Last-minute leren
Geef dit een cijfer
Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.
Greet Beukenkamp
Al het water van de zee
Uitgeverij Sjaloom, Amsterdam 1992
B. Motivatie Boekenkeuze
Ik heb al het water van de zee gekozen omdat het me een erg leuk boek leek. Toen ik de kaft zag en de titel las werd ik nieuwsgierig. Ik werd nog nieuwsgieriger toen ik de samenvatting op de achterkant van het boek las, omdat er staat dat je je voelt alsof je zelf iemand uit het boek bent. Ik wilde weten of dat inderdaad zo was.
C. Eerst persoonlijke reactie
® Ik vind het een origineel boek omdat je bij ieder hoofdstuk het verhaal ziet vanuit een andere personage. Zo zie je het verhaal van verschillende kanten en ga je iedereen beter begrijpen.
® Ik vind het droevig dat het verhaal zo af moet lopen, iedereen voelt zich dan wel schuldig maar er is dan niets meer aan te doen.
® Ik vind het boek ook wel leerzaam omdat je zo ziet wat er kan gebeuren als je iemand pest. Je leert hoeveel pijn je iemand daarmee doet.
® Het is ook wel raar omdat iedereen wel ziet dat er gepest wordt maar niemand doet er iets aan. Maar doordat je iedereen van binnen ziet snap je wel dat ze er niets aan durven te doen omdat ze bang zijn zelf gepest te worden. Van de leraren begrijp je het niet omdat zij niet bang hoeven te zijn zelf gepest te worden.
® Het is vreemd dat de pesters hele gemene dingen uithalen en dan nog geen schuldgevoel hebben en gewoon doorgaan. Op het eind krijgen zelfs niet zoveel spijt als de mensen die hem niet pesten en het gewoon lieten gebeuren.
® Het is heel werkelijk omdat het echt gebeurt zou kunnen zijn. Het is fictie maar het is wel buitengewoon levensecht.
D. Samenvatting van de inhoud
MARJOLEIN stond te denken hoe het zal zijn. Ze stond op de boot naar Terschelling want ze gingen met de hele klas op kamp.Tot nu toe ging alles perfect en leken ze een perfect klasje. Waar bleven Rachida en Natasja eigenlijk? Ze waren drop gaan kopen. Natasja was zo’n beetje verslaafd aan drop. Rachida moest niet denken dat ze zo Natasja in kon palmen. Natasja was haar vriendin. De rust werd ineens verstoort door Daan, Dennis, Ron en Bert. Ze draaiden keiharde muziek. Opeens kwam De Wilde het dek op. ‘Ik dacht, dat we hadden afgesproken, dat we die dingen niet mee zouden nemen,’ zei De Wilde. De jongens liepen weer naar binnen. De Wilde kwam naast Marjolein staan. Marjolein werd rood. Alle meisjes in de klas waren weg van hun leraar Nederlands. Paul de Wilde ging weer weg. Daar kwamen Natasja en Rachida weer aan. Terschelling kwam in zicht.
BERT ging een mooi plekje uitzoeken om zijn tent neer te zetten. Hij liet zijn zak vallen. Prima plek. Daar kwamen Daan en Dennis aan. ‘Hé daar wil ik staan,’riep Daan. Mijn tent is veel te duur om hem in dat hoge, natte gras te zetten. Dus sodemieter op Erwt! Bert voelde zich woedend worden maar hij legde zijn spullen toch ergens anders. Bert begon samen met Ron zijn tent op te zetten. ‘Dat doe je helemaal verkeerd,’zei Dennis,’laat mij het maar doen.’ Hij deed ook altijd alles verkeerd. De leraren waren ook al steeds achter hem aan, aan het jagen. Hij werkte heel hard maar moest toch naar de Mavo . ‘Ivo, zullen wij jou tent even opzetten,’zei Daan. En hij had de tent van Ivo al gepakt. Hij liep naar een plek vlak bij de pomp. Daar ging hij de tent van Ivo opzetten. Toen kwam De Wilde naar hen toe gelopen en vroeg, ‘wat doen jullie nu, die tent staat toch veel te dicht bij de pomp’. De grond was er helemaal nat. De Wilde liep weer weg. Daan zette hem een paar meter verder op. Chris liep naar de pomp en liet het water er hard uitlopen. Hij richtte het water op de tent van Ivo. Ivo kroop in zijn tent en haalde zijn viool eruit. ‘Gelukkig is hij niet nat.’
SIMONE reed mee naar Midsland om boodschappen te doen. Ze voelde zich slaperig. ‘Hier moet het zijn,’zei Paul de Wilde. Hij was hier dus al eens eerder geweest. Toen ze na het boodschappen doen op een terrasje waren gaan zitten vertelde Paul. ‘Zoals jullie begrijpen ben ik hier al vaker geweest. De ouders van mijn verloofde woonde hier. Toen we hier waren had ik een oud volkswagentje. Een voorband klapte … we sloegen over de kop … Nienke werd uit de auto geslingerd… ze was op slag dood. En ik had niets. Na haar begrafenis ben ik hier nooit meer geweest . haar ouders hebben me het nooit vergeven. Ik heb een paar maal op het punt gestaan hen alles te vertellen, maar ik durfde niet. Ik heb hen ook een paar keer een brief geschreven maar daar kwam nooit antwoord op.’ ‘Gaat u in deze week nog bij hen langs’? ‘Nee, het zou alles weer oprakelen.’ Toen we weer naar huis gingen, hing er een gespannen stilte. Ze snapte waarom Paul niet echt stond te trappelen om mee te gaan. Ook omdat het niet echt een fijne klas was. Het was goed dat Paul en Haneman mee waren gegaan. Ze waren de enigen die ze nog een beetje in toom konden houden. Ze dacht weer aan het beeld van de drijfnatte Ivo met zijn viool tegen zich aan gedrukt. Ze had een vaag gevoel van medelijden omhoog voelen komen.
