J. Bernlef

1984

221

Nederlands

bovenbouw vmbo/havo/vwo

3 uit 5

6.7 / 10
5e klas vwo
  • anoniem
  • NL
  • 2370 woorden
  • 80916 keer
    678 deze maand
  • 8 december 2001
A. Voorwerk
1. J. Bernlef, Hersenschimmen. Uitgever: Querido Amsterdam, 39e druk. 1e druk in 1984
2. Hersenschimmen in een psychologische roman, en bestaat uit 155 bladzijdes. Het boek bestaat uit 9 hoofdstukken, de negen dagen van het boek. Deze zijn niet genummerd, en niet op een nieuwe bladzijde aangegeven, ze zijn cursief gedrukt. Er staat een motto voor in het boek, van Philip Larkin. De omslag is gemaakt door Anneke Germers. Het is een zwarte omslag met een blauwe voorkant. Op die voorkant staan de wolken. Iedereen ziet wat anders in de wolken. Hersenschimmen gaat daar ook over.


B. Korte samenvatting
Het begint allemaal op een zondagmiddag in de winter. Maarten Klein staat zoals altijd voor het raam te wachten tot de schoolkinderen zich verzamelen bij de bushalte voor het huis. Maar de kinderen komen niet, en pas wanner Vera hem corrigeert, herinnert hij dat het zondag is. Hij wacht tot de lente komt. Het is niet de eerste keer die dag dat hij iets vergeet. Het is ook niet de laatste keer. Tot zijn verwondering bevindt hij zich ineens in het washok, hij kan zich niet meer herinneren wie er in ‘The heart of matter’ aan het lezen is, en wanneer Vera later met een verscheurde krant van de wc komt, zegt hij dat Robert dat gedaan heeft. Toch bezorgt iets binnenin hem een gevoel van schaamte. Hij slaapt die nacht slecht. ‘s Ochtends maakt hij een nieuwe vergissing: hij geeft Vera suiker in haar koffie, terwijl ze dat al tien jaar niet meer doet. Na het ontbijt gaat hij met Robert wandelen. Hardop in zichzelf pratend loopt hij naar het dorp. Ook in de taverne achtervolgt de verwarring hem: hij ziet het meisje achter de bar, Susan, aan voor Karen, zijn jeugdvriendinnetje. Later in het plaatselijke antiquariaat vraagt Philip Maarten hoe ‘The heart of matter’ bevallen is. Die vraag verwart hem en daarom antwoordt hij ontwijkend. Weer buiten stopt er een auto vlak voor hem. Het is Vera, die hem doodongerust vraagt waar hij de halve dag heeft uitgehangen. Bovendien heeft hij onderweg de hond vergeten. En aan vergissingen komt die dag voorlopig nog geen eind. Maarten besluit die avond vroeg naar bed te gaan. Maar de volgende dag neemt de verwarring eerder toe dan af. Het begint al als hij wakker wordt en meent dat de muren van de kamer verkeerd om heen staan. Als hij beneden niemand aantreft, gaat hij ervan uit dat Vera naar de bibliotheek is waar ze werkt als vrijwilliger. Hij ontbijt zeer ´gezond´ met een halve koude kip, ananas, leverpastei en cookies, waarna hij naar zijn werk wil gaan. De deur zit echter op slot en de sleutels zijn onvindbaar en daarom forceert hij de deur met een schroevendraaier. Buiten loopt hij naar het zomerhuis waar de IMCO zal vergaderen. Ook hier blijkt deur op slot te zitten en wederom verschaft Maarten zich de toegang met de schroevendraaier. Binnen is er niemand, ineens wordt hij misselijk en nadat hij buiten heeft overgegeven realiseert hij zich waar hij is. Hij haast zich naar huis, Vera is ondertussen ook thuis gekomen. Ze is bij dr. Eardly geweest, om Maartens toestand te bespreken. Die is zich echter van geen kwaad bewust, totdat Vera hem duidelijk maakt dat er vanochtend toch wel wat dingen zijn misgegaan. Op advies van de huisarts probeert Vera Maartens geheugen weer op te frissen met oude foto’s, maar haar inspanningen hebben weinig succes. Laat in de middag komt dr. Eardly nog eens langs, maar omdat Maarten hem niet herkent, is hij meteen op zijn hoede. De hele avond is hij bezig met het probleem van herinneren en vergeten, maar als ze naar bed gaan is zijn ongerustheid grotendeels verdwenen. Als hij de volgende ochtend opstaat, weet hij nog wel dat er iets met hem aan de hand is, maar hij ziet de ernst van de situatie niet in. Intussen komt zijn afnemend oriëntatievermogen steeds meer naar buiten. Als hij ‘s middags ziet hoe Robert vergeefse pogingen doet het huis binnen te komen, pakt Maarten een stoel en gooit die door de ruit. Dr. Eardly komt voor de derde keer langs en opnieuw voelt Maarten zich door hem bedreigt, nu is de methode Simic geboden. Karl Simic was een van Maartens collega’s bij de IMCO, die hem op een dag vertelde hoe je ‘onzichtbaar’ kon worden. Ten eerste: herhaal met beleefde glimlach de woorden van je gesprekspartner terwijl je ter ondersteuning vriendelijk met het hoofd knikt. Ten tweede: begin met alles te bevestigen, maar ontneem door veelvuldige herhaling meteen het bevestigende karakter aan wat je zegt. Loop tenslotte zonder omhaal de kamer uit, waardoor je je tegenstander in de opperste verwarring achterlaat. Het vervreemdingsproces zet door: op een dag verwart hij Vera met zijn moeder, en Phil Taylor, het meisje dat hen komt helpen leert hij al helemaal niet meer kennen. De volgende dag blijkt hij zich in bed bevuild te hebben. Hij verwijt het de twee vrouwen, zij hadden hem immers niet vast moeten binden. Naarmate de tijd verloopt, maakt Maartens denken steeds meer en vaker plaats voor simpel registreren van zintuiglijke waarnemingen. En dan zit er soms plotseling weer verband in de dingen, en is hij, korte tijd, weer in staat een normaal gesprek te voeren met anderen. Maar zijn verleden dringt steeds meer binnen in het heden, en op een van die momenten ontsnapt hij uit huis. Zonder hond echter komt er van wandelen weinig of niks en dwalend door de duinen wordt hij opgepikt door de vuurtorenwachter en naar huis gebracht. Voor Vera is de maat vol, ze kan het niet meer aan. En op advies van dr. Eardly beland Maarten definitief thuis en in bed. Tenslotte wordt hij afgevoerd naar een kliniek, waar het vooral wit is, wit. Denken is er dan voor Maarten eigenlijk niet meer bij, hij kan slechts nog waarnemen. Steeds groter wordt de desoriëntatie, en alle verband verdwijnt tussen Maartens gedachten. Tenslotte blijft er niets over van de man zoal we die in het begin van het verhaal zagen. Aan het eind van de dag wordt hij uitgekleed en krijgt hij een pyjama aan en een slaappil. Helemaal aan het eind is Vera bij hem op bezoek en vertelt ze dat het lente wordt, maar dat is voor Maarten al te laat.


