Geef dit een cijfer
Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.
a Bundel: Geduldig Lijden, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1977.
b Dichter: Levi Weemoedt (Pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk).
Eerste reactie
a Keuze: Ik heb deze bundel gekozen, omdat in niet zo thuis ben in poezie en dit de enige gedichtenbundel waar ik zo snel op kon komen.
b Inhoud: Erg droevige gedichten. De dichter ziet nergens het positieve van in. Zelfs positieve dingen beschrijft hij zo dat ze somber worden. Hij beschrijft eenzaamheid en vindt zichzelf niet nuttig. Een aantal gedichten gaat over arbeiders die wel nuttig werk hebben volgens hem. Er zitten in sommige gedichten ironie en soms gooit hij er een (schijnbaar) onzinnig gedicht tussendoor.
Verdieping
De gedichtenbundel bevat 43 gedichten. Er wordt geen gebruik gemaakt van indeling in hoofdstukken, er staat een gedicht per bladzijde en boven elk gedicht staat een titel. De gedichten hebben geen traditionele vorm en de thematiek van de gedichten is overal hetzelfde, namelijk de sombere kant van het leven.
Onderzoek:
1 Gedeelde smart
De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas jenever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.
Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zicht het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.
Ik wed dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.
Maar stuur tóch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.
2 Liefde is
Ach! Hoeveel kopjes trok ik van dit zakje thee?
In hoeveel verzen heb ik jouw gezicht bezongen?
Ja, hoeveel maal verdween de zon in zee?
En hoeveel teer bleef achter in mijn longen?
Op hoeveel fietsen reed ik dagelijks naar je toe?
En hoeveel smoesjes zijn er in je opgerezen?
Zó veel, dat thans statistisch is bewezen:
‘De liefde is toch zo een droef gedoe…’
3 Groeten uit Weemoedt-in-Zee
Al na het eerste duin hebben ze mij geroken
en zwermen zonverduist’rend met mij mee,
de oogjes hongerig loerend op mijn knoken:
“Hu meeuwen! Zoekt uw aas toch in zee!”
Ik ril in ’t zwarte badpak: somb’re wolken;
de wind snerpt om het hoedje van papier.
Maar iedere vlaag voert een moordlustig dier
dat mij een weg dwingt in de dodendans der kolken.
Zal ’t troostloos schip dan eindelijk varen gaan
om nooit meer in het haventje te meren
waar het jouw vriendelijk huisje aan de dijk weet te staan?
Een bril spoelt aan, een broeksknoop wordt gevonden,
en jij leest dat de Weemoedt 47
is afgestoomd naar de Eeuwige Vissersgronden.
4 Antiloop
Als het startschot viel bij de aanvangvan mijn leven,
kwam ik aarzelend en neerslachtig uit de blokken,
want ik wist dat er geen goud viel te vergeven
en ik hoopte dat de meet maar snel zou lokken.
Klonk er hier en daar gejuich van de tribune:
het verstomde waar ik wenend langs kwam sjokken.
En op ‘t smeken om wat gunst van Vrouw Fortuna
sloeg een regen neer van kussentjes en sokken.
Ach! Door w e moest ik mij niet laten passeren,
spottend nagewuifd door kunstbenen, kar of kruk,
die mijn eigen loopstijl niet konden waarderen.
Door het hele veld van sintelbaan verstoten,
is het tijd dat ik mijn chronometer druk…
en dàn ‘t pistool waarmee ‘k voorgoed word weggeschoten!
5 Christenhond
Drie duizend boeken en een hond
was al wat mij te wachten stond,
als ik wat droef naar huis toe kwam:
“Hoe ging het, Baas, met uw tentamen?”
“Het is volbracht, Fik, zo ik dacht.
“Amen, Baas, driewerf amen!”
6 Mafketel
‘k Won in mijn leven nooit de Omloop van het Volk,
‘k zat liever uit een boom wat toe te kijken,
of zweefde weg, onttrokken door een wolk,
liet anderen graag op eerste plaatsen prijken.
Ook waar een goede baan werd weggegeven,
kwam ‘k dagen later pas, schoorvoetend, dichterbij
en zag gerustgesteld de sollicitantenrij.
Het haalde wel wat snelheid uit mijn leven.
Maar om het hardst rende ik altijd naar mijn bed,
Was vaak het eerste weg uit dit luidruchtig leven
En had mijn tanden al in meen’ge droom gezet
als u uw vrouw nog vlug een moede veeg moest geven.
7 Halfje wit
De bakker zie ik dagelijks verbleken;
de groenteman stopt druiven in mijn tas.