BIRGIT liep samen met Isabel en Linda door het mulle zand. Ze liepen naar het strand. Opeens hoorde ze de stemmen van Daan en Dennis. Ze werd bang. Ze rende naar voren, naar de leraren. Ze gingen even zitten en liepen daarna weer verder. Ze ging weer bij Isabel en Linda lopen toen Daan en Dennis voorbij waren. Ze was blij dat Isabel vriendinnen wilde worden, ook al was ze tweede keus. Toen ze op het strand kwamen begon het donker te worden. Ze gingen een kampvuur maken. En iedereen was bezig om hout te verzamelen. Ze staken het vuur aan nog voor het helemaal donker was. Toen het hout op was ging iedereen weer hout zoeken. Dennis liep met Linda een heel stuk verderop. Plotseling hoorde ze een woedend geroep: ‘Wat moet jij hier eigenlijk?! Ga je grootmoeder begluren. Sodemieter op, vieze homoviool.’ ‘Ik zocht alleen maar hout’, zei Ivo. Dennis schreeuwde : ‘als je je bek hierover open durft te trekken tegen Haneman sla ik hem persoonlijk dicht’.
DENNIS fietste met veel tegenzin naar de bosplaat waar ze een rondleiding zouden krijgen. Ze gingen naar de meeuwenkolonie. Op de grond was het bezaaid met witte veertjes met daartussen kleine kuikentjes. Dennis kreeg van de gids een kuikentje. Het kriebelde in zijn hand. Het kuikentje pikte hem en Dennis zette het weer op de grond. Ze liepen langs een slenk, waar langzaam water inliep. Ivo riep :’De vloed komt, het wordt vloed’! De gids zei dat iedereen moest gaan zitten. Dennis ging aan de rand van de slenk zitten, trok zijn schoenen uit en stak zijn voeten in het water. Opeens kwamen er een heleboel palingen aan gezwommen. ‘Kijk een hoeveel palingen hier zwemmen’, zei Dennis. Patrick wedde dat je ze zo kon pakken als je in het water ging staan. ‘Probeer het dan’, zei Dennis en gaf Patrick een duw. Net genoeg want Patrick viel met een luide plons in het water. Patrick kwam weer boven water en trok ook Dennis het water in. ‘En nou is het afgelopen’, schreeuwde Haneman. Hij trok zijn shirt uit en kreeg een handdoek.
NATASJA had geen zin meer om op Rachida te wachten. Ze gingen zwemmen. Rachida was ook altijd zo sloom. Ze gingen vlak bij Ivo zitten. Toen ze allemaal in het water gingen bleef Ivo zitten. Natasja probeerde hem nog mee te krijgen maar hij zei dat hij het koud had. Toen ze allemaal in het water waren, zag ze Ivo die een paar meter van het water afstond. Ook Dennis en Daan zagen hem staan en probeerden hem nat te spetten. ‘Ophouden, nu’ ,schreeuwde Haneman. Kunnen jullie nu nooit eens normaal doen! Op weg naar de camping begon Marjolein ineens onverwacht tegen Natasja te praten. ‘Ik vind het zielig voor Ivo’. Paul kwam bij hen lopen en wilde weten waar ze het over hadden. ‘Over Ivo’, zei Natasja. ‘We vinden het zielig, voor hem dat hij steeds gepest wordt. Eigenlijk moeten we er gewoon allemaal iets van zeggen. De volgende keer als ze weer zoiets uithalen zeg ik er iets van.’ Oh, had ze weer te snel iets gezegd. Ze moest eens leren haar mond te houden. Maar nu kon ze er niet meer onderuit.
MICHIEL was op de grond gaan zitten. Ze gingen weer eens volleyballen. Er werden groepen gekozen en natuurlijk bleef Ivo als laatste over. Michiel was niet goed in Volleyballen. Opeens kwam de bal naar hem en hij speelde hem mooi over het net. Goed gedaan! Voor het eerst kreeg Michiel een beetje plezier in het spel. Maar toen kwam de bal naar bert toe en speelde hem per ongeluk naar achteren. Daan rende achteruit om de bal te pakken en struikelde daarbij over een van de scheerlijnen van zijn tent. En viel, dwars door het doek van zijn tent. ‘Kijk nou wat je doet’, schreeuwde Michiel.’ Het is niet eens mijn tent, maar die van mijn zus!’ ‘Je krijgt wel een nieuwe tent van me’, zei Daan De schade werd nu even opgelost door een stuk landbouwplastic. De rest van de wedstrijd ging aan Michiel voorbij. Daans brede lijf kwam opeens met een klap tegen de tengere Ivo die zijn gewicht verloor en houvast zocht aan iemand die vlak bij hem stond. Linda. ‘Hé, blijf van mijn borsten af’, schreeuwde ze. Geschrokken sprong Ivo opzij. ‘Het ging per ongeluk, sorry’, zei hij. Hij liep met een wit vertrokken gezicht richting zijn tent. Natasja stond op en zei: ‘Ik vind jullie gemeen, jullie moeten altijd Ivo hebben’. Ze moest huilen en liep met Marjolein terug naar de tent.
RACHIDA liep naar de dijk. Ze gingen wadlopen. Ze vond het eng, dadelijk kwam er ineens vloed op en verdronken ze. Ze had gedroomd. Zou ze het vertellen? Ze ging naar Natasja toe en vertelde haar droom. ‘We liepen over het strand en ineens kwamen er een heleboel meeuwen aan. Ze vielen allemaal één duif aan die was al snel dood. Heel de zee werd rood van het bloed. Opeens waren we op de camping en er kwam een hoge, rode golf aan. Ik riep iedereen en probeerde het water tegen te houden wat natuurlijk niet ging. Toen werd ik wakker.’ ‘Het zal wel niets betekenen’,zei Natasja. Maar Rachida was daar niet helemaal zeker van. Paul riep dat ze weer terug gingen naar het strand. Toen er waren wees Rachida, Paul de vijf jongens die nog op het wat waren. Het water begon al te stijgen. Rachida dacht aan haar droom. Paul ging de jongens halen en liep schreeuwend naar het toe. Ze kwamen helemaal nat terug op het strand. ‘Als De Wilde jullie niet was komen halen waren jullie verdronken, denk nou toch eens na’! Haneman ging flink tegen ze tekeer.