C. Analyse en interpretatie

1. Titel en ondertitel
Op blz. 155 van het boek staat: ‘In het leven terug? … maar waar is zoiets gebleven? … is er wel zoiets? … of was alles een inbeelding van het hoofd? … hersenschimmen?’ Dit zegt Maarten als hij in het gesticht ligt. Hij is al ver heen met zijn ziekte, Zijn denken wordt steeds troebeler, Hij gaat zich dingen indenken, hersenschimmen. De titel is dus erg pakkend bij dit boek. Een ondertitel is er niet.

2. Motto
A touching dream to which we all are lulled
But wake from separately
Philip Larkin
Een mooie droom, waar iedereen wordt ingewiegd, en elk afzonderlijk uit wakker wordt. Dit slaat eigenlijk op het leven. Dat iedereen in het leven komt, maar dat elk hem anders verlaat. Maarten Klein is al bezig het leven apart te verlaten. Al dementerend laat hij zijn vrouw Vera achter. Maarten ontwaakt apart van Vera.

3. Genre
Hersenschimmen is een psychologische roman

4. Thema, idee en motieven
Het hoofdthema van het boek is dementie, het proces van dementie. Maarten Klein voelt zich verward en lijdt aan geheugenverlies. Hij vervreemdt van zijn vrouw met wie hij al jaren is getrouwd.
De zienswijze van Bernlef over dit boek, is dat dementie eigenlijk een martelgang is. Stapje voor stapje takel je af. Dat is het idee van dit boek, dementie beter te leren begrijpen
Enkele motieven in het boek zijn: - de winter. Maarten heeft een hekel aan de winter, hij verlangt daar de lente. In de winter vervaagt alles, alles lijkt op elkaar. Net als in zijn hoofd. – de oorlog is een motief. Maarten denkt hier vaak aan terug, hier kan hij zich wel dingen van herinneren. Toch haalt hij later het heden en verleden door elkaar. – Feiten. Zijn vader hield van feiten. Alles kunnen meten en opslaan in grafieken. Op een keer wou Maarten zijn liefde voor Vera in een grafiek zetten. – Taal, hij kan later de taal niet meer goed beheersen. Hij kan de woorden niet meer goed lezen. Hij heeft zelf door( op een helder moment), aan het eind van het boek, dat hij onzin uitkraamt. ‘Er zit geen verhaal in!’ Ik denk dat Karl Simic, een oud-collega van hem, een leidmotief is. Hij denkt elke keer aan hem terug. Dat hij iets had kunnen doen voordat hij zelfmoord pleegde. Hij past ook vaak zijn methode toe, als hij in het nou gedreven is.


