Scholieren.com maakt gebruikt van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Eldorado Hoofdstuk 1 en 2

Duits

Antwoorden

 
  • Renee Preijde
  • NL
  • 1591 woorden
  • 1270 keer
    2 deze maand
  • 11 januari 2007

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

HOOFDSTUK 1 VOORGESCHIEDENIS (TOT CIRCA 1100)
Opdracht 1
A -
B Nee, een taal ontwikkelt zich in de loop van de jaren. Wanneer je precies van een taal spreekt is niet echt duidelijk. Het verschil tussen de Duitse taal tot 1100 en de Duitse taal nu is heel erg groot. Bovendien waren er in de tijd tot circa 1100 vrij weinig mensen die konden lezen en schrijven. De grammatica was nog niet vastgelegd in regels. De taal veranderde nog volop.


Opdracht 2

A Een gebed
B Een tekst uit de bijbel
C Er is een bepaald ritme, er wordt gespeeld met woorden, en het zijn ongeveer
even lange versregels.
D Nederlands Dat
Scein
Uuas
Dar
Sterro
Duits Mit
Der
Paum
Ni
Eino
Engels Sunna
Noh
Enteo
Ih
Ni
Wenteo
E Geen hoofdletters, geen leestekens en umlauten, soms staan er veel klinkers achter elkaar.

Opdracht 5

A Als je doodgaat dan gaat je ziel naar de hemel of naar de hel. In de hemel is het
heerlijk, een paradijs maar in de hel is het verschrikkelijk en afschuwelijk. Zorg hierom dat je goed leeft en geen verkeerde dingen doet zodat jij ook naar de hemel kan. Doe wat god zegt.
B Trouw aan god.
C -
D De vorm van Muspilli is erg verschillend van die van het Wessobrunner Gebet. Dit
komt omdat het gedicht Muspilli veel langer is, waardoor vaak ook automatisch meer verschil bestaat in de verschillende groottes van de zinnen. In het Wessobrunner Gebet is duidelijk ritme aangebracht, maar dit zie je wel terug in het gedicht Muspilli.

Opdracht 6

A Stafrijm
De gelijkheid van beginklank, met name van de beginmedeklinker, op beklemtoonde plaatsen in het vers. Stafrijm wordt ook buiten de poëzie gebruikt. Alliteratie, Germaans rijm en beginrijm zijn synoniemen voor stafrijm. Voorbeelden zijn weer en wind, met man en muis en lief en leed.
Hiltibrant enti Hadubrant
Garutun sê iro gudhamun
Helidos, ubas hinga
B Vader en zoon worden van elkaar gescheiden in een gevecht, ze moeten trouw blijven aan hun koning.


Opdracht 8

a Een tekst die de dokter gebruikt om bij zijn patiënten die waarschijnlijk wormen
heeft deze uit zijn lichaam te drijven en dat doet hij door deze wormen toe te
spreken, ze bang te maken.
b Ja. Onder aan de tekst staat ‘Ter Pater Noster’ (Driemaal het Onzevader).
Hiermee bedoelen ze God.
c Het begint nogal rustig en aan het einde wordt het steeds feller en dwingender.

Opdracht 10

a Ja. Alles over de koning is in tegenwoordige tijd geschreven. Hij krijgt plaats op
de troon en wordt door God op de proef gesteld of hij hier wel goed genoeg voor is. God stuurt een volk Noormannen naar de Franken, het volk van de koning. De Franken overwinnen, dus neem ik aan dat de koning ook blijft leven.
b De koning doet alles wat God wil, dit doet hij graag, hij weet dat hij hiervoor
beloond wordt. God onderschat de Franken en stelt hen op de proef door er een volk Noormannen naartoe te sturen. De Franken overwinnen.


HOOFDSTUK 2 DE LATE MIDDELEEUWEN (CIRCA 1100-1500)
Opdracht 1
A Er ontstonden volksverhuizingen. De Franken werden een machtig volk onder Karel de Grote. In deze tijd werden veel volkeren onder invloed van de Franken gedwongen tot het Christendom over te gaan.
Karel de Grote stichtte kloosters en scholen omdat hij zichzelf de opvolger en erfgenaam van het Romeinse rijk zag. Hij deed veel aan de cultuur. Er werden veel boeken vertaald naar de volkstaal. Er was nog geen sprake van een vaste volkstaal. Na een tijdje ontstond er naar Germaans voorbeeld christelijke stafrijmliteratuur. In het midden van de 9e eeuw voerde monnik Otfried eindrijm in. Er werd veel geschreven in Latijn.
B Uit de Nederlandse literatuur is meer overgebleven dan uit de Duitse. Omdat niet alleen de mensen uit de wetenschap het opschreven. Bovendien werd de Nederlandse literatuur in veel verschillende streken allemaal verteld en geschreven waardoor het in veel meer verschillende dialecten was.

Opdracht 2

A Het is geschreven in verhaalvorm. Dit is ook wel logisch, omdat er in de tijd dat er verhalen werden doorverteld tussen de mensen van een volk er vaak een gedichtvorm van werd gemaakt zodat het makkelijker onthouden kon worden. Daarom is het nu nog in deze vorm.
B Het gedicht is in strofen verdeeld, dat waren de gedichten in hoofdstuk een nog niet.