PATRICK had zich gedoucht en ging naar de eetzaal. Ze waren spelletjes aan het doen. Daar had hij nou echt geen zin in. Hij ging naar buiten en zag Daan en Dennis naar de tent van Ivo lopen. Ze gingen tegen zijn tent aan plassen! Patrick rende naar voren en schold hen uit. Ivo kwam uit zijn tent gekropen. Daan en Dennis waren naar het toiletgebouw gelopen. Natasja kwam naar buiten en ging snel naar de wc en deed de deur op slot. ‘Zeg, zoiets als vanmiddag flik je niet nog eens hè’, zei Dennis. Ze verdwenen naar binnen. Patrick had geen zin om naar binnen te gaan en ging naar de zee. Het was stil. Hij ging zitten. Opeens voelde hij een hand op zijn schouder. Het was Paul. ‘Zeg, wil je in het vervolg even zeggen waar je heen gaat’. ‘O, sorry, ik dacht niet dat iemand mij zou missen.
LINDA sprong van haar fiets. Ze waren dat hele eind naar West gefietst. Ze mochten in het dorp rondlopen en inkopen doen. Ze ging met Dennis en Daan mee. In een winkel stond Ivo voor de toonbank. Toen hij even later naar buiten kwam zei Daan: ‘Lekker kippie hè! Ben je op meidenjacht, homoviool. Nou wij zijn ook op jacht hoor, op sprinkhanenjacht!’ Ivo liep weg. Daan en Dennis rende achter Ivo aan. Linda liep gewoon verder. Toen ze Ivo zag staan, zag ze de angst in zijn ogen. Ze kreeg medelijden met hem, waarom deden ze dit eigenlijk? Op de trap bij de VVV zag ze Daan en Dennis zitten. ‘We hebben de banden van die sprinkhaan leeg laten lopen, heeft hij straks iets te doen’. Linda had dorst en ging op het terrasje zitten waar ook de leraren zaten. Ze hoorde Paul tegen de moeder van Nicolet zeggen dat hij de ouders van Nienke had gezien. Ze stonden meteen stil. De vader van Nienke wilde doorlopen, maar haar moeder had tranen in haar ogen en wilde naar me toekomen. Linda had Simone wel een kletsverhaal horen vertellen, maar ze ging er niet op in. Ze pakten allemaal hun fiets en ze hoorde Arno zeggen: ‘shit, allebei mijn banden staan leeg’. Daan en Dennis hadden dus mooi van de verkeerde fiets de banden leeg laten lopen.
CHARLOTTE was blij dat ze op het strand waren. Ze was gaan liggen, net als de rest van de klas. Iedereen was moe. Toen ze wakker werd had iedereen al gegeten. Ze liep naar de tas met brood, tegelijk met Ivo. Ze pakte het pakje met haar eigen naam. Er zat nog een pakje in maar die was van Arno.’Waar is die van mij’? Vroeg Ivo. Ze zag hou alle kleur uit zijn gezicht vertrok. Met een hoge stem viel Ivo tegen Dennis en Daan uit. ‘Hebben jullie mijn brood soms weer gepikt? Ik ken jullie, de vorige keer hebben jullie mijn brood ook al afgepakt.’ Haneman was naar Ivo toegelopen en vroeg hoe het nu eigenlijk zat. ‘Mijn brood zit niet meer in de tas, alleen die van Arno’. ‘Dat kan niet’,zegt Arno, ‘ik heb mijn brood al op. Ik vond al dat het weinig was. Dus dat brood is dus van mij.’ ‘Nee’, schreeuwde Ivo en liep gelijk met Arno naar de tas. Arno pakte naar het brood, maar Ivo maaide met zijn arm door de lucht. Arno had een bloedneus. Ivo was zelf ook geschrokken. Haneman gaf hem zijn brood en Ivo liep naar zijn handdoek. Tom en Marc hadden een kuil gegraven. Toen Ivo was gaan zwemmen pakte Ron Ivo’s kleren en gooide ze in de kuil. Ze gooiden de kuil met zand dicht. Toen Ivo terugkwam was hij zijn kleren kwijt. Charlotte ging naar Paul en vertelde waar de kleren lagen. Paul haalden de kleren een voor een uit de kuil. ‘Als we dadelijk terug zijn op de camping wil ik even met jullie praten’, zei Paul tegen de vijf jongens.
IVO was in de keuken. De moeder van Nicolet had gevraagd of hij wilde helpen. Ivo moest tomaten snijden. Paul kwam binnen en zei dat het gesprek met de jongens niet leek te helpen, het dringt niet door tot die jongens. Dat had Ivo van te voren wel kunnen vertellen. Hè, heb ik me ook nog gesneden. Nicolets moeder drukte een stuk keukenpapier op de wond. Ze ging Ivo verbinden. Paul was somber. Hij zag er tegenop om naar de ouders van Nienke te gaan. Hij belde naar ze om een afspraak te maken. Ze waren blij dat hij belde.
DAAN had net een nieuw rolletje in zijn fototoestel gedaan. Hij maakte een foto van Chris. Het scherpe licht verblinde Chris. ‘Kun je me voortaan niet even waarschuwen’! Wacht maar tot ik jullie allemaal naakt onder de douche fotografeer. Ze liepen samen naar de tent van Bert, toen Chris een idee kreeg. ‘Jij had het net toch over iemand fotograferen in zijn nakie. Als we nou eens een foto maken van die sprinkhaan als hij aan het plassen is.’ ‘Hoe wil je dat dan doen?’ ‘Hij gaat altijd pas naar de wc als iedereen is geweest. Als iedereen is geweest doen wij de wc’s op slot en dan moet hij wel in de bosjes. Wij gaan dan in de bosjes zitten en we nemen een foto van hem. Als het lukt vergroten we hem tot posterformaat en hangen hem in de aula.’ ‘Chris, hoe kom je op het idee?’ Daan en Dennis gingen in de bosjes zitten. Nu alleen nog maar wachten. Na lang wachten kwam Ivo uit zijn tent en liep naar het toiletgebouw. Er klonk gerammel aan een deur en even later aan een andere. Hij liep weer naar zijn tent en ging naar binnen. Even later kwam Ivo weer naar buiten en liep recht op de plek af waar ze zaten. Daan hief voorzichtig zijn fototoestel. Ze hoorden hoe Ivo zijn gulp open deed en Daan drukte af. Het leek een eeuwigheid te duren voordat Ivo in beweging kwam.