5. Opbouw, structuur en spanning
Het boek kan je onderverdelen in drie delen. Het eerste gedeelte
over het geheugenverlies. Daarna komt het verlies van bepaalde lichaamsfuncties. Daarna het langzaam van de wereld raken. Dit gedeelte kun je duidelijk herkennen aan de opbouw. Elke keer losse flarden tekst. Het boek is verdeeld in de negen dagen, de negen hoofdstukken, met elke een cursieve zin aan het begin.
Het verhaal is helemaal chronologisch. Je zit als het ware 9 dagen in de gedachten van Maarten Klein te lezen. Wel zijn er verschrikkelijk veel terugblikken in het boek beschreven. Over zijn vader, over een meisje waar hij mee verloofd was, over de oorlog, over zijn collega die zelfmoord had gepleegd. Herinneringen zijn wel belangrijk voor Maarten. Blz. 55: ‘Om iets te zien moet je eerst iets kunnen herkennen. Zonder herinnering kun je alleen maar kijken.’
Het verhaal heeft wel een boeiende werking, want je wou wel weten hoe hij nog verder aftakelde. Het climaxmoment was in het gesticht. Daar takelde hij het laatst nog af, en kwam je ook te weten hoe hij nog verder aftakelde, heel warrig. Het verhaal begint bij het begin, en eindigt met een gesloten eind. Maarten is aan het eind van zijn proces, het proces van dementeren.

6. Personages
Maarten Klein is de hoofdpersoon uit het boek, hij is de round-character. Hij is 71 jaar, woont al 15 jaar in de VS, heeft met zijn vrouw Vera twee kinderen, Kitty en Fred. Hij heeft een hond, Robert. Hij werkte voor de IMCO als secretaris. In het verhaal verandert hij van hardwerkende man, tot een ‘hoopje mens’ als het ware. Hij dementeert erg snel. Vera Klein is zijn vrouw, ze is zorgzaam. Ook zij is een round-character. Zij wil Maarten helpen, maar er is weinig wat ze kan doen. Ze helpt hem bij het herinneren. Zij neemt de moeilijke beslissing Maarten op te laten nemen in een gesticht. Enkele flat-characters zijn: Kitty en Fred, de kinderen van Maarten en Vera. Karl Simic, hij komt voor in de herinneringen van Maarten. Hij was een oud-collega die zelfmoord pleegde. Dr. Eardly was de dokter die te laat Maarten probeerde te helpen. Ellen Robbins in een goede kennis van het gezin. Zij kwam vaak op bezoek. Phil Taylor. Zij was de gezinshulp. Ze treedt te laat binnen in het leven van Maarten, want hij kan haar telkens niet herinneren. Ze wordt telkens ‘het blonde meisje’ of ‘die jonge vrouw’ genoemd.

7. Tijd.
Het eigenlijke verhaal verloopt chronologisch, maar wordt voortdurend onderbroken door flashbacks, herinneringen van Maarten. Soms beslaan die hele pagina’s. Dit maakt het boek complexer. Het chronologische gedeelte bestaat ui negen achtereen volgende dagen. Tussen de dagen vinden tijdssprongen plaats en iedere dag begint met een cursief gedrukte regel. Het tijdsperspectief is ‘vision avec’, Maarten vertelt de gebeurtenissen met het verhaal mee, en weet dus net zomin als de lezer hoe het zal aflopen. Dit geldt natuurlijk niet voor Maartens herinneringen. De verteltijd is 155 bladzijden en de vertelde-tijd negen dagen; óf, als je vanuit de flash-backs rekent circa 60 jaar. Vanaf Maartens jeugd tot in 1982.
De tijd is in ‘Hersenschimmen’ een heel belangrijk aspect. Maarten raakt steeds meer zijn begrip voor en grip op tijd kwijt. Hij kan de dingen niet meer onthouden, heden en verleden lopen door elkaar heen. Daardoor verwart hij mensen uit zijn omgeving met mensen die hij vroeger kende.

