Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Ward Ruyslinck

1958

146

Nederlands

bovenbouw vmbo/havo/vwo

1 uit 5

7.2 / 10
5e klas havo
  • lia
  • NL
  • 1840 woorden
  • 25613 keer
    46 deze maand
  • 10 mei 2001

Stel, je kunt via Scholieren.com allerlei producten (snacks, toetjes, drankjes, deo, douchespul, shampoo) gratis ontvangen, testen en beoordelen. Leuk?

Wierook en tranen- Ward Ruyslinck

Schrijver: Ward Ruyslinck is een Vlaamse schrijver. De schuilnaam voor Raymond de Belser werd 1929 vlak bij Antwerpen geboren. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij met zijn ouders naar Noord-Frankrijk. De herinneringen aan deze oorlog vind je terug in het boek 'Wierook en tranen'. De dood van zijn broer in 1948 deed zijn geloof in een goede god verliezen. Hij heeft ook het boek 'De ontaarde slapers' geschreven.


Titel: Op verschillende momenten in het boek meent Waldo wierook te ruiken. Wierook bedwelmt hem en hij geniet van de geur ervan. Zijn vader noemt hem dan ook enigszins spottend 'kerkuiltje'.

Informatie: 27e druk Antwerpen: Manteau 1991. 1e druk is in 1958. Het boek heeft 139 blz.

Genre: Het verhaal is een oorlogsroman. Het is een literatuur boek, dat kan je aan de volgende dingen zien: da nadruk op gevoelens en gedachten, er komen weinig gebeurtenissen in het verhaal voor en er komen terugblikken in het verhaal voor.

Samenvatting: Waldo Havermans was met zijn vader en moeder op de vlucht voor de Duitsers. In het plaatsje Poperinge stopten ze om een overnachtingplaats te zoeken. Terwijl Waldo en zijn moeder bij de fietsen bleven wachten, ging pa een kamer zoeken. Na 10 minuten kwam hij terug met het bericht een slaapplaatsje gevonden te hebben bij een oud vrouwtje en haar kleinzoon Willy. De vrouw bracht hun naar hun kamer maar ze konden niet slapen. Toen ze eenmaal sliepen werden ze gewekt door Willy die midden in de nacht rattengif kwam strooien. De dag erna vertrokken ze weer en bij de Franse grens werd hun door de veldwachter verteld dat de grens voorlopig gesloten was. Een andere veldwachter vertelde dat de grens bij Menen waarschijnlijk nog open was, dus fietsten ze daarheen. Toen ze een stukje gefietst hadden vroeg moeder of ze even mocht zoeken. Terwijl moeder in de bosjes was kwamen de vliegtuigen. Nadat moeder uit de bosjes kwam, gingen ze in de greppel liggen. Toen vielen een paar bommen en werd Waldo tijdelijk verblindt. Nadat hij weer kon zien, zag hij dat zijn vader dood was en zijn moeder verdwenen was. Hij werd wakker in een nood hospitaal. Waldo reed met Evarist mee, een soldaat die een vrachtwagen uit een leger colonne bestuurde. Ze waren op weg naar de kust, een vluchtelingenkamp. Uiteindelijk kregen ze in een dorpje soep van hulpverleners. Daar ontmoette hij Vera en ging samen met haar naar de kust, maar eerst moesten ze de nacht doorbrengen in een oude mosterdfabriek. Toen Waldo en Vera wakker werden, hoorden ze geschut in de verte. En zagen ze grote rookpluimen aan de horizon. Ze besloten gelijk te vertrekken en mengden zich weer tussen de stroom van vluchtelingen. Onderweg stopte Vera even bij een veldkapelletje om te bidden waarna ze hun weg vervolgden. Ze kwamen in een dorpje dat bijna geheel door de bommen verwoest was. Ze stopten even om in een halfverwoeste kerk te kijken. Daarna liepen ze weer verder. Rond een uur of twee was geen mens om de weg. Toen kwam er een veldwachter aan gefietst en riep dat de Duitsers kwamen. Waldo en Vera verstopten zich in een schuur langs de weg. De colonne Duitsers stopte bij de schuur en riep dat iedereen met de handen omhoog naar buiten moest komen. De Duitsers keken raar op toen ze Waldo en Vera zagen. Waldo en Vera kregen sinaasappels van de Duitsers en daarna gingen ze slapen, wat niet echt lukte. Toen ze daar lagen besloten ze naar huis te gaan. Ze gingen naar Adreas (oom van Vera) in Tielt. Adreas wou hen eerst niet binnenlaten omdat hij bezoek had, maar liet ze daarna toch in de keuken een boterham eten. Daarna gingen ze weer weg en volgden ze de spoorlijn naar gent. Ze schuilden in een Stationshal toen het begon te regenen. Op dat moment kwam er een trein binnen met krijgsgevangenen. Tussen de krijgsgevangenen zat ook Evarist. Toen de soldaten en de krijgsgevangenen weg waren moesten Waldoen Vera van de stationchef vertrekken. Waldo en Vera kwamen tijdens hun reis bij een rivier genaamd 'de leie' aan.Ze gingen in een bootje liggen en lagen stil te luisteren naar het klotsen van het water, toen ze opeens 2 Duitsers met motoren hoorden aankomen. Het duurde niet lang voor ze hun ontdekten. Ze mochten met de Duitsers mee naar Antwerpen rijden, maar de Duitsers reden al snel van de verharde weg af. Waldo werd neergeslagen. Het laatste wat hij zag was hoe de Duitsers Vera meenamen het bos in. Toen hij bijkwam waren de Duitsers weg. Hij ging Vera zoeken en vond haar kreunend en niet in staat om te lopen. De Duitsers hadden haar verkracht. Waldo rende naar de verharde weg om hulp te zoeken. Hij zag in de verte een woonwagen met een paard. Tegen de man vertelde hij wat er gebeurd was en er kwam een man, genaamd Juul, uit de woonwagen die met Waldo naar Vera ging. Juul haalde nog 4 man en ze droegen Vera naar de ambulance die inmiddels door de bestuurder van de woonwagen was aangehouden. Vera werd naar Gent gebracht en Waldo reed met de woonwagen mee naar Gent. In Juul vindt Waldo al snel een vriend. Tegen de avond komen ze aan in Gent. In het ziekenhuis waarnaar Vera werd overgebracht brengt eerst een ziekenzuster Waldo voorzichtig op de hoogte van Vera's toestand. Eerst zegt ze dat ze op god moeten hopen en bidden voor haar genezing. Later, nadat een dokter bij haar is geweest, dat Vera nu een engeltje in de hemel is. Voor Waldo stort de wereld in elkaar. In de kapel, waar de zuster met hem wil bidden en waar 'de zoete dronken makende geur van wierook' naar hem toedrijft, twijfelt Waldo aan Gods goedheid. Bij het verlaten van de kapel stopt hij het geldstuk dat hij van Juul heeft gekregen in het offerblok. De zuster glimlachte en aaide hem nog eens over zijn hoofd.