INGRID stond te wachten op de gids die hen zou rondleiden in de eendenkooi. Eerst werd er wat uitgelegd in het kooikerhuisje. Toen iedereen naar buiten ging volgde ze langzaam. Ivo en Rachida liepen achter haar. Dennis riep dat ze door moest lopen en toen ze net buiten was deden Dennis en Daan het kooikerhuisje op slot. Ze liep door en wilde het tegen Haneman zeggen. Daan botste tegen haar op en zei dat ze het niet moest wagen. Ze sloop steeds verder naar voren en keek om of ze Daan of Dennis zag. Snel zei ze tegen De Wilde dat Ivo en Rachida opgesloten waren. Paul vroeg de sleutel aan de gids en ging naar het kooikerhuisje. De jongens liepen met de hoofden bij elkaar en schenen druk te overleggen. Ingrid ging dicht bij Nicolets moeder lopen. Paul kwam met Ivo en Rachida aangelopen. ‘Wie heeft dit gedaan?’ Niemand gaf antwoord. Opeens stapte Rachida naar voren. ‘Dus jij was het die de deur dichthield,’schreeuwde ze woedend tegen Dennis, terwijl ze op hem afstormde en hem in zijn gezicht krabde.’Zo lossen we dit niet op’, zei Paul. Maar Rachida gaf Dennis een duw en Dennis viel in het water. Arno was de eerste die begon te lachen. De rest volgde.
RON zette zijn fiets weg. Hij was net zo lief op de camping gebleven. De preek van De Wilde viel eigenlijk wel mee, net of het hem niet zo veel kon schelen. Ron ging samen met Dennis zwemmen. Ivo was ook in het water en Ron kwam op het idee hem te laten schrikken. Ron ging zo zacht mogelijk naar hem toe en ging heel zacht onder water. Hij zag opeens de witte benen van Ivo. Hij pakte zijn benen en trok ze naar achteren. Opeens voelde hij hoe er iets met een klap op zijn rug kwam. Hij worstelde zich eronder uit. Hoestend en naar lucht happend kwam hij weer boven. Ivo zei dat het hem speet en dat hij er niets aan kon doen. ‘Ja dat zal wel,’antwoordde Ron ‘ga jij nou maar lekker zwemmen.’ Toen hij weer op het strand was, zag hij hoe Ivo de meeuwen zat te voeren. Dacht hij dat het ging onweren. Maar toen kwam er een boos vermoeden in hem op. Het was meeuwenpoep. Boos veegde hij het af aan zijn handdoek. Wat een troep. Hij wees boos naar Ivo. Hij moest zo nodig die meeuwen voeren. Dennis liep met Ron’s handdoek naar Ivo. ‘Zorg jij maar dat dit eruit gaat.’ Ivo schudde zijn hoofd. Dennis liep terug. ‘Hij verdomd het’. Dennis pakte Ivo’s schoen en smeet hem met een boog in zee. Nicolets moeder kwam naar Dennis gelopen. ‘Haal onmiddellijk die schoen uit het water’. Met tegenzin haalde hij de schoen uit het water en gaf hem terug aan Ivo. Het begon de onweren. Iedereen verzamelde zijn spullen en ging terug naar de camping.
JEFFREY hing zijn doorweekte kleren aan een van de lijnen die in de eetzaal waren opgehangen. Iedereen had droge kleren aangetrokken en ging een spelletje doen. Ivo kwam binnen met zijn vioolkist. Anders zou hij misschien nat worden. Plotseling zei mevrouw Schol : ‘wat leuk! Heb jij je viool meegebracht, speel eens een stukje.’ ‘Nee’ zei Ivo maar mevrouw Schol drong erop aan. En Ivo begon te spelen. Daan, Dennis, Bert en Chris liepen met hun vingers in hun oren naar buiten. Ron durfde er blijkbaar niet achteraan. De begeleiders begonnen hard te klappen en de rest volgde flauw. Toen kwam Ingrid binnen met tranen in haar ogen. Ze begon te praten met Natasja en Marjolein. Jeffrey ving alleen de namen Daan en Dennis op. Jeffrey wilde naar buiten en omdat Arno niet meeging, ging hij maar alleen.
CHRIS liep naar het toiletgebouw. Hij dacht eraan dat hij morgen dat geluid van die viool weer zou moeten horen. Daar moesten ze eigenlijk iets aan doen. Plotseling kreeg hij een idee. Hij liep naar Bert’s tent waar iedereen zat. Hij ging naar binnen en vertelde wat hij had bedacht. ‘Als we niet willen dat Ivo op zijn viool gaat spelen moeten we zorgen dat dat niet meer kan. Als hij even weg is pissen we zijn viool vol’. ‘Zouden we dat nu wel doen?’, vroeg Bert. Chris’ hoofd was leeg. Dit was iets anders dan een simpel pesterijtje. Ron ging kijken of de sprinkhaan in zijn tent was. Na een tijdje kwam hij terug met de mededeling dat Ivo was gaan douchen. Ze gingen allemaal naar buiten. Eerst ging Daan. Maar Daan kon niet. Dennis duwde Ron de tent in. Ron lukte het wel. Nu Dennis, maar op dat moment kwam Ivo terug. Een zaklamp ging aan in de tent en opeens hoorden ze een gesmoorde uitroep, gevolgd door gesnik. Chris wilde hier weg. Het tentdoek bewoog en Ivo kwam naar buiten en keerde zijn viool om. Hij liep klaterend leeg. Ivo draaide zich om en ging in zijn tent. Je hoorde hem vanaf deze afstand snikken.
