Ik kan niet spieken
Nog één keer terug op Scholieren.com: onze oud-sterreporter Rebecca. Als kersvers student kijkt ze nog eenmaal over haar schouder naar haar voormalige leven als vwo'er.
Mijn handen beginnen te trillen. Ongemakkelijk schuif ik over m’n stoel heen en weer. Alleen al de gedachte aan de komende spiekactie, maakt al dat ik de hete adem van de leraar in m'n nek voel.
Als ik mijn blik onopvallend op het blaadje van m'n klasgenoot wil vestigen, haper ik. Ik kan het niet meer. Ik kan niet spieken. En dat allemaal vanwege één leraar en zijn huiveringwekkende compagnon.
Een lange voorgeschiedenis
Spieken is een constante afweging. Wat weegt zwaarder: de toorn van je ouders over de rode vier op je lijst of juist die van je leraar over je afkijkpraktijken? Is een onvoldoende voor Duitse woordjes een deuk in je reputatie of juist een ware ego-boost?
Als klein bruggertje dat zijn plaats nog moet bewijzen, was het voor mij wel duidelijk. Alles beter dan dat de wereld ontdekte dat ik ‘avoir’ nog niet kon vervoegen. Nadenken deed ik in opvallend scheve houdingen, waarbij mijn blik toevallig op de antwoorden van m’n klasgenoten viel. Opeens wist ik het weer. Overpennen die handel.
De Grote Boze Leraar
Deze naïviteit verdween in de tweede klas. Mijn leraar Godsdienst deelde de eerste toets uit. “Ik hoef jullie niet te controleren,” zei hij en schonk ons een poeslief glimlachje, dat omsloeg in een boosaardige grijns. “Er is Iemand die weet wat jullie doen. En van spieken wordt Hij niet blij.”
Doodsbang voor de eeuwige wraak van Hij Die Over Mijn Schouder Meekeek In Het Godsdienstlokaal, besloot ik onmiddellijk m’n leven te beteren. M’n blaadje bleef angstvallig leeg. Met een trillend lipje zwaaide ik m’n hoop op een voldoende vaarwel. Het was het einde van een mooie tijd.
Buitenkansje voor een tien
Spieken, valsspelen, hoe je het ook wilt noemen: vanaf toen lukte het gewoon niet meer. Neem bijvoorbeeld een mailtje dat we vlak voor een belangrijke leestoets kregen:
“Jullie hoeven alleen tot tekst 6 en opgave 26 te maken,” meldde onze leraar opgewekt, “dus veel succes!” Het duurde nog geen vijf minuten of we hadden precies uitgezocht welk oefenexamen we voorgeschoteld zouden krijgen.
Schuldgevoel
Net als de rest van de klas begon ik de antwoorden vlijtig uit m’n hoofd te leren. Toch kon ik me niet als alle anderen volledig aan dit buitenkansje overgeven. Terwijl ik de goede antwoorden in no-time opschreef, werd ik me bewust van de Grote Boze Man Die Met Me Meekeek en een verdieping boven me in het godsdienstlokaal zat.
Tot het einde toe verzette ik me tegen zijn berispende stem, maar het lukte niet. Schuldbewust kraste ik een paar van m’n goeie antwoorden door. En nog een paar. En vulde expres maar het verkeerde in.
Ultieme spiekkans
Oké, misschien is er na het godsdienstincident nog één keer geweest dat ik zonder berouw heb kunnen spieken. We hadden herkansingen en er was één surveillant. Iemand stak z’n vinger op. “Mag ik naar de wc?”
De leraar schudde z’n hoofd. “Ik kan jou niet alleen laten gaan, dan ga je vast de antwoorden onder je schoen bekijken,” zei hij, en sprak toen de legendarische woorden: “Daarom loop ik met je mee.”
Hij liet een lokaal van 38 mensen achter, die zich vijf minuten lang in het paradijs waanden. Nog nooit waren herkansingen zo’n grote verbetering van de gefaalde proefwerkweek. Leerlingen euforisch, leraren apetrots en surveillant ontslagen (maar dat is een ander verhaal).
Eerlijk is eerlijk
Tenminste, ik dénk dat ik zonder schuldgevoel zou hebben gespiekt. Want ik moet toegeven: toevallig zat ik die dag in een heel ander lokaal, met mijn ogen op m’n eigen blaadje en m’n boeken (net als stiekem gemaakte spiekbriefjes) diep in m’n tas weggestoken.
Misschien had ik het spieken in die absurde situatie wel over m’n hart kunnen verkrijgen. Maar dan hoor ik weer dat fluisterende stemmetje in m’n oor. Op zo'n moment weet ik het zeker.
Spieken? Dat kan ik echt niet meer.
voeg reactie toe
Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan
reacties