Tijd: Het verhaal speelt zich af in de tweede wereldoorlog. Er verloopt ong. tussen het begin en het eind 5 dagen van het verhaal. Het verhaal is chronologisch verteld, want de tijd loopt gewoon als anders. Het verhaal bevat enkele terugblikken. Er komen geen sprongen in de tijd voor


Ruimte: Het verhaal speelt zich vooral af in West-Vlaanderen, en voor een klein stuk in Oost-Vlaanderen. Precieze namen zijn Poperinge, Menen, Tiel en Gent.

Personen:
Hoofdpersonen:
- Waldo Havermans: hij is 9 jaar oud en hij heeft donkerbruin haar. Hij beschouwde de oorlog eerst meer als een soort avontuur, maar nu denkt hij er wel anders over.
- Vera: Zij is 5 jaar ouder dan Waldo. Ze was vroeger een buurmeisje van Waldo en zij is niet echt bang voor de oorlog.
Andere personen:
- Vader van Waldo: hij is zeer snel bezorgd.
- Moeder van Waldo: zij is bang wat er met hen zal gebeuren.
- Evarist: Hij is chauffeur in het leger en hij nam Waldo mee naar de kust.

Perspectief: Het verhaal beleven we door Waldo's ogen. Het is een ik-verhaal, want er staat steeds ik ga enz.

Thema: Vluchten voor de oorlog, de gruwelijkheid van de oorlog.

Motieven: Angst, wreedheid.

Boodschap: De bedoeling van het verhaal is volgens mij om te laten zien hoe erg oorlog kan zijn. Dat heeft mij wel aan het denken gezet hoe erg de mensen het vroeger in de oorlog hadden.