FLOORTJE liep de eetzaal binnen. Ivo was er nog niet. Toen iedereen al binnen was, was Ivo er nog steeds niet. Floortje ging even kijken waar hij bleef. In zijn tent was hij niet, maar er hing wel een smerige lucht. Pies! Ze ging in het toiletgebouw kijken, ook daar was hij niet. Ze ging naar Paul om te zeggen dat Ivo nergens te zien was. Terwijl iedereen zat te eten riep Paul : ‘Weet er iemand waar Ivo is’? Niemand had iets gezien behalve Birgit. Die had hem vannacht helemaal aangekleed uit zijn tent zien lopen. Daarna was het stil. Nicolets moeder ging ook even in Ivo’s tent kijken. Na een tijdje kwam ze bleek terug met zijn vioolkist. Paul opende de vioolkist en schreeuwde meteen. ‘Wie heeft dit gedaan? Dit is zo’n rotstreek.’ Floortje begreep er niets van. Haneman richtte zich tot Dennis en Daan. ‘Hebben jullie dit gedaan? We komen er wel achter al moet iedereen hier heel de dag zonder eten en drinken blijven zitten?’ ‘Wat is er eigenlijk aan de hand’, wilde Tom weten. Paul vertelde dat de tent van Ivo leeg was maar dat er iemand in zijn viool had geplast. ‘Ik ben bang dat hij vannacht is weggelopen. Ivo’s viool is zijn belangrijkste bezit.’ Paul stelde voor dat iedereen hem in groepjes ging zoeken. Floortje ging met Nicolets moeder naar het strand. Niemand was er te zien. Maar Floortje dacht langs de vloedlijn een paar schoenen te zien. Ze liepen er naar toe. Ze namen de schoenen mee naar de camping. Ze wisten niet of het zijn schoenen waren. Eigenlijk wist niemand veel van hem. Ze voelde zich schuldig.
Last-minute leren
ARNO kwam ook weer terug op de camping. Zij hadden ook niets gevonden. Nicolets moeder vroeg of ze wisten of Ivo zwarte schoenen had. Jeffrey dacht dat Ivo op de boot zwarte schoenen aan had. De Wilde had ondertussen naar de politie gebeld en die zou naar hem uitkijken. Daarvoor moest hij wel een signalement hebben. Maar niemand wist precies wat hij aanhad. De vijf jongens in de hoek hadden nog niets gezegd. Ze zaten onzeker voor zich uit te staren. Nicolets moeder was weer naar Ivo’s tent gegaan en Paul had ook al naar de vader van Ivo gebeld. Hoewel hij het vervelend vond, nam hij het nogal gemakkelijk op. ‘Die komt heus wel weer boven water’.
ISABEL zat nog steeds in de eetzaal. Nicolets moeder kwam binnen met rode ogen en zwarte vegen bij haar ogen. Ze had een schrift bij. Toen Paul in het schrift keek viel er een envelop uit. Haneman bekeek de envelop. Ze lazen in het schrift. ‘Ivo heeft erin proberen duidelijk te maken, hoe wanhopig hij zich voelde’ , zei Paul. Er stond een gedicht in met op het eind. “Ik heb een grenzeloos verlangen naar het einde van dit lijden”. Paul zei: ‘ik hoop dat hij geen domme dingen heeft gedaan’. De vijf jongens zaten stil bij elkaar. Opeens zei Daan: ‘Hij komt wel terug hoor, hij krijgt ook honger’. ‘Jij neemt het wel heel makkelijk op’, zei Nicolet, ‘je hebt zijn viool vernielt’. ‘We hebben al besloten dat hij een nieuwe krijgt als we terug zijn’. ‘Dat is wel erg gemakkelijk’, zei Tom, ‘Maar daarmee zijn al die rotgeintjes nog niet vergeten’. ‘Hé, maar iedereen heeft meegelachen hoor’, zei Daan. ‘Nu halen jullie ons er ook wel mooi bij hè’, zei Marc. ‘We hebben hem wel met z’n allen laten stikken, maar jullie hebben hem getreiterd’. ‘En wij deden daar niets aan’, zei Arno. Iedereen had eigenlijk schuld. Niemand durfde er iets van te zeggen omdat ze bang waren zelf gepest te worden. Nou ze de vijf daar zo in de hoek zag zitten snapte ze niet waarom ze ooit bang voor hen was geweest. Natasja’s moeder sprong op en zei: ‘Konden jullie hem niet voor deze ene week met rust laten’, ze keek naar de vijf jongens. Daan begon tegen te sputteren: ‘Wij waren heus niet de enige, iedereen heeft schuld. Hij vroeg er trouwens zelf om, hij deed altijd zo stom’. Isabel riep boos: ‘Jullie praten in de verleden tijd net of hij dood is’.
TOM schrok van Natasja’s moeder. ‘Wat nou dood, het is net of je het zelf denkt’. Ik ga naar West en ga vragen of hij met de boot is vertrokken’. Haneman ging mee. Tom moest eigenlijk nog iets kopen. Hij vroeg of hij mee mocht. Samen met Marc. Natasja’s moeder reed keihard. Tom zag de huizen voorbij vliegen. Ze moesten over een half uur weer bij de auto zijn. Toen ze weer bij de auto kwamen zagen ze aan het gezicht van Haneman dat de rit, geen zin had gehad. Ze hadden hem niet gezien. Tom wilde wel weten waar die brief voor was die ze hadden gevonden. Hij vroeg het. Na een tijdje antwoordde Haneman : ‘Die brief was bestemd voor zijn ouders.
MARC zag toen hij uit de auto stapte een politie auto staan. Hij schrok. Was Ivo soms terug? De agenten gingen samen met de begeleiders in de caravan zitten. Hij hoorde iemand snikken. Tom stond naast hem. ‘Ivo is niet terug, er is iets, anders bleven ze niet zo lang in die caravan praten’. Ze liepen zonder iets te zeggen naar de eetzaal. Paul en Haneman kwamen met rode ogen naar binnen. ‘Ik had gisteren niet naar de ouders van Nienke moeten gaan’, zei Paul, ‘Het is mijn schuld’. ‘Twee doden op dit eiland is meer dan ik kan verdragen’. Hij rende weg. Nicolets moeder rende achter hem aan. ‘Dit is niet de manier. Je kan niet zomaar weglopen.’ Niemand snapte het meer. Haneman ging staan. Het duurde even voordat hij begon te spreken. ‘Ivo komt niet meer terug, Ivo komt nooit meer terug. Ivo is vannacht in zee verdronken. Ze hebben hem gevonden.’ Opeens begon Birgit te snikken. ‘Die schoenen waren dus toch van hem’, zei Charlotte met een hoge stem. Dat was het startsein. Iedereen praatte door elkaar. Sommigen huilden. Haneman vervolgde: ‘De brief die in zijn dagboek zat was aan zijn ouders. Het was een afscheidsbrief. Het was dus geen ongeluk, maar opzet.’ Er werden verwijten naar de groep jongens geroepen. Ze probeerden zich te verdedigen. ‘Stilte’, riep Nicolets moeder. ‘Hier hebben we niets aan’. ‘Iedereen is er schuldig aan’, riep Marc.
