaronder Gandhi) gearresteerd.

# Wat was Gandhi’s visie op de Industrialisatie?

Gandhi was tegen Industrialisatie. Hij voorzag dat het eerder werkeloosheid dan werk zou scheppen. Hij vond dat er eerst andere dingen geregeld moesten worden in India. De regering moest aandacht besteden aan de armen of ze moesten iets aan de ongelijkheid doen. Maar niet de rijkere rijker gaan maken ten koste van de arm(er)en. De industrialisatie heeft de ongelijkheid tussen de mensen alleen maar vergroot.

Gandhi zag het menselijk lichaam ook als een machine waar dingen mee gemaakt kunnen worden. Als machines niet op de goede manier gebruikt worden maken ze ons alleen maar lui.
Nehru was president na Gandhi’s dood. Hij heeft heel veel gedaan om de industrialisatie op gang te krijgen. (En hij wist wat Gandhi er over dacht.) Nehru zag het wel als een vooruitgang. ‘Wat de westerse landen hebben kunnen wij ook’ Gandhi zei juist: ‘We zijn net zo arm als onze voor-voor-over-grootouders, we leven met weinig bezit, we werken met dezelfde apparaten, we hebben dezelfde opvoeding. Zo is het toch altijd goed gegaan?’



“Er is genoeg voor alle mensen op de wereld om in leven te blijven. Maar er is niet genoeg voor ieders hebzucht.”
# Gandhi leefde zonder luxe. Waarom?

Gandhi vond luxe overbodig. ‘Welzijn’ hoeft niet hetzelfde te zijn als ‘Bezit’. Gandhi vond de mensen te materialistisch. ‘Beschaving’ zien wij als het bezitten van veel dingen en machines. Dat is niet goed. Je moet blij zijn met wat je hebt. Gandhi vond veel mensen hebzuchtig. Veel machines maken de mens lui. Gandhi vond dat je moet werken. Bezit is alleen om macht en status mee te krijgen. Gandhi ziet eenvoud als iets puurs. Je kan jezelf, je binnenste, niet verbergen achter spullen. Als veel bezit hebt word je afgeleid van waar het om gaat. De waarheid vinden. Puurheid en reinheid zijn belangrijk. Met veel luxe om je heen bederf je jezelf. Je moet je energie en tijd bewaren voor echt belangrijke dingen.

# Bijzondere acties van een eigenwijs mannetje/ Hoe Gandhi de Britten trotseerde.

De zoutwinning was een Britse monopolie. Gandhi zag niet in waarom alleen de Engelsen recht hadden op het zout aan de kust. Hij heeft een Zoutmars gehouden in 1930. Duizenden mensen waren er getuige van dat hij een hand zout van het strand pakte. En zo tegen de Britten inging door zich gewoon niet aan de regels te houden.
In 1906 werd er door de Britten een nieuwe wet ingevoerd. Hierin stond dat de Indiërs een paspoort met een vingerafdruk bij zich moest hebben en dit altijd aan een Engelse moesten kunnen laten zien. Zij moesten zich dus op elk moment kunnen verantwoorden om rond te lopen in hun eigen land. Gandhi was hier heel erg tegen en hij riep op tot nationale, individuele, ongehoorzaamheid. Mensen mochten hier niet aan toegeven. Gandhi wist hier zonder geweld het systeem op zijn gat te krijgen door gewoon niet mee te doen. (en met hem duizenden Indiers.)

Ook heeft hij een keer een nationale staking afgekondigd. Door heel India legden de mensen hun werk neer. Het land lag stil. De treinen en taxi’s reden niet meer, de werknemers bij Britse bedrijven en bazen waren gesopt, de scholen, de kranten ,de telefooncentrales, alles lag stil. De Britten konden niets meer. Zij waren toen opeens even afhankelijk van de Indiers. Gandhi liet zien dat de mensen die hun krachten bundelden heel ver konden komen tegen de paar machtige Engelsen.

# Hoe dacht Gandhi over de liefde?

Liefde is verschrikkelijk belangrijk. Liefde voor alles wat leeft. (ook voor dieren. Gandhi was een overtuigd vegetarier.) ‘Waarheid omvat Liefde’. Iedereen heeft lief. Liefde is een puur, een eerlijk gevoel. Als de mensen liefde voor elkaar koesteren, tolereren ze elkaar en kunne ze samen werken en leven. Liefde verenigd mensen. De liefde voor de natuur of de liefde voor God. Gandhi denkt geweldloos. Hij wil dat geweld niet bestreden wordt met nog meer geweld. Als je geweld met liefde beantwoord roei je het uit. Je kan je voorstellen dat als iemand zonder één kick geweld ondergaat, dan kunnen de ‘aanvallers’ wel door blijven slaan maar ze snappen na een tijdje ook niet meer waar ze in godsnaam mee bezig zijn. Ook liefde voor mensen die iets anders geloven dan jij.

Beoordeling van het boek

Ik vond het een goed boek. Het is duidelijk wat Gandhi dacht en waarom. Ik ben het niet met alles eens maar met het meeste wel. En ik begrijp waarom hij dingen zei en vond. Hij wilde leven voor de mensen en heeft dat ook gedaan. Voor mij is het zo met de dingen die hij zegt, dat ik best zou willen leven zoals hij maar dat dat op de een of andere manier gewoon nu niet meer kan.
Het boek was wel chaotisch. Ook al waren er hoofdstukken die dus een soort grove indeling gaven maar daarin stond nog alles door elkaar. Lastig.
Dit verslag vond ik een ramp. Noch het stencil, noch het klassikale lesje wat we hebben gehad, gaven verheldering. Ik er het beste van gemaakt en ik hoop dat het niet te rampig is.

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

9762
 

reacties

 
waarom schrijven jullie niets over de zandmarkt van ghandi
door leyna ait elkadi el morabti (reageren) op 29 november 2011 om 19:07