8. Perspectief en vertelsituatie
Het verhaal wordt verteld door een ik-verteller, het point of view ligt bij Maarten.

9. Ruimte
De ruimte is erg belangrijk in het verhaal. Het speelt zich af in en rond het huis van Maarten. Alles is bedekt met sneeuw. Maarten houdt niet van de winter, alles vervaagt. Hij vervreemdt van Vera. Soms geeft hij de winter de schuld van zijn vergeetachtigheid. Hij verlangt naar de lente. De sneeuw geeft ook het isolement aan van Maarten.


10. Taalgebruik en stijl.
‘Hersenschimmen’ bevat geen moeilijk taalgebruik. Er is veel afwisseling tussen tegenwoordige en verleden tijd. Hierdoor lopen heden en verleden door elkaar heen, wat het boek zo mooi maakt. Aan het eind van het boek worden de zinnen korter en onsamenhangender. Korte impressies van het uiteenvallen van Maartens geest. In het begin van het boek zaten veel dialogen, maar later was het alleen nog maar het denken van Maarten.

D. Achtergronden
J. Bernlef is het pseudoniem van Henk J. Marsman. Hij koos als pseudoniem de naam van een blinde, Friese dichter uit de 8e eeuw. Een dichter van wie alleen de naam en een paar titels zijn teruggevonden. Marsman is geboren op 14-01-1937 in Sint-Pancras. Na zijn eindexamen in 1975 aan de HBS werd hij student aan de Politiek Sociale Faculteit in Amsterdam. In zijn diensttijd begon hij met schrijven. Hij schreef rond 1957 een kort verhaal "Mijn zusje Olga'. In 1960 trouwde hij en kreeg hij twee kinderen. In 1965 besloot hij van het schrijven te gaan leven. Hij schrijft vooral proza, poëzie, kritieken, toneelstukken en hij vertaalt Zweeds werk. De belangrijkste thema's van Bernlef zijn: Vergeten en het vergeten zijn en daarmee verbonden dood en verdwijning. Marsman wint de Constantijn Huygensprijs in 1984 en de P.C Hooftprijs in 1994

Werk van J. Bernlef: (Chronologische volgorde)
- Achterhoedegevecht (roman, 1965)
- Sneeuw (roman, 1973)
- Meeuwen (roman, 1975)
- De man in het midden (roman, 1976)
- Onder ijsbergen (roman, 1981)
- Publiek geheim (roman, 1987)
- Op het noorden (essays, 1987)
- Doorgaande reizigers (verhalen, 1990)
- Verborgen helden (verhalen, 1991)
- Ontroeringen (essays, 1991)
- Niemand wint (gedichten, 1992)
- Eclips (roman, 1993)
- Schiet niet op de pianist. Over jazz (essays, 1993)
- Vreemde wil (gedichten, 1994)
- Alfabet op de rug gezien (Poëzievertalingen, 1995)
- Cellojaren (verhalen, 1995)
- Achter de rug. Gedichten 1960-1990 (gedichten, 1997)
- Verloren zoon (roman 1997)
- De losse pols (essays, 1998)
- Aambeeld (gedichten, 1998)
- Meneer Toto – Tolk (proza, 1999)

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoge waardering

Nienke zeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem5e klas vwo8.6
Me 6e klas vwo8.0
Hilde 5e klas vwo8.2
Margot te Riele 6e klas vwo7.6
Kim D 6e klas vwo8.0
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Kirsten over Hersenschimmen

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6333
 

reacties

 
Ik heb dit boek gelezen voor Nederlands, en moest een verklaring geven voor de titel. Ik had al mijn punten op deze vraag. DE TITEL BETEKENT: een schim, da's een schaduw, wel op de hersenen, een onbereikbare plaats, een troebele, wazige plaats. Dat betekent dus een schaduw op je hersenen, en zo kan je niet bij de gedachte die "onder" de schaduw ligt. M.a.w. dementie.
door Yellina (reageren) op 20 oktober 2010 om 13:57
Mwa ,ik vind deze niet echt heel goed
door ikku (reageren) op 27 september 2011 om 13:03
Goede samenvatting met uitzondering van een paar spellingsfouten. Ik mag hem van mijn lerares gebruiken voor mijn boekverslag omdat ik de andere elementen toch echt zelf moet doen......
door Elfrieda (reageren) op 14 november 2013 om 16:44