KOEN werd wakker met een raar gevoel. O ja. Ivo. Het ontbijt verliep in een bedrukte stilte. Iedereen ging zijn tent en spullen opruimen. Wie zou de tent van Ivo opruimen? Paul waarschijnlijk. Paul liet net zijn eigen opgerolde tent in de zak vallen, geholpen door Haneman. Toen uit de bosjes het geluid van popmuziek kwam. Haneman liep naar het groepje jongens toe. Hij pakte de radio en liep ermee naar het toiletgebouw. ‘Hé’, riep Daan, ‘zo hard stond hij niet, geef terug’. ‘Nee’, zei Haneman, ‘nu Ivo dood is kan hij beter in de auto’. ‘Je hebt het recht niet om aan mijn spullen te komen’. ‘En welk recht denk jij nu nog te hebben’? En Haneman pakte de radio in zijn andere hand en gooide hem tegen het toiletgebouw aan. Met een harde bons viel de radio kapot. Haneman liep naar de tent van Ivo en begon hem leeg te halen. Het was nog stiller dan het al was. Paul was met de auto van meneer Schol weggereden. Hij ging de ouders van Ivo opvangen. Paul ging terug met de avondboot.
NICOLET was op het bovendek gaan zitten. Ze was doodmoe. Ze hoorde Daan zeggen dat Ivo hen wilde straffen met zijn dood. Dennis en Ron liepen geërgerd weg. Daan bleef in zijn eentje staan. Voor haar zat een man. ‘Zeker op schoolkamp geweest, was het leuk’? Nicolet voelde een brok in haar keel. Ze rende meer dan ze liep naar de trap. Wat zou die man wel niet van haar gedacht hebben? Ze dacht aan alle treiterijen. Geluidloos begon ze weer te huilen. Heel de tijd dat ze daar had gestaan vloog er een meeuw mee. De zon brak even door en liet zijn veren glanzen. Hij wiekte weg en kwam niet meer terug.
E. Bespreking van de verhaalaspecten.
® Ik vind het een werkelijk verhaal, omdat het echt gebeurt zou kunnen zijn.
‘Je hoeft niet zo naar mij te kijken,’riep Ron luid. ‘Ik heb het niet alleen gedaan!’
‘Wie hebben het dan wel gedaan?!’Dreigend stapte Paul op hem af.
® Er is sprake van open plekken, want er wordt soms wat informatie achtergehouden, om je nieuwsgierig te maken.
“Ze had naar deze week uitgekeken en er ook tegenop gezien”
® De hoofdpersoon is Ivo. Hij wordt gepest door zijn klasgenoten. Hij is een tengere, lange jongen. Hij werd al gepest vanaf de kleuterschool en is daardoor erg onzeker. Hij zit altijd maar ergens achteraan, om zo min mogelijk op te vallen. Het liefst wil hij gewoon naar huis gaan, maar zijn vader gaat dan weer
zeuren dat hij niet zo over zich heen moet laten lopen. Zijn vader had in het leger
gezeten. Hij leek echt niet op zijn vader. Hij leek wel op zijn moeder. Die hielt
ook van vioolspelen. Zij had er ook op aangedrongen dat Ivo met de bonte avond
viool zou gaan spelen. Daarom had hij ook zijn viool mee op kamp genomen.
Hij wilde later naar het conservatorium maar dat gaat nu niet meer.
De antagonisten zijn: • Daan, hij is samen met Dennis de leider van het groepje. Hij is stevig en heeft alles wat hij wil. Zijn ouders zijn heel rijk. Hij schept vaak op over wat hij allemaal heeft.
• Dennis, hij is samen met Dennis de leider van het groepje pesters. Hij is sportief. Op school gaat het niet zo goed met hem want hij blijft waarschijnlijk zitten
• Chris, hij is degene die meestal met de ideeën komt. Hij doet het alleen meestal niet zelf. Hij zit in een pleeggezin en ook op school gaat het met hem niet zo goed.
• Bert, is een klein mannetje die door de groep Erwt wordt genoemd. Hij moet meestal op de uitkijk. Ook met hem gaat het op school niet zo goed.
• Ron, is meestal degene die Ivo pest. De rest probeert er onderuit te komen. Ron verdedigt zichzelf door de anderen ook de schuld te geven.
Er zijn niet echt protagonisten omdat niemand hem echt helpt. Zelfs de begeleiders doen weinig aan het pesten. De andere kinderen uit zijn klas zeggen er niets van omdat ze bang zijn van de treiteraars. Ze zijn bang zelf gepest te worden. De andere kinderen uit de klas:
§ Marjolein, is bang dat Rachida haar vriendin Marjolein afpakt. Ze durft niets van het pesten te zeggen omdat ze bang is voor het groepje treiteraars.
§ Simone, is goed bevriend met Nicolet. De moeder van Nicolet gaat ook mee op kamp. Simone is jaloers op Nicolet omdat zij zo’n leuke moeder heeft. Ze durft ook niets aan het pesten te doen.
§ Birgit is bevriend met Isabel. Maar dat komt omdat Simone iets over de vader van Isabel heeft doorverteld. Birgit voelt zich daardoor op de tweede plaats en ze wordt steeds door Isabel afgesnauwd.
§ Natasja heeft een hekel aan die slome Rachida. Ze vond Marjolein veel aardiger. Natasja’s moeder had het kamp verzonnen. Natasja vond het helemaal niet leuk dat haar moeder mee ging op kamp. Ze heeft een keer iets van het treiteren gezegd, maar toen werd ze bedreigd door hen.
§ Michiel is helemaal niet goed in sport. Hij is bevriend met Koen maar hij heeft het idee dat Koen zich liever bij het groepje pesters aansloot. Hij voelt zich daardoor een beetje alleen.
§ Rachida voelde dat Natasja en Marjolein haar niet mochten. Was ze dan toch maar thuis gebleven, wat haar vader wilde. Die hielt zich nog teveel aan de Marokkaanse cultuur.
§ Patrick had geen vrienden, maar hij kon zichzelf wel verdedigen. Hij had Daan zelfs een keer op school een bloedneus geslagen. Toch miste hij wel een vriend.