Taal: Ik vond het taalgebruik normaal, maar er staan nog wel veel oud-Nederlandse woorden in. Het verhaal bevat geen dialogen, maar wel wat beschrijvingen.

Mening; Ik vond het een mooi boek. Normaal houd ik niet zo van oorlogsboeken, maar nu vond ik het wel een erg mooi en ontroerend boek. Het is ook heel emotioneel geschreven. Erg spannend was het niet, maar wel erg zielig. Het was een heel zielig einde, en ik houd liever van happy endings, maar toch was het wel een mooi en ontroerend einde. Het was ook niet zo heel moeilijk om te lezen. Kortom het was een heel leuk, mooi en zielig boek, maar het had af en toe wel iets spannender gekund.

Verdiepingsopdracht:
Fragment 1: hier moeten ze wegduiken voor vliegtuigen en komt zijn vader om. Zijn moeder is dan verdwenen en hij vindt van haar alleen maar een schoen. Dit vond ik erg zielig, want hij heeft helemaal niks en niemand meer. Hij heeft geen familie meer, ja misschien wel een tante of oom, maar geen ouders meer en dat is zó zielig. Hij moet nu zelf vluchten en uit handen van de Duitsers blijven, dit is heel gevaarlijk en erg dapper voor een zo'n jonge jongen. Ik heb dit fragment gekozen omdat ik het zielig vind en zelf zou ik me geen raad weten als mijn ouders dood zouden zijn. Mijn hele wereld zou voor mij in elkaar storten en zou voor mij het leven geen zin meer hebben. Maar Waldo weet zich er doorheen te vechten en toch door te gaan op eigen benen. Daarom heb ik dit onderwerp ook eigenlijk gekozen, omdat ik respect heb voor Waldo en hem bewonder. Het is ook zou ontroerend geschreven, dat je haast zelf moet huilen en dat vond ik ook erg goed geschreven. Tenslotte, ik heb dit fragment gekozen, omdat ik het zielig vind dat Waldo nu helemaal alleen is maar zich toch er doorheen slaat en gewoon doorgaat, dit is erg dapper en ik bewonder hem hier voor.


Fragment 2: hier was Vera verkracht door de Duitsers en hoort Waldo later in het ziekenhuis dat Vera nu in de hemel is en een engeltje van god is geworden, ze is dus overleden. Dit vond ik zo zielig, omdat hij niemand meer heeft en dat zijn wereld in elkaar stort. Bij het overlijden en verdwijnen van zijn ouders ontmoette hij kort daarna Vera, waarmee hij bevriend raakte en zodat hij toch nog iemand had, maar nu Vera ook dood is heeft hij al helemaal niemand meer. Dit was erg zielig en dit was ook zo'n beetje het einde van het verhaal, waardoor het einde heel zielig was en ik er haast om moest huilen. Eigenlijk heb ik ook dit fragment zo'n beetje om dezelfde redenen als het eerste fragment, alleen daarbij had hij de moed en dapperheid om verder te gaan en nu heeft hij dit niet meer, want voor hem stort de hele wereld in elkaar. Maar toch moet hij naar deze ervaringen toch proberen de moed bij elkaar te rapen en verder gaan, wat je niet weet of het lukt, omdat dit het einde van het verhaal is. Ook gelooft hij nu niet meer in een goede god, wat erg nadelig is, want als je god gelooft, heb je in elk geval iets om in te geloven en dit kan je moed geven om verder te gaan. Tenslotte, ik heb dit gekozen omdat ik het zielig vond en omdat hij na al die tegenslagen toch moed zal moeten verzamelen om door te gaan. Als dit lukt is hij zeker zeer dapper, en als dit niet lukt vind ik dit erg zielig voor hem, want toch is hij nog erg dapper na alles wat er gebeurd is.


Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoge waardering

Emy Vaesen 5e klas vwo8.0
Wendy Schlepers 4e klas havo7.8
Marjolijn Oomens 3e klas vwo7.7
Daphne 6e klas vwo7.4
Evelien 5e klas havo7.4
Meer verslagen ›

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

2817
 

reacties

 
erg goed en bedankt ik heb er veel aan gehad thnx
door Rick (reageren) op 31 oktober 2002 om 11:36
Supergoed, heb er veel aan gehad! dankjewel
door Florence (reageren) op 29 september 2011 om 19:28
veel te lange samenvatting, het is ook geen roman maar een novelle, dat staat zelfs nog in het boek
door henk (reageren) op 13 april 2013 om 13:17