Door heel de stad met stomheid nagekeken,
zou ik verdomd graag willen weten wat er was.
8 Onder lijn 4
De werkers kwamen fluitend van karwei,
maken de rijweg over, dromden rond de halte.
De adel van hun kracht beschaamde mij:
triest hing daartussen, zinloos, mijn gestalte.
Een eerlijk broodblik priemde in mijn kraag,
een zwaar beslagen schoen rustt’ op mijn tenen.
Mijn leven had nog nooit zo leeg geschenen:
ik had alleen nog een plaat gekocht vandaag.
O! ’t liefst zou ik van hen hier voorman wezen
en legde in een gebaar de hele haven lam!
Maar ach! Voor morgen staat een boek op het program.
En dan maar weer een plaat: men kan niet eeuwig lezen.
9 Spiegeltje, spiegeltje…
Hoe ik mijn haar ook kam, bij kaars- of neon-licht:
wat er ontstaat in nooit een eigentijds gezicht.
10 Een huis vol
Ik ben getrouwd met Treurigheid,
woon samen met Verdriet.
Krijg soms bezoek van Eenzaamheid
maar helpen doet dat niet.
Het zijn wel moderne gedichten, alhoewel ze wel wat weg hebben van traditionele gedichten. Er wordt gebruik gemaakt van strofebouw en soms wordt de strofebouw van een sonnet gebruikt. Alleen het rijmschema komt niet overeen.
De gedichten hebben allemaal een zelfde soort inhoud. Er wordt op een pessimistische manier tegen dingen aangekeken.
De vorm van de gedichten is vaak gelijk. Zo zijn er veel gedichten met een opbouw van twee kwatrijnen en twee distichons. Maar er zijn ook veel gedichten die een andere vorm hebben. Zo zijn er een aantal gedichten met een strofe.
De opbouw verschilt per gedicht. Er zijn wel gedichten met gelijke rijmschema’s en strofen, maar er overheerst niet echt een soort opbouw.
Het overkoepelende thema is dat het leven treurig en somber is.
Het leven is geduldig lijden tot de dood.
Plaats in de literatuurgeschiedenis.
Het boek is voor het eerst gepubliceerd in 1977. De dichter is Levi Weemoedt, Lévi Weemoedt is het pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk, geboren op 22 oktober 1948 in Geldrop. Na het voltooien van het gymnasium studeert Isaäck Nederlands aan de universiteit van Leiden. Tussen 1970 en 1984 is Isaäck leraar Nederlands aan de Protestants-Christelijke scholengemeenschap Westland-Zuid in Vlaardingen.
In de jaren zeventig (1976 – 1979) werkt Isaäck mee aan het satirische Amsterdamse studentenblad Propria Cures en in de jaren tachtig treedt Isaäck regelmatig op met Hans Dorrestijn.
Het werk is typerend voor de schrijver die wel meer soortgelijke gedichtenbundels heeft geschreven.
Beoordeling
Het gedicht Halfje wit vind ik goed. Het schetst een persoon die onzeker is over zichzelf en die overal nagekeken wordt. Maar hij weet niet wat er met hem is. Daarom voelt hij zich een halfje wit. Er zitten niet echt slechte gedichten in de bundel, wel een paar onzinnige zoals:
In Mei
In mei
bak ik
iedere
mor-
gen
‘n
ei.
Dit gedicht is een beetje onzinnig, maar brengt wel humor in de bundel en hierdoor is de bundel niet eentonig qua thema.
Ik vind Antiloop het sterkste gedicht uit de bundel. Het pistool en het wegschieten suggereren het begin van het leven, maar hij wordt voorgoed weggeschoten en dat is de dood. De wedstrijd symboliseert het leven. Het gedicht geeft een goede weergave van Weemoedt’s visie op het leven en is voor mij begrijpbaar.
Ik vond het afwisselend eens een keer een gedichtenbundel te lezen na al die romans. Ik was er waarschijnlijk niet aan begonnen als ik niet een gedichtenbundel zou moeten lezen, maar deze bundel bevalt me wel. De hele treurige kijk wordt zo goed verwoord, en is soms zelfs grappig.
Topverslagen
| anoniem | 6e klas vwo | 8.0 |
| e | 8.9 | |
| Thamara | 6e klas vwo | 6.9 |
| Lotte | 4e klas vwo | 6.3 |
| Gijz Marissink | 6e klas vwo | 5.1 |
| Meer verslagen › | ||
Let op
De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.
Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.