§ Linda was altijd met jongens bezig. Ze werd Linda Lellebel genoemd. Ze was thuis misbruikt door haar stiefbroer maar dat wist niemand. Ze kreeg op een gegeven moment wel medelijden met Ivo maar deed er niets aan.
§ Charlotte was bevriend met Floortje. Ze had wel medelijden met Ivo maar durfde er niets aan te doen. Ze hield zich meestal afzijdig van de groep maar had het best gezellig met Floortje.
§ Ingrid was niet echt met iemand goed bevriend, maar het meeste met Natasja en Marjolein. Ze voelde zichzelf meestal wel eenzaam. Ze durfde ook niets tegen de treiteraars te zeggen.
§ Jeffrey was bevriend met Arno. Hij kon erg met hem lachen, maar Arno ging bijvoorbeeld niet even mee naar buiten. Dat deed Jeffrey wel graag.
§ Floortje hield wel van de vioolmuziek van Ivo, maar dat liet ze aan niemand merken. Alleen Charlotte wist het een beetje en die vond het al raar.
§ Arno voelde zichzelf te dik. Hij maakte er wel grapjes over maar hij vond het heel vervelend dat hij te dik is. Hij werd eerst ook door de vijf jongens gepest maar hij maakte zich er met grapjes vanaf.
§ Isabel vond het niet leuk dat Simone over haar vader had geroddeld. Ze vond Birgit niet aardig maar anders had ze niemand. Simone had weer wel geprobeerd met haar aan te pappen maar ze kon het haar niet vergeven.
§ Tom was bevriend met Marc en hij bemoeide zich ook niet zo met de rest van de groep. Hij vond het wel best zo.
§ Marc was net als Tom. Ze waren met elkaar bevriend en hielden zich niet zo bezig met de rest van de klas.
§ Koen was snauwde soms iemand af, maar om iemand nu echt zo te treiteren als Daan, Dennis, Bert, Chris en Ron. Nee, zo was hij niet.
§ Nicolet vond het niet echt leuk dat haar moeder mee ging naar kamp. Haar moeder dacht altijd dat ze alles goed kon maken maar dat lukt niet altijd en zeker niet met deze klas. Ze was goed bevriend met Simone.
De begeleiders:
§ Paul de Wilde was leraar Nederlands en was de enige leraar die de klas een beetje rustig kon houden. Op Terschelling woonde de ouders van zijn verloofde die bij een auto-ongeluk (waarbij hij reed) was omgekomen. Hij had nooit meer met hun gepraat.
§ Edo Haneman was de leraar gym en hij was mee gegaan omdat eigenlijk de hele klas een beetje bang van hem was. Na de middag had je alleen weinig meer aan hem
§ Nel Vervoort was de moeder van Natasja. Zij had dit geregeld. De baas van de camping was haar zus. Ze bemoeide zich met iedereen.
§ Vera Harteveld was de moeder van Nicolet. Ze vond dat iedereen goed met elkaar om moest gaan en dacht dat het haar wel zou lukken het pesten te stoppen.
® Het Sujet is hetzelfde als de Fabel omdat het verhaal begint aan het begin van de kampweek en het eindigt aan het einde van de kampweek. Er zijn geen terugblikken. Het verhaal begint ab ovo. Het verhaal speelt zich af in deze tijd, dat kun je zien, omdat er een veerboot en auto’s in voorkomen. Dat had je in de middeleeuwen nog niet. De vertelde tijd is één week en de vertel tijd zijn 215 blz. Er komen geen flashbacks in voor maar wel een paar terugwijzigingen.
® Het thema is pesten en de motieven zijn ook pesten want daar gaat heel het verhaal over.
® Je ziet het verhaal van verschillende perspectieven, want in ieder hoofdstuk is er iemand anders aan het woord. Je ziet dus van alle mensen wat ze denken en wat ze voelen. Ieder hoofdstuk heeft de naam van degene die het heeft geschreven. Ik vind het heel leuk dat het zo is, want je ziet het verhaal dan van meerdere kanten en je voelt je alsof je iemand uit die klas bent.
® Het verhaal speelt zich af op Terschelling. De klas zit op een boerderijcamping.
F. Grondige beschrijving van je leeservaring
Het onderwerp is pesten. Ik had al wel eens over pesten nagedacht, maar ik dacht niet dat het zo erg kon zijn dat je jezelf verdrinkt. De schrijfster heeft me dus laten zien hoe erg het pesten eigenlijk kan zijn. Ik heb van dit boek dus geleerd dat het heel erg is om iemand te pesten en te treiteren. Ik zie het onderwerp nu niet van een andere kant, maar ik besef nu wel hoe erg het eigenlijk wel is. Dan ga je er toch wel wat beter over na denken. Ik verwachtte niet dat het boek zo dramatisch af zou lopen. Ik dacht dat het allemaal goed af zou lopen. Ik dacht dat er iets zou gebeuren, zodat de treiteraars er mee ophielden. Maar doordat het is gebeurt, zie je wel dat iedereen er spijt van heeft. Ik ben het eens met de mening van de schrijfster, want als je ziet hoe erg het af kan lopen. Er is volgens mij geen onderwerp dat te weinig aandacht heeft gehad. Alle onderwerpen hebben evenveel aandacht gehad. Het gaat allemaal over pesten en alles wat er daar omheen gebeurt.
Er gebeurt veel in het verhaal. Het is nooit zo dat je geen zin hebt om verder te lezen omdat het saai is. Ik vond het zelfs moeilijk om te stoppen met lezen. Het verhaal loopt allemaal in elkaar over en blijft daardoor makkelijk te begrijpen. Ik vind het verhaal schokkend, omdat je ziet wat er allemaal kan gebeuren als je iemand pest. Ik vind het ook schokkend, omdat ik niet snap hoe de treiteraars zo ver kunnen gaan. Je merkt toch wel hoe erg de gepeste het vind. Dat vind ik onbegrijpelijk. Het is ook raar dat iedereen er op het eind spijt van heeft, maar er niets aan heeft gedaan. Zelfs de leraren deden er niets of weinig aan. Ik heb origineel als beoordelingswoord gekozen, omdat je bij ieder hoofdstuk het verhaal vanuit iemand anders meemaakt. Dat is niet echt gewoon. Ik heb leerzaam gekozen, omdat je leert hoe erg het kan aflopen als je iemand pest. Raar heb ik gekozen, omdat het raar is dat niemand er echt iets van zegt of er iets aan doet. Ook heb ik droevig gekozen, omdat ik het zielig vind dat het zo moet aflopen. Ik vind het ook vreemd dat de pesters helemaal geen schuldgevoel hebben. Pas als het te laat is. Het is werkelijk omdat het echt gebeurt zou kunnen zijn. De gebeurtenissen hebben me wel aan het denken gezet over hoe je pesten kan stoppen. De gebeurtenis die het meeste indruk op me heeft gemaakt is als heel de klas boos is op de pestkoppen. De pestkoppen waar ze eerst bang van waren hebben dan niets meer te zeggen. Het is dan wel te laat. Maar ze zullen het in het vervolg niet meer laten gebeuren.