Opdracht 5

A Een minnezang.
B Vanuit het perspectief van de ridder. Tenminste, de ridder is in dit fragment de alwetende verteller. De ridder vertelt het verhaal zoals hij het ziet. Je kan het dus aan de andere kant niet helemaal alwetende verteller perspectief noemen, want in dat geval komt de verteller niet zelf in het verhaal voor wat hier waarschijnlijk wel het geval is.
C Het rijmschema is steeds AA, BB, CC, DD, etc.
De woorden rijmen wel, maar niet heel erg goed. Sommige beter dan de andere.

Opdracht 8

A De klanken lijken erg op elkaar en het ritme is nogal constant. De zinnen zijn ongeveer even lang wat het makkelijk maakt om te lezen, of om voor te lezen. Het is simpel om naar te luisteren.

B Omdat het een verhaal is wat steeds door is verteld van volk op volk en van generatie op generatie. Zo wordt er steeds iets aan het verhaal toegevoegd waardoor het steeds meer verandert. Het rijmt omdat het zo makkelijker is om te onthouden. De schrijver is hierdoor dus ook onbekend, omdat het door zoveel mensen is verteld en veranderd, dat het nu niet meer bekend is wie het verhaal heeft gemaakt.
C Siegfried is eigenlijk onoverwinnelijk door zijn hoornen huid, maar op zijn rug heeft hij een plekje waar hij geen hoornen huid heeft doordat hij daar een blaadje had. Hij wordt gedood doordat er een speer in de plek op zijn rug wordt gestoken, precies op het plekje waar het blaadje zat. Hierdoor gaat hij dus dood.

Opdracht 9

A Hij bedenkt dat het tegen Gods wil is om het meisje te laten doden voor zijn eigen bestwil. Hierom bedenkt hij zich. Hij is liever god trouw en sterft zelf in plaats van het meisje voor hem te laten sterven. Zo komt hij in elk geval in de hemel.
B Als ik het zo lees vind ik het maar raar dat ze zich laat doden om de ridder te laten leven, zij is waarschijnlijk veel jonger dan hij. Toch is het zo, dat als je je verplaats naar de tijd waarin het meisje leeft, dat het dan meer begrijpelijk is, omdat iedereen toen ontzettend gelovig was en graag in de hemel wilde komen. Men deed graag iets om in de hemel terecht te komen. Zo ook dit meisje.
C Hij zegt eerst dat de ridder kan blijven leven door het bloed van een maagd dat hem vrijwillig geofferd wordt. Hij blijft ook zelfverzekerd als de ridder vraagt hem binnen te laten en het niet te doen maar later geeft hij toch toe. De ridder overleeft het uiteindelijk gewoon en trouwt met het meisje dus de arts heeft eigenlijk alleen maar onzin verteld. Dat weet hij zelf natuurlijk ook en dat is waarschijnlijk ook de reden dat hij de ridder eerst niet binnen wil laten.
D In Italië. Omdat hier de kruistochten langskwamen en dit natuurlijk dichtbij was waar de paus zat lag hier een belangrijke universiteit.
E Hij rijmt met hetzelfde rijmschema als Dietmar von Eist, alleen rijmen de woorden van Hartmann von Aue beter op elkaar. Hij gaat er wat secuurder mee om dan von Eist.

Opdracht 11

A Liefde
B Chiasme: Twee bij elkaar horende zinnen of delen van een zin zijn elkaars spiegelbeelden. Voorbeelden hiervan uit de tekst:
- ein man ein wîp, ein wîp ein man
- Tristan Isold, Isold Tristan
C Hij vindt het iets prachtigs, maar hij zegt wel dat je je moet behoeden voor datgeen dat liefdesleed heet. Iedereen wil liefde, en weet dat het pijn geeft. Toch overwint het hart en krijgt het liefde.
D Je moet zorgen dat je een bezigheid hebt waardoor je je niet teveel bezighoudt met het leed der liefde.
E Als het gaat over mensen die echt heel erg verliefd op elkaar zijn, als het gaat over ware liefde.


Opdracht 13

A -
Het spijt me, ik heb geen bijbel thuis.
B Maria komt vrolijk over, blij en gelukkig dat ze God heeft gezien. Ze is erg gelovig en is ten zeerste verheugd dat ze hem heeft gezien. Ze twijfelt absoluut niet aan het bestaan van haar schepper en wordt dan ook nogal kwaad als Thomas hier wel aan twijfelt.
Thomas is nogal ongelovig, tot hij God echt ziet. Hij blijft Maria voor gek verklaren tot hij God zelf heeft gezien en staat op dat moment echt met zijn mond vol tanden, hij is ontzettend verbaasd. Hierna gelooft hij Maria wel en wordt hij gelovig.

Opdracht 16

A Een beetje een te vrolijk gedichtje als het mij vraagt, een beetje kinderachtig. Alsof de hele wereld perfect is. Het gedicht gaat eigenlijk bijna nergens over. Het lijkt bijna een liedje zoals het geschreven is.
B Een episch gedicht denk ik. Epische gedichten zijn verhalende gedichten.
C De kerk.
D Ja, ik zei ook al bij vraag A dat het wel een beetje op een liedje leek. Het is alleen een beetje jammer dat het niet rijmt, dat zou het wel wat makkelijker maken als liedje.

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

 

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
9090