De hoofdpersoon is geen held, omdat hij er zelf onder bezwijkt. Ik weet niet op wie ik zou willen lijken, maar in ieder geval niet op de pestkoppen en ook niet op Ivo. Ik bewonder de eigenschap van Natasja omdat ze er iets van durft te zeggen. De rest doet dat niet. Ik verafschuw de eigenschap van Daan dat hij bijna geen schuldgevoel heeft en constant loopt op te scheppen over wat hij allemaal wel niet heeft. Alle leerlingen uit de klas gaan leven omdat je ze allemaal goed leert kennen, omdat ze allemaal een keer in een hoofdstuk aan het woord zijn. Ze lijken allemaal op echte mensen. De personages reageren wel voorspelbaar, maar je weet niet wanneer ze iets zeggen, omdat ze meestal met de hele klas bij elkaar zijn. Je komt van Ivo, de hoofdpersoon het meest te weten. Maar van de andere kinderen in de klas wel, maar minder. Ik ben het met iedereen zijn beslissing wel eens, alleen de beslissing van Ivo om zichzelf te verdrinken zou ik niet doen. Maar ik begrijp het wel dat hij het echt niet meer zag zitten. Ik zou zijn probleem dus proberen anders op te lossen. Maar ik heb gelukkig nooit in zo’n positie gezeten, dus ik weet het niet. Alleen tussen mij en de pesters zijn er verschillen in leefregels. Ik zou nooit iemand zo erg pesten, dat hij het leven niet meer ziet zitten. Bij de rest is het ongeveer allemaal wel hetzelfde.
Ik vind dat heel het verhaal goed met elkaar samenhangt. De schrijfster springt niet ineens over op iets anders. Het gaat allemaal geleidelijk zodat je het goed snapt. Het verhaal is alleen maar spannend, op het moment dat ze in zijn viool gaan plassen en op het moment dat ze Ivo gaan zoeken. Je wilt dan weten wat er is gebeurd. Het verhaal blijft wel boeiend, ook al is het niet zo spannend. Er gebeurt veel in het verhaal zodat het niet saai wordt. Ook omdat je het verhaal steeds vanuit andere ogen ziet, blijft het boeiend. Het verhaal begint gewoon bij het begin en is daardoor heel makkelijk te volgen. Het boek is daardoor niet interessanter maar ook niet oninteressant. De bouw van het verhaal past goed bij het onderwerp, omdat het op kamp veel erger is met pesten. Anders zou het saai worden omdat er weinig in gebeurt. Er zitten alleen maar herinneringen in als Ivo terugdenkt aan hoe het eerst was. Het is niet erg dat er geen flashbacks zijn omdat je alleen al met de kampweek goed weet wat er aan de hand is. Aan het eind weet je dat Ivo dood is, maar je
weet niet hoe het verder afgelopen is met de treiteraars. Er blijft dus niet veel onduidelijk, maar je moet er zelf nog wel wat bij verzinnen.
Het verhaal is niet lastig om te lezen omdat het logisch is opgebouwd. De verhoudingen tussen de beschrijving, gesprekken en gedachten en gevoelens zijn goed. De taal past goed bij de personages omdat het allemaal kinderen zijn en ze praten ook als kinderen en niet als volwassenen. De taal past ook goed bij het onderwerp, omdat er bij bijvoorbeeld het schelden niet omheen wordt gedraaid. Want als dat omschreven word is dat niet echt. Zo komt het beter over.
G. Informatie over de auteur
Ze is geboren in Haarlem. Van haar zesde tot haar twaalfde jaar ging ze naar de Bloemendaalse Schoolvereniging in Bloemendaal en van haar twaalfde tot haar achtiende zat ik op het Kennemer Lyceum in Overveen. Na haar opleiding voor onderwijzeres, ging ze psychologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam.
In 1964 trouwde ze en kreeg drie kinderen. Toen die uit de luiers waren, is ze part-time gaan werken op een basisschool in Leersum.
Behalve zo nu en dan een opstel in opdracht van een leraar Nederlands, had ze nog nooit echt geschreven. Dat kwam pas toen de kinderen van groep 8 iets anders wilden dan de gebruikelijke musical aan het eind van het schooljaar. Ze stelde voor om een toneelstuk voor ze te schrijven. Het toneelstuk was een succes en in de jaren die volgden, werd er telkens een nieuw stuk geschreven en opgevoerd. Totdat een moeder van een leerling zei dat ze die toneelstukken eens op moest sturen naar een uitgever. Dat was het begin van haar schrijverscarrière...
Ze schrijft boeken over de geschiedenis en over school. Al het water van de zee vind ze het mooiste boek en ze heeft het geschreven omdat haar jongste dochter ook gepest is.
Ze heeft de volgende boeken geschreven:
® Flessenpost
® Mist
® Bonje om de boomhut
® Ontvoerd
® Terug gaan kan niet meer
® Reisbureau Fantasia
® Het jaar van de heks
® Een lange reis op korte pootjes
® Heksen en Helden
® Ketters en Kapers
® Vliegende krijtjes
Topverslagen
| Marte | 7.1 | |
| anoniem | 6.8 | |
| Kelly | 3e klas havo | 7.1 |
| Evelien | 4e klas vmbo | 6.4 |
| Fretje | 3e klas havo/vwo | 6.4 |
| Meer verslagen › | ||
Let op
De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.
Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.
voeg reactie toe
Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan
reacties
